Communicatie: taal, vloeiendheid, resonantie, articulatie, stem
KINDERTAALONTWIKKELING
Articulatie:
• Verwerving van spraakklanken van de moedertaal (fonetiek)
• Articulatiestoornis: selectieve stoornis verwerving klankensysteem
Taalverwerving:
• Taal om te communiceren
• Fonologie, morfologie, syntaxis, semantiek, pragmatiek
• Taalontwikkelingsstoornis
o Vertraagde taalontwikkeling
o Gestoorde taalontwikkeling
5 taalcomponenten:
• Taalvorm
o Fonologie: kleinste samenstellende onderdelen van de menselijke taal: spraakklanken
o Morfologie: interne structuur van woorden
o Syntaxis: opbouw van zinnen
• Taalinhoud
o Semantiek: betekenis van woorden en zinnen
• Taalgebruik
o Pragmatiek: gebruik van taal in een sociale context
• Metalinguïstisch bewustzijn: nadenken over taal
OORSPRONG KINDERTAAL
Ontwikkeling moedertaal: jonge leeftijd + hoge snelheid
Welke prikkels/mechanismen doen een kind een taal leren? ⇨ theoretische vraag (theoretische modellen)
⇨ Therapeutisch belangrijk
BEHAVIORISTISCHE VISIE
Oudste verklaring, psychologie
OPERANTE CONDITIONERING
• Bestudeert enkel het uitwendig waarneembaar gedrag
• Gedragsequens: reflex of aangeleerd
• (S ⇨ R) + beloning ⇨ vaker (S ⇨ R) == aanleren
• (S ⇨ R) + straf ⇨ minder (S ⇨ R) == afleren
1
,TAALONTWIKKELING
• “een gedrag zoals een ander”
• Skinner (°1904 – 1990)
• “Verbal behaviour”: TO in termen v stimuli, responsen, beloningen en straffen
• Gebrabbel baby
• Opzettelijke imitatie/nazeggen
o Geluidsproductie met toevallige gelijkenis, hoe gebrekkig ook, met uiting vd volwassene +
enthousiasme ouders
o (S=moeder zegt iets ⇨ R=kind zegt ongeveer na) + blijk van genegenheid ⇨ vaker zeggen
• Woordenschatontwikkeling:
o Generalisatie
o (S’: kind ziet beeld hond) + (S: moeder zegt “hond” à R: kind imiteert spraakgeluid als [ɔ]) + blijk v
genegenheid ⇨ kind leert dat geluid “hond” bij beeld “hond” hoort
KRITIEKEN
• Theorie voor proefdieren (rat in skinner box)
• Brown & Hanlow:
o tussenkomsten ouders
§ Waarheidsgehalte
§ Niet voor correcte uitspraak, grammatica
• Creativiteit?
o Neologismen
o Rijmpjes
o Grammaticaliteitsoordeel
PRO
• Basisidee belonend optreden goed gedrag
o Toepasisngen logopedische therapie
• Sommige taaluitingen: eenvoudig aanleer mechanisme
NATIVISTISCHE VISIE
NOAM CHOMSKY
• Amerikaans taalkundige (°1928)
• Hypothese universele grammatica
o “aangeboren taal” eigen aan de mens
o Verklaart taalovereenkomsten
o Abstracte basisregels toepasbaar op elke taal
§ S = NP + VP
§ NP = (det) + nA + N è Grammaticaal correcte zinnen
§ VP = V + NP
Transformationeel generatieve grammatica (je wordt ermee geboren) ↔ behaviorisme
2
,ARGUMENTEN PRO
• Neuropsychologische uitrusting is universeel
o Alle mensen gelijk (uitz hersenletsel)
o Fundamentele gelijkenis tss talen
o Beschreven onder vorm universele grammatica
o Aangeboren taalvaardigheden
• Language acquisition device
o Taal uiterst complex
o Kinderen leren in sneltempo
o Ondanks aanvankelijk beperkte mentale mogelijkheden
• Lenneberg, Pinker
o Kinderen volgen zelfde “programma”
o Zelfde tijdschema uniformilteit è biologische verankering taal
o Levensomstandigheden ≠
• Genie
• Wolfskinderen
o Geen milieu-inbreng op taalgebied
§ Vb verwaarlozing
o Gevoelige periode
§ <6j: redelijke herstelkans
§ >6j: nooit volledig herstel
§ // tweedetaalverwerving
§ // hersenbeschadiging
è Biologisch vastliggend tijdschema voor de ontplooiing van de aangeboren taalgaven
Neurologische verklaring: synaptische pruning à verdwijnen van synapsen (Jonge
kinderen z in staat veel dingen te leren en dit neemt af)
• Orginaliteit en creativiteit grammatica (= contra argument behaviorisme)
o Overgeneralisatie: kinderen maken spontaan nieuwe regels die niet correct zijn en die niet uit het
omgevingstaalaanbod kunnen komen
o Omgeving
• Pidgintaal en creolisering (= argument pro nativisme)
o Optreden van taalsystematiek in en door een (paar) generatie(s) (suikerrietplantage Hawaï)
• Erfelijke taaldefecten?
o Specific Language Impairment
o Familiale voorgeschiedenis
è aangeboren voorkennis en vaardigheden (nativisme)
3
, CATEGORIALE PERCEPTIE – PATRICIA KUHL
• Spraakklankcontrasten
• Continuüm van kunstspraakprikkels baby’s
o Vb. langzaam overgaan van een typsiche (Engelse) “r” naar een “l”
o Varianten systematisch wijzigen in gelijke stapjes
o Gepercipieerd als 2 reeksen v gelijke klanken waartussen abrupt (NIET geleidelijk) overgeschakeld w
o Baby’s merken en negeren zelfde onderscheiden
o Voor spraakklankcontrasten van alle talen
è Aangeboren fonetisch-fonologische vaardigheid
Fonetisch-fonologisch è auditieve zintuiglijke
mogelijkheden (↓ stemloze fricatieven = stiller)
! onderscheidingsvermogen klankcontrasten voor andere talen stopt op lfd 1 jaar
• Nativistische verklaring:
o Aangeboren klankkenmerkdetectoren sterven af
o Door gebrek aan stimulering
o Gevoelige periode
• Andere verklaring:
o Merken de irrelevante klankcontrasten wel nog op
o Reserveren de aandacht voor de relevante
NATIVE LANGUAGE MAGNET-THEORIE (NLM) – KUHL
• Kinderen merken fonetische contrasten op uit alle talen ⇨ aard van gehoor
• Leerproces: door parentese en aanscherpen of vervangen van fonetische detectiegave
• Kinderen doen aan “statische onderzoek”
o Distributie van klanken vervorming perceptie: - minimaliseren AV
o Transitionele probaliteit - overschatten AV
• Perceptuele hergroepering
o Moedertaalprotorypes: magneten
§ Spraakklanken
• “duidelijk geval van…”
• “totaal anders dan …”
• Gevoelige periode
o Fonetisch – fonologisch gebied
o Waarin de prototypes de perceptie beginnen te vervormen
o Eerst vervormd is het aanleren van klankcontrasten uit een vreemde taal bemoeilijkt
4