• Verkeerd document? Gratis ruilen
  • Geschreven door studenten die geslaagd zijn
  • Direct beschikbaar na je betaling
  • Online lezen of als PDF
Verkopen
Kies je studieland
Kies je taal
Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 132 pagina's
Samenvatting

psychologie - volledige samenvatting

Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 132 pagina's

In deze samenvatting vind je alle te kennen hoofdstukken voor het vak 'psychologie'. Zowel het handboek, de slides als mijn notities staan erin.

Voorbeeld van de inhoud

PSYCHOLOGIE
HOOFDSTUK 1: OM TE BEGINNEN




INLEIDING

FREUD EN DE PSYCHO-ANALYSE ALS MISLEIDENDE STEREOTYPEN

DE MEEST INVLOEDRIJKE PSYCHOLOOG VOLGENS DE PSYCHOLOGEN ZELF

B.F. Skinner, de vader van het behaviorisme

MYTHES & MISVATTINGEN…

- Niet uitsluitend diagnose en therapie van mentale stoornissen en problemen bij patiënten: ook positieve
psychologie, waarbij cliënten worden geholpen om van normaal naar nog beter functioneren/welzijn te evolueren
(bv., sportpsychologie/prestatiepsychologie)
- Slechts een kleine minderheid beoefent (nog) psychoanalyse (cfr. Freud)
- Is geen psychiatrie (psychologen zijn geen gespecialiseerde artsen die geneesmiddelen mogen voorschrijven)

“DE PSYCHOLOGIE HEEFT EEN LANG VERLEDEN, MAAR EEN KORTE GESCHIEDENIS”

(WILHELM) WUNDT & CO IN 1879 IN LEIPZIG:

Het ‘eerste’ psychologisch laboratorium als officiële start van de psychologie als zelfstandige wetenschap
(‘psychofysica’)



Definitie:

Psychologie (psyche + logos = zielkunde/ geestkunde) is de wetenschappelijke studie van de mentale processen en van
het gedrag (van individuen) (dus zowel intern en extern)

 Breed veld met vele specialismen. De gebruikte methoden, eerder dan het onderwerp, binnen die specialismen in
vergelijking met andere disciplines.

BEELD OVER DE PSYCHOLOGIE

Wordt als wetenschappelijke discipline (en beroep) vaak verkeerd ingeschat: zowel overschatting als onderschatting

EEN CORRECTER ‘PERSPECTIEF’ OP  IS

- Via wetenschappelijke methoden inzichten verwerven over het gedrag en de mentale processen die soms, maar
niet altijd, het ‘gezond verstand’ tegenspreken
- Zo kunnen psychologen illusies, denkfouten (‘biases’) doorprikken en de mensheid handvaten geven om ‘beter’ te
leven


1

,DE FUNDAMENTELE ATTRIBUTIEFOUT

- De neiging van (westerse) mensen om het gedrag van anderen sneller aan interne factoren toe te schrijven (zoals
persoonlijkheidskenmerken), en minder aan externe factoren (zoals de omgeving)

PSYCHOLOGIE VS PSEUDOWETENSCHAP

- Psychologie betwijfelt ongefundeerde beweringen van pseudowetenschappen
- Pseudowetenschappen: elke benadering om fenomenen uit de werkelijkheid te verklaren die geen beroep doet op
de wetenschappelijke methode
- Wetenschappelijke methode: kennis komt voort uit systematische, empirische observaties die publiek
verifieerbaar zijn, met als basishouding nieuwsgierigheid, scepsis/ kritische houding en falsifieerbaarheid

DRIE BELANGRIJKE KENMERKEN VAN DE WETENSCHAPPELIJKE METHODE

1. Systematisch empirisme:
- Vertrekt van sensorische ervaringen en systematische (dus niet anekdotische) observaties als
onderzoeksgegevens
- Vertrouwt niet op gezagsargumenten
2. Publiek verifieerbare kennis:
- Eis van repliceerbaarheid: zelfde procedure → zelfde resultaten
- Clarity first!
- Peer review
3. Toetsbare, falsifieerbare hypothesen/ theorieën:
- Popper: de stelling ‘zwarte zwanen bestaan niet/ alle zwanen zijn wit’ kan je niet bewijzen/ confirmeren door
telkens een witte zwaan als bewijs aan te dragen, wel kan de observatie van één zwarte zwaan de stelling ‘alle
zwanen zijn wit’ ontkrachten

ZEVEN (VAAK COMBINEERBARE) TYPES VAN ONDERZOEKSMETHODEN

1. Naturalistische observaties:
- In real-life omgeving niet-gemanipuleerd gedrag observeren
2. Gevalstudies
- Uitvoerige studie van één bijzonder (leerrijk) geval
3. Interviews:
- Directe (mondelinge) bevraging
- Rapportering niet evident (kwalitatieve methoden)
4. Surveys (vragenlijsten):
- Indirecte (schriftelijke) bevraging
- Steekproef van opinies attidudes, …
- Open en gesloten vragen
5. Tests:
- Standaardisatie: altijd op dezelfde manier?
- Betrouwbaarheid: altijd zelfde uitkomst? (correlatie met zichzelf)
- Validiteit: meet het wat ik wil meten? (correlatie met criterium)
6. Correlationele studies:
- Correlatiecoëfficiënt als maat van lineaire samenhang tussen twee variabelen
- Variërend tussen -1 en +1




2

, Correlatie betekent niet (noodzakelijk) dat er
een causaal verband is!




Correlaties:

o Correlaties houden geen rekening met verwarrende (= storende, confounding) variabelen
o Goed opgezet experiment = beste indicatie causaliteit (= koninklijke weg naar oorzaak-gevolg)

Niet alle verbanden zijn lineair! (bv. omgekeerde U)

7. Experimenten:
- Onderzoeker manipuleert en controleert/standaardiseert om de invloed van zogenaamde
verwarrende/storende/confounding variabelen te kunnen uitsluiten, en zo causale uitspraken te kunnen doen
over de invloed van een onafhankelijke variabele op een afhankelijke variabele
- Onafhankelijke variabele: wordt gemanipuleerd door onderzoeker in verschillende condities (met controlegroep)
- Afhankelijke variabele: waarop onafhankelijke variabele invloed zou kunnen uitoefenen (wordt gemeten)
- Mate van controle/standaardisatie kan variëren: in het veld vs. in laboratorium

NABESPREKING

Correlaties

Examenvraag over correlaties!

Ookal vind je een sterke correlatie, correlaties bewijzen niets qua causaliteit

- Correlaties houden geen rekening met verwarrende (= storende, confounding) variabelen
- Goed opgezet experiment = beste indicatie causaliteit (= koninklijke weg naar oorzaak-gevolg)

Niet alle verbanden zijn lineair!



Afhankelijke en onafhankelijke variabele kunnen geven!



Interne validiteit

= hoe zeker zijn we dat effecten van onafhankelijke variabele/ predictor op afhankelijke variabele/ criterium niet aan
toeval/ verwarrende variabelen/ … kunnen toegeschreven worden?

Externe validiteit

= hoe zeker zijn we dat de resultaten/ conclusie van een empirisch onderzoek kunnen veralgemeend worden naar andere
populaties en situaties?

SAMENVATTING


3

, WHAT’S IN A NAME

Domein dat wetenschappelijke psychologie bestrijdt → zeer breed ➔ veel onenigheid over een preciezere definitie van
‘psychologie’

BELANG VAN KRITISCH DENKEN

2010: Keith Stanovich

- Boek ‘How to think straight about Psychology’
- Psychologie vereist kritisch denken ➔ om wetenschappelijke psychologie te onderscheiden van andere kennis
- Empirische studies tonen dan investeringen in fenomen (zoals telepathie, helderziendheid, bioritmen en
psychische heelkunde) nutteloos zijn



2011: Daryl Bem

- Had in een serie van 9 experimenten een evidentie gevonden voor de mogelijkheid om de toekomst te voorspellen

Voorbeeld experiment:

Proefpersonen moesten uit 2 gordijnen kiezen door op een antwoordknop te drukken. Nadat ze hadden gekozen werd er
via een computer een random getal gegenereerd om te bepalen achter welk gordijn een foto van een erotische scène te
zien zou zijn. Bem ging er vanuit dat de proefpersonen hoopten dat ze telkens het gordijn zouden kiezen dat de erotische
foto’s verborg.

 Als de proefpersonen toevallig zouden kiezen zou er een kans van 50% zijn dat ze voor het ‘juiste’ gordijn kiezen
 Ze kozen in 53.1% van de proefbeurten voor het ‘juiste’ gordijn, wat statistisch meer dan 50% is
 Hieruit besloot hij dat mensen de toekomst konden voorspellen

Heranalyse van dit experiment: beschreven bevindingen waren op een misleidende manier voorgesteld en de
experimenten toonden op geen enkele manier aan dat het mogelijk is om in de toekomst te kijken

FREUD EN PSYCHOLOGIE

- Minder dan 10% van de leden van APA (American Psychological Association) onderschrijft de ideeën van de
psychoanalyse (Stanovitch, 2010)
- Freuds methode van onderzoek: afleiden van wetmatigheden uit klinische gevalstudies ➔ niet representatief
voor gangbare psychologische onderzoeksmethoden
o Associatie van psychologie met psychoanalyse (volgens Stanovitch) = ‘Freudprobleem’

EEN BEKNOPT HISTORISCH OVERZICHT

- Psychologie: jonge wetenschappelijke discipline
- Wilhelm Wundt opende in 1879 aan de universiteit van Leipzig het eerste laboratorium voor experimentele
psychologie
- Niet veel langer dan een eeuw geleden: universiteit van Cambridge weigerde een laboratorium voor psychofysica
te openen ➔ “The topic would insult religion by putting the human soul on a pair of scales (fysische en
psychologische metingen)”



