Verdiepend strafrecht 2025-2026
INLEIDING
Praktische informatie
• Opzet van het vak
- Situering
o Dit opleidingsonderdeel is specialiserend van aard en heeft tot doel de studenten
inzicht te verschaffen in de maatschappelijk-historische context, fundamenten
en specifieke deelaspecten van het (materieel) strafrecht, hen een methode aan
te reiken ter analyse van deze aspecten en hen een kritische mening te doen
vormen over strafrechtspolitieke ontwikkelingen ter zake.
- Vorm
o Verdiepende themalessen (hoor- en responsiecolleges)
o Schrijfopdracht (groepswerk)
o Peer teaching (studentenpresentaties)
o Aanzet tot kritische reflectie (discussie na studentenpresentatie)
▪ Studenten moeten een andere groepsopdracht lezen en daarover een kritische
vraag stellen: bv. groepje dat wettige verdediging presenteert heeft op voorhand de
paper van de groep recidive gelezen en die stellen dan na de presentatie over
recidive een kritische vraag daarover
• Begincompetenties
- Dit opleidingsonderdeel bouwt verder op de kennis, vaardigheden en attitudes
verworven in de bachelor rechten, meer bepaald in de opleidingsonderdelen strafrecht
en mensenrechten (plichtsvakken).
- Basiszaken die we dus in het strafrecht hebben gezien worden verondersteld te zijn
gekend. Indien dat dus niet zo is, fris je de leerstof best eens op!
o Op het examen zullen uiteraard geen hoofdvragen worden gesteld over zaken die
aan bod kwamen in het basisvak, maar als ze merken tijdens het examen dat je
de basis niet goed meehebt dan zal het uiteraard moeilijk zijn om nog een goede
score te behalen
• Leerstof
- Hoorcolleges/presentaties (neem notities!)
- Reader (teksten op Ufora) (aparte documenten per thema)
o Bv. de tekst over de geschiedenis zal nadien op ufora komen te staan en komt
grotendeels overeen met wat in de les wordt gezegd
o Reader op zich is in principe achtergrondinformatie → kern is dus wat in de les
wordt gezegd
o Prof zal bij elke les beetje zeggen in hoeverre de tekst belangrijk is (of het eerder
ter uitbreiding is of echt belangrijke inhoud)
- Studentenpresentaties en –papers
o Wat er in de presentaties staat (papers zelf zijn eerder achtergrondinformatie dus
hoef je niet vanbuiten te leren)
• Evaluatie
- Mondeling examen (50 %) met voorbereidingstijd
- Schrijfopdracht (25 %), presentatie (15 %) en discussie (10 %)
- Verplicht om deel te nemen aan alle evaluaties!
1
,Verdiepend strafrecht 2025-2026
• Eindcompetenties
- 1. De fundamenten, structuren, methodologie en systematiek van het (materieel)
strafrecht kennen, begrijpen en toelichten.
- 2. De socio-economische, politieke en historische context van strafrechtspolitieke
ontwikkelingen achterhalen, schatten en duiden.
- 3. Grondig, zelfstandig, juridisch/wetenschappelijk en (rechts)vergelijkend aspecten
van het (materieel) strafrecht evalueren.
- 4. Op gevorderd niveau zelfstandig juridische/wetenschappelijke teksten schrijven
waarbij op een correcte wijze met het bronnenmateriaal omgegaan wordt.
- 5. Op gevorderd niveau zelfstandig mondeling juridisch/wetenschappelijk
argumenteren en communiceren.
- 6. Open, actief en kritisch interdisciplinair reflecteren over onderwerpen en
vraagstukken binnen het kennisdomein.
