Chemie = de studie van de samenstelling, de eigenschappen en de omzetting van materie
Chemische eigenschap: heeft iets te maken met een verandering van de chemische samenstelling
van een stof
Eenheden :
7 basis grootheden (SI Système Internationale d’Unités):
• Massa kilogram (kg) = hoeveelheid materie in een object
• Lengte meter (m)
• Temperatuur kelvin (K) 0 K = -273,15°C = absolute nulpunt
• Aantal substantie mol (mol)
• Tijd seconden (s)
• Elektrische stroom ampere (A)
• Lichtintensiteit candela (cd)
Afgeleide eenheden:
• Oppervlakte (m²)
• Volume (m³) 1m³ = 1000dm³ (=1000l)
kg
• Massadichtheid ( )
m³
m
• Snelheid (s)
m
• Versnelling (s²)
kg∗m
• Kracht Newton (N = s²
)
kg
• Druk Pascale (Pa = m∗s²)
kg∗m²
• Energie Joule (J = ) = maat voor mogelijkheid om warmte af
s²
1
➢ EKin = 2
m*v² te staan / arbeid te leveren
k∗Δl²
➢ EPot = m*g*h / 2
1cal = 4,184 J (1Cal = 1000cal = 4,184 kJ)
Conversie van eenheden: vb:
Dimensionele
analyse conversiefactor
Conversiefactor geeft verband tussen eenheden
weer
Coëfficiënt: 2NO2
Index: 2NO2
,Wetenschappelijke notatie + beduidende cijfers:
Wetenschappelijke notatie = 0,00320 = 3,20 *10-3
Beduidende cijfers:
➢ Nullen aan het begin zijn NIET beduidend 0,064 (2 beduidende cijfers)
➢ Nullen aan het einde na de komma zijn beduidend 55,240 (5 beduidende cijfers)
➢ Nullen aan het einde zijn WEL/NIET beduidend 32 420 (5 beduidende cijfers)
3,42*104(3 beduidende cijfers)
Aantallen (7 dagen in een week) + fundamentele constanten (π) hebben oneindig aantal beduidende
cijfers
Bewerkingen met beduidende cijfers
➢ Vermenigvuldigen/delen: uitkomst krijgt evenveel beduidende cijfers als de factor met het
minste beduidende cijfers
➢ Optellen/aftrekken: uitkomst krijgt evenveel decimalen als dat van het getal
met de minste decimalen
Accuraatheid: hoe dicht liggen de resultaten van een meting bij de werkelijke waarde
Precisie: hoe dicht liggen de resultaten van onafhankelijke metingen bij elkaar
, Elementen:
Tabel van Mendeleev:
18 Groepen 7 Perioden
(verticaal) (horizontaal)
Alkalimetalen (groep 1): zachte, zilverkleurige metalen die hevig met water reageren tot basische
reactieproducten
→ Lithium: antidepressivum
Nooit in → Natrium: bloeddrukregeling
enkelvoudige → Kalium: kunstmest, signaaltransductie in zenuwstelsel
staat → Rubidium: fotoëlektrische cel, positron-emissie-tomografie
gevonden in → C(a)esium: atoomklok
de natuur
Aardalkalimetalen (groep 2): Zilverkleurige metalen die stabieler zijn dan de alkalimetalen
→ enkel in → Beryllium: vensters voor X-straalbuizen(giftig) (= klein atoom)
combinatie → Magnesium: metalen voorwerpen, onderdeel van enzymen
met andere → Calcium: cement, bouwsteen in bot, tanden, schelpen
elementen → Barium: supergeleider, contravloeistof in X-stralenbeeldvorming (= groot atoom)
→ Radium: Lichtgevende verf, geneeskunde (onstabiel element→ vervalt→α-straling)
Halogenen (groep 17): kleurrijke corrosieve niet-metalen
→ Fluor: teflon(polymeerplastic), tandverzorging(tegen zuurheid)
→ Chloor: desinfectie, chemische wapens
→ Broom: vlamvertraging, spoorelementen(element nodig voor groei+functie)
→ Jood: desinfectie, aanwezig in schildklierhormoon
Edelgassen (groep 18): kleurloze, weinig reactieve gassen
→ Helium: koeling van supergeleidende magneten voor MRI
→ Neon: verlichting
→ Argon: flowcytometrie(aantal cellen tellen)
→ Xenon: verlichting, anaesthesie
→ Radon: radioactief
, Chemische wetten:
• Behoud van massa: massa wordt noch vernietigd nog gecreëerd in chemische reacties
(Lavoisier)
• Constante samenstelling: dezelfde samples van zuivere stoffen bevatten altijd dezelfde
verhoudingen van elementen → elementen combineren volgens specifieke verhoudingen
(Proust)
• Multiple verhoudingen: de massaverhoudingen van chemische verbindingen zijn altijd kleine
gehele getallen vb nooit NO1,5 (Dalton)
Atoomtheorie van Dalton:
1. Elementen zijn opgebouwd uit atomen
2. Elementen worden gekarakteriseerd door atomen – atomen van hetzelfde element hebben
dezelfde massa
3. Chemische elementen combineren tot chemische verbindingen wanneer atomen in bepaalde
verhoudingen binden
4. Chemische reacties reorganiseren de bindingen tussen de atomen – de atomen veranderen
niet
Thomson’s kathode-straal-buis:
Elektronen gaan van de kathode naar de anode en botsen dan tegen de
fosfor-atomen die dan licht geven
Rutherford:
Als atomen massieve bollen waren zouden ze teruggekaatst worden
De straling gaat er grotendeels door maar sommige botsen op de kern en
worden teruggekaatst of afgebogen