INTRODUCTIE RESTAURATIEVE TANDHEELKUNDE
Reconstructieve tandheelkunde =
1. Conserverende tandheelkunde (= direct vast herstel, bvb vulling)
2. Kroon en brugwerk (= indirect vast herstel, hierbij komt veel meer kijken; labo, meerdere
consultaties)
3. Uitneembare prothese
CONSERVERENDE TANDHEELKUNDE
- Vullingen
- Esthetische opbouw in
composiet
- Bleaching
We werken met rubberdam als we iets adhesiefs doen = droog milieu
DIRECT VS INDIRECT
Directe Partiele restauratie Kroon
composietvulling (keramisch)
Tandweefsel verlies Beperkt verlies door Middelgroot defect Uitgebreid
cariës of fractuur door cariës of verlies/vervanging van
fractuur kroon
Gezonde wanden > 2 wanden met > 1 wand met intacte Geen intacte wanden
intacte glazuurlaag, glazuurlaag, > 2 mm met gezond glazuur
>2mm dikte, geen dikte
knobbel betrokken (knobbelbedekking
indien < 2 mm)
Andere factoren Casus laat efficiente Bij verandering van Bij verandering van
isolatie toe tijdens de morfologie/occlusie morfologie/occlusie
hele procedure gebarsten tand gebarsten tand
KROON- EN BRUGWERK
- Kronen (= tand op bestaande wortel)
1
,- Bruggen (= overspanning van 1 of meerdere tanden
waarbij soms extra tanden ontbreken)
- Implantaat
- Uitgebreid direct herstel
(donderdag)
Meestal met tussenkomst van een labo, meerdere consultaties
2
,UITNEEMBARE PROTHESE
- Uitneembare totale prothese (UTP, tandloze mensen)
- Uitneembare partiele prothese (UPP)
- Frameprothese (= minder kunststof, comfortabeler, duurder)
3
, ANAMNESE EN AANTASTING VAN DE TAND
TANDHEELKUNDIGE ANAMNESE
= inzicht krijgen over de mondgezondheid en tandheelkundige voorgeschiedenis van de
patiënt.
- Ingesteldheid van de patiënt t.o.v. tandheelkunde en behandelingen
Komt die enkel bij problemen VS trouw/frequent op controle
- Frequentie en aard van vroegere tandheelkundige bezoeken
Idee van de therapietrouwheid van de patiënt, gewoonten/gevoeligheden van patiënt
- Preventieve maatregelen genomen door patiënt
(poets- en eetgewoontes)
- Problemen bij vroegere behandelingen
Ergens slecht op reageren, moeilijk te verdoven… => mogelijke limitaties
- Restauratieve falingen (gebroken/gebarsten) kwaliteit van huidige
Mogelijke parafuncties bij de patiënt
- Trauma en infectie
Verder kijken dan de tanden, trauma op lange termijn opvolgen (late effecten; verkleuring
tand door disruptie van de bloedtoevoer = zenuw van tand dood)
- Sensitiviteit
vaak deel van wortel bloot/beginnende parodontitis
- Pijn
- Risicofactoren
RISICO’S
Dieet: suikerinname
Plaquecontrole: niet frequente en inefficiënte (bvb ouderen die fijne motoriek
verliezen) mondhygiëne MAAR ook invloed van ons (overhangende vullingen =>
moeilijk reinigbaar)
Fluoridegebruik
Speeksel: bij te lage vloei/verlaagde buffercapaciteit (=> bescherming verminderd)
= Vorming van cariës (= multifactorieel)
1. Vatbaar tand oppervlak
2. Vorming plaque + bacteriën hechten
3. Zuur aanmaak (door inname bepaalde voeding) +
pH verandering
4. Verandering in dynamisch evenwicht van
mineralen
5. Mineralen lossen op in speeksel (kan terug
neerslaan = herstel/niet = demineralisatie)
6. Initiatie tand cariës
Er moeten micro-organismen (die zuurhoudende
stoffen als voeding gebruiken) op de tand zijn
4
Reconstructieve tandheelkunde =
1. Conserverende tandheelkunde (= direct vast herstel, bvb vulling)
2. Kroon en brugwerk (= indirect vast herstel, hierbij komt veel meer kijken; labo, meerdere
consultaties)
3. Uitneembare prothese
CONSERVERENDE TANDHEELKUNDE
- Vullingen
- Esthetische opbouw in
composiet
- Bleaching
We werken met rubberdam als we iets adhesiefs doen = droog milieu
DIRECT VS INDIRECT
Directe Partiele restauratie Kroon
composietvulling (keramisch)
Tandweefsel verlies Beperkt verlies door Middelgroot defect Uitgebreid
cariës of fractuur door cariës of verlies/vervanging van
fractuur kroon
Gezonde wanden > 2 wanden met > 1 wand met intacte Geen intacte wanden
intacte glazuurlaag, glazuurlaag, > 2 mm met gezond glazuur
>2mm dikte, geen dikte
knobbel betrokken (knobbelbedekking
indien < 2 mm)
Andere factoren Casus laat efficiente Bij verandering van Bij verandering van
isolatie toe tijdens de morfologie/occlusie morfologie/occlusie
hele procedure gebarsten tand gebarsten tand
KROON- EN BRUGWERK
- Kronen (= tand op bestaande wortel)
1
,- Bruggen (= overspanning van 1 of meerdere tanden
waarbij soms extra tanden ontbreken)
- Implantaat
- Uitgebreid direct herstel
(donderdag)
Meestal met tussenkomst van een labo, meerdere consultaties
2
,UITNEEMBARE PROTHESE
- Uitneembare totale prothese (UTP, tandloze mensen)
- Uitneembare partiele prothese (UPP)
- Frameprothese (= minder kunststof, comfortabeler, duurder)
3
, ANAMNESE EN AANTASTING VAN DE TAND
TANDHEELKUNDIGE ANAMNESE
= inzicht krijgen over de mondgezondheid en tandheelkundige voorgeschiedenis van de
patiënt.
- Ingesteldheid van de patiënt t.o.v. tandheelkunde en behandelingen
Komt die enkel bij problemen VS trouw/frequent op controle
- Frequentie en aard van vroegere tandheelkundige bezoeken
Idee van de therapietrouwheid van de patiënt, gewoonten/gevoeligheden van patiënt
- Preventieve maatregelen genomen door patiënt
(poets- en eetgewoontes)
- Problemen bij vroegere behandelingen
Ergens slecht op reageren, moeilijk te verdoven… => mogelijke limitaties
- Restauratieve falingen (gebroken/gebarsten) kwaliteit van huidige
Mogelijke parafuncties bij de patiënt
- Trauma en infectie
Verder kijken dan de tanden, trauma op lange termijn opvolgen (late effecten; verkleuring
tand door disruptie van de bloedtoevoer = zenuw van tand dood)
- Sensitiviteit
vaak deel van wortel bloot/beginnende parodontitis
- Pijn
- Risicofactoren
RISICO’S
Dieet: suikerinname
Plaquecontrole: niet frequente en inefficiënte (bvb ouderen die fijne motoriek
verliezen) mondhygiëne MAAR ook invloed van ons (overhangende vullingen =>
moeilijk reinigbaar)
Fluoridegebruik
Speeksel: bij te lage vloei/verlaagde buffercapaciteit (=> bescherming verminderd)
= Vorming van cariës (= multifactorieel)
1. Vatbaar tand oppervlak
2. Vorming plaque + bacteriën hechten
3. Zuur aanmaak (door inname bepaalde voeding) +
pH verandering
4. Verandering in dynamisch evenwicht van
mineralen
5. Mineralen lossen op in speeksel (kan terug
neerslaan = herstel/niet = demineralisatie)
6. Initiatie tand cariës
Er moeten micro-organismen (die zuurhoudende
stoffen als voeding gebruiken) op de tand zijn
4