• Planning
- Hoorcolleges – capita selecta (in principe 8 lessen)
- Gastcollege (1 les – nog te bepalen)
- Presentaties (2 à 3 lessen) (waarschijnlijk die laatste 3 lessen: 1 les in november en 2 in
december)
- Feedbacksessie: feedback over de schrijfopdracht (je kan nl. een voorlopige versie
indienen en daar feedback op te vragen)
• Schrijfopdracht
- De schrijfopdracht zal meer praktisch en casusgericht zijn en de presentatie zal meer
theoretisch zijn → casus met een thema met aantal richtvragen daarbij ter analyse van
die casus ende bedoeling zal dan zijn om in de schrijfopdracht de theorie rond dat
thema toe te passen op de casus (beetje zoals op examen, maar dan uitgebreider)
- Groepswerk
o max. 4 studenten per groep
o Inschrijven in groep (o.b.v. onderwerp) via Ufora
o Deadline: eind november 2025
- Opgave
o Zakelijk-wetenschappelijke analyse van thema uit het materieel strafrecht
o Max. 5000 woorden (excl. voetnoten en bibliografie)
o Via Ufora – eind september 2025
• Presentatie → veel theoretischer
- 20 min. presentatie en 20 min. Discussie
• Discussie
- Elke student voert discussie over het werkstuk van een andere groep (voorziet in een
tweetal inhoudelijke discussievragen)
- Je leest dus de paper van een andere groep en luistert naar de presentatie en je stelt
dan een kritische vraag.
2
,Verdiepend strafrecht 2025-2026
GESCHIEDENIS: STRAFWETBOEKEN TOT VANDAAG
Belang geschiedenis van het strafrecht? → Ideeën over vorming en hervorming van het
strafrecht zijn dikwijls niet volledig nieuw, maar zijn in het verleden al eens geprobeerd (met
wisselend succes)
Ook ideaal voor examenvragen: dit idee in het nieuwe strafwetboek, is dat in het verleden ook al
eens opgekomen en hoe is dat toen afgelopen? Of kun je het nieuw strafwetboek eens
vergelijken met de code Merlin? Welke lessen kunnen we daaruit trekken?
= mooie manier om te peilen naar het inzicht en de reflectie van de studenten
Leerdoelstellingen:
• Historisch kader kennen en de verschillende evoluties/etappes, die te kunnen situeren en
de link te kunnen leggen met het huidige strafrecht, huidige tendensen in de gevangenis
(zoals de overbevolking)
Lesmateriaal
• Geschiedenis: strafwetboeken tot vandaag
- MONBALLYU J., Zes eeuwen strafrecht. De geschiedenis van het Belgische strafrecht
(1400-2000), Acco, 2006, 37-55. → Belangrijkste tekst! (Deze les is gebaseerd op deze
tekst)
- HEIRBAUT D. en VAN DER HAEGEN M., ‘De sprong van Geens: het grootste
codificatieplan uit de Belgische geschiedenis in context’, RW 2017-2018, 1403-1412.
(eerder achtergrondinformatie)
- VANDERMEERSCH D., ‘De hervorming van de wetboeken in strafzaken: een
noodzakelijke sprong van de 19e naar de 21e eeuw’, RW 2020-2021, 402-425. (eerder
achtergrondinformatie)
Inhoudstafel
3
, Verdiepend strafrecht 2025-2026
1/ BRONNEN VAN STRAFRECHT TOT DE FRANSE REVOLUTIE
A. LOKALE RECHTSREGELS VAN DE 15E TOT DE 18E EEUW
• Lokale rechtspraak - rechters zoeken oplossing voor een juridisch probleem in
verschillende bronnen (bv. kerkelijk recht, Romeins recht…)
- Lokaal is hier echt wel het kernwoord → RS is lokaal georganiseerd, rechters gaan
oplossingen zoeken
- Uitspraken worden veelal gebaseerd op het Romeins en het canoniek recht
• Oplossingen worden gebruikt en “Costume” als geheel van rechtsregels dat door een
plaatselijke rechtbank wordt toegepast, ongeacht de oorsprong
- De oplossingen uit de rechtspraak worden hergebruik en op die manier ontstaat er
