GEDRAGSTHERAPIE
1 WAT IS GEDRAGSTHERAPIE?
Prof: bepaalde manier van kijken naar cliënten die een bepaald proces doorloopt
Leerpsychologie
• Mensen zijn lerende (en vaak talige) wezens
o Ook in het talige concept zitten leerprincipes
• Functioneel perspectief
o Gedrag zien als een zinvolle reactie op een betekenisvolle context
o Zelfs meest absurde gedrag op die manier zien bv. zelfbeschadigend gedrag
• Assessment / casusconceptualisatie
o Verleden:
▪ Ontstaan vd klachten en betekenis
o Heden:
▪ Onderhouden vd klachten
▪ Hier ligt vaak focus van therapie
o Welke leermechanismen zorgen ervoor dat mensen zich op een bep manier blijven gedragen
• Interventies en behandeltoepassingen
Casus
• Persoon met dwang → symmetrie, handelingen, tellen
o Angst voor controle kwijtraken, dat er iets gevaarlijks gaat gebeuren
• Compulsief gedrag (symmetrie, in 4 tellen, dingen aanraken, …)
• Waarom?
o Preventie voor erge dingen die kunnen gebeuren, geeft haar gevoel van controle → zij weet zelf ook wel
dat dat het niet kan voorkomen
• Functieanalyse maken vh gedrag
o Welk gedrag
o Welke bekrachtigers
o Waarom het gedrag
Link met wetenschappelijk onderzoek
• Geïnformeerd door wetenschap
o Psychologische processen v psychopathologie (experimentele psychopathologie)
o Aandachtsmodifcatie (ABM = attentional bias modification)
▪ Bv. bij angststoornissen
▪ Effectief tav prikkels die je gebrikt in training maar geen generalisatie nr prikkels buiten de
training
o EMDR
▪ Eerst observatie dat het werkt en later pas mechanismen ontdekt wrm het werkt (omgekeerde
van ABM)
Gedragstherapeutisch proces
• Hollistische theorie
1
, • Functieanalyse
o Info over cliënt gaan we theorie opstellen
• Behandelprotocollen
o = wat voor een gemiddeld persoon werkt
o Functionele kijk als gedragstherapeut dus iets anders → meer individuele probleemanalyse obv theorie
over patiënt meer gepaste interventies kiezen
▪ Kan van het protocol zijn maar zeker niet van voor nr achter gewoon doorlopencvv
1.2 GENERATIES BINNEN DE GEDRAGSTHERAPIE
EERSTE GENERATIE (1950 - …)
Context
• Historische voedingsbodem
o Behaviorisme sterke rol
▪ Psychologie als wetenschap moet zich op uiterlijke, observaarbare dingen moet richten → overt
gedrag
▪ Begin: orthodox behaviorisme (stimuli en responsen → directe associatie tss deze → responsen
rechtstreeks uitlokken door stimuli, lijkt op een reflex)
→ kritiek: ene persoon reageert anders dan de andere → drm komt de SOR neobehaviorisme
ook motivationele aspecten spelen een rol
▪ Skinner: radicaal → ontkent het bestaa vh organisme omdat je dit toch niet kan meten /
observeren → enige die dit kan is het organisme zelf → niet zozeer waarom gedrag maar eerder
hoe kunnen we gedrag beïnvloeden → zo mensen “gelukkiger” maken
o Tegenbewegingen
▪ Gedragstherapie als tegenreactie op de Rogeriaanse (cliëntgerichte therapie) en psychoanalyse
(niet-observeerbare dingen → ego, onbewustzijn, …)
o Begin 20e eeuw → ook meer nadruk op experimenteel onderzoek (ervoor vooral introspectie) → meer
onderzoek naar objectieve, observeerbare dingen
Hans Eysenck Onderzoeken v effecitivteit v psychotherapie
• Idee: kijken of dat wat we doen ook werkzaam is → RCT
Wholpe het in de praktijk brengen van conditioneringsprincipe bij ontstaan van angststoornissen →
systematische desensitatie → grondlegger moderne exposure therapie gezien
Mary Cover Jones → had principes v watson op Peter al toegepast → angst laten uitdoven door heel vaak bloot te
stellen aan de bedreigende stimulus
Voorbeelden van technieken
Gedragsmodifcatie Gedrag proberen aanpassen obv bekrachtiging – straf die je geeft
(bekrachtiging en straf)
Stimuluscontrole Context aanpassen ipv het gedrag → bv. M&M’s niet in huis halen, omgeving aanpassen
