Samenvatting lang + fotos
Wat is een wortel (definitie)?
→ Plantendeel zonder bladeren/knoppen, niet geleed.
3 hoofdfuncties van wortels?
→ Vastankeren + water/mineralen opnemen + opslag reservevoedsel.
Wat zijn wortelharen?
→ Uitgroeiingen van de rhizodermis; vergroten opname-oppervlak;
nemen water/mineralen op.
Waar ontstaan wortelharen (t.o.v. de top)? →
Net achter de worteltop (niet helemaal aan de punt).
Wat gebeurt er met wortelharen doorheen de tijd?
→ Sterven af; wortelhaartjeszone “schuift” mee met groei.
Functie van het wortelmutsje (calyptra)?
→ Beschermt de groeitop.
Wat is typisch aan het wortelmutsje? →
Slijt buitenaan, groeit aan binnenkant; niet zichtbaar met blote oog.
Wat is de celstrekkingszone?
→ Zone waar cellen uitrekken en de wortel langer wordt.
Wat is de “verkurkte zone”?
→ Rhizodermis sterft af; verkurkte exodermis vormt buitenlaag.
Hoofdwortel: waar typisch?
→ Bij dicotylen; ondergrondse verlenging (met zijwortels).
Zijwortels: definitie
→ Vertakkingen op de hoofdwortel.
Bijwortels (adventieve wortels): wat en waar?
→ Ontstaan op stengel/blad; typisch bij monocotylen en sommige
dicotylen.
,Gewijzigde wortels (modificaties)
Wat betekent “gewijzigde wortel”?
→ Wortel met andere functie → andere vorm.
Knolvormige wortels: bij welke planten?
→ Bij 2-jarige planten.
Knolvormige wortels: functie
→ Opslag van reservevoedsel.
Penwortel: voorbeelden
→ Biet, peen.
Radijswortel: voorbeelden
→ Radijs, raap.
Wortelknollen: ontstaan
→ Opgezwollen bijwortels.
Wortelknollen: functies
→ Opslag + overleving (bv. overwinteren) + vegetatieve vermeerdering.
Wortelknollen: voorbeelden
→ Dahlia, speenkruid.
Hechtwortels: ontstaan
→ Bijwortels op de stengel.
Hechtwortels: functie + voorbeeld
→ Vasthechten/klimmen; klimop.
Symbiotische wortels: kenmerk
→ Endofyten/bacteriën aanwezig in/bij wortels.
Symbiotische wortels: voorbeeld
→ Wortelknolletjes bij vlinderbloemigen.
Luchtwortels: functie + voorbeeld
→ Wateropname; epifytische orchideeën.
Steun-/steltwortels: wat doen ze?
,→ Opname water/zouten + ondersteunen plant (luchtwortels die naar
beneden groeien).
Steun-/steltwortels: voorbeelden
→ Monstera, mangroven (ook Tectona grandis).
Ademwortels: vorm + functie
→ Steken uit slib omhoog; nemen lucht op via luchtkanalen.
Ademwortels: voorbeeld
→ Taxodium distichum.
Ademwortels: hoe zien ze eruit?
→ Steken loodrecht uit het slijk omhoog.
Ademwortels: functie → Lucht ...
Gaafrandig → Bladrand zonder insnijdingen/tanden.
Gezaagd → Uitsteeksels scherp + insnijdingen scherp (kan dubbel
gezaagd).
Getand → Uitsteeksels scherp + insnijdingen stomp.
Gekarteld → Uitsteeksels stomp + insnijdingen scherp.
Gegolfd/geschubd → Uitsteeksels stomp + insnijdingen stomp.
Gelobd → Insnijdingen niet tot het midden van de zijnerven.
Gespleten → Insnijdingen tot het midden van de zijnerven.
Gedeeld → Insnijdingen verder dan het midden van de zijnerven.
Samengesteld blad
Wat is een samengesteld blad? → Bladschijf verdeeld in blaadjes door
insnijdingen tot op de hoofdnerf/as.
Handvormig samengesteld (vingerig) → Alle blaadjes ontspringen uit 1
punt aan het einde van de bladsteel.
Handvormig samengesteld (vb) → Paardenkastanje (Aesculus
hippocastanum).
