1. Teken een nucleotide
Opgedeeld uit 3 grote onderdelen
o Pentosesuiker
Pentose = 5 C-atomen
Ribose = 5ring met O
Op 2e C-atoom
H DNA (deoxyribonucleïnezuur)
OH RNA (ribonucleïnezuur)
o Fosfaatgroep
Op 5e C-atoom
3 indien vrije dNTP
1 indien ingebouwd in DNA
o (nucleo)/stikstofhoudende base
Purine (grote): A en G
Pyrimidine (kleine): C en T
2. Leg DNA-replicatie volledig uit alsook tekenen.
Wat is het? Verdubbeling van DNA om te kunnen verdelen over de dochtercellen
Fase 1: voorbereidingsfase
o Replicatiestartpunt = origin/ori
Ongeveer 300 nucleotiden lang
Initiatorproteïnen hechten hierop wikkelen DNA rond zich herkenningspunt
andere enzymen
o Denaturatie = verbreken van de DNA dubbele helix door het enzym helicase replicatiebel
Denaturatie = verbreken van H-bruggen
o Stabilisatie door enkelstrengige bindingsproteïnen (single stranded binding protein)
Niet opnieuw H-bruggen vormen
o Topoïsomerasen zorgen voor relaxatie van DNA
Fase 2: eigenlijke DNA-replicatie
o DNA-polymerase III: voegt nucleotiden toe en doet aan proofreading
o Aanvang vereist reeds een P-suikergroep om te binden
o Oplossing: DNA-primase maakt RNA-primer
o DNA-polymerase kan starten met verlengen van de primer
Primer wordt verwijderd door exonuclease en ingevuld door het DNA-polymerase I
o Leading strand
Start: klein stukje RNA (= primer) door enzym DNA-primase
DNA-polymerase III bouwt dNTP’s in steeds in 5’3’ continu
RNA-primer wordt verwijderd door exonuclease ingevuld door DNA-polymerase I
2 strengen aan elkaar door ligase
o Lagging strand
Start: primer
DNA-polymerase III
Okazaki-fragmenten
DNA-polymerase I: RNA-
primer verwijderen door
exonuclease DNA
inbouwen door DNA-
polymerase I
Twee strengen aan elkaar: ligase
3. Wat is 5’ capping en waarvoor dient het?
, Bij eukaryoten gebeurt de transcriptie in de nucleus en moet voor de translatie het mRNA de nucleus
verlaten. Hierdoor zijn er aanpassingen nodig aan het mRNA. Hierdoor wordt precursor mRNA (pre-
mRNA mRNA) Er zijn 3 aanpassingen, met als eerste stap de 5’ cap (verder 3’ poly A-staart en
splicing)
Wat is het?
Bij eukaryoten wordt aan het 5’-uiteinde van het pre-mRNA een gemodificeerd guanosine (GTP)
toegevoegd via een 5’-5’-trifosfaatbrug, waarbij methylgroepen op de base guanine en ribose worden
aangebracht. Dit gebeurt tijdens de transcriptie, nog vóór deze volledig is.
Slide: aan de 5e van eerste suikergroep van nucleotide = PPP. Binden van GTP (base guanine).
Toevoegen van extra methylgroepen. Wanneer = tijdens transcriptie
Waarvoor dient het?
Bescherming tegen afbraak
Aanhechting van ribosoom zodat initiator tRNA het startcodon (AUG) kan herkennen, dus belangrijk
voor de translatie
4. Verschil topoïsomerase I en II
Enzymen die het aantal windingen van een DNA-molecule kunnen veranderen door een knip aan te
brengen in 1 of beide strengen van een DNA-molecule. Tijdens replicatie zorgt dit enzym voor de
relaxatie van supercoiled (= superopgerold) DNA.
Topoïsomerase I Topoïsomerase II
Monomeer Dimeer
Knipt 1 van strengen draait die om andere Knipt beide strengen trekt intact stuk van
streng heen lijmt de breuk keten erdoor alvorens de breuk te verzegelen
ATP-onafhankelijk ATP-afhankelijk
5. Leg translatie volledig uit alsook tekenen.
In deze stap wordt mRNA omgezet tot een eiwit.
3 vormen van RNA zijn hierbij betrokken
o mRNA (= messenger RNA): enkelstrenginge keten complementair met het deel van het DNA
actief gen (aangemaakt door RNA-polymerase II in kern) migreert via cytoplasma naar
ribosoom