Gedragsactivatie Bij depressie bv. vertrekt vanuit het idee → sprake van lage responscontingente
bekrachtiging → de contingentie tss R en bekrachtiging is laag → dus als je bep gedrag
stelt wordt die onvoldoende bekrachtigd → mensen worden hulpeloos en gedrag
minder stellen, onvoldoende bekrachtigende activiteiten
Dus proberen dit gedrag terug te activeren
• Activiteiten plannen die enerzijds gericht zijn op pleasure (pos dingen,
gevoelens) en anderzijds op mastery (dingen waar je vanaf wilt doen, bv. de was
doen) → idee: we gaan gedragresponsen terug zoveel mog bekrachtigen → zo
toename in gedrag om reactiepatroon te doorbreken
Token-economy procedure Heel fel 1e generatie gebaseerd → operationele leerprincipes → je kan niet altijd direct
primaire bekrachtiger geve, → token als secundaire bekrachtiger die aan andere
bekrachtiger wordt verbonden (bv. stickers, muntjes) voor een wel primaire bekrachtiger
→ ongewenst gedrag te doen dalen gewenst doenn toenemen
→ Definiëren wat is gewenst gedrag → welke tokens en welke primaire bekrahgctigers
→ regels voor inruilen vd tokens
2
, Bekrachtiging kan niet altijd onmiddellijk
• Aanrijken van een secundaire bekrachtiger die verwijst naar de primaire
bekrachtiger
Exposuretherapie (en
responsepreventie)
Token economy
• Operante leerprincipes
• Tokens = secundaire bekrachtiger (Sr)
• Primaire bekrachtiger (Sr) = voldoet aan primaire behoefte
• Token kan ingeruild worden voor een andere Sr (bijkomend gedrag)
• Indirecte verbanden
TWEEDE GENERATIE (EIND JAREN 60)
Context
• Tegenreactie
o Ook interesse in coverte dingen → cognities
o 1e golf: nadruk op angst, 2e golf: ook nadenken over
depressie (bv. gedragsactivatie)
• Cognitieve therapie (Beck)
o Negatieve automatische gedachten (cognitieve triade)
▪ Negatieve automatische gedachten over jezelf,
wereld en toekomst
▪ Gaat ons gedrag sturen en ons gevoel
beïnvloeden
▪ Pas tipje vd ijsberg → onder deze zitten
gedachten → core beliefs en schema’s
▪ Worden gevormd doorheen de leergeschiedenis
en zijn meer algemeen toepasbaar en zorgen
ervoor dat in een specifieke situ je ook
automatische negatieve gedachten gaat hebben
o Disfunctionele thema’s
• Rationeel-emotieve therapie (Ellis)
o sterk nadruk op we gaan irrationele ged8 omvormen tot
rationele ged8 → praktijk moeilijk: wat is irrationeel? :
meer trek en duwwerk met cliënt
Voorbeeld technieken
Cognitieve herstucturering, socratische dialoog, Manieren waarmee we cliënten laten inzien dat gedachten
rechtbanktechniek eerder hypotheses zijn dan vaststaande feiten → je kan
ged8 niet veranderen (vaak veronderstelt van CGT) door
bep technieken begin je te twijfelen aan je slechte
gedachten
Rechtbanktechniek: filmpje toledo
3
, Gedragsexperimenten →doel: gedachte testen of die klopt → bv. als ik een vraag
stel id les en ik struikel over mn woorden gaat ied lachen
→ meer terug nr observeerbare dingen teruggaan
Schematherapie
Metacognitieve therapie Niet ged8 zelf maar hoe we denken over onze gedachten
→ bv. bij gegeneraliseerde angststoornis → piekeren
vaak, hiernaast hebben zij ook ged8 over dat piekeren
DERDE GENERATIE
Context
• Focus op “omgaan met”, “verhouden tot” (ipv de inhoud)
o Ipv deze gedachten te willen veranderen
• Contextuele en experiëntiële methoden
o Mindfulness, meer contextueel bekeken
• Doel: van klachten verminderen naar een meer betekenisvol, waardegericht leven leiden
Voorbeelden technieken
Mindfulness-based • Elementen vanuit boeddhistische meditatie en cognitieve gedragstherapie →
cognitive therapy gevoelens en gedachten zien als tijdelijke events die vanzelf ook wel weggaan, deze
niet perse willen veranderen
• Effectieve behandeling bij het beschermen van een toekomstige depressie (wnr de
vorige depressieve episode al voorbij is!)
• wordt nu vaak heel breed ingezet
bv. lln op school → kan soms tegengesteld effect hebben
Dialectische • bv. bij het behandelen van BPD
gedragstherapie o Kijken welk impulsief gedrag wordt gesteld
o Functieanalyse hiervan maken (zoals 1e gen)
o Aanleren v vaardigheden om die impulscontrole te verhogen / betere
interpersoonlijke vaardigheden
Acceptance and • Mensen lijden (pijnlijke gedachten, gevoelens, lichamelijke sensaties, …)
Commitment Therapy • (Experientiële) vermijding → meer lijden
o Het niet willen voelen van pijnlijke gedachten, gevoelens en lichamelijke
sensaties
o Hierop gaan inzetten
• Psychologische flexibiliteit
o Present (ipv verleden – toekomst)
o Values (ipv lack of direction)
▪ jezelf observeren, zonder interpretaties en oordelen of jezelf te
willen veranderen
o Commited action (ipv inactie)
o Self as context
o Defusion (ipv cognitieve diffusie)
▪ een gedachte doet vanalles met je, laat je dingen voelen, je valt
samen met je cognities alsof deze 100 % waar zijn diffusie = afstand
ku nemen van gedachten en overtuigingen
o Acceptance (ipv experiëntiële vermijding)
• Metaforen
o veel metaforisch werken bv. Chinese vingerval (2 wijsvingers in —> wnr je
heel hard trekt en eruit wil zit je vast, hoe harder je trekt hoe minder
gemakkelijk eruit, hoe er wel uitgeraken: door niet meer te trekken, vingers
er meer insteken) —> soms minder proberen te verzetten tegen lastige
gevoelens, wnr je stopt met worstelen komt er meer vrij voor waardegerichte
actie
4
1 WAT IS GEDRAGSTHERAPIE?
Prof: bepaalde manier van kijken naar cliënten die een bepaald proces doorloopt
Leerpsychologie
• Mensen zijn lerende (en vaak talige) wezens
o Ook in het talige concept zitten leerprincipes
• Functioneel perspectief
o Gedrag zien als een zinvolle reactie op een betekenisvolle context
o Zelfs meest absurde gedrag op die manier zien bv. zelfbeschadigend gedrag
• Assessment / casusconceptualisatie
o Verleden:
▪ Ontstaan vd klachten en betekenis
o Heden:
▪ Onderhouden vd klachten
▪ Hier ligt vaak focus van therapie
o Welke leermechanismen zorgen ervoor dat mensen zich op een bep manier blijven gedragen
• Interventies en behandeltoepassingen
Casus
• Persoon met dwang → symmetrie, handelingen, tellen
o Angst voor controle kwijtraken, dat er iets gevaarlijks gaat gebeuren
• Compulsief gedrag (symmetrie, in 4 tellen, dingen aanraken, …)
• Waarom?
o Preventie voor erge dingen die kunnen gebeuren, geeft haar gevoel van controle → zij weet zelf ook wel
dat dat het niet kan voorkomen
• Functieanalyse maken vh gedrag
o Welk gedrag
o Welke bekrachtigers
o Waarom het gedrag
Link met wetenschappelijk onderzoek
• Geïnformeerd door wetenschap
o Psychologische processen v psychopathologie (experimentele psychopathologie)
o Aandachtsmodifcatie (ABM = attentional bias modification)
▪ Bv. bij angststoornissen
▪ Effectief tav prikkels die je gebrikt in training maar geen generalisatie nr prikkels buiten de
training
o EMDR
▪ Eerst observatie dat het werkt en later pas mechanismen ontdekt wrm het werkt (omgekeerde
van ABM)
Gedragstherapeutisch proces
• Hollistische theorie
1
, • Functieanalyse
o Info over cliënt gaan we theorie opstellen
• Behandelprotocollen
o = wat voor een gemiddeld persoon werkt
o Functionele kijk als gedragstherapeut dus iets anders → meer individuele probleemanalyse obv theorie
over patiënt meer gepaste interventies kiezen
▪ Kan van het protocol zijn maar zeker niet van voor nr achter gewoon doorlopencvv
1.2 GENERATIES BINNEN DE GEDRAGSTHERAPIE
EERSTE GENERATIE (1950 - …)
Context
• Historische voedingsbodem
o Behaviorisme sterke rol
▪ Psychologie als wetenschap moet zich op uiterlijke, observaarbare dingen moet richten → overt
gedrag
▪ Begin: orthodox behaviorisme (stimuli en responsen → directe associatie tss deze → responsen
rechtstreeks uitlokken door stimuli, lijkt op een reflex)
→ kritiek: ene persoon reageert anders dan de andere → drm komt de SOR neobehaviorisme
ook motivationele aspecten spelen een rol
▪ Skinner: radicaal → ontkent het bestaa vh organisme omdat je dit toch niet kan meten /
observeren → enige die dit kan is het organisme zelf → niet zozeer waarom gedrag maar eerder
hoe kunnen we gedrag beïnvloeden → zo mensen “gelukkiger” maken
o Tegenbewegingen
▪ Gedragstherapie als tegenreactie op de Rogeriaanse (cliëntgerichte therapie) en psychoanalyse
(niet-observeerbare dingen → ego, onbewustzijn, …)
o Begin 20e eeuw → ook meer nadruk op experimenteel onderzoek (ervoor vooral introspectie) → meer
onderzoek naar objectieve, observeerbare dingen
Hans Eysenck Onderzoeken v effecitivteit v psychotherapie
• Idee: kijken of dat wat we doen ook werkzaam is → RCT
Wholpe het in de praktijk brengen van conditioneringsprincipe bij ontstaan van angststoornissen →
systematische desensitatie → grondlegger moderne exposure therapie gezien
Mary Cover Jones → had principes v watson op Peter al toegepast → angst laten uitdoven door heel vaak bloot te
stellen aan de bedreigende stimulus
Voorbeelden van technieken
Gedragsmodifcatie Gedrag proberen aanpassen obv bekrachtiging – straf die je geeft
(bekrachtiging en straf)
Stimuluscontrole Context aanpassen ipv het gedrag → bv. M&M’s niet in huis halen, omgeving aanpassen
Gedragsactivatie Bij depressie bv. vertrekt vanuit het idee → sprake van lage responscontingente
bekrachtiging → de contingentie tss R en bekrachtiging is laag → dus als je bep gedrag
stelt wordt die onvoldoende bekrachtigd → mensen worden hulpeloos en gedrag
minder stellen, onvoldoende bekrachtigende activiteiten
Dus proberen dit gedrag terug te activeren
• Activiteiten plannen die enerzijds gericht zijn op pleasure (pos dingen,
gevoelens) en anderzijds op mastery (dingen waar je vanaf wilt doen, bv. de was
doen) → idee: we gaan gedragresponsen terug zoveel mog bekrachtigen → zo
toename in gedrag om reactiepatroon te doorbreken
Token-economy procedure Heel fel 1e generatie gebaseerd → operationele leerprincipes → je kan niet altijd direct
primaire bekrachtiger geve, → token als secundaire bekrachtiger die aan andere
bekrachtiger wordt verbonden (bv. stickers, muntjes) voor een wel primaire bekrachtiger
→ ongewenst gedrag te doen dalen gewenst doenn toenemen
→ Definiëren wat is gewenst gedrag → welke tokens en welke primaire bekrahgctigers
→ regels voor inruilen vd tokens
2
, Bekrachtiging kan niet altijd onmiddellijk
• Aanrijken van een secundaire bekrachtiger die verwijst naar de primaire
