Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 76 pagina's
Samenvatting

Samenvatting- Pathofysiologie III: cardiologie

Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 76 pagina's

Dit is een samenvatting van Pathofysiologie III: cardiologie, uit het eerste semester van het tweede bachelor. Ideaal voor studenten die moeilijker leren uit uitgebreide teksten en nood hebben aan een overzichtelijke, beknopte weergave.

Voorbeeld van de inhoud

Pathofysiologie I: Cardiologie


INLEIDING
- Cardiovasculair stelsel (= bloedsomloop): bloedvaten + hart
- Buizensysteem (aaneengesloten en gesloten systeem)
o Stel er is een probleem op bepaalde plaats → probleem voor de rest v/h systeem
- Functie:
o transport van 𝑂2 + voedingstoffen
o afvoer afvalstoffen
➔ hart pompt bloed rond in bloedvatenstelsel
- 2 delen
1. De vasculatuur: bloedvaten die bloed geleiden doorheen het organisme
2. Het hart: pompfunctie + stuwt het bloed doorheen de vasculatuur voort

- Het hart (centraal): 4 holten
o Linker/rechter voorkamers of atria
o Linker/rechter kamer of ventrikels
- Vanuit linker ventrikel: 𝑂2 - rijk bloed naar ≠ organen en vaatgebieden v/h organisme
o = grote, perifere circulatie
➔ Vanuit capillairen: 𝑂2 en voedingstoffen opgenomen uit bloed + metabole afvalstoffen
afgegeven

- Venen= transportweg (bloed terug naar hart) en capaciteitsruimte
1. Itt arteriën: geen positieve pulsatie druk
2. Drijvende kracht om het bloed tegen Fz naar het hart te pompen
1. Vis-a-tergo = stuwende kracht door drukverschil tussen veneuze capillairen en
rechter atrium → bloed voortgestuwd uit de arteriolen
2. Negatieve aanzuigende kracht: dmv beweging door de thorax, contracties v/d
rechter voorkamer (voor 𝑂2 - arm bloed dat uit circulatie komt) en expansie v/d
linker voorkamer en kamer
- Bloed doorheen weefsel
➔ 𝑂2 - arm bloed via venen v/d grote circulatie terug naar rechter
atrium
➔ bloed naar rechter ventrikel
➔ longen (= kleine, pulmonale circulatie)
➔ 𝑂2 opnemen
➔ 𝑂2 - rijk bloed via linker atrium naar linker ventrikel
➔ bij volgende hartslag naar weefsels gepompt
rechter systeem: systeem over de longen (niet geoxideerd bloed naar de
longen + terug naar hart)
linker systeem: bloed gaat naar alle andere organen
- elk ml bloed die passeert in rechter systeem passeert ook bij links
- Δ tussen beide:
1. De grootte: linker groter volume, vaten
2. De druk (bij rechter is de druk veel lager

1

,2. ANATOMIE VAN HET HART
2.1 De atria
- Dunne wanden en dun septum
o Dikke wand: niet nodig, want druk op de wand v/d atria is klein (vgl ventrikels)
o Septum: scheiding links en rechts
▪ Atriaal septum: tussen linker en rechter atrium
▪ Ventriculair septum: “ “ “ “ kamer
- Vanuit rechter atrium: ontvangt 𝑂2 -arm bloed + bloed naar rechterventrikel
o Rechter atrium: geen belangrijke contractiele functie
- Linker atrium ontvangt 𝑂2 -rijk bloed uit de longen via de 4 venae pulmonales
o Ondanks deze bloedvaten 𝑂2 -rijk bloed vervoeren worden ze venen genoemd, want
geleiden bloed naar het hart toe
- Vanuit linker atrium: bloed naar linker ventrikel
o Linker atrium: bijdrage aan goede pompfunctie v/h hart (itt rechter atrium)
- Voorkamers/atria = ontvangstkamers (collecteren bloed)


2.2 De ventrikels
- Dikke myocardwand en dik septum
o !!! grote kracht- en drukontwikkeling
o Wand rechterventrikel is dunner dan van linkerventrikel
▪ Druk in linkerventrikel >>> druk in rechterventrikel
▪ !!! stuwen wel evenveel bloed weg (volume bloed blijft gelijk)
- Rechter ventrikel: ontvangt bloed uit rechter atrium + pompt bloed via longarterie naar de longen
- Linker “ : “ “ “ linker “ + “ “ via aorta naar perifere weefsels

Atria en ventrikels: gescheiden door fibreuze ringen (elektrisch niet geleidend)
- bovenste en onderste systeem: niet verbonden wat de elektrische geleiding betreft


2.3 Het pericard
- Myocardweefsel (= dwarsgestreept hartspierweefsel): omgeven door 2 ≠ bladen (2 vormen
epitheelweefsel)
1. Endocard
▪ Dun glad vlies aan binnenzijde hartholten (endotheel)
▪ Voortzetting van de binnenbekleding v/d bloedvaten
▪ Functie: verhindert bloedstolling, contractiliteit aanspoelen
2. Pericard
▪ = hartzakje (buitenkant hart, omgeeft het volledige hart)
▪ ~ synoviaal membraan: dun vlies met spec samenstelling dat men rond de
meeste organen kan terugvinden
• Bv. synoviale gewrichten
▪ Een serosa = dun vlies dat een vast orgaan omgeeft
• Ook bv. rond lever, darm …
• Functie: mogelijk maken van beweging in omgeving
▪ Bestaande uit 2 vliezen:
• Visceraal pericard (= epicard)
o Tegen hartspier
• Pariëtaal pericard
o Tussen: virtuele ruimte met kleine hoeveelheid vocht

2

, o Naar buiten toe
o Ontsteking = pericarditis

- Elasticiteit van pericard wijzigt of er ontstaat druk tussen de 2 pericardbladen (bv. door
pericardvocht) → inhibitie normale relaxatie v/h hart
o = externe restrictie cardiomyopathie
▪ Acute pericarditis
• Acute ontsteking v/h pericard
• Infectueus (vaak viraal), auto-immuun (bv. lupus, reumatoïde artritis) of
toxisch
o Inflammatie ≠ infectueus
▪ Inflammatie: ontsteking
▪ infectueus: infectie door micro-organismen
▪ je kan een inflammatie hebben zonder infectie (bv. dmv
immuunsysteem)
▪ Pericardtamponade
• Vochtuitstorting in pericardiale ruimte
o Meer vocht → geen beweging meer mogelijk + ↑ druk lang
binnenkant → pomp weggeduwd door vocht → minder bloed in
hart
• Bv. posttraumatisch door bloeding, kan ook door ontsteking
▪ Pericarditis constrictiva
• Verlittekening v/h pericard door calcificatie of ontsteking
• Membraan niet meer transparant + fibreus (minder elastisch → minder
beweging → functionele beperking)
• Bv. Bij tbc
o Constrictiva of tamponade: rechter ventrikel eerst dichtgeduwd door dunnere wand (voor
linker ventrikel meer kracht nodig)


2.4 De coronaire circulatie
- Hartspier= continu werkende pomp
o Veel 𝑂2 nodig
o Cardiomyocyten: krijgen 𝑂2 vanuit coronaire circulatie
▪ Cardiomyocyten= hartspiercellen
▪ Myocard= hartspierweefsel
- Coronaire circulatie: ontspringt uit de aorta ascendens (net na de aortaklep)
- Grote coronairen liggen bovenop het hart + vertakken in steeds kleinere bloedvaatjes (haarvaten)
die in spier doordringen




- Deze constructie heeft !! consequenties voor pathofysiologie v/d 𝑂2 - voorziening
v/h hart
- Tijden systole: hartspier gecontraheerd + bloedvaten in hartspier toegeknepen
o → geen bevloeiing van het hart mogelijk
o Systole: de fase van de hartcyclus waarin het hart zich samentrekt om
bloed weg te pompen
- Perfusie van de coronairen: dmv passieve druk opgebouwd door elasticiteit v/d aorta tijdens de
diastole

3

, o Perfusie: doorstroming van bloed door de haarvaten (capillairen) van een weefsel of
orgaan
o Diastole: de fase van de hartcyclus waarin het hart ontspant en zich vult met bloed
- Aortaklep gesloten tijdens diastole → bloed naar de coronairen geleid

- Alle aandoening die de diastolische perfusiedruk ↓ → coronaire perfusie in gevaar
o Bv. verkalking van aorta met gedaalde elasticiteit, aortaklepinsufficiëntie (waardoor
bloed naar hartactiviteit terug gaat ipv in de coronairen te stromen)

- Coronairen: vanbuiten naar binnen in de hartspier → perfusie druk ↓ van buiten naar binnen
- Als ventrikelwand verdikt: binnenkant hartspier krijgt minder 𝑂2
o Want afstand tot de coronairen neemt altijd verder toe
▪ → kan leiden tot subendocardiaal infarct

- Coronaire doorbloeding: 250 mL/min. (in rust)
o Enkel tijdens diastole
- Arterio-veneuze zuurstofextractie: +/- 75% en is maximaal (ook in rust)
o !! aspect van de coronaire doorbloeding
o → er blijft geen extractiereserve over (geen reserve, itt andere vaatgebieden) + dat op elke
moment 𝑂2 - behoefte moet gedekt zijn door een geschikte 𝑂2 -toeveor
▪ Maw. Dmv geschikte coronaire doorbloeding
▪ Want geen overschakeling naar anaeroob metabolisme mogelijk
- Als zuurstofaanvoer (doorbloeding) < zuurstofbehoefte
o geen ↑ extractie
o geen anaeroob metabolisme
➔ Energie ↓ → problemen
➔ 𝑂2 aanvoer = 𝑂2 behoefte


2.5 De zuurstofbehoefte van het myocard
- 𝑶𝟐 – behoefte opgesplitst in 2 componenten
o Basale zuurstofbehoefte
▪ nodig om het celleven in stand te houden (zoals bij alle cellen)
▪ Gering: < 20% v/d energiebehoefte in rust
▪ Constant
▪ Vnl. nodig voor het leveren v/d energie voor ionenpompen (bv. Na+/Ka+ -ATPase)
o Activiteitszuurstofbehoefte
▪ Nodig voor onderhoud v/d pompfunctie v/h hart
▪ Groot
▪ Variabel
▪ Voor zowel relaxatie als contractie:
• Relaxatie: om actieve heropname van 𝐶𝑎2+ - ionen in het sarcotubulair
systeem (tegen de concentratiegradiënt)
• Contractie: om voldoende ATP te kunnen vormen
o Nodig voor vorming actine-myosine bruggen
o Vnl. het linker ventrikel: veel 𝑂2 nodig
▪ Afhankelijk van:
• Hartfrequentie: evenredig met 𝑶𝟐 – behoefte
• Het iontropisme (= contractiekracht van de hartspier): 𝑶𝟐 – behoefte
evenredig met:

4

Documentinformatie

Geüpload op
16 april 2026
Aantal pagina's
76
Geschreven in
2025/2026
Type
Samenvatting
€8,99

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kan je een ander document kiezen. Je kan het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Verkocht
0
Volgers
0
Items
9
Laatst verkocht
-



Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen