Oefening 1: student hoger onderwijs
Een 20-jarige student, tweede jaar sociaal werk, beslist op 3 februari 2026 zijn
studies stop te zetten en werk te zoeken als werknemer. Hij woont in bij zijn
ouders, beide werknemer. Hij contacteert STUVO met de vraag waarop hij recht
heeft en wat hem te doen staat.
Wat bespreken we:
- Ziekte- en invaliditeit (geneeskundige verzorging en uitkering
arbeidsongeschiktheid)
- Gezinsbijslag
1. Ziekte- en invaliditeit
Wat bespreken we:
- Geneeskundige verzorging
- Uitkering arbeidsongeschiktheid
1.1. Geneeskundige verzorging (5: 54.I)
Wat bespreken we:
- Rechthebbende
- Wat doen om recht te krijgen en vanaf wanneer recht
(toekenningsvoorwaarden)
- Waarop recht (bedrag)
1.1.1. Rechthebbende (5: 54.I: II)
Gerechtigde of persoon ten laste
De student is rechthebbende als persoon ten laste (kind jonger dan 25 jaar) van de
gerechtigde: zowel vader als moeder zijn gerechtigde als werknemer.
Rangorde: de ouders kunnen kiezen van wie hij persoon ten laste zal zijn (eventueel
de oudste).
Inschrijving als persoon ten laste is niet mogelijk:
Als zelf gerechtigde (gratis recht)
Indien persoon begint te werken (categorie 1) of inschakelingsuitkering ontvangt
(categorie 4), wordt hij zelf gerechtigde: aangeven aan ziekenfonds. (5: 54.I: II: B: 3)
- Als inkomen boven 3151,36€ per kwartaal, uitzondering kind ten laste
- Voor kinderen geldt er geen expliciete voorwaarde van samenwoning maar in veel
gevallen moet het toch worden aangetoond om te bewijzen dat de gerechtigde
instaat voor het onderhoud van het kind (5: 54.I: II: B: 4)
1.1.2. Wat doen om recht te krijgen (toekenningsvoorwaarden) (5: 54.I: II: C)
- Inschrijving bij ziekenfonds gerechtigde als persoon ten laste: keuze ziekenfonds
of HZIV
- Deze inschrijving had uitwerking vanaf de dag dat de betrokken persoon de
voorwaarden vervulde om persoon ten laste te zijn (de ouders zullen het kind dus
ingeschreven hebben bij de geboorte)
- Indien persoon begint te werken of inschakelingsuitkering ontvangt, wordt hij zelf
gerechtigde (of als werknemer of als persoon in gecontroleerde werkloosheid):
aangeven aan ziekenfonds (voorrang op behoud van recht als ex-persoon ten
laste)
- Indien dit zo zou zijn: onmiddellijke opening van het recht bij inschrijving
(behouden tot 31 december van het kalenderjaar dat volgt op dat waarin het
recht werd geopend)
1
,- Vervulling van de bijdragevereiste voor het tweede kalenderjaar ervoor: de
periode uit het refertejaar waarin men nog persoon ten laste was wordt geacht
een voldoende waarde te vertegenwoordigen (gratis recht)
1.2. Uitkering arbeidsongeschiktheid (5: 54.II)
Wat bespreken we:
- Rechthebbende
- Wat doen om recht te krijgen en vanaf wanneer recht
(toekenningsvoorwaarden)
1.2.1. Rechthebbende (5: 54.II: I: A)
Zou de student als hij ziek is een uitkering arbeidsongeschiktheid krijgen?
- Vervangingsinkomen ingeval door arbeidsongeschiktheid niet meer in staat
een inkomen te verwerven door middel van de arbeidsactiviteit
- Rechthebbende: enkel als in eigen hoofde recht op uitkeringen, niet als
persoon ten laste
- Mogelijke rechthebbende als werknemer of gecontroleerde werkloze
Conclusie: in beroepsinschakelingstijd geen rechthebbende, als
inschakelingsuitkering of als werken wel rechthebbende.
2. Gezinsbijslag (5: 53.I)
Wat bespreken we:
- Rechtgevende
- Begunstigde
- Uitkering
- Uitbetalingsinstelling
(De term rechthebbende bestaat niet meer vanaf 2019.)
2.1. Rechtgevende (5: 53.I: II)
Gezinsbijslag voor jongeren:
- Onvoorwaardelijk recht tot en met de maand waarin het kind 18 jaar wordt (hier
niet van toepassing)
- Voor kinderen tussen 18 en 25 jaar blijft er verder recht op gezinsbijslag
bestaan als ze hoger onderwijs volgen op voorwaarde dat er voldaan wordt aan
specifieke voorwaarden bij de uitvoering van een winstgevende activiteit
- Als er meer dan 650 uur gewerkt wordt per jaar wordt er gekeken dat er niet meer
gewerkt wordt dan 80 uur per maand
- Voor schoolverlaters geldt dat elk kind een rugzak meekrijgt van 12
maanden. De regeling rond toegelaten winstgevende activiteit geldt ook voor
schoolverlaters
Conclusie: zolang die student studeert of nog geen werk heeft behoudt hij
het recht op gezinsbijslag (tot 12 maand na de datum van het stopzetten
van zijn studies, dus 12 maand na 3 februari 2026: 12 maand start pas op 1
maart 2026) op voorwaarde dat hij in die periode werkt met een
studentencontract waarbij hij niet meer dan 650 uur werkt per jaar
(aangezien hij stopt met studeren, kan hij vanaf dan geen
studentencontract meer krijgen) of met een gewoon contract waarbij hij
niet meer werkt dan 80 uur per maand.