Veervormig samengesteld (geveerd) → Blaadjes staan langs een
gemeenschappelijke as/rachis.
Oneven geveerd → Met topblaadje.
Even geveerd → Zonder topblaadje.
, Dubbelgeveerd → “Veren op veren” (blaadjes zijn zelf weer samengesteld).
Veervormig samengesteld (vb) → Valse acacia (Robinia pseudoacacia).
Hoe herken je samengesteld vs enkelvoudig aan een takje? → Okselknop
zit aan de basis van het hele blad, niet aan elk blaadje.
Bladpolymorfisme
Heterofyllie → 1 plant heeft bladeren met verschillende vorm.
Heterofyllie (vb klimop) → Handlobbige bladeren op steriele takken;
gaafrandige op fertiele/bloeiende takken.
Anisofyllie → Bladeren zelfde vorm maar sterk verschillend in grootte.
Anisofyllie (vb) → Esdoorn, paardekastanje (op schuine takken zijn
onderste bladeren vaak groter).
Zaadlobben / primaire bladeren
Eerste bladeren in het zaad, bevatten reservevoedsel voor de kiem →
Zaadlobben (cotyledonen)
Zaadlobben (cotyledonen) → Eerste bladeren in het zaad; reservevoedsel;
kunnen fotosynthetiseren bij kieming
Eerste echte bladeren na de zaadlobben; kunnen andere vorm hebben
door juveniel stadium → Primaire bladeren
Primaire bladeren → Eerste echte bladeren na de zaadlobben; vaak
andere vorm door juveniele fase
Kieming (onderdelen)
Stengeldeel onder de zaadlobben (trekt/duwt zaadlobben omhoog bij
kieming) → Hypocotyl
Stengeldeel boven de zaadlobben (waar scheut verder groeit/waar
primaire bladeren uit ontstaan) → Epicotyl
Steunbladeren / schutbladeren / schubben
Kleine blaadjes aan de bladvoet; los of vergroeid; kunnen doorn worden →
Steunbladeren (stipules)
Steunbladeren (stipules) → Blaadjes aan bladvoet; los of vergroeid (bv.
plataan); soms omgevormd tot doorns (Robinia)
Wat is een wortel (definitie)?
→ Plantendeel zonder bladeren/knoppen, niet geleed.
3 hoofdfuncties van wortels?
→ Vastankeren + water/mineralen opnemen + opslag reservevoedsel.
Wat zijn wortelharen?
→ Uitgroeiingen van de rhizodermis; vergroten opname-oppervlak;
nemen water/mineralen op.
Waar ontstaan wortelharen (t.o.v. de top)? →
Net achter de worteltop (niet helemaal aan de punt).
Wat gebeurt er met wortelharen doorheen de tijd?
→ Sterven af; wortelhaartjeszone “schuift” mee met groei.
Functie van het wortelmutsje (calyptra)?
→ Beschermt de groeitop.
Wat is typisch aan het wortelmutsje? →
Slijt buitenaan, groeit aan binnenkant; niet zichtbaar met blote oog.
Wat is de celstrekkingszone?
→ Zone waar cellen uitrekken en de wortel langer wordt.
Wat is de “verkurkte zone”?
→ Rhizodermis sterft af; verkurkte exodermis vormt buitenlaag.
Hoofdwortel: waar typisch?
→ Bij dicotylen; ondergrondse verlenging (met zijwortels).
Zijwortels: definitie
→ Vertakkingen op de hoofdwortel.
Bijwortels (adventieve wortels): wat en waar?
→ Ontstaan op stengel/blad; typisch bij monocotylen en sommige
dicotylen.
,Gewijzigde wortels (modificaties)
Wat betekent “gewijzigde wortel”?
→ Wortel met andere functie → andere vorm.
Knolvormige wortels: bij welke planten?
→ Bij 2-jarige planten.
Knolvormige wortels: functie
→ Opslag van reservevoedsel.
Penwortel: voorbeelden
→ Biet, peen.
Radijswortel: voorbeelden
→ Radijs, raap.
Wortelknollen: ontstaan
→ Opgezwollen bijwortels.
Wortelknollen: functies
→ Opslag + overleving (bv. overwinteren) + vegetatieve vermeerdering.
Wortelknollen: voorbeelden
→ Dahlia, speenkruid.
