Bloedparameters (Velghe)
1. Inleiding
De laboratoriumtest cyclus bestaat uit 3 fases:
o Preanalytische fase:
Identificatie
Voorbereiding
Afname
Transport en bewaring
o Analytische fase:
Eigenlijke bepaling in het labo
o Postanalytische fase:
Interpretatie resultaten en rapportering
2. Preanalytische variabelen
Preanalytische variabelen
o Afwijkende waarden zonder naar een pathologie te verwijzen
o Voorbeeld: na maaltijd stijgt glucosespiegel bij iedereen
1. Fysiologische veranderingen
Populatie en representatieve referentiewaarden
o Verschillen in geslacht, leeftijd, ras,…
o Kijken tot welke populatie pt behoort, bij iedere populatie zijn
referentiewaarden
Voeding
o Na maaltijd sowieso hogere concentratie in bloed
o Tip: bloedafname best nuchter
o Langdurig vasten: stijging bilirubine, daling eiwitten, vetten, kalium en
magnesium
Ritmische veranderingen
o Gedurende de dag vertonen vooral hormonen veranderingen
o Tijdens de menstruatie veranderen de geslachtshormonen, maar ook andere
producten
o Tijdens de zomer zijn vit. D en caroteen hoger dan in de winter
Houding, inspanning en stress
o Veranderen van houding van liggend naar zittend of staand zorgt voor variatie
in plasmavolume
o Verandering van houding zorgt ook voor veranderingen van Hb, Ht, albumine
en eiwit
o Bij inspanningen komen een aantal bestanddelen uit de spieren extracellulair
terecht
o Bij stress is er een stijging van glucocorticoïden, catecholamines en
adrenocorticotroophormoon
1
, o Bij stress is er een stijging van acuut fase eiwitten, namelijk CRP, haptoglobine
en fibrinogeen
Zwangerschap
o Verhoogd bloedvolume
o Daling Ht, Hb en albumine
o Daling ijzer en ferritine
o Verhoogd fibrinogeen en stollingsfactoren
Geneesmiddelen
o Zeker kijken naar medicatie van de pt
Roken
o Verhoogd glucose, catecholamines en GH
o Verhoogd carboxyhemoglobine
2. Veranderingen tijdens de staalafname
Verkeerde identificatie
o Identiteit van pt controleren + bloedtubes identificeren bij de patiënt
Oorsprong van het staal
o Bloed van arterie, vene of capillair verschilt in samenstelling
Effect van de garrot
o Door garrot worden celtelling, Ht, proteïnegebonden stoffen, lactaat- en
ammoniakwaarden foutief verhoogd
o Garrot max. 1 min.
Effect van het pompen of knijpen met de vuist
o Spierarbeid beïnvloedt de waarden
Intraveneuze vloeistoffen
o Bloedafname aan dezelfde zijde als infuus zorgt voor waardeloos staal-
Bloedafname via katheter is enkel aanvaardbaar bij het plaatsen van de
katheter
o Bloedafname via bevloeide katheter → perfusie onderbreken + eerste tube
onbruikbaar
o Adhesie van geneesmiddelen zorgt voor restanten die waarden vertekenen →
spoelen!
Hemolyse
o Bij hemolyse worden intracellulaire bestanddelen vrijgemaakt zoals LDH, K,
Mg,…
o Hemolyse = bloed valt uit elkaar
Volgorde tubes en juiste tube per bloedtest
o In tubes zitten toegevoegde stoffen dus juiste volgorde!
Zwenken van de bloedtubes
o Onmiddellijk zwenken
Voldoende laten opdrogen ontsmettingsmiddel
o Altijd ontsmetten en genoeg laten drogen (30 sec.)
o Bij bloedafname voor bepaling van ethanol → niet ontsmetten!
2
, 3. Veranderingen tussen de staalafname en de analyse
Pocketsyndroom Hemolyse = bloed valt uit elkaar
o Vpk steken tubes in hun zakken en halen deze er te laat weer uit
o Bij lange bewaring op kamertemperatuur zien we een stijging van ammoniak
en lactaat + een daling van catecholamines + glucose wordt verbruikt
Conditionering en transport van het staal
o Zo snel mogelijk analyseren
3. Referentiewaarden
Uitslag laboratoriumtest wordt meestal vergeleken met referentie – of normaalwaarden
o Waarden gevonden bij 95% van de gezonde mensen voor deze test
o Referentiewaarden zijn afhankelijk van leeftijd en geslacht
o Endemische waarden = referentiewaarden vastgesteld per groep
o Referentiewaarden worden beïnvloed door preanalytische variabelen
o Testuitslagen kunnen verschillen per laboratorium (andere methoden)
o Om te vergelijken is het belangrijk dat resultaten in dezelfde eenheid worden
uitgedrukt
o Testuitslagen zijn pas van betekenis als ze gezien worden in het totale plaatje
van de pt
Figuur 1:
o Gemakkelijk onderscheidt tussen gezond of ziek
o Gezonde mensen: waarde onder B
o Zieke mensen: waarde boven C
Figuur 2:
o Er is een overlapping tussen gezond of ziek
o Waarden tussen C en B: men kan niet zeggen je bent gezond of ziek
o Waarde onder C: hoog waarschijnlijk gezond
o Waarde boven B: hoog waarschijnlijk ziek
A BB C D A C B D
A A
3
1. Inleiding
De laboratoriumtest cyclus bestaat uit 3 fases:
o Preanalytische fase:
Identificatie
Voorbereiding
Afname
Transport en bewaring
o Analytische fase:
Eigenlijke bepaling in het labo
o Postanalytische fase:
Interpretatie resultaten en rapportering
2. Preanalytische variabelen
Preanalytische variabelen
o Afwijkende waarden zonder naar een pathologie te verwijzen
o Voorbeeld: na maaltijd stijgt glucosespiegel bij iedereen
1. Fysiologische veranderingen
Populatie en representatieve referentiewaarden
o Verschillen in geslacht, leeftijd, ras,…
o Kijken tot welke populatie pt behoort, bij iedere populatie zijn
referentiewaarden
Voeding
o Na maaltijd sowieso hogere concentratie in bloed
o Tip: bloedafname best nuchter
o Langdurig vasten: stijging bilirubine, daling eiwitten, vetten, kalium en
magnesium
Ritmische veranderingen
o Gedurende de dag vertonen vooral hormonen veranderingen
o Tijdens de menstruatie veranderen de geslachtshormonen, maar ook andere
producten
o Tijdens de zomer zijn vit. D en caroteen hoger dan in de winter
Houding, inspanning en stress
o Veranderen van houding van liggend naar zittend of staand zorgt voor variatie
in plasmavolume
o Verandering van houding zorgt ook voor veranderingen van Hb, Ht, albumine
en eiwit
o Bij inspanningen komen een aantal bestanddelen uit de spieren extracellulair
terecht
o Bij stress is er een stijging van glucocorticoïden, catecholamines en
adrenocorticotroophormoon
1
, o Bij stress is er een stijging van acuut fase eiwitten, namelijk CRP, haptoglobine
en fibrinogeen
Zwangerschap
o Verhoogd bloedvolume
o Daling Ht, Hb en albumine
o Daling ijzer en ferritine
o Verhoogd fibrinogeen en stollingsfactoren
Geneesmiddelen
o Zeker kijken naar medicatie van de pt
Roken
o Verhoogd glucose, catecholamines en GH
o Verhoogd carboxyhemoglobine
2. Veranderingen tijdens de staalafname
Verkeerde identificatie
o Identiteit van pt controleren + bloedtubes identificeren bij de patiënt
Oorsprong van het staal
o Bloed van arterie, vene of capillair verschilt in samenstelling
Effect van de garrot
o Door garrot worden celtelling, Ht, proteïnegebonden stoffen, lactaat- en
ammoniakwaarden foutief verhoogd
o Garrot max. 1 min.
Effect van het pompen of knijpen met de vuist
o Spierarbeid beïnvloedt de waarden
Intraveneuze vloeistoffen
o Bloedafname aan dezelfde zijde als infuus zorgt voor waardeloos staal-
Bloedafname via katheter is enkel aanvaardbaar bij het plaatsen van de
katheter
o Bloedafname via bevloeide katheter → perfusie onderbreken + eerste tube
onbruikbaar
o Adhesie van geneesmiddelen zorgt voor restanten die waarden vertekenen →
spoelen!
Hemolyse
o Bij hemolyse worden intracellulaire bestanddelen vrijgemaakt zoals LDH, K,
Mg,…
o Hemolyse = bloed valt uit elkaar
Volgorde tubes en juiste tube per bloedtest
o In tubes zitten toegevoegde stoffen dus juiste volgorde!
Zwenken van de bloedtubes
o Onmiddellijk zwenken
Voldoende laten opdrogen ontsmettingsmiddel
o Altijd ontsmetten en genoeg laten drogen (30 sec.)
o Bij bloedafname voor bepaling van ethanol → niet ontsmetten!
2
, 3. Veranderingen tussen de staalafname en de analyse
Pocketsyndroom Hemolyse = bloed valt uit elkaar
o Vpk steken tubes in hun zakken en halen deze er te laat weer uit
o Bij lange bewaring op kamertemperatuur zien we een stijging van ammoniak
en lactaat + een daling van catecholamines + glucose wordt verbruikt
Conditionering en transport van het staal
o Zo snel mogelijk analyseren
3. Referentiewaarden
Uitslag laboratoriumtest wordt meestal vergeleken met referentie – of normaalwaarden
o Waarden gevonden bij 95% van de gezonde mensen voor deze test
o Referentiewaarden zijn afhankelijk van leeftijd en geslacht
o Endemische waarden = referentiewaarden vastgesteld per groep
o Referentiewaarden worden beïnvloed door preanalytische variabelen
o Testuitslagen kunnen verschillen per laboratorium (andere methoden)
o Om te vergelijken is het belangrijk dat resultaten in dezelfde eenheid worden
uitgedrukt
o Testuitslagen zijn pas van betekenis als ze gezien worden in het totale plaatje
van de pt
Figuur 1:
o Gemakkelijk onderscheidt tussen gezond of ziek
o Gezonde mensen: waarde onder B
o Zieke mensen: waarde boven C
Figuur 2:
o Er is een overlapping tussen gezond of ziek
o Waarden tussen C en B: men kan niet zeggen je bent gezond of ziek
o Waarde onder C: hoog waarschijnlijk gezond
o Waarde boven B: hoog waarschijnlijk ziek
A BB C D A C B D
A A
3