1. NIEREN
1.1 Algemeen
- De nieren hebben verschillende functies:
o Zuivering van wateroplosbare toxines uit het lichaam
o Bewaren van de zout- en waterbalans
o Bewaren van het zuur-base evenwicht
o Elektrolytenbalans
o Bloeddrukregeling door activatie van RAAS as
o Endocriene functie: erythropoëtineproductie (EPO) en activatie van
vitamine D via hydroxylering ( 1-OH )
- Dit gebeurt door achtereenvolgens:
o Massale filtratie van bloed vorming primaire urine
o Massale heropname in het bloed (reabsorptie) van nuttige en niet-toxische
gefiltreerde elementen
o Extra secretie van bepaalde elementen uit het bloed in de urine
o Fijnregeling van de excretie van een aantal elementen (Na+, K+, HCO3-,
water...), waardoor uiteindelijk de
o Definitieve urine gevormd wordt
- Nieren zijn rijkelijk bebloed
- 2 nieren: boonvormige organen thv v/d lenden
- Functionele eenheid = nefron (1 à 1.5 miljoen per nier)
o Elke nefron: eigen doorbloeding
1.1.1 De nierdoorbloeding
- Aanvoering v. arterieel bloed via arteria renalis
- Nierperfusie: 1200 mL/min
o 20% v/h hertdebiet
- Zuurstofextractie: weinig (< 10%)
- Perfusieweerstand bep. door myogene tonus en neurogenen beïnvloeding
o Metabole invloed = verwaarloost
o Myogene tonus: normaal lang perfusie in rust is maximaal
Tonus ↑ als BD ↑
Hierop berust autoregulatie van nierdoorbloeding
Waarbij doorbloeding constant blijft binnen bep. grenzen v/d
BD
!!! omdat nier ingesloten zit in stevig kapsel intrarenale
druk niet ↑ bij bloeddrukstijging
o Bv. hersenen: ook in schedel
- Dmv autoregulatie nierdoorbloeding + nierfunctie behouden bij een (beperkt)
verlaagde BD
- Neurogene invloed: !!! determinant v/d renale doorbloeding
o In rust: invloed verwaarloosbaar nierdoorbloeding is groot
1
, - Nierarteriolen: zowel α – als β- receptoren + sterk OS geïnnerveerd
o Een verhoogde OS activiteit:
Stimulatie α- receptoren nierarteriolen contraheren
(vasoconstrictie) ↓ nierdoorbloeding
Stimulatie β – receptoren:
Verhoogde renine vrijstelling sec arteriolaire
vasoconstrictie oiv angiotensine II
Verhoogde zout- en waterretentie oiv aldosteron
o Kan zeer sterk zijn: tot 80% = van 1200 250 ml/min
o uitsparen van debiet van +/- 1 L/min (dat
eventueel ter beschikking komt voor andere
vaatgebieden)
Deze redistributie komt voor in ≠ situaties (bv. bloedingen,
inspanning…)
- Intrarenale arteriële bloedvaten vertakking in afferente (aanvoerende) arteriolen
(1 per nefron)
o Die het bloed leiden naar de glomerulus
Glomerulus = capillair netwerk waarin bloed gefiltreerd wordt
Filtraat verdwijnt in nefron
Terwijl niet-gefiltreerde bloed (dat nog steeds O2-rijk is) naar
efferente (afvoerende) arteriolen stroomt
- arterieel bloed verdeelt zich in peritubulair capillair netwerk
o Voor uitwisseling van voedingsstoffen en metabolieten met nierweefsel
- veneus (O2-arm) bloed verzamelt terug in Vena renalis
1.1.2 Structuur v/h nefron
1. Afferente arteriole
2. Kapsel van bowman
3. Glomerulus
4. Proximale tubulus
5. Efferente arteriolen
6. Waterdoorlaatbaar dalend deel v/d lis van Henle
7. Voor water impermeabel stijgend deel v/d lis van Henle
8. Distale tubulus
9. Verzamelbuisje
Nefron is opgebouwd uit:
- De glomerulus: bestaat uit een capillair netwerk + kapsel van Bowman
o Hier gebeurt de glomerulaire filtratie
- De tubulus: is een lusvormige buis die bestaat uit:
o De proximale kronkelbuis (tubulus)
o De lis van Henle met een afdalende en stijgende tak
o De distale kronkelbuis (tubulus)
- De verzamelbuisjes (ducti colligentes) collecteren urine uit ≠ nefronen + leiden de
urine naar de nierkelk
2
,Doel nieren
- Constant houden osmolariteit= 290 mOsm / L ("fysiologisch iso-osmotisch" of
isotoon)
- Osmolariteit ECV = osmolariteit ICV => Δ osmolariteit Δ celvolume
afwijkingen in CZS: verwardheid, agressiviteit, tot coma en dood
1.1.3 Macroscopisch uitzicht v/d nier
- Aan buitenzijde: cortex = schors
o Korrelige structuur door aanwezigheid v:d glomeruli
- Medulla = merg
o Gestreepte structuur door convergerende lissen van Henle en de ducti
colligentes
Samen: nierpyramiden
- Urine druppelt thv nierpapillen uit nierpyramiden in de nierkelk
o ≠ nierkelken verzamelen in nierbekken (pelivs)
o van waaruit urine via urineleider (ureter) naar de blaas geleid wordt
o urine verlaat het organisme via urinebuis (uretha)
1.2 Algemene waterhuishouding
- Functie nieren: regulatie v. waterhuishouding v/h lichaam
- Water: !!! component (50-70%)
- Mens afkomstig uit het waterig milieu van de zee (zoals meeste organismen)
o Reflecteert in de samenstelling v/d ≠ compartimenten v/h lichaamswater
- 2 grote compartimenten : intracellulaire en extracellulaire compartiment
o De extracellulaire vloeistoffen: een samenstelling die sterk aanleunt bij
zeewater (vnl component NaCl)
o De intracellulaire vochten: daarentegen zeer rijk aan KCl
3
, - Het extracellulair compartiment is op zijn beurt onderverdeeld in:
o Een interstitieel compartiment
o Het plasmacompartiment
o Het transcellulair compartiment
- De overgang van water tussen ≠ compartimenten is niet vrij + wordt gemedieerd
door ≠ krachten en evenwichten:
o Osmotische, oncotische krachten (colloïd osmotische druk van
bloedplasma)
o Hydraulische krachten
o De aanwezigheid van actieve pompen
die water en/of elektrolyten actief van 1 compartiment de andere
kunnen brengen
- Het intracellulair milieu: constant gehouden door actieve pompen in
celmembraan
o Bv. Na+/K+-ATPase pomp
- Het interstitieel vocht: tussen de cellen
- Het trancellulair vocht: water gevangen in bv. extracellulaire matrix
- Samenstelling v. extracellulair plasmacompartiment: constant gehouden
door nieren
o Voornaamste factor: plasma osmolariteit
Factor bep. door NaCl
Inname v. zout retentie v. water thv de nier + stimularen v/h
dorstgevoel door activatie v/h antidiuretisch hormaan (ADH)
Nier probeert overmaat zout te excreteren door activatie Atrial
Natriuretic Peptide (ANP) + inhibitie v. renine-angiotensine-
aldosteron systeem
- Basisidee: osmotische krachten i/h lichaam zijn stabiel
o Dmv regulatie v/h zout
o Water volgt de wegen die zijn uitgezet door zoutbalans
beweging v. water = secundair fenomeen
- Dagelijks: 180L primaire urine gevormd thv glomeruli
o Thv proximale tubuli en de afdalende tak v/d lis van Henle: massale
hoeveelheid van dit water gereabsorbeerd (reabsorptie)
Passief (want water volgt de actief gereabsorbeerde elementen oiv
osmotische krachten)
o Opstijgende tak v/d lis van Henle en distale tubuli = impermeabel voor
water geen reabsorptie
o Thv verzamelbuisjes (ducti colligentes) = reabsorptie sterk variavel +
fijnregeling v/d diurese (geregeld via ADH)
4