eigenlijk een drieterm: wetten, coutumen en privilegiën = geheel van de rechtsregels
die lokaal werden toegepast
o Bestond voor een stuk uit plaatselijke wetgeving, maar ook uit lokale vaste
rechtspraak (en dat laatste was dus gebaseerd op Romeins en canoniek recht)
• Centrale overheden vaardigen keuren uit (hertog, graaf)
Lokale heersers gingen Keuren uitvaardigen en gedroegen zich op die manier eigenlijk
als miniatuurvorsten, de vorst die eenzijdig ging zeggen welke regels moesten worden
gevolgd
o Keuren over economische en politieke vrijheden (bv. om marktrecht te verlenen
aan iemand), maar daarnaast ook strafrechtelijke bepalingen
▪ Minimum- en maximumstraffen & strafrechtelijke privileges → bepaalde
categorieën van personen werden niet onderworpen aan tortuur of
godsoordeel en werden dus anders behandeld
Dat verschil in behandeling bestaat vandaag de dag nog steeds:
bv. voorrecht van rechtsmacht – de specifieke behandeling voor
misdrijven die gepleegd zijn door magistraten
Aanvankelijk slechts voor 1 lokaliteit uitgevaardigd maar uiteindelijk kregen andere
lokaliteiten dezelfde rechtsregels zodat er basis was voor centrale wetgeving.
o Latere vorstelijke ordonnantiën
o Want hoewel lokaal geregeld, zag het er op verschillende plekken gelijkaardig uit
• De optekening en homologatie van het lokaal recht bevatte heel weinig strafrecht wat een
verdere romanisatie en de daarmee gepaard gaande unificatie van het strafrecht mogelijk
maakte.
- Men focuste vooral op het gerechtelijk recht en het burgerlijk recht en veel minder op
het strafrecht → maakt latere eenmaking mogelijk
- Niettemin: Strafrecht voor een bepaald rechtsgebied niet erg verschillend van de
omliggende gebieden: vaak zelfde straffen voor zelfde feiten (uitvoering wel vaak
anders)
4
INLEIDING
Praktische informatie
• Opzet van het vak
- Situering
o Dit opleidingsonderdeel is specialiserend van aard en heeft tot doel de studenten
inzicht te verschaffen in de maatschappelijk-historische context, fundamenten
en specifieke deelaspecten van het (materieel) strafrecht, hen een methode aan
te reiken ter analyse van deze aspecten en hen een kritische mening te doen
vormen over strafrechtspolitieke ontwikkelingen ter zake.
- Vorm
o Verdiepende themalessen (hoor- en responsiecolleges)
o Schrijfopdracht (groepswerk)
o Peer teaching (studentenpresentaties)
o Aanzet tot kritische reflectie (discussie na studentenpresentatie)
▪ Studenten moeten een andere groepsopdracht lezen en daarover een kritische
vraag stellen: bv. groepje dat wettige verdediging presenteert heeft op voorhand de
paper van de groep recidive gelezen en die stellen dan na de presentatie over
recidive een kritische vraag daarover
• Begincompetenties
- Dit opleidingsonderdeel bouwt verder op de kennis, vaardigheden en attitudes
verworven in de bachelor rechten, meer bepaald in de opleidingsonderdelen strafrecht
en mensenrechten (plichtsvakken).
- Basiszaken die we dus in het strafrecht hebben gezien worden verondersteld te zijn
gekend. Indien dat dus niet zo is, fris je de leerstof best eens op!
o Op het examen zullen uiteraard geen hoofdvragen worden gesteld over zaken die
aan bod kwamen in het basisvak, maar als ze merken tijdens het examen dat je
de basis niet goed meehebt dan zal het uiteraard moeilijk zijn om nog een goede
score te behalen
• Leerstof
- Hoorcolleges/presentaties (neem notities!)
