Celbiologie 2023
Hoofdstuk 2.2: koolhydraten
koolhydraten
Groep van moleculen met C, H en O in de verhouding (CH 2 O)n. De vele C -H verbindingen
betekenen een reserve aan energie: door deze bindingen te breken verkrijgen veel
organismen de nodige energie voor de levensverrichtingen. Ze komen voor in de vorm van
mono, -di -, en polysacchariden. Koolhydraten binden aan lip iden t.v.v. glycolipiden en aan
protiënen t.v.v. glycoproteïnen.
Monosaccahriden
De bouwstenen van polysacchariden zijn enkelvoudige suikers, of monosacchariden. Het zijn
koolhydraten die letterlijk covalent gebonden combinaties zijn van C en H in een 1 tot 1
verhouding (CH 2O)n waarin n = 3,4,5,6 en 7. Hexonen (n=6) en pentosen (n=5) zijn de meest
voorkomen monosacchariden.
D- glucose
Voornaamste externe bron van energie voorde meeste cellen in hogere organismen en komt
in 3 verschillende vormen voor : een lineaire en 2 hemiacetaal ringstructuren.
Classificatie
☺ Aldosen: aldehyde functie
☺ Ketosen: keton functie
☺ Triose, tetrose, etc. = aantal C atomen
☺ Aldosen met 3C of meer en Ketosen met
4C of meer hebben een chiraal centrum
Naamgeving
☺ Gebruiksnaam
o Druivensuiker (glucose), Vruchtensuiker (fructose), Rietsuiker (saccharose)
☺ Wetenschappelijke naam
o D -glucopyranose (druivensuiker)
o D - fructofuranose (vruchtensuiker)
☺ Alfa - beta:
o Sterische configuratie 1e C atoom
o Van belang bij meervoudige suikers (monosacchariden evenwicht)
o Alfa neer en bèta opwaarts
☺ D, L :
o Sterische configuratie voorlaatste atoom
o CH 2OH -groep neer (L) of opwaarts (D)
, ☺ Gluco -, fructo -, galacto -
☺ Pyraan, furaan
o Pyraan = 6 ring
o Furaan = 5 ring
☺ -ose
o Aldose - aldehydesuiker
o Ketose - ketosuiker
Glucose
☺ C oncentratiemeting in bloed
☺ Opname door dunne darm
☺ Transport naar de lever: glu -ycogeenmetabolisme
Fructose
☺ 40% van honing
☺ Niet veel zuiver fructose in fruit
☺ 2,5 X zoeter dan glucose à zoetstof
☺ Komt vrij na afbraak van saccharose
☺ Minder goede opname in bloed
Galactose
☺ Betere opname in darm dan fructose
☺ Lijkt qua eigenschap sterk op glucose
Ribose
☺ AMP, ADP, ATP, cAMP, RNA
☺ DNA : deoxyribose
Glycosidische binding
De enzymen die de glycosidische bindingen katalyseren die monosacchariden verbinden tot
di - of polysacchariden zijn specifiek voor het α- of ẞ-anomeer van de ene suiker en een
specifieke hydroxylgroep van de andere suiker. In principe kunnen twee suikermoleculen op
verschillende manieren aan elkaar worden gekoppeld, aangezien elk monosaccharide
meerdere hydroxylgroepen heeft die kunnen deelnemen aan de vorming van een
glycosidische binding. Ook hier wordt tijdens de binding een watermolecul e afgesplitst.
Bovendien heeft elke monosacch aride de mogelijkheid om aan meer dan twee andere suikers
te binden zodat een vertakking onstaat en zo niet -lineaire polymeren gevormd worden .
Hoofdstuk 2.2: koolhydraten
koolhydraten
Groep van moleculen met C, H en O in de verhouding (CH 2 O)n. De vele C -H verbindingen
betekenen een reserve aan energie: door deze bindingen te breken verkrijgen veel
organismen de nodige energie voor de levensverrichtingen. Ze komen voor in de vorm van
mono, -di -, en polysacchariden. Koolhydraten binden aan lip iden t.v.v. glycolipiden en aan
protiënen t.v.v. glycoproteïnen.
Monosaccahriden
De bouwstenen van polysacchariden zijn enkelvoudige suikers, of monosacchariden. Het zijn
koolhydraten die letterlijk covalent gebonden combinaties zijn van C en H in een 1 tot 1
verhouding (CH 2O)n waarin n = 3,4,5,6 en 7. Hexonen (n=6) en pentosen (n=5) zijn de meest
voorkomen monosacchariden.
D- glucose
Voornaamste externe bron van energie voorde meeste cellen in hogere organismen en komt
in 3 verschillende vormen voor : een lineaire en 2 hemiacetaal ringstructuren.
Classificatie
☺ Aldosen: aldehyde functie
☺ Ketosen: keton functie
☺ Triose, tetrose, etc. = aantal C atomen
☺ Aldosen met 3C of meer en Ketosen met
4C of meer hebben een chiraal centrum
Naamgeving
☺ Gebruiksnaam
o Druivensuiker (glucose), Vruchtensuiker (fructose), Rietsuiker (saccharose)
☺ Wetenschappelijke naam
o D -glucopyranose (druivensuiker)
o D - fructofuranose (vruchtensuiker)
☺ Alfa - beta:
o Sterische configuratie 1e C atoom
o Van belang bij meervoudige suikers (monosacchariden evenwicht)
o Alfa neer en bèta opwaarts
☺ D, L :
o Sterische configuratie voorlaatste atoom
o CH 2OH -groep neer (L) of opwaarts (D)
, ☺ Gluco -, fructo -, galacto -
☺ Pyraan, furaan
o Pyraan = 6 ring
o Furaan = 5 ring
☺ -ose
o Aldose - aldehydesuiker
o Ketose - ketosuiker
Glucose
☺ C oncentratiemeting in bloed
☺ Opname door dunne darm
☺ Transport naar de lever: glu -ycogeenmetabolisme
Fructose
☺ 40% van honing
☺ Niet veel zuiver fructose in fruit
☺ 2,5 X zoeter dan glucose à zoetstof
☺ Komt vrij na afbraak van saccharose
☺ Minder goede opname in bloed
Galactose
☺ Betere opname in darm dan fructose
☺ Lijkt qua eigenschap sterk op glucose
Ribose
☺ AMP, ADP, ATP, cAMP, RNA
☺ DNA : deoxyribose
Glycosidische binding
De enzymen die de glycosidische bindingen katalyseren die monosacchariden verbinden tot
di - of polysacchariden zijn specifiek voor het α- of ẞ-anomeer van de ene suiker en een
specifieke hydroxylgroep van de andere suiker. In principe kunnen twee suikermoleculen op
verschillende manieren aan elkaar worden gekoppeld, aangezien elk monosaccharide
meerdere hydroxylgroepen heeft die kunnen deelnemen aan de vorming van een
glycosidische binding. Ook hier wordt tijdens de binding een watermolecul e afgesplitst.
Bovendien heeft elke monosacch aride de mogelijkheid om aan meer dan twee andere suikers
te binden zodat een vertakking onstaat en zo niet -lineaire polymeren gevormd worden .