Hechtwortels: ontstaan
→ Bijwortels op de stengel.
Hechtwortels: functie + voorbeeld
→ Vasthechten/klimmen; klimop.
Symbiotische wortels: kenmerk
→ Endofyten/bacteriën aanwezig in/bij wortels.
Symbiotische wortels: voorbeeld
→ Wortelknolletjes bij vlinderbloemigen.
Luchtwortels: functie + voorbeeld
→ Wateropname; epifytische orchideeën.
Steun-/steltwortels: wat doen ze?
,→ Opname water/zouten + ondersteunen plant (luchtwortels die naar
beneden groeien).
Steun-/steltwortels: voorbeelden
→ Monstera, mangroven (ook Tectona grandis).
Ademwortels: vorm + functie
→ Steken uit slib omhoog; nemen lucht op via luchtkanalen.
Ademwortels: voorbeeld
→ Taxodium distichum.
Ademwortels: hoe zien ze eruit?
→ Steken loodrecht uit het slijk omhoog.
Ademwortels: functie → Lucht ...
Gaafrandig → Bladrand zonder insnijdingen/tanden.
Gezaagd → Uitsteeksels scherp + insnijdingen scherp (kan dubbel
gezaagd).
Getand → Uitsteeksels scherp + insnijdingen stomp.
Gekarteld → Uitsteeksels stomp + insnijdingen scherp.
Gegolfd/geschubd → Uitsteeksels stomp + insnijdingen stomp.
Gelobd → Insnijdingen niet tot het midden van de zijnerven.
Gespleten → Insnijdingen tot het midden van de zijnerven.
Gedeeld → Insnijdingen verder dan het midden van de zijnerven.
Samengesteld blad
Wat is een samengesteld blad? → Bladschijf verdeeld in blaadjes door
insnijdingen tot op de hoofdnerf/as.
Handvormig samengesteld (vingerig) → Alle blaadjes ontspringen uit 1
punt aan het einde van de bladsteel.
Handvormig samengesteld (vb) → Paardenkastanje (Aesculus
hippocastanum).
Veervormig samengesteld (geveerd) → Blaadjes staan langs een
gemeenschappelijke as/rachis.
Oneven geveerd → Met topblaadje.
Even geveerd → Zonder topblaadje.
, Dubbelgeveerd → “Veren op veren” (blaadjes zijn zelf weer samengesteld).
Veervormig samengesteld (vb) → Valse acacia (Robinia pseudoacacia).
Hoe herken je samengesteld vs enkelvoudig aan een takje? → Okselknop
zit aan de basis van het hele blad, niet aan elk blaadje.
Bladpolymorfisme
Heterofyllie → 1 plant heeft bladeren met verschillende vorm.
Heterofyllie (vb klimop) → Handlobbige bladeren op steriele takken;
gaafrandige op fertiele/bloeiende takken.
Anisofyllie → Bladeren zelfde vorm maar sterk verschillend in grootte.
Anisofyllie (vb) → Esdoorn, paardekastanje (op schuine takken zijn
onderste bladeren vaak groter).
Zaadlobben / primaire bladeren
Eerste bladeren in het zaad, bevatten reservevoedsel voor de kiem →
Zaadlobben (cotyledonen)
Zaadlobben (cotyledonen) → Eerste bladeren in het zaad; reservevoedsel;
kunnen fotosynthetiseren bij kieming
Eerste echte bladeren na de zaadlobben; kunnen andere vorm hebben
door juveniel stadium → Primaire bladeren
Primaire bladeren → Eerste echte bladeren na de zaadlobben; vaak
andere vorm door juveniele fase
Kieming (onderdelen)
Stengeldeel onder de zaadlobben (trekt/duwt zaadlobben omhoog bij
kieming) → Hypocotyl
Stengeldeel boven de zaadlobben (waar scheut verder groeit/waar
primaire bladeren uit ontstaan) → Epicotyl
Steunbladeren / schutbladeren / schubben
Kleine blaadjes aan de bladvoet; los of vergroeid; kunnen doorn worden →
Steunbladeren (stipules)
Steunbladeren (stipules) → Blaadjes aan bladvoet; los of vergroeid (bv.
plataan); soms omgevormd tot doorns (Robinia)