Wetenschappelijke psychologie: wortels in filosofie en fysiologie/ neurologie

→ Illustreert tweevoudig karakter van psychologische kennis

4

Inhoudsopgave

  1. 01 Inleiding 1
    1. Freud en de psycho-analyse als misleidende stereotypen 1
    2. De meest invloedrijke psycholoog volgens de psychologen zelf 1
    3. Mythes & misvattingen… 1
    4. “De psychologie heeft een lang verleden, maar een korte geschiedenis” 1
    5. (Wilhelm) Wundt & co in 1879 in Leipzig: 1
    6. Beeld over de psychologie 1
    7. Een correcter ‘perspectief’ op ( is 1
    8. De fundamentele attributiefout 2
    9. Psychologie vs pseudowetenschap 2
    10. Drie belangrijke kenmerken van de wetenschappelijke methode 2
    11. Zeven (vaak combineerbare) types van onderzoeksmethoden 2
  2. 02 Nabespreking 3
  3. 03 Samenvatting 3
    1. What’s in a name 4
    2. Belang van kritisch denken 4
    3. Freud en psychologie 4
    4. Een beknopt historisch overzicht 4
    5. Methodologische eisen voor wetenschappelijk onderzoek 5
    6. Onderzoeksmethoden 6
    7. Enkele exemplarische voorbeelden 9
    8. Om te onthouden 13
  4. 04 Inleiding 15
    1. Definitie van leren 15
    2. Verschillende vormen van leren 15
    3. Hoe verklaart klassieke conditionering leren? 15
    4. Pavlov en zijn hond 15
    5. Klassieke conditionering 15
    6. Watson en kleine Albert 16
    7. Enkele kernconcepten 16
    8. Hoe verklaart operante conditionering leren? 16
    9. De kat van Thorndike: puzzle-box 16
    10. Skinner’s radicale behaviorisme 16
    11. Operante ruimte // Skinner-box 16
    12. Operante conditionering 16
    13. Operant gedrag: 4 consequenties 17
    14. Klassieke vs. operante 17
  5. 05 Nabespreking 17
    1. APOPO-ratten in actie 17
    2. Klassieke & operante kunnen samenwerken 18
    3. Belang van Garcia & Koelling (1966) 18
  6. 06 Samenvatting 18
    1. Sporters, gokkers en ratten met een goede neus 18
    2. Twee vormen van leren 19
    3. Wat we leerden van de honden van Pavlov 20
    4. Over ratten en duiven in kooien … en over mensen 25
    5. APOPO-ratten in actie 29
    6. Spaart wie zijn kind liefheeft de roede (niet)? 30
    7. De bijgeloofexperimenten 31
    8. Operante conditionering en de behavioristische visie op gedrag: zelfherkenning bij duiven 33
    9. Andere soorten van leergedrag 35
    10. Het mentale leven van apen en ratten 35
    11. Leren hoe de snoepkast open kan door te kijken 36
    12. Om te onthouden 37
  7. 07 Inleiding 38
    1. De kat van Thorndike: puzzle-box 38
    2. Uit autobiografie B.F. Skinner 38
    3. Het Monty Hall-dilemma 38
    4. Falende beloningen door biologische beperkingen 38
    5. De paradoxale effecten van beloningen op school 39
    6. De Zelfdeterminatietheorie 39
    7. Hoe autonome motivatie faciliteren? 39
  8. 08 Nabespreking 40
  9. 09 Samenvatting 40
    1. Het Monty Hall-dilemma 40
    2. Falende beloningen 42
    3. Het principe van de wortel en de stok 44
    4. Beloningen, stereotypie en problemen oplossen 44
    5. Joodse wijsheid 46
    6. Motivatie als drijvende kracht 46
    7. Punished by rewards 48
    8. Skinners principes bij duiven en bij mensen… uit verschillende culturen 51
    9. Skinner: voor en tegen 53
    10. Om te onthouden 53
  10. 10 Inleiding – hoofdstuk 6 54
    1. Sociale blootstelling 54
    2. Sociale facilitatie vs. sociale belemmering 54
    3. Wanneer facilitatie vs. belemmering? 54
    4. Ook bij mensen (Markus, 1978)? 55
    5. Wanneer helpt het (niet) dat er andere mensen aanwezig zijn als je moet presteren? 55
  11. 11 Nabespreking – hoofdstuk 6 55
    1. Sociale activering kan leiden tot sociale facilitatie of sociale belemmering 55
    2. Hoe verhoudt sociaal parasiteren (= social loafing) zich tot de theorie van Zajonc? 55
  12. 12 Samenvatting – hoofdstuk 6 55
    1. Wie is de snelste? 56
    2. Welke afvallen beter als je alleen eet? 56
    3. Sociale belemmering en sociale facilitatie 56
    4. Integratiehypothese van Zajonc 59
