Hematologie 2 Immuunhematologie
H1: Transfusie van bloedproducten
1.1. Bloedtransfusie
Bloed belangrijke rol in lichaam: zuurstof voorzien, voedingsstoffen, voert afvalstoffen af
Soms ontstaan tekort bloedbestanddelen
- Operatie, verkeersongeval, na chemotherapie, bloedziekte
Arts besluit om bloedtransfusie toe te dienen: ontbrekende bloedbestanddelen aanvullen
Bloedtransfusiemethoden = bloed toedienen aan lichaam
- Bloed via infuus in aderen
- Bloed afkomstig v bloeddonors
Patiënt krijgt bloedtransfusie met rdc, bloedplaatjes of plasma
1.1.1. Protocol
Moet veilig zijn voor donor en patiënt
Elke stap in bloedtransfusie-keren heeft strikt protocol
- Donor, patiënt, bloedproduct getest door medische professionals
MLT’ers belangrijke rol:
- Controle bloedwaarden
- Selectie bloedproduct
- Controle compatibiliteit
Regelgeving transfusie: alles in wet v 5 juli 1994
geschreven
1
,Hematologie 2 Immuunhematologie
1.1.2. Doel medische richtlijnen
Beoordelen geschiktheid kandidaat donor voor allogene of autologe donatie volbloed of
bloedbestanddelen
Gezondheidstoestand vd donor moet zo zijn dat:
- Afneming geen schadelijke gevolgen heeft
- Elk gevaar op overdracht v besmettelijke ziekten tot minimum wordt beperkt
Toepassen criteria voor tijdelijke/permanente uitsluiting
- Gezondheidsrisico voor donor
- Gezondheidsrisico voor ontvanger
- Uitvoerbaarheid vd afneming
- Kwaliteit bloedproduct
1.1.3. Verschillende bloedproducten
Rode bloedcellen:
- Toegediend om aantal rbc te verhogen rbc na trauma, operatie of bij ernstige anemie
Plasma
- Gebruikt om tekorten in SF te corrigeren
- Toegediend bij shock door plasma-verlies, bvb door brandwonden of grote bloedingen
Trombocytenconcentraat
- Voor behandeling of preventie v bloedingen door te lage trombocytenaantallen
- Om functionele problemen vd plaatjes te corrigeren
1.1.4. Vrijgave v bloedproducten
Testen uitgevoerd
- Bloedgroepcontrole
- Hematologische telling
- Infectieuze serologie: HIV, hepatitis B en C, syfilis
- Multiplex-NAT voor HIV, Hepatitis B en C
Bijkomende testen bij elke nieuwe donor of ifv anamnese
- Uitgebreide bloedgroepbepaling
- Antistoffen tegen rbc
- Opsporen tropische ziekten
- Opsporen CMV antistoffen
2
,Hematologie 2 Immuunhematologie
1.2. Inleidende begrippen immunologie
Antigen:
- = antistof-genererend
- Lichaamsvreemde moleculen waartegen specifieke immuunsysteem kan reageren
Epitoop:
- Specifieke deel v antigen dat herkend wordt door antistoffen, B- en T-cellen vh
immuunsysteem
Antistof of antilichaam:
- Geproduceerd door B-cellen als specifieke respons op Ag
- Herkent en bindt een specifiek epitoop op het Ag
- Bindingen v Al op Ag en inactiveren Ag door:
o Virusneutralisatie en opsonisatie
o Precipitatie van oplosbare antigenen
o Agglutinatie van antigeen-bevattende partikels, zoals bacteriën
o Activatie complementsysteem, wat leidt tot porievorming
1.3. Bloedgroepen
Erytrocyt:
- Cellen verantwoordelijk voor zuurstof en koolstofdioxidetransport tss longen en andere
weefsels in lichaam
Bloedgroepen:
- Membraanstructuur op rbc, dragen bij tot functie en eigenschappen vd rbc
> 250 bloedgroepen gekend, gegroepeerd in 30-tal bloedgroepsystemen
- ABO
- Rhesus
- Duffy
- Kell
- Kidd
- …
Overerving v bloedgroepen
- Overgeërfd: genetische verschillen
o Vader: AB (A/B)
o Moeder: O (O/O)
o Dochter: A (A/O)
o Zoon: B (B/O)
- Homozygoot of heterozygoot
o Homozygoot: Jka+Jkb-
o Heterozygoot: Jka+Jkb+
3
, Hematologie 2 Immuunhematologie
1.3.1. Bloedgroepen als antigenen
Bloedgroepantigenen: induceren vorming v antistoffen
3 ‘groepen’ antistoffen:
- Natuurlijke antistoffen
o Anti-A, anti-B, anti-AB, anti-E
o Aanwezig zijn zonder dat persoon in aanraking is gekomen met ‘vreemde
bloedgroepantigenen’
- Irreguliere antistoffen
o Anti-D, anti-C, anti-Jka, anti-Fya
o Antistoffen gevormd na contact met vreemde bloedgroepantigenen
o Na transfusie
o Na zwangerschap (foetomaternale hemorragie)
- Auto-antistoffen
o Auto-anti-e, Auto-antistoffen met brede specificiteit
o Antistoffen die worden gevormd tegen eigen bleodgroepantigenen en hemolyse
veroorzaken
1.3.2. Klinisch belang van antistoffen
Intravasculaire hemolyse
- Antistoffen in staat om complementsysteem volledig te activeren
- Veroorzaken opening in rbc-membraan
- Rbc lyseert in bloedvaten
- Bvb. anti-A en anti-B
Extravasculaire hemolyse
- Rbc indirect afgebroken door antistoffen in milt of lever
- Milt: opsonisatie door IgG, herkenning door macrofagen
- Lever: opsonisatie door complement, herkenning door macrofagen
4
H1: Transfusie van bloedproducten
1.1. Bloedtransfusie
Bloed belangrijke rol in lichaam: zuurstof voorzien, voedingsstoffen, voert afvalstoffen af
Soms ontstaan tekort bloedbestanddelen
- Operatie, verkeersongeval, na chemotherapie, bloedziekte
Arts besluit om bloedtransfusie toe te dienen: ontbrekende bloedbestanddelen aanvullen
Bloedtransfusiemethoden = bloed toedienen aan lichaam
- Bloed via infuus in aderen
- Bloed afkomstig v bloeddonors
Patiënt krijgt bloedtransfusie met rdc, bloedplaatjes of plasma
1.1.1. Protocol
Moet veilig zijn voor donor en patiënt
Elke stap in bloedtransfusie-keren heeft strikt protocol
- Donor, patiënt, bloedproduct getest door medische professionals
MLT’ers belangrijke rol:
- Controle bloedwaarden
- Selectie bloedproduct
- Controle compatibiliteit
Regelgeving transfusie: alles in wet v 5 juli 1994
geschreven
1
,Hematologie 2 Immuunhematologie
1.1.2. Doel medische richtlijnen
Beoordelen geschiktheid kandidaat donor voor allogene of autologe donatie volbloed of
bloedbestanddelen
Gezondheidstoestand vd donor moet zo zijn dat:
- Afneming geen schadelijke gevolgen heeft
- Elk gevaar op overdracht v besmettelijke ziekten tot minimum wordt beperkt
Toepassen criteria voor tijdelijke/permanente uitsluiting
- Gezondheidsrisico voor donor
- Gezondheidsrisico voor ontvanger
- Uitvoerbaarheid vd afneming
- Kwaliteit bloedproduct
1.1.3. Verschillende bloedproducten
Rode bloedcellen:
- Toegediend om aantal rbc te verhogen rbc na trauma, operatie of bij ernstige anemie
Plasma
- Gebruikt om tekorten in SF te corrigeren
- Toegediend bij shock door plasma-verlies, bvb door brandwonden of grote bloedingen
Trombocytenconcentraat
- Voor behandeling of preventie v bloedingen door te lage trombocytenaantallen
- Om functionele problemen vd plaatjes te corrigeren
1.1.4. Vrijgave v bloedproducten
Testen uitgevoerd
- Bloedgroepcontrole
- Hematologische telling
- Infectieuze serologie: HIV, hepatitis B en C, syfilis
- Multiplex-NAT voor HIV, Hepatitis B en C
Bijkomende testen bij elke nieuwe donor of ifv anamnese
- Uitgebreide bloedgroepbepaling
- Antistoffen tegen rbc
- Opsporen tropische ziekten
- Opsporen CMV antistoffen
2
,Hematologie 2 Immuunhematologie
1.2. Inleidende begrippen immunologie
Antigen:
- = antistof-genererend
- Lichaamsvreemde moleculen waartegen specifieke immuunsysteem kan reageren
Epitoop:
- Specifieke deel v antigen dat herkend wordt door antistoffen, B- en T-cellen vh
immuunsysteem
Antistof of antilichaam:
- Geproduceerd door B-cellen als specifieke respons op Ag
- Herkent en bindt een specifiek epitoop op het Ag
- Bindingen v Al op Ag en inactiveren Ag door:
o Virusneutralisatie en opsonisatie
o Precipitatie van oplosbare antigenen
o Agglutinatie van antigeen-bevattende partikels, zoals bacteriën
o Activatie complementsysteem, wat leidt tot porievorming
1.3. Bloedgroepen
Erytrocyt:
- Cellen verantwoordelijk voor zuurstof en koolstofdioxidetransport tss longen en andere
weefsels in lichaam
Bloedgroepen:
- Membraanstructuur op rbc, dragen bij tot functie en eigenschappen vd rbc
> 250 bloedgroepen gekend, gegroepeerd in 30-tal bloedgroepsystemen
- ABO
- Rhesus
- Duffy
- Kell
- Kidd
- …
Overerving v bloedgroepen
- Overgeërfd: genetische verschillen
o Vader: AB (A/B)
o Moeder: O (O/O)
o Dochter: A (A/O)
o Zoon: B (B/O)
- Homozygoot of heterozygoot
o Homozygoot: Jka+Jkb-
o Heterozygoot: Jka+Jkb+
3
, Hematologie 2 Immuunhematologie
1.3.1. Bloedgroepen als antigenen
Bloedgroepantigenen: induceren vorming v antistoffen
3 ‘groepen’ antistoffen:
- Natuurlijke antistoffen
o Anti-A, anti-B, anti-AB, anti-E
o Aanwezig zijn zonder dat persoon in aanraking is gekomen met ‘vreemde
bloedgroepantigenen’
- Irreguliere antistoffen
o Anti-D, anti-C, anti-Jka, anti-Fya
o Antistoffen gevormd na contact met vreemde bloedgroepantigenen
o Na transfusie
o Na zwangerschap (foetomaternale hemorragie)
- Auto-antistoffen
o Auto-anti-e, Auto-antistoffen met brede specificiteit
o Antistoffen die worden gevormd tegen eigen bleodgroepantigenen en hemolyse
veroorzaken
1.3.2. Klinisch belang van antistoffen
Intravasculaire hemolyse
- Antistoffen in staat om complementsysteem volledig te activeren
- Veroorzaken opening in rbc-membraan
- Rbc lyseert in bloedvaten
- Bvb. anti-A en anti-B
Extravasculaire hemolyse
- Rbc indirect afgebroken door antistoffen in milt of lever
- Milt: opsonisatie door IgG, herkenning door macrofagen
- Lever: opsonisatie door complement, herkenning door macrofagen
4