1. Wanneer is het contrast het sterkst?
- Als je primaire kleuren naast elkaar legt
2. Sommige kleuren vallen meer op dan andere. Schrijf ze in volgorde van de meest opvallende?
Geel - Oranje - Rood - Groen - Blauw – Paars
- Dit wil zeggen dat paars het minste opvallend is en dat je daarvan dus veel kunt gebruiken. Wil je
rood niet te veel laten opvallen dan moet je het een stuk minder gebruiken dan blauw. Als je
daarentegen geel niet wil laten opvallen, moet je het nauwelijks gebruiken
3. Hoe wordt kleurenblindheid veroorzaakt?
- Kleurenblindheid is erfelijk en komt vrijwel alleen voor bij mannen voor, dat is ongeveer 1/15 het geval.
- De staafjes en kegeltjes die in het oog zitten, bevatten chemische stoffen die op licht reageren.
- in de kegeltjes zitten deze stoffen voor rood, groen en blauw licht. kleurblinden hebben van een of
meerdere stoffen te weinig.
- het meest voorkomend is een tekort aan de rood/groen - variant, waardoor het verschil tussen groene
en rode kleuren heel moeilijk of niet te onderscheiden is.
- bij sommige mensen is er tekort aan de 3 stoffen en deze zien geen kleuren, deze vorm van
kleurblindheid is zeldzaam (achromatopsie)
4. Kan je zwart krijgen als je licht mengt? Zo ja, hoe doe je dat en wat is de naam?
- Neen wel door het mengen van rood, groen en blauw dan krijg je wit licht (= additief mengen!)
5. Kan je zwart krijgen als je verfstoffen mengt? Indien ja, hoe doe je dat en wat is de naam?
- Ja dit noemt substractief mensen, er wordt licht onttrokken als je de kleuren mengt. Zwart= cyaan +
magenta + yellow
6. Wat zijn de belangrijkste karakteristieken van een lichtbron voor gebruik in interieurruimtes?
- K-waarde
7. De waarneming van de omgeving onder kunstlicht is niet dezelfde onder daglicht. Leg kort uit
waarom.
- Bij kunstlicht kan je bepalen wat je verlicht. De waarneming van de kleuren verschilt bij kunstlicht
in vergelijking met daglicht. Kunstlicht heeft meer beperking.
8. Als men in een ruimte een warme of koude sfeer wil scheppen. Welke eigenschap zal de
gekozen hebben in de beide situaties. Welk is de eenheid van deze eigenschap?
- Een warme sfeer in een ruimte krijgt men door een lichtbron te gebruiken met een hoge
kleurweergave om een warme kleurtemperatuur te bekomen.
- Een koude sfeer in een ruimte krijgt men door een lichtbron te gebruiken met een lage kleurweergave
om een koude kleurtemperatuur te bekomen.
- Eenheid kleurweergave-index: Ra
9. Als twee vellen wit papier naast elkaar liggen en het ene wordt verlicht met een fluolamp
van 3000K en de andere met een halogeenlamp van 3000K. Is er dan een verschil in
kleurweergave?
- Ja want de kleurweergave hangt af van de spectrale samenstelling van het licht en door het feit dat
de papieren naast elkaar liggen treedt de chromatische adaptatie niet op.
10. Wat wordt bedoeld met algemene verlichting en accentverlichting? Welke waarden zijn
verschillend in deze twee situaties en wat is het resultaat vanuit een waarnemingspunt? Leg
uit.
- Algemene verlichting: maakt het volume en zijn ruimte zichtbaar. Er is een globale en uniforme
verspreiding van het licht.
- Accentverlichting: legt de focus op 1 bepaald element (objecten, architectonische elementen). Deze
verlichting helpt om
orde te scheppen in de overgebrachte informatie. Het is ‘licht om aandacht te trekken’.
, 11. Welke families lichtbronnen bestaan er, of maw hoe kan je lichtbronnen indelen? Geef een
voorbeeld van een lichtbron voor elke familie. Let op: je kunt zeer algemeen zijn of
nauwkeuriger en dus binnen eenzelfde indeling variatie hebben. Beide antwoorden worden
aanvaard zolang je appelen en peren niet mengt.
A) Temperatuur/ warmtestraler
- Deze zenden licht uit doordat een stof op zeer hoge temperatuur gebracht
wordt of verbrandt. Vb. halogeen- & gloeilampen
B) Gasontladingslampen / hogedruklampen:
- Hier ontstaat licht dat de atomen van een gas door elektrische ontlading in een
ontladingsbuis, in een energierijke toestand worden gebracht. Bij de overgang van deze
energierijke toestand naar oorspronkelijke toestand ontstaat straling. Vb. TL-lampen
C) LED’s = Light Emitting
Diodes:
Dit zijn halfgeleiders die elektrische stroom direct in
licht omzetten Vb. RGB-LED
12. Wat is het accommodatievermogen van het oog?
- De vervorming van de ooglens, platter of boller, om de afstand van de ooglens tot het waar te
nemen object aan te passen
13. Wat is het adaptatievermogen van het oog?
- Het aanpassingsvermogen om grote luminantieverschillen te overbruggen dankzij de iris, de
kegeltjes en de staafjes.
14. Welke Ra waarde moet voor de lichtbron gekozen worden om de kleur van een voorwerp als zo
goed mogelijk waar te nemen?
- 100 => zoals daglicht
- 80 => hebben de meeste lampen
15. Kleuren, zonder dat we er altijd bewust van zijn, doen beroep op onze emoties. Zet bij
elke kleur de emotie en/of de beschrijving die volgens jou het beste past
A. Rood: straalt passie uit, levendig onrustig en rood vraagt om actie. Wordt ook als gevaarlijk
aangeduid
B. Oranje: dynamiek en speelsheid van het leven
C. Geel: straalt, aandacht trekken voor op reclame, beweegt van binnen en lijkt de waarnemer te
benaderen
D. Groen: kleur van vitaliteit, symbool van de natuur en is een ontspannen en evenwichtig kleur
E. Blauw: vertrouwen, straalt vrede uit, ernst en betrouwbaarheid
F. Paars: koude kleur, verliest gemakkelijk zijn evenwicht, heeft d eneiging om de toeschouwer te
verwijderen
G. Grijs: somberheid, depressief, statisch,…
H. Wit: zuiverheid. Wit is de kleur van gezondheid en hygiëne, symbool van de evolutie, vooruitgang
I. Zwart: dood, het kleur van het niks
16. Als je een reflectorlamp gebruikt, heeft dit invloed op de keuze van de te gebruiken armatuur?
Ja. Er bestaat een laagvolt reflectorlamp en een dicroïsche reflector:
Laagvolt reflectorlamp: heeft een gepolijste aluminium reflector (of kunststof reflector met
een aluminium coating die tegen hoge temperaturen bestand is). Sommige hebben een
reflector met facetten (voor een meer sprankelend effect). Deze reflectors bevatten
capsulelampen.
Dicroïsche reflector: Dit is een laagspanningsreflectorlamp waarbij een dicroïsch
reflectieoppervlak is aangebracht aan de binnenzijde van een harde glazen schaal met een
geschikte vorm. Ze beschikken ook over een voet met 2 pinnen.
-> 2/3 van de warmte ontsnapt langs de achterkant van de lamp. Hiervoor moet er
een voorziening zijn die voorkomt dat de warmte zich achter de armatuur opstapelt.
17. Als je de textuur van een wand sterk wilt benadrukken en een indrukwekkend verrassend
effect wilt creëren, hoe richt je dan de lichtbundels: