Hoofdstuk 1: Algemene inleidende beschouwingen
INLEIDING
Bio-antropologie = de wetenschappelijke studie van de mens
ANTROPOLOGIE EN DIENS SUBVELDEN
Antropologie = de studie van de mensheid in al zijn vormen
➔ Biologie produceert cultuur, maar cultuur kan biologie beïnvloeden
➔ Cultuur differentieert mensen van andere dieren
➔ Wij bestuderen deze patronen in de bioculturele antropologie
Men spreekt over de ‘4-field approach’
- 4 deelgebieden:
1) Culturele antropologie
= de studie van menselijke samenlevingen, vooral in cross-culturele context
(verschillende culturen)
2) Linguïstische antropologie
= studie van taal, geschiedenis van taal en hun gebruik in verschillende samenlevingen en
culturen
3) Archeologie
= studie van de materiele cultuur van vroegere bevolkingen/beschavingen
= artefacten (stenen, vuistbijlen, zwaarden, …)
= nieuw ontwikkeld gebied -> archeogenetica
4) Biologische antropologie
= een biologische antropoloog is elke wetenschapper die de menselijke soort vanuit
evolutionair perspectief bestudeert
reikwijdte van de biologische antropologie
4 centrale velden van de biologische antropologie:
1) Paleoantropologie
= studie van de fossiele overblijfselen van voorouderlijke mensachtigen en hun naast
verwanten (primaten)
o onderzoek begint met veldwerk
o veel van het wetenschappelijke werk gebeurt in musea en universitaire labo’s -> waar de
exemplaren worden bewaard voor gedetailleerde studie
2) skeletbiologie
= studie van het menselijke skelet en de patronen en processen van menselijke groei,
fysiologie en ontwikkeling
o Antropometrici = Eerste generatie van biologische antropologen -> zij deden gedetailleerde
metingen van het menselijk lichaam
3) paleopathologie (paleo + pathos + logos)
= studie van ziekten bij oude menselijke populaties en de studie van menselijke resten in een
archeologische context
Bv. Sporen van infecties op botten en schedels
, 4) Forensische antropologie
= studie van de identificatie van skeletresten en van de wijze waarop een individu stierf
o Oorlogsmisdrijven (genocide)
o Moord: doodsoorzaak en sporenonderzoek
o Verkrachting
Een massagraf wordt door antropologen onderzocht
Naast de 4 centrale velden van de biologische antropologie zijn er nog enkele andere vakgebieden
1) Primatologie
= studie van niet-menselijke primaten en hun anatomie, genetica, gedrag en ecologie
▪ Niet menselijke primaten (chimpansees, gorilla’s, bavianen, …) worden bestudeerd
omdat ze inzicht geven in hoe de evolutie de menselijke soort gevormd heeft
o Pioniers
▪ Jane Goodall (chimpansees)
➢ het klassieke beeld van chimpansees als brave dieren die als huisdieren
gebruikt kunnen worden is fout -> chimpansees zijn zeer
agressief/gewelddadig en territoriaal
➢ ze toonde agressie onder chimpansees aan
▪ Diane Fossey (gorilla’s)
▪ Nu: Richard Wrangham
2) Menselijke biologie
= studie van de menselijke groei en ontwikkeling, bestuderen de adaptatie aan extreme
omgevingsomstandigheden en menselijke genetica
o Voedingsantropologie
o Studie van de samenhang tussen dieet, cultuur en evolutie
o Variaties tussen individuen en groepen
Minder belangrijke vakgebieden:
1) Biomedische antropologie
= biomedische antropologen bestuderen hoe menselijke culturele praktijken de verspreiding
van infectieziekten beïnvloeden en hoe effecten van vervuiling in het milieu de menselijke
groei beïnvloeden
2) Moleculaire antropologie
= een genetische benadering van de menselijke evolutiewetenschap die de verschillen tussen
mensen en niet-menselijke primaten probeert te begrijpen.
,DE OORSPRONG VAN DE MODERNE BIO-ANTROPOLOGIE
Darwin’s On the Origin of Species (boek, 1859)
o Dit was Darwins introductie van een evolutionair perspectief en het maakte veel van de oude
debatten over de menselijke oorsprong irrelevant
➔ Het monogenisme vs polygenisme debat werd irrelevant
= dit debat ging over dat de mens voortkwam uit één ras (monogenisme) of verschillende
rassen (polygenisme)
= de studie van de natuurlijke geschiedenis van de mens werd NU GERICHT op de
evolutionaire geschiedenis van onze soort
o In Noord-Amerika vormde er zich een academische discipline = ‘physical anthropology’
➔ In de eerste helft van de 20ste eeuw vooral bezig met antropometrie (lichaam, constitutie en
cranium)
Nieuwe fysische antropologie
o Deze omarmde de dynamische visie op evolutie die werd gepromoot door de aanhangers van
de ‘Neo-Darwinistische synthesis van genetica, anatomie, ecologie en gedrag met
evolutietheorie van Darwin
➔ De studie van menselijke rassen als afzonderlijke categorieën maakte plaats voor de studie
van evoluerende populaties, met de nadruk op hoe menselijke populaties zich aanpassen aan
omgevingsomstandigheden
Paleoantropologie
o Deze heeft een revolutie teweeggebracht door middel van:
➔ Nieuwe dateertechnieken
➔ De toepassing van een multidisciplinaire benadering om oude omgevingen te begrijpen
, Hoofdstuk 2: evolutie, natuurlijke selectie en adaptatie
1. INLEIDING
Jaren 1920 (roaring twenties)
Hevige strijd tussen wetenschap en creationisme
▪ Een school in Amerika wou de leer van creationistische overtuigingen (god) over de
oorsprong van de mens de zogenaamde ‘intelligent design’ introduceren als
‘wetenschappelijk alternatief voor de evolutieleer’ -> MAAR was een vermomming
van het creationisme
o John Scopes kreeg verbod op het lesgeven over evolutietheorie in V.S.
