Samenvatting – microbiologie
Les 1: Hoofdstuk 1 deel 1
Doelstelling:
§ Kort het belang van de drie besproken ‘vaders’ van de microbiologie kunnen
benoemen.
§ De periode waarin ze leefden kunnen herkennen.
1. Inleiding – een beetje geschiedenis
a. Pioniers of ‘vaders’ van de microbiologie
° antoni van leeuwenhoek (1630-1720)
° louis pasteur (1820- 1895)
° robert koch (1840 – 1910)
Antoni van leeuwenhoek
= beschrijft voor het eerst micro-organismen dankzij zijn microscoop
Louis pasteur
= weerlegde idee dat micro-organismen uit het niets ontstaan (generatio spontanae)
= ontwikkelde pasteurisatieproces
= ontwikkelde vaccins
Robert Koch
= postulaten van koch
= isolatie en kweek micro-orangisme uit ziek organisme
Postlaten van koch:
1 micro organisme komt voor in grote aantallen bij zieke organismen, niet bij gezonde
2 het MO moet geïsoleerd en gekweekt kunnen worden
3 inbrengen in gezond organisme veroorzaakt ziekte
4 uit dit organisme moet opnieuw hetzelfde MO geïsoleerd worden
2. Indeling micro-organismen
Doelstellingen:
• De indeling van micro-organismen kunnen reproduceren.
• Weten wat de volgorde in grootte is van de verschillende micro-organismen.
• De gemiddelde grootte van een bacterie en virus kennen
• De belangrijkste verschillen tussen prokaryoten en eukaryoten met betrekking tot
de grootte, de organisatie van het genetisch materiaal, de organellen, de
ribosomen, de celwand en de verschillende groepen kunnen opsommen.
Fungi is geen bacterie <-> bacterie is geen fungi
Verschil tussen micro-organismen kennen
Microbiologie bestudeert micro-organismen (= organismen die we niet met het blote oog
kunnen zien)
Algen niet kennen – archae ook niet
Weten dat fungi – gisten en schimmels zijn en
dat ze behoren tot eukaryoten enzovoort
Groottes niet kennen enkel bacterie en virus
Grootte in volgorde: prionen <
virussen < bacteriën/archaee < protozoa < algen
< schimmels.
1
,Verschil prokaryoten – eukaryoten
3. Bacteriën
a. Kan je ze ‘zien’?
Je ziet ze wel onder microscoop en als je ze laat groeien op voedingsbodem
- kolongiegroei op voedingsbodems
- microscopische observatie
b. Kolonies op een plaat
Kolonie = een populatie van cellen die is ontstaan door celdeling van een enkele
voorouder
=> defenitie kennen !
Groei op voedingsbodem -> vorming van kolonies (vorm, kleur, randen, dikte, opp,
consistentie)
Onder lichtmicroscoop ( tot 1000x vergroting)
c. Vorm en groepering onder de microscoop
Vorm van bacteriën
Namen van bacteriën herkennen -> op examen
1e blad met alle namen van bacteriën die we
hebben gezien maar je moet wel zelf weten tot
welke eigenschappen/ ziekte/ kenmerken ze
behoren
Verschillende vormen kennen !
• Rond (kok), (stafylokokkussoorten en streptokokkussoorten)
• Staafvormig (bacil), -> tetanus bacil, tuberkel bacil en samonella bacil)
• Spiraalvormig (spiril en spirocheet) -> Treponema palidumdie (syfilis)
• Kommavormig (vibrio), -> Vibriocholerae, Campylobacter rectus
Groepering van bacteriën
hoe groeperen bacteriën zich ?
- afhankelijk van delingsvlak
2
, - vb: diplokokken, stroptokokken (keten), stafylokokken (trosjes)
- bacillen: enkelvoudig of in ketens
Niet vanbuiten kennen
Welke vormen je moet kennen bij vormen en groeperingen wordt volgende les besproken
d. Bouw bacterie
Namen op tekening kunenn benoemen
Celwand: gramnegatief versus
grampositief
2 grote verschillen bij bacteriën
• Grampositief - rechts – heeft dikke peptidoglycaanlaag
• gramnegatief – links – hebben lipopolysachariden (LTS) in
buitenmembraan aanwezig – zijn speciaal omdat het
endotoxines zijn (“gifitige pijlen in vacht”) komen enkel
vrij bij vernietigen van bacteriën
wat is het verschil tussen grampositieve en gramnegetaieve bacteriën ?
Grampositief gramnegatief
• dikke peptidoglycaanlaag • dunne peptidoglycaanlaag
• geen buitenmembraan • buitenmembraan met lippolysachariden
• kleur: paars/blauw bij gramkleuring (LPS)
• produceren exotoninen • kleur: roze/rode bij gramkleuring
• antigenisch, thermolabiel • produceren endotoxinen (LPS)
• thermostabiel, weinig antigenisch
Wat is de gramkleuring en waarom wordt ze gebruikt ?
• een van de meest gebruikte differentiële
kleuringen
• laat eerste identificatie ote: onderscheid van
grampositieve
en gramnegatieve
bacteriën
• werking: kristalviolet en safarine (basische
kleurstoffen)
binden aan negatieve geladen opp van bacterië
hoe verloopt de gramkleuring ?
•kleuring met kristalviolet (basische kleurstof) gedurende 1 minuut
•afspeolen met water
•toevoegen van lugol -gedurende 1 minuut > vorm kristalviolet-lugol complex in
cytoplasma
•afspoelen met water
3
Les 1: Hoofdstuk 1 deel 1
Doelstelling:
§ Kort het belang van de drie besproken ‘vaders’ van de microbiologie kunnen
benoemen.
§ De periode waarin ze leefden kunnen herkennen.
1. Inleiding – een beetje geschiedenis
a. Pioniers of ‘vaders’ van de microbiologie
° antoni van leeuwenhoek (1630-1720)
° louis pasteur (1820- 1895)
° robert koch (1840 – 1910)
Antoni van leeuwenhoek
= beschrijft voor het eerst micro-organismen dankzij zijn microscoop
Louis pasteur
= weerlegde idee dat micro-organismen uit het niets ontstaan (generatio spontanae)
= ontwikkelde pasteurisatieproces
= ontwikkelde vaccins
Robert Koch
= postulaten van koch
= isolatie en kweek micro-orangisme uit ziek organisme
Postlaten van koch:
1 micro organisme komt voor in grote aantallen bij zieke organismen, niet bij gezonde
2 het MO moet geïsoleerd en gekweekt kunnen worden
3 inbrengen in gezond organisme veroorzaakt ziekte
4 uit dit organisme moet opnieuw hetzelfde MO geïsoleerd worden
2. Indeling micro-organismen
Doelstellingen:
• De indeling van micro-organismen kunnen reproduceren.
• Weten wat de volgorde in grootte is van de verschillende micro-organismen.
• De gemiddelde grootte van een bacterie en virus kennen
• De belangrijkste verschillen tussen prokaryoten en eukaryoten met betrekking tot
de grootte, de organisatie van het genetisch materiaal, de organellen, de
ribosomen, de celwand en de verschillende groepen kunnen opsommen.
Fungi is geen bacterie <-> bacterie is geen fungi
Verschil tussen micro-organismen kennen
Microbiologie bestudeert micro-organismen (= organismen die we niet met het blote oog
kunnen zien)
Algen niet kennen – archae ook niet
Weten dat fungi – gisten en schimmels zijn en
dat ze behoren tot eukaryoten enzovoort
Groottes niet kennen enkel bacterie en virus
Grootte in volgorde: prionen <
virussen < bacteriën/archaee < protozoa < algen
< schimmels.
1
,Verschil prokaryoten – eukaryoten
3. Bacteriën
a. Kan je ze ‘zien’?
Je ziet ze wel onder microscoop en als je ze laat groeien op voedingsbodem
- kolongiegroei op voedingsbodems
- microscopische observatie
b. Kolonies op een plaat
Kolonie = een populatie van cellen die is ontstaan door celdeling van een enkele
voorouder
=> defenitie kennen !
Groei op voedingsbodem -> vorming van kolonies (vorm, kleur, randen, dikte, opp,
consistentie)
Onder lichtmicroscoop ( tot 1000x vergroting)
c. Vorm en groepering onder de microscoop
Vorm van bacteriën
Namen van bacteriën herkennen -> op examen
1e blad met alle namen van bacteriën die we
hebben gezien maar je moet wel zelf weten tot
welke eigenschappen/ ziekte/ kenmerken ze
behoren
Verschillende vormen kennen !
• Rond (kok), (stafylokokkussoorten en streptokokkussoorten)
• Staafvormig (bacil), -> tetanus bacil, tuberkel bacil en samonella bacil)
• Spiraalvormig (spiril en spirocheet) -> Treponema palidumdie (syfilis)
• Kommavormig (vibrio), -> Vibriocholerae, Campylobacter rectus
Groepering van bacteriën
hoe groeperen bacteriën zich ?
- afhankelijk van delingsvlak
2
, - vb: diplokokken, stroptokokken (keten), stafylokokken (trosjes)
- bacillen: enkelvoudig of in ketens
Niet vanbuiten kennen
Welke vormen je moet kennen bij vormen en groeperingen wordt volgende les besproken
d. Bouw bacterie
Namen op tekening kunenn benoemen
Celwand: gramnegatief versus
grampositief
2 grote verschillen bij bacteriën
• Grampositief - rechts – heeft dikke peptidoglycaanlaag
• gramnegatief – links – hebben lipopolysachariden (LTS) in
buitenmembraan aanwezig – zijn speciaal omdat het
endotoxines zijn (“gifitige pijlen in vacht”) komen enkel
vrij bij vernietigen van bacteriën
wat is het verschil tussen grampositieve en gramnegetaieve bacteriën ?
Grampositief gramnegatief
• dikke peptidoglycaanlaag • dunne peptidoglycaanlaag
• geen buitenmembraan • buitenmembraan met lippolysachariden
• kleur: paars/blauw bij gramkleuring (LPS)
• produceren exotoninen • kleur: roze/rode bij gramkleuring
• antigenisch, thermolabiel • produceren endotoxinen (LPS)
• thermostabiel, weinig antigenisch
Wat is de gramkleuring en waarom wordt ze gebruikt ?
• een van de meest gebruikte differentiële
kleuringen
• laat eerste identificatie ote: onderscheid van
grampositieve
en gramnegatieve
bacteriën
• werking: kristalviolet en safarine (basische
kleurstoffen)
binden aan negatieve geladen opp van bacterië
hoe verloopt de gramkleuring ?
•kleuring met kristalviolet (basische kleurstof) gedurende 1 minuut
•afspeolen met water
•toevoegen van lugol -gedurende 1 minuut > vorm kristalviolet-lugol complex in
cytoplasma
•afspoelen met water
3