    5. Sociale facilitatie op de werkvloer 62
    6. De Avatar als soortgenoot 63
    7. Sociaal parasiteren 63
    8. Stiekem profiteren 64
    9. Sociaal parasiteren begrepen vanuit de sociale-activeringstheorie 64
    10. Waarvoor zoek je nu best gezelschap? 65
    11. Een verhaal van jongens en meisjes 65
    12. Om te onthouden 66
  13. 13 Inleiding – hoofdstuk 7 66
    1. Wat doen anderen? 66
    2. Persoonlijkheidstrekken versus situatiekenmerken 66
    3. Asch (1951): ook conformisme bij makkelijke taken? 66
  14. 14 Nabespreking – hoofdstuk 7 67
    1. Innovatie of minderheidsbeïnvloeding 67
  15. 15 Samenvatting – hoofdstuk 7 67
    1. Over mode, een medewerkster van McDonald’s en een gepest meisje 67
    2. Conformisme, of hoe een meerderheid ons gedrag kan beïnvloeden 68
    3. Gewenste en ongewenste effecten van normatieve sociale invloed 73
    4. Innovatie, of hoe een minderheid toch invloed kan uitoefenen 74
    5. Gehoorzaamheid aan een autoriteit 77
    6. Het effect van situationele factoren bij het helpen van mensen in nood 80
    7. Om te onthouden 83
  16. 16 Inleiding – hoofdstuk 8 84
    1. Causale attributie (of de vraag waarom iemand zich zo gedraagt) 84
    2. Consensus-informatie wordt onderbenut! 84
    3. De fundamentele attributiefout (of correspondence bias) 84
  17. 17 Nabespreking – hoofdstuk 8 85
  18. 18 Samenvatting – hoofdstuk 8 85
    1. Worden priesters pedofielen of worden pedofielen priesters? 85
    2. Causale attributie of de vraag waarom iemand zich zo gedraagt 85
    3. Gebrek aan consensus 86
    4. Opvallendheid 87
    5. De fundamentele attributiefout 87
    6. Culturele verschillen in attributie 89
    7. Het verschil tussen actor en observator 90
    8. De taak van een psychotherapeut 91
    9. Geef de verklaring die het best in jouw kraam past 92
    10. Attributie en reputatie: situationele crisiscommunicatie 93
    11. Blaming the booze… want (enkel) mannen weten waarom 93
    12. Om te onthouden 94
  19. 19 Inleiding – hoofdstuk 10 94
  20. 20 Nabespreking – hoofdstuk 10 94
  21. 21 Samenvatting – hoofdstuk 10 94
    1. Enkele vragen 95
    2. Representativiteitsheuristiek 95
    3. Waaraan doet dit je denken? De kracht van de availabilityheuristiek 103
    4. Hoe waarschijnlijk is het? Redeneren met probabiliteiten 104
    5. Dat kan geen toeval zijn! 106
    6. Self-fulfilling prophecies 106
    7. Verankering en aanpassing: over de Beatles en vastgoedmakelaars 107
    8. Thinking fast and slow: de tweeprocessentheorie van Stanovich en West 109
    9. Om te onthouden 110
  22. 22 Inleiding 111
    1. Emoties 111
    2. Coderingshypothese 111
    3. Decoderingshypothese 111
    4. Samenhang tussen emoties: circumplex 111
  23. 23 Nabespreking 111
    1. Twee soorten coping 111
  24. 24 Samenvatting 112
    1. Hoe portefeuilles en fototoestellen veranderen in vuurwapens wanneer je angstig en kwaad bent 112
    2. Emotie – émotion – exmovere – emovere 112
    3. Dierlijke emoties 112
    4. Emoticons, emoties en leugendetectie aan de Amerikaanse grenzen 113
    5. Emoties in Babylonië 117
    6. Emoties kleuren onze perceptie in het labo … 121
    7. … en elders … 121
    8. … en sturen onze aandacht 122
    9. De risico’s als je me kwaad maakt 123
    10. Wat voel je als je opgewonden bent? 123
    11. Kwade Jan is de baas 125
    12. Emoties aan de onderhandelingstafel 127
    13. Opvliegend Jantje, Kwade Jan? 127
    14. Wat heet dan gelukkig zijn … in verschillende landen 128
    15. Gelukkig zijn, Facebook en geld 129
    16. Om te onthouden 131

Documentinformatie

Geüpload op
16 april 2026
Aantal pagina's
132
Geschreven in
2024/2025
Type
Samenvatting
€23,46

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kan je een ander document kiezen. Je kan het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
Verkocht
19
Volgers
0
Items
14
Laatst verkocht
1 week geleden



Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen