Wat is globalisering?
Globalisering = landen worden steeds meer met elkaar verbonden.
Dat gebeurt vooral op:
• Economisch vlak (handel, bedrijven, geld, …).
• Politiekvlak (internationale samenwerking).
Landen werken meer samen en zijn afhankelijk van elkaar.
Wat verandert er door globalisering?
• Meer handel in goederen: producten worden wereldwijd gemaakt en verkocht. Landen
specialiseren zich in wat ze het best kunnen produceren.
• Meer internationale diensten: diensten worden wereldwijd aangeboden. Dankzij
internet kunnen diensten makkelijk over grenzen gaan.
• Meer kapitaal: geld beweegt snel tussen landen. Geldverkeer is stek gegroeid door
digitalisering.
Wat gebeurt er bij politieke integratie?
Landen werken samen in internationale organisaties zoals: EU, WTO, …
Doel: handel makkelijker maken en regels afspreken.
Wat is deglobalisering?
Deglobalisering = het omgekeerde van globalisering.
Landen richten zich meer op hun eigen economie.
Oorzaken kunnen zijn:
• Oorlog.
• Handelsconflicten.
• Pandemie.
• Protectionisme (eigen bedrijven beschermen).
Wat zijn belangrijke momenten geweest in de geschiedenis?
1. Industriële revolutie (18de-19de eeuw): start van moderne globalisering (machines,
fabrieken, trainen, stoomschepen, …).
2. Na WO II (Marshallplan): hielp Europa economisch herstellen (internationale
samenwerking en groei wereldhandel).
3. Val van de Berlijnse Muur (1989): zorgde ervoor dat Oost-Europa zich openstelde voor
de wereldeconomie.
4. China wordt lid van de WTO (2001): toename export, goedkopere productie, groei
wereldhandel (enorme boost aan globalisering).
,Wat is nu een belangrijke evolutie?
Nu is er een sterke groei van:
• Diensten.
• Digitale economie.
• Internationale investeringen.
• Geldverkeer.
Globalisering draait vandaag veel rond data en geld, niet alleen rond fabrieken.
Door globalisering doen bedrijven aan offshoring, wat is dat?
Offshoring = bedrijven verplaatsen hun productie naar landen waar de lonen lager zijn:
• Lagere loonkosten.
• Lagere productiekosten.
• Meer winst.
Gevolg: producten worden goedkoper, maar productie verdwijnt soms uit rijke landen.
Wat is het effect van technologische voorruitgang op globalisering?
Door technologische ontwikkelingen is globalisering sterk versneld.
Belangrijke veranderingen:
• Sneller transport (containerschepen, vliegtuigen, …).
• Internet en digitale communicatie.
• Goedkope internationale telefonie.
• Geavanceerde logistiek.
Bedrijven kunnen wereldwijd samenwerken alsof ze in één land zitten.
Er ontstaan internationalere en complexere bedrijfsprocessen. Productie gebeurt in
verschillende landen.
Wat zijn mondiale waardeketens?
Mondiale waardeketens = productieprocessen dat verspreid is over meerdere landen.
Elke stap in het productieproces gebeurt waar het:
• Het goedkoopst is.
• Het meest efficiënt is.
• De juiste kennis aanwezig is.
Dit noemen we global value chains.
,Wat is hyperglobalisering?
Hyperglobalisering = een periode (1990-2008) van extreem snelle en sterke globalisering.
Kenmerken:
• Explosieve groei wereldhandel.
• Sterke toename kapitaalstroom.
• Multinationals wereldwijd actief.
• Productie volledig internationaal georganiseerd.
De wereld werd economisch sterker verbonden dan ooit.
Wat gebeurt er vandaag?
Na 2008 (financiële crisis) zien we:
• Meer protectionisme.
• Handelsconflicten.
• Meer aandacht voor eigen productie.
Dat kan leiden tot (gedeeltelijke) deglobalisering.
Wat is BBP?
BBP (Bruto Binnenlands Product) = de totale waarde van alle eindproducten en diensten die
binnen de grenzen van een land worden geproduceerd in een bepaalde periode (1 jaar).
• Alleen eindproducten.
• Alleen productie binnen het land.
• Meet de grootte van een economie.
BBP = maatstaaf voor economische activiteit.
Wat is trade-to-GDP ratio?
Formule: (Export + Import)/BBP
Dit meet hoe open een land is voor internationale handel.
• Hoge ratio: land is sterk afhankelijk van internationale handel (veel export en import).
• Lage ratio: land produceert vooral voor eigen markt (minder afhankelijk van
internationale handel).
, Hoe is globalisering veranderd na COVID-19?
De pandemie toonde hoe kwetsbaar mondiale waardeketens zijn. Veel landen en bedrijven
begonnen hun strategie te herdenken.
1. Beleidsmatig (overheden): overheden beseften dat ze te afhankelijk waren van andere
landen voor belangrijke producten. Daarom evalueren landen het belang van
strategische sectoren (veiligheid, gezondheid, economie, …).
2. Ondernemingen (bedrijven): bedrijven pasten hun strategie aan om risico’s te
verminderen.
• Beperken of terugschroeven van investeringen. Meer focus op stabiliteit i.p.v.
enkel lage kosten.
• Verplaatsen of herschikken van aanvoerketens. Grotere voorraden i.p.v. just-in-
time.
• Van single sourcing (= één leverancier) naar Multi sourcing = meerdere
leveranciers.
• Re-shoring (= productie terughalen naar eigen land) en nearshoring (= productie
dichter bij eigen land laten doen).
Wat zijn voordelen van globalisering?
• Minder extreme armoede (meer jobs).
• Productiviteitsgroei.
• Groei van income per capita (inkomen per persoon).
• Lage inflatie door goedkope productie in lageloonlanden.
Wat zijn nadelen van globalisering?
• Verlies van industriële banen in ontwikkelde landen (verhuizen naar lageloonlanden).
• Ongelijke verdeling van welvaart.
• Impact op milieu.
Wat zijn voordelen van deglobalisering?
• Bewaren van technologische know-how door productie terug te halen.
• Hoogwaardige jobs.
• Klimaat en milieu.
Wat zijn nadelen van deglobalisering?
• Complex op korte termijn want aanvoerketens zijn sterk internationaal verweven.
• Hoge investeringen (nieuwe fabrieken).
• Tijdintensief (duurt jaren).