▪ Hij was leerkracht die wel de EVOLUTIETHEORIE onderwees, maar hierbij had hij de
wet gebroken en kreeg hij een verbod
o ‘The Scopes Trial’: proces tegen de leerkracht John Scopes, die de evolutietheorie
onderrichtte
▪ advocaat Clarence Darrow vertegenwoordigde de leerkracht John Scopes, die de
evolutietheorie onderrichte
2. DE OORSPRONG VAN HET MODERNE EVOLUTIEDENKEN
- Oude Grieken (Aristoteles – ‘great chain of being’)
Aan de Oude Grieken worden de eerste geschreven pogingen toegeschreven om de
natuurlijke wereld te begrijpen en onze plaats daarin te begrijpen
Aristoteles geloofde in de onveranderlijkheid van soorten (ze kunnen zich niet
aanpassen, elke levende vorm heeft een absoluut vaste essentie) en hij geloofde dat al
het leven was geordend in een overzichtelijke, hiërarchische ladder met mensen aan de
top van de ladder
- De renaissance is een belangrijke stap in de evolutie van de wetenschap
o Ten eerste: wetenschappelijke studie van de menselijke anatomie werd gebracht door grote
kunstenaars uit de renaissance
• Leonardo Da Vinci
• Vesalius (= stichter van de moderne anatomie)
➢ ‘De Humani Corporis Fabrica’ = medische teksten over de structuur van
menselijk lichaam van Vesalius, werden gebruikt als standaard medische
tekst en vervanfen de werken van Galen
INLEIDING
Bio-antropologie = de wetenschappelijke studie van de mens
ANTROPOLOGIE EN DIENS SUBVELDEN
Antropologie = de studie van de mensheid in al zijn vormen
➔ Biologie produceert cultuur, maar cultuur kan biologie beïnvloeden
➔ Cultuur differentieert mensen van andere dieren
➔ Wij bestuderen deze patronen in de bioculturele antropologie
Men spreekt over de ‘4-field approach’
- 4 deelgebieden:
1) Culturele antropologie
= de studie van menselijke samenlevingen, vooral in cross-culturele context
(verschillende culturen)
2) Linguïstische antropologie
= studie van taal, geschiedenis van taal en hun gebruik in verschillende samenlevingen en
culturen
3) Archeologie
= studie van de materiele cultuur van vroegere bevolkingen/beschavingen
= artefacten (stenen, vuistbijlen, zwaarden, …)
= nieuw ontwikkeld gebied -> archeogenetica
4) Biologische antropologie
= een biologische antropoloog is elke wetenschapper die de menselijke soort vanuit
evolutionair perspectief bestudeert
reikwijdte van de biologische antropologie
4 centrale velden van de biologische antropologie:
1) Paleoantropologie
= studie van de fossiele overblijfselen van voorouderlijke mensachtigen en hun naast
verwanten (primaten)
o onderzoek begint met veldwerk
o veel van het wetenschappelijke werk gebeurt in musea en universitaire labo’s -> waar de
exemplaren worden bewaard voor gedetailleerde studie
2) skeletbiologie
= studie van het menselijke skelet en de patronen en processen van menselijke groei,
fysiologie en ontwikkeling
o Antropometrici = Eerste generatie van biologische antropologen -> zij deden gedetailleerde
metingen van het menselijk lichaam
3) paleopathologie (paleo + pathos + logos)
= studie van ziekten bij oude menselijke populaties en de studie van menselijke resten in een
archeologische context
Bv. Sporen van infecties op botten en schedels
, 4) Forensische antropologie
= studie van de identificatie van skeletresten en van de wijze waarop een individu stierf
o Oorlogsmisdrijven (genocide)
o Moord: doodsoorzaak en sporenonderzoek
o Verkrachting
Een massagraf wordt door antropologen onderzocht
Naast de 4 centrale velden van de biologische antropologie zijn er nog enkele andere vakgebieden
1) Primatologie
= studie van niet-menselijke primaten en hun anatomie, genetica, gedrag en ecologie
▪ Niet menselijke primaten (chimpansees, gorilla’s, bavianen, …) worden bestudeerd
omdat ze inzicht geven in hoe de evolutie de menselijke soort gevormd heeft
o Pioniers
▪ Jane Goodall (chimpansees)
➢ het klassieke beeld van chimpansees als brave dieren die als huisdieren
gebruikt kunnen worden is fout -> chimpansees zijn zeer
agressief/gewelddadig en territoriaal
➢ ze toonde agressie onder chimpansees aan
▪ Diane Fossey (gorilla’s)
▪ Nu: Richard Wrangham
2) Menselijke biologie
= studie van de menselijke groei en ontwikkeling, bestuderen de adaptatie aan extreme
omgevingsomstandigheden en menselijke genetica
o Voedingsantropologie
o Studie van de samenhang tussen dieet, cultuur en evolutie
o Variaties tussen individuen en groepen
Minder belangrijke vakgebieden:
1) Biomedische antropologie
= biomedische antropologen bestuderen hoe menselijke culturele praktijken de verspreiding
van infectieziekten beïnvloeden en hoe effecten van vervuiling in het milieu de menselijke
groei beïnvloeden
2) Moleculaire antropologie
= een genetische benadering van de menselijke evolutiewetenschap die de verschillen tussen
mensen en niet-menselijke primaten probeert te begrijpen.