2.2. Begunstigde (5: 53.I: III)
Het groeipakket stapt af van het begrip bijslagtrekkende en voert het begrip
begunstigdenkern in, dit zijn meestal beide ouders of één ouder van het kind.
2
,Personen die bijslagtrekkende zijn (meestal moeder) volgens de vroegere regeling op
31 december 2018 blijven dat statuut behouden na 1 januari 2019. In welbepaalde
situaties maken zij de overgang naar het begrip begunstigdekern.
In deze casus is en blijft de moeder bijslagtrekkende tenzij uitdrukkelijke
vraag om over te stappen naar de begunstigdenkern (kan vanaf 1 januari
2020).
2.3. Uitkering (5: 53.I: IV)
Hypothese
1 kind en ouders geen recht op toeslag (geen inkomen < 47485,19€ (hier gaan we
van uit omdat beide ouders werken)
Basisbedrag + gehalveerde leeftijdsbijslag: 106,27 + 29,43 = 135,70€
Schoolbonus (53.I: IV: D
De schoolbonus wordt samen met de gezinsbijslag voor juli uitbetaald in augustus
aan de begunstigde van de basisbijslag van juli.
Als onze student dus nog kinderbijslag zal ontvangen voor de maand juli zullen zijn
ouders ook nog een schoolbonus ontvangen bovenop de kinderbijslag: 69,22€.
Als de ouders geen recht hebben op sociale toeslag zullen ze vanaf 2026 geen recht
meer hebben op de schoolbonus (nog geen decreet hieromtrent).
2.4. Uitbetalingsinstelling (5: 53.I: III: C) (5: 53.I: III: E: 2)
Voor de kinderen geboren vóór 1 januari 2019 waarvoor reeds op 31 december 2018
kinderbijslag werd betaald, wordt voorzien in het principe van de rechtsopvolger. De
uitbetalingsactor die rechtsopvolger is van het kinderbijslagfonds dat instond voor de
betaling van de kinderbijslag op 31 december 2018 blijft vanaf 1 januari 2019 instaan
voor de uitbetaling van de gezinsbijslagen. Sinds 1 januari 2020 kan de begunstigde
een andere uitbetalingsactor aanwijzen.
Conclusie: de rechtsopvolger van het vroegere kinderbijslagfonds is nu de
uitbetalingsactor tenzij er een andere uitbetalingsactor werd aangewezen.
3
, Oefening 2: Cindy
Cindy is een 38-jarige alleenstaande vrouw.
Zij ging twee maanden geleden, begin september als zelfstandig kapster failliet
(vonnis 15 december).
Sinds het vonnis van faillissement heeft zij niets ondernomen.
Zij bewoont een huurhuis te Kuurne waarvoor zij 525€ per maand betaalt.
Ten laatste op 31 juli 2026 dient zij haar woning te verlaten wegens einde
huurcontract.
Ten einde raad komt zij je vandaag opzoeken op de sociale dienst van het OCMW.
Wat bespreken we:
- Inkomen (failliete zelfstandigen en leefloon)
- Ziekte- en invaliditeit (geneeskundige verzorging en uitkering
arbeidsongeschiktheid)
- Huur
1. Inkomen
1.1. Failliete zelfstandigen (6: 60)
Wat bespreken we:
- Wat doen bij faillissement (stopzetting)
- Welke rechten na faillissement
Definitie zelfstandige
Sociale zekerheid wordt geregeld via de sociale verzekeringskassen (zo ook bijdragen
betalen) (RSVZ)
Verplichtingen bij stopzetting:
- Staking melden binnen 15 dagen aan zijn sociale verzekeringskas met
bewijzen
- Ingeval van stopzetting na faillissement: beroep doen op het
overbruggingsrecht (max. 4 kwartalen) (6: 60: II)
1.1.1. Overbruggingsrecht (6: 60: XVI: C)
Op wat heeft ze dan wel recht: overbruggingsrecht.
Wat bespreken we:
- Al dan niet recht
- Voorwaarden
- Wat is overbruggingsrecht (voordelen)
- Aanvraag
- Cumulatie
1.1.1.1. Al dan niet recht (6: 60: XVI: C: 1)
Ja, want gedwongen onderbreking.
1.1.1.2. Voorwaarden(6: 60: XVI: C: 2)
4