Ramya Peeters
Muzische vorming
Inhoud
Les 1: Het muzisch domein media...............................................................2
Bouwstenen van de media (p138 - p143).................................................2
Decor (licht en geluid)...........................................................................3
Kader.....................................................................................................3
Montage.................................................................................................5
De werkvormen van media.......................................................................5
Videowerkvormen..................................................................................5
Audiowerkvormen..................................................................................6
Fotografiewerkvormen...........................................................................6
Mediaspel...............................................................................................7
Media beschouwen................................................................................7
Les 2: de muzische lesopbouw + eindopdrachten formuleren.....................8
Het concept van een muzische activiteit (herhaling 1EBALO):.................8
Muzische opdrachten (herhaling 1EBALO):.............................................10
Land in zicht (p394,p396 – p402):..........................................................13
Cement en stenen (p403 – p408):..........................................................15
Les 3: voorbeeldlessen...............................................................................20
Les 5: inzoomen op onderdelen van de lesopbouw....................................22
De eindopdracht (p394 – 402)................................................................23
Cement in stenen (p403 – 408)...............................................................24
Beschouwen: p362 - 368........................................................................29
Creëren: 368 – 382..................................................................................32
Het creatief proces: p. 326-344..............................................................33
Muzische opdrachten p. 282 - 301..........................................................39
Les 6: muzische integratie.........................................................................45
Muzische integratie p436 - 454...............................................................45
Les 7: werkcollege lesconcepten samenstellen vanuit verschillend
inspiratiebronnen.......................................................................................56
Zeppelin: pagina 266 – 269: een concept bepalen.................................56
1
,2 EBALO 2025-2026
Ramya Peeters
Les 1: Het muzisch domein media
Bouwstenen van de media (p138 - p143)
In media gebruik je de audiovisuele taal om iets te vertellen, om iets weer
te geven. Je kiest niet alleen wat je wil vertellen maar ook hoe.
Int kort: Bouwstenen (+deelbouwstenen) media (p77)
- Decor (+ voor-en achterplan, sfeer)
o Voor- en achterplan = Het voorplan is wat zich op de
voorgrond afspeelt, het achterplan de achtergrond. Bv. In
geluidsopnames hoor e achtergrondgeluiden, een
muziekstukje bijvoorbeeld. In de voorgrond een gesprek
tussen twee hoofdpersonages.
o Sfeer = decor, licht en geluid beïnvloeden de sfeer. Ze kunnen
het beeld versterken maar ook helemaal de betekenis
wijzigen.
- Kader (+ standpunt, camerabeweging, beeldgrootte,
beeldcompositie, kadrering, beeldbewerking)
o Standpunt= het standpunt is de plaats waar de maker van het
beeld staat om iets in beeld te brengen, op welke hoogte de
camera staat.
o Camerabeweging= verschillende bewegingen van de camera
zoals vast/fix; travel ; pan of panorama ; tilt ; zoom
o Beeldgrootte = de grootte van je beeld: je kunt een detail
laten zien of het geheel. Beeldtaal: close-up, medium shot, full
shot, long shot
2
,2 EBALO 2025-2026
Ramya Peeters
o Beeldcompositie= compositie is een sleutelbegrip dat verwijst
naar het maken van mooie beelden.
o Kadering= wat je in beeld brengt en wat niet, waar de rand
van het beeld is.
o Beeldbewerking= na de opname van een beeld kun je het
beeld bewerken
- Montage (+ volgorde, ritme)
o Volgorde = beelden of geluidsfragmenten die elkaar opvolgen
o Ritme= het veelvuldig afwisselen van beelden (of
geluidsfragmenten) zorgt voor een hoog ritme in de film of
audio-opname.
Decor (licht en geluid)
In audiovisuele media is er beeld of klank of de combinatie van beide.
Voor- en achterplan
Het voorplan is wat zich op de voorgrond afspeelt, het achterplan de
achtergrond.
Geluidsopnames: voorgrond (gesprek) en achtergrond
(achtergrondgeluiden zoals muziekstukje)
Sfeer
Decor, licht en geluid beïnvloeden de sfeer. Ze kunnen het beeld
versterken maar ook helemaal van betekenis doen wijzigen.
Kader
Het kader is hoe je iets in beeld brengt.
Standpunt
Het standpunt is de plaats waar de maker van het beeld staat om iets in
beeld te brengen, op welke hoogte de camera staat.
Perspectief= We onderscheiden vogelperspectief (van bovenuit),
kikvorsperspectief (van onderuit) en ooghoogteperspectief (op
ooghoogte).
- Vogelperspectief
- Kikvorsperspectief
- Ooghoogteperspectief
Camerabeweging
3
, 2 EBALO 2025-2026
Ramya Peeters
Dit zijn de verschillende bewegingen van de camera:
- Vast/fix : de camera blijft ter plaatse
- Travel: de camera verplaatst zich langs het onderwerp
- Pan of panorama: de camera staat stil en draait van links naar rechts
(of omgekeerd)
- Tilt: camera staat stil en gaat van boven naar beneden (of
omgekeerd)
- Zoom (lensbeweging): de camera staat stil en je brengt het beeld
dichter (inzoomen) of verder (uitzoomen).
Beeldgrootte
Dit is de grootte van je beeld: je kunt een detail laten zien of het geheel. In
de beeldtaal gebruikt men vaan volgende begrippen.
- Close-up: shot van net boven het hoofd tot boven aan de borst.
- Medium shot: opname waarin het object middelgroot is afgebeeld;
een personage vult vanaf zijn middel het beeld.
- Full-shot: totaalbeeld, opname waarin een acteur beeldvullend wordt
getoond, tegenhanger van close-up.
- Long shot: shot of opname waarin het object klein in beeld is
gebracht.
- Inzoomen: het onderwerp dichterbij brengen, uitzoomen het
omgekeerde.
Beeldcompositie
Compositie= verwijzing naar hoe de diverse elementen in het beeld zich
verhouden tot elkaar en tot het beeldkader. De compositie kan ervoor
zorgen dat je de aandacht van de kijker leidt naar wat je in beeld wil
brengen.
Regel van derden: Verdeel een filmbeeld/foto in negen gelijke vlakken. Dat
doe je door twee horizontale lijnen en twee verticale lijnen te plaatsen. De
snijpunten van de verschillend zijn de sterke punten van de afbeelding.
Probeer je hoofdonderwerp op een van deze punten in beeld te krijgen (en
dus niet in het midden.
Kadrering
Kadreren= kadreren is beslissen wat je in beeld brengt en wat niet, waar
de rand van het beeld komt. Bij het kaderen is het aangewezen om geen
mensen die op de foto staan af te snijden en om de personen voldoende
kijkruimte te geven.
Beeldbewerking
4