Hoofdstuk IX Parameters
Leerdoelen
Inleiding
De vitale parameters
De niet vitale parameters
De vitale parameters - informatie over de vitale functies.
De vitale functies – verschillende definities:
- hebben betrekking op het levensreddend handelen of de basic life support (BLS)
VITALE FUNCTIES
= Functies waarvan uitval of stoornissen direct leiden tot een levensbedreigende situatie
- bewustzijn, de bloedcirculatie en de ademhaling.
- genomen in de klinische situatie:
VITALE FUNCTIES
= de lichamelijke functies die door het centraal zenuwstelsel worden gereguleerd en die
van essentieel belang zijn voor het functioneren van het lichaam
Niet vitale parameters - glycemie, huidskleur, gewicht, lengte, omtrekmetingen
Vitale parameters:
- Lichaamstemperatuur
- Ademhaling
- Pols
- Bloeddruk
- Pijn
Casus p. 245
De resultaten van de parameters moeten steeds in verband gebracht worden met
- de medische toestand van de zorgontvanger
- de observaties van het uiterlijk
- de algemene indruk
1. Vitale parameters = levensnoodzakelijk
Lichaamstemperatuur
1
, Ademhaling
Pols
Bloeddruk
Pijn
1.1. Factoren die van invloed zijn op de vitale parameters
1.1.1. Leeftijd
Lichaamstemperatuur
pasgeboren : 36,5°C – 37,5°C
ouderen : 36°C – 37°C
=> variatie ontstaat doordat de warmteregulatie bij beide groepen niet optimaal functioneert
- Pasgeborene: warmteregulatie nog nt goed ontwikkeld gevoelig
omgevingstemperaturen
- Oudere: warmteregulatie afgenomen omwille v een # fysiologische veranderingen
zoals: verlies van onderhuids vetweefsel, afgenomen werking zweetklieren, vertraagde
stofwisseling en minder effectieve vasomotorische regulering
Ademhaling
oudere: neemt ademhalingsfrequentie af
volwassenen: ademen gem. 16x per minuut
pasgeborene: ademhalingssnelheid v gem. 32x per minuut
Pols
oudere: polsfrequentie neemt af
volwassene: gem. polsslag v 72 slagen/ minuut
pasgeborene: gem. pollsslag v 140 slagen/ minuut
Bloeddruk
oudere: neemt toe
pasgeborene: 70/50 mmHg
volwassene: 120/80 mmHg tot 100/60 mmHg
1.1.2. Geslacht
Hormonale schommelingen bij vrouwen -> temperatuurschommeling (de menstruatiecyclus),
de menopauze - de instabiliteit van het vasomotorisch systeem -> periodes van intense
lichaamswarmte en transpireren
1.1.3. Etniciteit
1.1.4. Geneesmiddelen
Bloeddrukverlagende geneesmiddelen, morfine, …
1.1.5. Pijn
Acute pijn -> activering van het sympathisch zenuwstelsel -> verhoging van hartslag,
ademhalingsfrequentie, bloeddruk
Chronische pijn -> stimuleren van het parasympatisch zenuwstelsel -> verlagen hartslag,
ademhalingsfrequentie
1.1.6. Circadiaans ritme
Het dag-nachtritme -> invloed op bloeddruk, lichaamstemperatuur
2
, 1.2. Indicaties voor het meten vd vitale parameters
Uitgangswaarden (bij opname)
Verandering in gezondheidstoestand of klachten
Voorafgaand aan onderzoek/ingreep
Bij bepaalde medicatie
Bij bepaalde verpleegkundige handelingen
Bij ontslag of overname
1.3. De lichaamstemperatuur
1.3.1. Inleiding
3
Leerdoelen
Inleiding
De vitale parameters
De niet vitale parameters
De vitale parameters - informatie over de vitale functies.
De vitale functies – verschillende definities:
- hebben betrekking op het levensreddend handelen of de basic life support (BLS)
VITALE FUNCTIES
= Functies waarvan uitval of stoornissen direct leiden tot een levensbedreigende situatie
- bewustzijn, de bloedcirculatie en de ademhaling.
- genomen in de klinische situatie:
VITALE FUNCTIES
= de lichamelijke functies die door het centraal zenuwstelsel worden gereguleerd en die
van essentieel belang zijn voor het functioneren van het lichaam
Niet vitale parameters - glycemie, huidskleur, gewicht, lengte, omtrekmetingen
Vitale parameters:
- Lichaamstemperatuur
- Ademhaling
- Pols
- Bloeddruk
- Pijn
Casus p. 245
De resultaten van de parameters moeten steeds in verband gebracht worden met
- de medische toestand van de zorgontvanger
- de observaties van het uiterlijk
- de algemene indruk
1. Vitale parameters = levensnoodzakelijk
Lichaamstemperatuur
1
, Ademhaling
Pols
Bloeddruk
Pijn
1.1. Factoren die van invloed zijn op de vitale parameters
1.1.1. Leeftijd
Lichaamstemperatuur
pasgeboren : 36,5°C – 37,5°C
ouderen : 36°C – 37°C
=> variatie ontstaat doordat de warmteregulatie bij beide groepen niet optimaal functioneert
- Pasgeborene: warmteregulatie nog nt goed ontwikkeld gevoelig
omgevingstemperaturen
- Oudere: warmteregulatie afgenomen omwille v een # fysiologische veranderingen
zoals: verlies van onderhuids vetweefsel, afgenomen werking zweetklieren, vertraagde
stofwisseling en minder effectieve vasomotorische regulering
Ademhaling
oudere: neemt ademhalingsfrequentie af
volwassenen: ademen gem. 16x per minuut
pasgeborene: ademhalingssnelheid v gem. 32x per minuut
Pols
oudere: polsfrequentie neemt af
volwassene: gem. polsslag v 72 slagen/ minuut
pasgeborene: gem. pollsslag v 140 slagen/ minuut
Bloeddruk
oudere: neemt toe
pasgeborene: 70/50 mmHg
volwassene: 120/80 mmHg tot 100/60 mmHg
1.1.2. Geslacht
Hormonale schommelingen bij vrouwen -> temperatuurschommeling (de menstruatiecyclus),
de menopauze - de instabiliteit van het vasomotorisch systeem -> periodes van intense
lichaamswarmte en transpireren
1.1.3. Etniciteit
1.1.4. Geneesmiddelen
Bloeddrukverlagende geneesmiddelen, morfine, …
1.1.5. Pijn
Acute pijn -> activering van het sympathisch zenuwstelsel -> verhoging van hartslag,
ademhalingsfrequentie, bloeddruk
Chronische pijn -> stimuleren van het parasympatisch zenuwstelsel -> verlagen hartslag,
ademhalingsfrequentie
1.1.6. Circadiaans ritme
Het dag-nachtritme -> invloed op bloeddruk, lichaamstemperatuur
2
, 1.2. Indicaties voor het meten vd vitale parameters
Uitgangswaarden (bij opname)
Verandering in gezondheidstoestand of klachten
Voorafgaand aan onderzoek/ingreep
Bij bepaalde medicatie
Bij bepaalde verpleegkundige handelingen
Bij ontslag of overname
1.3. De lichaamstemperatuur
1.3.1. Inleiding
3