Fysica 2022-2023
Hoofdstuk 10– zwaartekracht
Universele wet van de zwaartekracht
De zwaartekracht tussen elke 2 puntmassa’s m1 en m2 is gericht langs de verbindingslijn tussen
de 2 massa’s, is aantrekkend en heeft een grootte:
𝑚1 𝑚2
𝐹=𝐺⋅
𝑟2
-11
hierbij is r de afstand tussen de 2 massa’s en is G de universele gravitatieconstante G = 6,67.10
N.m²/kg².
De wetten van Kepler
Eerste wet van Kepler
Planeten volgen elliptische banen met de zon op een focuspunt van de ellips. Een ellips heeft
2 focuspunten als deze samenvallen krijg je een cirkel.
Tweede wet van
Kepler
Terwijl een planeet op zijn baan beweegt, legt hij een gelijk oppervlak af in een gelijke tijd. De
zwaartekracht op een planeet gericht is naar de zon, wat wil zeggen dat de zwaartekracht 𝐺⃗ en
de plaatsvector 𝑟⃗ van de planeet t.o.v. de draaias evenwijdig zijn aan elkaar. De zwaartekracht
voert bijgevolg geen moment 𝜏⃗ uit rond de zin en het hoekmomentum 𝐿⃗⃗ moet behouden
worden.
Derde wet van Kepler
3/2
De periode T van een planeet neemt toe met zijn gemiddelde afstand r tot de zon als r
2𝜋 3
𝑇= 𝑟2
√𝐺𝑀𝑆
Met M s de massa van de zon.
Hoofdstuk 10– zwaartekracht
Universele wet van de zwaartekracht
De zwaartekracht tussen elke 2 puntmassa’s m1 en m2 is gericht langs de verbindingslijn tussen
de 2 massa’s, is aantrekkend en heeft een grootte:
𝑚1 𝑚2
𝐹=𝐺⋅
𝑟2
-11
hierbij is r de afstand tussen de 2 massa’s en is G de universele gravitatieconstante G = 6,67.10
N.m²/kg².
De wetten van Kepler
Eerste wet van Kepler
Planeten volgen elliptische banen met de zon op een focuspunt van de ellips. Een ellips heeft
2 focuspunten als deze samenvallen krijg je een cirkel.
Tweede wet van
Kepler
Terwijl een planeet op zijn baan beweegt, legt hij een gelijk oppervlak af in een gelijke tijd. De
zwaartekracht op een planeet gericht is naar de zon, wat wil zeggen dat de zwaartekracht 𝐺⃗ en
de plaatsvector 𝑟⃗ van de planeet t.o.v. de draaias evenwijdig zijn aan elkaar. De zwaartekracht
voert bijgevolg geen moment 𝜏⃗ uit rond de zin en het hoekmomentum 𝐿⃗⃗ moet behouden
worden.
Derde wet van Kepler
3/2
De periode T van een planeet neemt toe met zijn gemiddelde afstand r tot de zon als r
2𝜋 3
𝑇= 𝑟2
√𝐺𝑀𝑆
Met M s de massa van de zon.