,DE OORSPRONG VAN DE MODERNE BIO-ANTROPOLOGIE
Darwin’s On the Origin of Species (boek, 1859)
o Dit was Darwins introductie van een evolutionair perspectief en het maakte veel van de oude
debatten over de menselijke oorsprong irrelevant
➔ Het monogenisme vs polygenisme debat werd irrelevant
= dit debat ging over dat de mens voortkwam uit één ras (monogenisme) of verschillende
rassen (polygenisme)
= de studie van de natuurlijke geschiedenis van de mens werd NU GERICHT op de
evolutionaire geschiedenis van onze soort
o In Noord-Amerika vormde er zich een academische discipline = ‘physical anthropology’
➔ In de eerste helft van de 20ste eeuw vooral bezig met antropometrie (lichaam, constitutie en
cranium)
Nieuwe fysische antropologie
o Deze omarmde de dynamische visie op evolutie die werd gepromoot door de aanhangers van
de ‘Neo-Darwinistische synthesis van genetica, anatomie, ecologie en gedrag met
evolutietheorie van Darwin
➔ De studie van menselijke rassen als afzonderlijke categorieën maakte plaats voor de studie
van evoluerende populaties, met de nadruk op hoe menselijke populaties zich aanpassen aan
omgevingsomstandigheden
Paleoantropologie
o Deze heeft een revolutie teweeggebracht door middel van:
➔ Nieuwe dateertechnieken
➔ De toepassing van een multidisciplinaire benadering om oude omgevingen te begrijpen
, Hoofdstuk 2: evolutie, natuurlijke selectie en adaptatie
1. INLEIDING
Jaren 1920 (roaring twenties)
Hevige strijd tussen wetenschap en creationisme
▪ Een school in Amerika wou de leer van creationistische overtuigingen (god) over de
oorsprong van de mens de zogenaamde ‘intelligent design’ introduceren als
‘wetenschappelijk alternatief voor de evolutieleer’ -> MAAR was een vermomming
van het creationisme
o John Scopes kreeg verbod op het lesgeven over evolutietheorie in V.S.
▪ Hij was leerkracht die wel de EVOLUTIETHEORIE onderwees, maar hierbij had hij de
wet gebroken en kreeg hij een verbod
o ‘The Scopes Trial’: proces tegen de leerkracht John Scopes, die de evolutietheorie
onderrichtte
▪ advocaat Clarence Darrow vertegenwoordigde de leerkracht John Scopes, die de
evolutietheorie onderrichte
2. DE OORSPRONG VAN HET MODERNE EVOLUTIEDENKEN
- Oude Grieken (Aristoteles – ‘great chain of being’)
Aan de Oude Grieken worden de eerste geschreven pogingen toegeschreven om de
natuurlijke wereld te begrijpen en onze plaats daarin te begrijpen
Aristoteles geloofde in de onveranderlijkheid van soorten (ze kunnen zich niet
aanpassen, elke levende vorm heeft een absoluut vaste essentie) en hij geloofde dat al
het leven was geordend in een overzichtelijke, hiërarchische ladder met mensen aan de
top van de ladder
- De renaissance is een belangrijke stap in de evolutie van de wetenschap
o Ten eerste: wetenschappelijke studie van de menselijke anatomie werd gebracht door grote
kunstenaars uit de renaissance
• Leonardo Da Vinci
• Vesalius (= stichter van de moderne anatomie)
➢ ‘De Humani Corporis Fabrica’ = medische teksten over de structuur van
menselijk lichaam van Vesalius, werden gebruikt als standaard medische
tekst en vervanfen de werken van Galen