- Reader (teksten op Ufora) (aparte documenten per thema)
o Bv. de tekst over de geschiedenis zal nadien op ufora komen te staan en komt
grotendeels overeen met wat in de les wordt gezegd
o Reader op zich is in principe achtergrondinformatie → kern is dus wat in de les
wordt gezegd
o Prof zal bij elke les beetje zeggen in hoeverre de tekst belangrijk is (of het eerder
ter uitbreiding is of echt belangrijke inhoud)
- Studentenpresentaties en –papers
o Wat er in de presentaties staat (papers zelf zijn eerder achtergrondinformatie dus
hoef je niet vanbuiten te leren)
• Evaluatie
- Mondeling examen (50 %) met voorbereidingstijd
- Schrijfopdracht (25 %), presentatie (15 %) en discussie (10 %)
- Verplicht om deel te nemen aan alle evaluaties!
1
,Verdiepend strafrecht 2025-2026
• Eindcompetenties
- 1. De fundamenten, structuren, methodologie en systematiek van het (materieel)
strafrecht kennen, begrijpen en toelichten.
- 2. De socio-economische, politieke en historische context van strafrechtspolitieke
ontwikkelingen achterhalen, schatten en duiden.
- 3. Grondig, zelfstandig, juridisch/wetenschappelijk en (rechts)vergelijkend aspecten
van het (materieel) strafrecht evalueren.
- 4. Op gevorderd niveau zelfstandig juridische/wetenschappelijke teksten schrijven
waarbij op een correcte wijze met het bronnenmateriaal omgegaan wordt.
- 5. Op gevorderd niveau zelfstandig mondeling juridisch/wetenschappelijk
argumenteren en communiceren.
- 6. Open, actief en kritisch interdisciplinair reflecteren over onderwerpen en
vraagstukken binnen het kennisdomein.
• Planning
- Hoorcolleges – capita selecta (in principe 8 lessen)
- Gastcollege (1 les – nog te bepalen)
- Presentaties (2 à 3 lessen) (waarschijnlijk die laatste 3 lessen: 1 les in november en 2 in
december)
- Feedbacksessie: feedback over de schrijfopdracht (je kan nl. een voorlopige versie
indienen en daar feedback op te vragen)
• Schrijfopdracht
- De schrijfopdracht zal meer praktisch en casusgericht zijn en de presentatie zal meer
theoretisch zijn → casus met een thema met aantal richtvragen daarbij ter analyse van
die casus ende bedoeling zal dan zijn om in de schrijfopdracht de theorie rond dat
thema toe te passen op de casus (beetje zoals op examen, maar dan uitgebreider)
- Groepswerk
o max. 4 studenten per groep
o Inschrijven in groep (o.b.v. onderwerp) via Ufora
o Deadline: eind november 2025
- Opgave
o Zakelijk-wetenschappelijke analyse van thema uit het materieel strafrecht
o Max. 5000 woorden (excl. voetnoten en bibliografie)
o Via Ufora – eind september 2025
• Presentatie → veel theoretischer
- 20 min. presentatie en 20 min. Discussie
• Discussie
- Elke student voert discussie over het werkstuk van een andere groep (voorziet in een
tweetal inhoudelijke discussievragen)
- Je leest dus de paper van een andere groep en luistert naar de presentatie en je stelt
dan een kritische vraag.
2
,Verdiepend strafrecht 2025-2026
GESCHIEDENIS: STRAFWETBOEKEN TOT VANDAAG
Belang geschiedenis van het strafrecht? → Ideeën over vorming en hervorming van het
strafrecht zijn dikwijls niet volledig nieuw, maar zijn in het verleden al eens geprobeerd (met
wisselend succes)
Ook ideaal voor examenvragen: dit idee in het nieuwe strafwetboek, is dat in het verleden ook al
eens opgekomen en hoe is dat toen afgelopen? Of kun je het nieuw strafwetboek eens
vergelijken met de code Merlin? Welke lessen kunnen we daaruit trekken?
= mooie manier om te peilen naar het inzicht en de reflectie van de studenten
Leerdoelstellingen:
• Historisch kader kennen en de verschillende evoluties/etappes, die te kunnen situeren en
de link te kunnen leggen met het huidige strafrecht, huidige tendensen in de gevangenis
(zoals de overbevolking)
Lesmateriaal
• Geschiedenis: strafwetboeken tot vandaag
- MONBALLYU J., Zes eeuwen strafrecht. De geschiedenis van het Belgische strafrecht
(1400-2000), Acco, 2006, 37-55. → Belangrijkste tekst! (Deze les is gebaseerd op deze
tekst)
- HEIRBAUT D. en VAN DER HAEGEN M., ‘De sprong van Geens: het grootste
codificatieplan uit de Belgische geschiedenis in context’, RW 2017-2018, 1403-1412.
(eerder achtergrondinformatie)
- VANDERMEERSCH D., ‘De hervorming van de wetboeken in strafzaken: een
noodzakelijke sprong van de 19e naar de 21e eeuw’, RW 2020-2021, 402-425. (eerder
achtergrondinformatie)
Inhoudstafel
3
, Verdiepend strafrecht 2025-2026
1/ BRONNEN VAN STRAFRECHT TOT DE FRANSE REVOLUTIE
A. LOKALE RECHTSREGELS VAN DE 15E TOT DE 18E EEUW
• Lokale rechtspraak - rechters zoeken oplossing voor een juridisch probleem in
verschillende bronnen (bv. kerkelijk recht, Romeins recht…)
- Lokaal is hier echt wel het kernwoord → RS is lokaal georganiseerd, rechters gaan
oplossingen zoeken
- Uitspraken worden veelal gebaseerd op het Romeins en het canoniek recht
• Oplossingen worden gebruikt en “Costume” als geheel van rechtsregels dat door een
plaatselijke rechtbank wordt toegepast, ongeacht de oorsprong
- De oplossingen uit de rechtspraak worden hergebruik en op die manier ontstaat er
eigenlijk een drieterm: wetten, coutumen en privilegiën = geheel van de rechtsregels
die lokaal werden toegepast
o Bestond voor een stuk uit plaatselijke wetgeving, maar ook uit lokale vaste
rechtspraak (en dat laatste was dus gebaseerd op Romeins en canoniek recht)
• Centrale overheden vaardigen keuren uit (hertog, graaf)
Lokale heersers gingen Keuren uitvaardigen en gedroegen zich op die manier eigenlijk
als miniatuurvorsten, de vorst die eenzijdig ging zeggen welke regels moesten worden
gevolgd
o Keuren over economische en politieke vrijheden (bv. om marktrecht te verlenen
aan iemand), maar daarnaast ook strafrechtelijke bepalingen
▪ Minimum- en maximumstraffen & strafrechtelijke privileges → bepaalde
categorieën van personen werden niet onderworpen aan tortuur of
godsoordeel en werden dus anders behandeld
Dat verschil in behandeling bestaat vandaag de dag nog steeds:
bv. voorrecht van rechtsmacht – de specifieke behandeling voor
misdrijven die gepleegd zijn door magistraten
Aanvankelijk slechts voor 1 lokaliteit uitgevaardigd maar uiteindelijk kregen andere
lokaliteiten dezelfde rechtsregels zodat er basis was voor centrale wetgeving.
o Latere vorstelijke ordonnantiën
o Want hoewel lokaal geregeld, zag het er op verschillende plekken gelijkaardig uit
• De optekening en homologatie van het lokaal recht bevatte heel weinig strafrecht wat een
verdere romanisatie en de daarmee gepaard gaande unificatie van het strafrecht mogelijk
maakte.
- Men focuste vooral op het gerechtelijk recht en het burgerlijk recht en veel minder op
het strafrecht → maakt latere eenmaking mogelijk
- Niettemin: Strafrecht voor een bepaald rechtsgebied niet erg verschillend van de
omliggende gebieden: vaak zelfde straffen voor zelfde feiten (uitvoering wel vaak
anders)
4