bekrachtiger
Exposuretherapie (en
responsepreventie)
Token economy
• Operante leerprincipes
• Tokens = secundaire bekrachtiger (Sr)
• Primaire bekrachtiger (Sr) = voldoet aan primaire behoefte
• Token kan ingeruild worden voor een andere Sr (bijkomend gedrag)
• Indirecte verbanden
TWEEDE GENERATIE (EIND JAREN 60)
Context
• Tegenreactie
o Ook interesse in coverte dingen → cognities
o 1e golf: nadruk op angst, 2e golf: ook nadenken over
depressie (bv. gedragsactivatie)
• Cognitieve therapie (Beck)
o Negatieve automatische gedachten (cognitieve triade)
▪ Negatieve automatische gedachten over jezelf,
wereld en toekomst
▪ Gaat ons gedrag sturen en ons gevoel
beïnvloeden
▪ Pas tipje vd ijsberg → onder deze zitten
gedachten → core beliefs en schema’s
▪ Worden gevormd doorheen de leergeschiedenis
en zijn meer algemeen toepasbaar en zorgen
ervoor dat in een specifieke situ je ook
automatische negatieve gedachten gaat hebben
o Disfunctionele thema’s
• Rationeel-emotieve therapie (Ellis)
o sterk nadruk op we gaan irrationele ged8 omvormen tot
rationele ged8 → praktijk moeilijk: wat is irrationeel? :
meer trek en duwwerk met cliënt
Voorbeeld technieken
Cognitieve herstucturering, socratische dialoog, Manieren waarmee we cliënten laten inzien dat gedachten
rechtbanktechniek eerder hypotheses zijn dan vaststaande feiten → je kan
ged8 niet veranderen (vaak veronderstelt van CGT) door
bep technieken begin je te twijfelen aan je slechte
gedachten
Rechtbanktechniek: filmpje toledo
3
, Gedragsexperimenten →doel: gedachte testen of die klopt → bv. als ik een vraag
stel id les en ik struikel over mn woorden gaat ied lachen
→ meer terug nr observeerbare dingen teruggaan
Schematherapie
Metacognitieve therapie Niet ged8 zelf maar hoe we denken over onze gedachten
→ bv. bij gegeneraliseerde angststoornis → piekeren
vaak, hiernaast hebben zij ook ged8 over dat piekeren
DERDE GENERATIE
Context
• Focus op “omgaan met”, “verhouden tot” (ipv de inhoud)
o Ipv deze gedachten te willen veranderen
• Contextuele en experiëntiële methoden
o Mindfulness, meer contextueel bekeken
• Doel: van klachten verminderen naar een meer betekenisvol, waardegericht leven leiden
Voorbeelden technieken
Mindfulness-based • Elementen vanuit boeddhistische meditatie en cognitieve gedragstherapie →
cognitive therapy gevoelens en gedachten zien als tijdelijke events die vanzelf ook wel weggaan, deze
niet perse willen veranderen
• Effectieve behandeling bij het beschermen van een toekomstige depressie (wnr de
vorige depressieve episode al voorbij is!)
• wordt nu vaak heel breed ingezet
bv. lln op school → kan soms tegengesteld effect hebben
Dialectische • bv. bij het behandelen van BPD
gedragstherapie o Kijken welk impulsief gedrag wordt gesteld
o Functieanalyse hiervan maken (zoals 1e gen)
o Aanleren v vaardigheden om die impulscontrole te verhogen / betere
interpersoonlijke vaardigheden
Acceptance and • Mensen lijden (pijnlijke gedachten, gevoelens, lichamelijke sensaties, …)
Commitment Therapy • (Experientiële) vermijding → meer lijden
o Het niet willen voelen van pijnlijke gedachten, gevoelens en lichamelijke
sensaties
o Hierop gaan inzetten
• Psychologische flexibiliteit
o Present (ipv verleden – toekomst)
o Values (ipv lack of direction)
▪ jezelf observeren, zonder interpretaties en oordelen of jezelf te
willen veranderen
o Commited action (ipv inactie)
o Self as context
o Defusion (ipv cognitieve diffusie)
▪ een gedachte doet vanalles met je, laat je dingen voelen, je valt
samen met je cognities alsof deze 100 % waar zijn diffusie = afstand
ku nemen van gedachten en overtuigingen
o Acceptance (ipv experiëntiële vermijding)
• Metaforen
o veel metaforisch werken bv. Chinese vingerval (2 wijsvingers in —> wnr je
heel hard trekt en eruit wil zit je vast, hoe harder je trekt hoe minder
gemakkelijk eruit, hoe er wel uitgeraken: door niet meer te trekken, vingers
er meer insteken) —> soms minder proberen te verzetten tegen lastige
gevoelens, wnr je stopt met worstelen komt er meer vrij voor waardegerichte
actie
4