WERKEN IN TEAM
SAMENVATTING
Practicum 1 - Introductie & psychologische veiligheid
waarom dit vak?
→ leren coöperatief samenwerken
=> productiever, hoger welzijn …
psychologische veiligheid
= jezelf kunnen zijn
= kunnen zeggen wat je denkt
= fouten mogen maken
= interesse in elkaar
= elkaars talenten zien, respecteren & inzetten
= constructief omgaan met conflicten
Practicum 2 - Groepsdynamica
elk team is een groep MAAR niet elke groep is een team
een team
= kleine groep mensen
= bewust onderlinge afhankelijkheid
= doelgericht
= intensief contact
= groepsbewustzijn: wie hoort wel & niet tot het team
= specifieke & complementaire functies & rollen
= gedurende bepaalde tijd lid van het team
teamwerk = samenwerking op het hoogste niveau
=> synergie-effect: 1 + 1 = 3 of 4 of 5
1 - Belbinrollen
1) de bedenker
→ creatief, grote verbeeldingskracht, lost moeilijke problemen op
→ let niet op details, gaat zozeer op in zijn werk dat hij niet altijd effectief communiceert
2) de brononderzoeker
→ onderzoekt de mogelijkheden, is enthousiast & communicatief
→ legt contacten
→ te optimistisch
→ verliest interesse als het eerste enthousiasme gezakt is
3) de voorzitter
→ is volwassen & heeft veel zelfvertrouwen
→ verheldert doelstellingen, versnelt de besluitvorming, kan delegeren
→ heeft iets manipulerend
, → delegeert het eigen werk
4) de vormer
→ is uitdagend, dynamisch & functioneert het best onder druk
→ heeft de gedrevenheid & de moed om obstakels te overwinnen
→ kan anderen provoceren
→ kwetst de gevoelens van andere teamleden
5) de monitor
→ nuchter, met strategisch inzicht & goed onderscheidingsvermogen
→ ziet alle opties & heeft een beoordelingsvermogen
→ mist de gedrevenheid & het vermogen om anderen te motiveren
6) de groepswerker
→ is coöperatief, mild, opmerkzaam & diplomatiek
→ kan goed luisteren, is opbouwend, voorkomt wrijving & brengt rust in de groep
→ besluiteloos in moeilijke situaties
→ laat zich makkelijk beïnvloeden
7) de realisator
→ is gedisciplineerd, betrouwbaar, behoudend & efficiënt
→ zet ideeën om in praktische handelingen
→ is niet erg flexibel
→ reageert traag wanneer zich nieuwe mogelijkheden voordoen
8) de zorgdrager
→ is nauwgezet, gewetensvol, gespannen & alert op vergissingen & omissies
→ zorgt ervoor dat de dingen op tijd gebeuren
→ is geneigd zich onnodig zorgen te maken
→ delegeert niet graag & is soms een muggenzifter
9) de specialist
→ is doelbewust, initiatiefrijk, toegewijd
→ hij voorziet in de kennis & vaardigheden waar een tekort aan is
→ inbreng is beperkt tot een klein gebied
→ blijft te lang stilstaan bij de technische details
→ heeft geen oog voor het groter geheel
2 - Taak- en procesrollen
taakrollen
- initiatief & activiteit
- zoeken van informatie
- zoeken van meningen
- geven van informatie
- geven van meningen
- uitwerking
- coördineren
- samenvatten
procesrollen
SAMENVATTING
Practicum 1 - Introductie & psychologische veiligheid
waarom dit vak?
→ leren coöperatief samenwerken
=> productiever, hoger welzijn …
psychologische veiligheid
= jezelf kunnen zijn
= kunnen zeggen wat je denkt
= fouten mogen maken
= interesse in elkaar
= elkaars talenten zien, respecteren & inzetten
= constructief omgaan met conflicten
Practicum 2 - Groepsdynamica
elk team is een groep MAAR niet elke groep is een team
een team
= kleine groep mensen
= bewust onderlinge afhankelijkheid
= doelgericht
= intensief contact
= groepsbewustzijn: wie hoort wel & niet tot het team
= specifieke & complementaire functies & rollen
= gedurende bepaalde tijd lid van het team
teamwerk = samenwerking op het hoogste niveau
=> synergie-effect: 1 + 1 = 3 of 4 of 5
1 - Belbinrollen
1) de bedenker
→ creatief, grote verbeeldingskracht, lost moeilijke problemen op
→ let niet op details, gaat zozeer op in zijn werk dat hij niet altijd effectief communiceert
2) de brononderzoeker
→ onderzoekt de mogelijkheden, is enthousiast & communicatief
→ legt contacten
→ te optimistisch
→ verliest interesse als het eerste enthousiasme gezakt is
3) de voorzitter
→ is volwassen & heeft veel zelfvertrouwen
→ verheldert doelstellingen, versnelt de besluitvorming, kan delegeren
→ heeft iets manipulerend
, → delegeert het eigen werk
4) de vormer
→ is uitdagend, dynamisch & functioneert het best onder druk
→ heeft de gedrevenheid & de moed om obstakels te overwinnen
→ kan anderen provoceren
→ kwetst de gevoelens van andere teamleden
5) de monitor
→ nuchter, met strategisch inzicht & goed onderscheidingsvermogen
→ ziet alle opties & heeft een beoordelingsvermogen
→ mist de gedrevenheid & het vermogen om anderen te motiveren
6) de groepswerker
→ is coöperatief, mild, opmerkzaam & diplomatiek
→ kan goed luisteren, is opbouwend, voorkomt wrijving & brengt rust in de groep
→ besluiteloos in moeilijke situaties
→ laat zich makkelijk beïnvloeden
7) de realisator
→ is gedisciplineerd, betrouwbaar, behoudend & efficiënt
→ zet ideeën om in praktische handelingen
→ is niet erg flexibel
→ reageert traag wanneer zich nieuwe mogelijkheden voordoen
8) de zorgdrager
→ is nauwgezet, gewetensvol, gespannen & alert op vergissingen & omissies
→ zorgt ervoor dat de dingen op tijd gebeuren
→ is geneigd zich onnodig zorgen te maken
→ delegeert niet graag & is soms een muggenzifter
9) de specialist
→ is doelbewust, initiatiefrijk, toegewijd
→ hij voorziet in de kennis & vaardigheden waar een tekort aan is
→ inbreng is beperkt tot een klein gebied
→ blijft te lang stilstaan bij de technische details
→ heeft geen oog voor het groter geheel
2 - Taak- en procesrollen
taakrollen
- initiatief & activiteit
- zoeken van informatie
- zoeken van meningen
- geven van informatie
- geven van meningen
- uitwerking
- coördineren
- samenvatten
procesrollen