2.DE ALGEMENE
SYSTEEMTHEORIE
2.2 SYSTEMISCH WERKEN – ALGEMENE SYSTEEMTHEORIE – SYSTEEM
Levende wezens functioneren als open systeem => staan in voortdurende wisselwerking
met omgeving.
Kijken naar iets in geheel, waarbij alle onderdelen verbonden zijn aan elkaar en elkaar
beïnvloeden
= levend wezen dus niet los bestuderen maar in relatie tot omgeving
Eerdere stromingen zoals psychoanalyse, behaviorisme of humanistische psychologie =
op individu
Systeemtheorie = systeem waarin iemand leeft
Doel: problemen aanpakken door rekening te houden met interactie en zo werken rond
verandering binnen systeem
Interactie = wisselwerking tussen twee of meer mensen waarbij ze op elkaar reageren
en elkaar beïnvloeden
2.2 VAN EEN PERSOONSGERICHTE NAAR EEN RELATIEGERICHTE
BENADERING: HET BELANG VAN DE WISSELWERKING
Vaak worden problemen bekeken als een individueel probleem van een persoon
(individugericht), maar in realiteit staan mensen in verbinding met elkaar en is er altijd
sprake van een wederzijdse beïnvloeding.
Systeemgericht werken = verder kijken dan individu. Je onderzoekt hoe mensen elkaar
beïnvloeden, hoe problemen ontstaan in relaties, en hoe je samen met het systeem tot
een verandering kunt komen
Persoonsgericht
Focus op de persoon
De persoon is zelfbepalend
Er wordt gekeken naar het gedrag van de persoon
Iets ‘is’ > iets staat vast voor eens en altijd
Er is 1 waarheid
Relatiegericht
Focus op de persoon in relatie met omgeving
Systeem en context bepalen mee
Samenhang, verbinding, betekenissen
Aandacht voor de buitenkant
Iets ‘wordt’ > iets is steeds in verandering, beweging
Er zijn vele waarheden
,2.3 WAT IS EEN SYSTEEM?
Betekend ‘bijeenplaatsen’
Sociaal systeem = mensen die zichzelf op een of andere manier ‘bij elkaar plaatsen’.
Mensen die om een of andere reden bij elkaar horen, zich zien als een geheel, een
bepaalde groep. (gezin, familie, team, vriendengroep, leefgroep, hobbyclub,
geloofsgemeenschap) = We maken allemaal deel uit van verschillende systemen, niet
1
Definitie systeem: Sociaal systeem is geheel van een aantal mensen die met elkaar in
interactie staan. Tussen die mensen is er samenhang en wederzijdse beïnvloeding.
Het gaat dus niet om elke persoon apart. Het gaat om wat er tussen hen gebeurt. Met
“systeem’ bedoelen we dan het geheel van die relaties
Kenmerken:
Elk systeem is open
Er bestaan subsystemen en suprasystemen
Een systeem is een geheel: totaliteit en niet-optelbaarheid
In elk systeem is er sprake van emotionele betrokkenheid
Systeemleden hebben een gezamenlijk doel
Binnen systemen zijn er omgangsvormen en systeemregels
2.4 EEN SYSTEEM IS OPEN
Voortdurende wisselwerking tussen de systeemleden. Maar elk systeem staat in
voortdurende wisselwerking met omgeving
Open systeem = systeem dat de hele tijd in contact staat met wat er om systeem heen
gebeurt.
=> Krijgt informatie van buitenaf naar binnen, verwerkt die, stuurt de informatie weer
naar buiten
=> Daardoor voortdurende beïnvloeding en systeem verandert en groeit hierdoor
Systeem = dynamisch
2.5 SUPRASYSTEMEN EN SUBSYSTEMEN
Subsystemen = kleinere delen van systeem
Suprasystemen = systemen die samen een groter systeem vormen
2.6 EEN SYSTEEM IS EEN GEHEEL: TOTALITEIT EN NIET-OPTELBAARHEID
Totaliteit = systeem is als een mobiel, alles hangt samen met alles. Hebben altijd iets
met elkaar te maken. Verandering in één deel veroorzaakt verandering in alle delen van
systeem en het totale systeem zelf.
Niet-optelbaarheid = Elk systeem heeft eigen kenmerken.
, ‘Het geheel is meer dan de som der delen’ = Systeem kan als geheel kenmerken hebben
die geen enkel van de individuele systeemleden heeft, maar pas tot stand komen door
systeemleden samen te plaatsen in hun onderlinge relaties (voorbeeld van voetbal)
2.7 EMOTIONELE BETROKKENHEID BINNEN SYSTEMEN
Emotionele betrokkenheid = Hoe meer tijd, energie of emoties iemand in een relatie
steekt, hoe meer die persoon zich verbonden voelt
= Niet altijd positief, soms ook lastige of pijnlijke gevoelens
= Door emotionele betrokkenheid ken men systeem niet zomaar verlaten
2.8 SYSTEEMLEDEN HEBBEN EEN GEZAMENLIJK DOEL
Elk systeem => gezamenlijk doel
Bewust & onbewust
Interactie tussen mensen gebeurt niet zomaar => altijd gericht op behouden of
veranderen van gezamenlijk doel
Iedere persoon binnen systeem heeft een rol => iedereen draagt iets bij aan bereiken
van doel
Doel => geeft richting aan systeem en beïnvloedt hoe leden met elkaar omgaan
= gebeurt grotendeels onbewust!
2.9 SYSTEMEN HEBBEN EIGEN OMGANGSVORMEN EN SYSTEEMREGELS
Wat we ondertussen weten:
Binnen systeem interacties tussen systeemleden, interacties zorgen voor constante
wederzijdse wisselwerking. Door interactie ontstaat er emotionele betrokkenheid tussen
systeemleden. Interacties zijn onbewust gericht op gemeenschappelijk doel binnen
systeem
= vanop afstand kijken, typische gedragingen waarnemen
Omgangsvormen = gewoontes, gedragingen, taal, kleding… die typisch zijn binnen
bepaald systeem. Zijn waarneembaar. Daarom buitenkant van systeem
=>Worden gestuurd door achterliggende ideeën, overtuigingen of waarden binnen
systeem = systeemregels (vaak onuitgesproken)
Systeemregels = onderliggende waarden, principes, overtuigingen die eigen zijn aan
een systeem. Zij vormen basis voor omgangsvormen. Zijn vaak niet uitgesproken, niet
waarneembaar, enkel af te leiden uit omgangsvormen. Daarom binnenkant van
systeem
Doel van systeem beïnvloedt omgangsvormen en achterliggende systeemregels
=>OMGEKEERD: omgangsvormen en systeemregels bepalen ook of doel gehaald wordt
Voorbeeld: soms heeft probleem belangrijke functie binnen systeem. Brengt mensen
samen om te gaan zorgen voor degene die hulp nodig heeft. => geeft gevoel van
SYSTEEMTHEORIE
2.2 SYSTEMISCH WERKEN – ALGEMENE SYSTEEMTHEORIE – SYSTEEM
Levende wezens functioneren als open systeem => staan in voortdurende wisselwerking
met omgeving.
Kijken naar iets in geheel, waarbij alle onderdelen verbonden zijn aan elkaar en elkaar
beïnvloeden
= levend wezen dus niet los bestuderen maar in relatie tot omgeving
Eerdere stromingen zoals psychoanalyse, behaviorisme of humanistische psychologie =
op individu
Systeemtheorie = systeem waarin iemand leeft
Doel: problemen aanpakken door rekening te houden met interactie en zo werken rond
verandering binnen systeem
Interactie = wisselwerking tussen twee of meer mensen waarbij ze op elkaar reageren
en elkaar beïnvloeden
2.2 VAN EEN PERSOONSGERICHTE NAAR EEN RELATIEGERICHTE
BENADERING: HET BELANG VAN DE WISSELWERKING
Vaak worden problemen bekeken als een individueel probleem van een persoon
(individugericht), maar in realiteit staan mensen in verbinding met elkaar en is er altijd
sprake van een wederzijdse beïnvloeding.
Systeemgericht werken = verder kijken dan individu. Je onderzoekt hoe mensen elkaar
beïnvloeden, hoe problemen ontstaan in relaties, en hoe je samen met het systeem tot
een verandering kunt komen
Persoonsgericht
Focus op de persoon
De persoon is zelfbepalend
Er wordt gekeken naar het gedrag van de persoon
Iets ‘is’ > iets staat vast voor eens en altijd
Er is 1 waarheid
Relatiegericht
Focus op de persoon in relatie met omgeving
Systeem en context bepalen mee
Samenhang, verbinding, betekenissen
Aandacht voor de buitenkant
Iets ‘wordt’ > iets is steeds in verandering, beweging
Er zijn vele waarheden
,2.3 WAT IS EEN SYSTEEM?
Betekend ‘bijeenplaatsen’
Sociaal systeem = mensen die zichzelf op een of andere manier ‘bij elkaar plaatsen’.
Mensen die om een of andere reden bij elkaar horen, zich zien als een geheel, een
bepaalde groep. (gezin, familie, team, vriendengroep, leefgroep, hobbyclub,
geloofsgemeenschap) = We maken allemaal deel uit van verschillende systemen, niet
1
Definitie systeem: Sociaal systeem is geheel van een aantal mensen die met elkaar in
interactie staan. Tussen die mensen is er samenhang en wederzijdse beïnvloeding.
Het gaat dus niet om elke persoon apart. Het gaat om wat er tussen hen gebeurt. Met
“systeem’ bedoelen we dan het geheel van die relaties
Kenmerken:
Elk systeem is open
Er bestaan subsystemen en suprasystemen
Een systeem is een geheel: totaliteit en niet-optelbaarheid
In elk systeem is er sprake van emotionele betrokkenheid
Systeemleden hebben een gezamenlijk doel
Binnen systemen zijn er omgangsvormen en systeemregels
2.4 EEN SYSTEEM IS OPEN
Voortdurende wisselwerking tussen de systeemleden. Maar elk systeem staat in
voortdurende wisselwerking met omgeving
Open systeem = systeem dat de hele tijd in contact staat met wat er om systeem heen
gebeurt.
=> Krijgt informatie van buitenaf naar binnen, verwerkt die, stuurt de informatie weer
naar buiten
=> Daardoor voortdurende beïnvloeding en systeem verandert en groeit hierdoor
Systeem = dynamisch
2.5 SUPRASYSTEMEN EN SUBSYSTEMEN
Subsystemen = kleinere delen van systeem
Suprasystemen = systemen die samen een groter systeem vormen
2.6 EEN SYSTEEM IS EEN GEHEEL: TOTALITEIT EN NIET-OPTELBAARHEID
Totaliteit = systeem is als een mobiel, alles hangt samen met alles. Hebben altijd iets
met elkaar te maken. Verandering in één deel veroorzaakt verandering in alle delen van
systeem en het totale systeem zelf.
Niet-optelbaarheid = Elk systeem heeft eigen kenmerken.
, ‘Het geheel is meer dan de som der delen’ = Systeem kan als geheel kenmerken hebben
die geen enkel van de individuele systeemleden heeft, maar pas tot stand komen door
systeemleden samen te plaatsen in hun onderlinge relaties (voorbeeld van voetbal)
2.7 EMOTIONELE BETROKKENHEID BINNEN SYSTEMEN
Emotionele betrokkenheid = Hoe meer tijd, energie of emoties iemand in een relatie
steekt, hoe meer die persoon zich verbonden voelt
= Niet altijd positief, soms ook lastige of pijnlijke gevoelens
= Door emotionele betrokkenheid ken men systeem niet zomaar verlaten
2.8 SYSTEEMLEDEN HEBBEN EEN GEZAMENLIJK DOEL
Elk systeem => gezamenlijk doel
Bewust & onbewust
Interactie tussen mensen gebeurt niet zomaar => altijd gericht op behouden of
veranderen van gezamenlijk doel
Iedere persoon binnen systeem heeft een rol => iedereen draagt iets bij aan bereiken
van doel
Doel => geeft richting aan systeem en beïnvloedt hoe leden met elkaar omgaan
= gebeurt grotendeels onbewust!
2.9 SYSTEMEN HEBBEN EIGEN OMGANGSVORMEN EN SYSTEEMREGELS
Wat we ondertussen weten:
Binnen systeem interacties tussen systeemleden, interacties zorgen voor constante
wederzijdse wisselwerking. Door interactie ontstaat er emotionele betrokkenheid tussen
systeemleden. Interacties zijn onbewust gericht op gemeenschappelijk doel binnen
systeem
= vanop afstand kijken, typische gedragingen waarnemen
Omgangsvormen = gewoontes, gedragingen, taal, kleding… die typisch zijn binnen
bepaald systeem. Zijn waarneembaar. Daarom buitenkant van systeem
=>Worden gestuurd door achterliggende ideeën, overtuigingen of waarden binnen
systeem = systeemregels (vaak onuitgesproken)
Systeemregels = onderliggende waarden, principes, overtuigingen die eigen zijn aan
een systeem. Zij vormen basis voor omgangsvormen. Zijn vaak niet uitgesproken, niet
waarneembaar, enkel af te leiden uit omgangsvormen. Daarom binnenkant van
systeem
Doel van systeem beïnvloedt omgangsvormen en achterliggende systeemregels
=>OMGEKEERD: omgangsvormen en systeemregels bepalen ook of doel gehaald wordt
Voorbeeld: soms heeft probleem belangrijke functie binnen systeem. Brengt mensen
samen om te gaan zorgen voor degene die hulp nodig heeft. => geeft gevoel van