Samenvatting univariate beschrijvende statistiek
01a-0
Introductie
Statistiek in de sociale wetenschappen
Sociale wetenschappen: maatschappelijke fenomenen en processen
begrijpen, verklaren en ‘voorspellen’
- fundamenteel wetenschappelijke kennis
- beleidsrelevante inzichten
Theorie: samenvatting kennis
Empirie: kwantitatief vs. Kwalitatief onderzoek
Statistiek als maatschappelijk fenomeen
- aandacht voor onderzoek en peilingen neemt alsmaar toe in de media en
op sociale media
- wat met de kwaliteit? Zijn de bevindingen betrouwbaar?
= zwaar problematisch, kunnen gebruikers op het verkeerde been zetten,
foutieve (beleids)conclusies
- harde cijfers en gegoochel met termen als verdoezelen vaak de
bedrieglijke aard van een slecht onderzoek
Empirisch: gebaseerd op waarneming, ervaring of experimenten in plaats
van op theorie en logica alleen.
Kwalitatief onderzoek Kwantitatief onderzoek
Gericht op inhoud, betekenis en Gericht op het meten en tellen
beleving
Doel: begrijpen waarom en hoe iets Doel: verklaren wat, hoeveel of hoe
gebeurt vaak iets gebeurt
1
,Gegevens: niet-numeriek zoals Gegevens: numeriek, zoals
woorden, beelden en ervaringen percentages, gemiddelden,
aantallen
Voorbeelden Voorbeelden
- interviews met studenten over - een enquête waarin 80% van de
hun ervaring met onlineonderwijs studenten zegt tevreden te zijn
- observaties van gedrag in de klas - statistieken over het aantal
ziekenhuisopnames per maand
Kwalitatief= kwaliteit – wat mensen Kwantitatief= kwantiteit –
voelen of denken hoeveelheden en cijfers
Kwaliteitscriteria onderzoek (selectie)
- transparantie via documentatie (beeldmateriaal, personen)
- kwaliteit toevalsteekproef, willekeurige mensen zorgen voor een betere
representativiteit
- inzicht in non-respons en bias (vertekening)
- zorg voor vraagverwoording, niet suggestief, vragen moeten kennis
bevatten
- werken met statistische procedures want veelal steekproefdata
Inhoud
Meten: eenheden en variabelen, gegevensverzameling
Univariate beschrijvende statistiek: frequentieverdelingen, grafische
voorstellingen, maten van centraliteit en spreiding, normaalverdeling
Bivariate beschrijvende statistiek: kruistabellen, spreidingsdiagrammen,
associatiematen, correlatie- en regressieanalyse
Meer complexe relaties: statistische controle
Inductieve statistiek: van steekproef naar populatie, op basis van de
steekproef iets zeggen over de gehele populatie
= schatten met betrouwbaarheid en significantietoetsen voor aantallen,
fracties, gemiddelden en de samenhang tussen twee variabelen
Bevolkingsgegevens vs. Steekproefgegevens
Bevolkingsgegevens
- informatie over de volledige onderzoekspopulatie
- weinig twijfels als gegevens valide en betrouwbaar
2
, - beschrijvende statistiek volstaat
Gegevens afkomstig uit steekproef
- selectie van eenheden uit onderzoekspopulatie: steekproef
- steekproef: deelverzameling van n eenheden uit populatie
- bijkomende twijfel of steekproef goede afspiegeling vormt van de
volledige populatie; uitkomsten kunnen verschillen naargelang steekproef
- inductieve statistiek: op basis van informatie uit steekproef uitspraken
doen over de populatie
Inductieve statistiek: steekproefgrootheid gebruiken om
populatieparameter te schatten (schatten van de grootte van de fout)
Strikt noodzakelijk: systematische toevalsprocedure
- elke eenheid in populatie zelfde kans om in steekproef opgenomen te
worden via enkelvoudige aselecte steekproef (EAS) of algemener: elke
eenheid gekende kans om in steekproef opgenomen te zijn
- indien niet: enkel uitspraken over onderzochte eenheden
- toevalssteekproef optimaliseert ook representativiteit (steekproef wijkt
niet systematisch af van populatie waaruit steekproef getrokken is; is
goede weerspiegeling van de bevolking)
01b_1.1_1.3
Basisconcepten
a. Onderzoekspopulatie, statistische eenheid
Onderzoeksvraag: verklaren verschillen in museumbezoek bij studenten
eerste bachelor politieke en sociale wetenschappen.
Vragenlijst: bv. Geslacht, opleiding, hoe vaak, leeftijd
Onderdelen van realiteit waarop onderzoek betrekking heeft:
(onderzoeks)elementen of (statistische) eenheden (cases)
- eenduidige definitie nodig: bv. Vlaming; leeftijd? Woonplaats? Afkomst?
3
01a-0
Introductie
Statistiek in de sociale wetenschappen
Sociale wetenschappen: maatschappelijke fenomenen en processen
begrijpen, verklaren en ‘voorspellen’
- fundamenteel wetenschappelijke kennis
- beleidsrelevante inzichten
Theorie: samenvatting kennis
Empirie: kwantitatief vs. Kwalitatief onderzoek
Statistiek als maatschappelijk fenomeen
- aandacht voor onderzoek en peilingen neemt alsmaar toe in de media en
op sociale media
- wat met de kwaliteit? Zijn de bevindingen betrouwbaar?
= zwaar problematisch, kunnen gebruikers op het verkeerde been zetten,
foutieve (beleids)conclusies
- harde cijfers en gegoochel met termen als verdoezelen vaak de
bedrieglijke aard van een slecht onderzoek
Empirisch: gebaseerd op waarneming, ervaring of experimenten in plaats
van op theorie en logica alleen.
Kwalitatief onderzoek Kwantitatief onderzoek
Gericht op inhoud, betekenis en Gericht op het meten en tellen
beleving
Doel: begrijpen waarom en hoe iets Doel: verklaren wat, hoeveel of hoe
gebeurt vaak iets gebeurt
1
,Gegevens: niet-numeriek zoals Gegevens: numeriek, zoals
woorden, beelden en ervaringen percentages, gemiddelden,
aantallen
Voorbeelden Voorbeelden
- interviews met studenten over - een enquête waarin 80% van de
hun ervaring met onlineonderwijs studenten zegt tevreden te zijn
- observaties van gedrag in de klas - statistieken over het aantal
ziekenhuisopnames per maand
Kwalitatief= kwaliteit – wat mensen Kwantitatief= kwantiteit –
voelen of denken hoeveelheden en cijfers
Kwaliteitscriteria onderzoek (selectie)
- transparantie via documentatie (beeldmateriaal, personen)
- kwaliteit toevalsteekproef, willekeurige mensen zorgen voor een betere
representativiteit
- inzicht in non-respons en bias (vertekening)
- zorg voor vraagverwoording, niet suggestief, vragen moeten kennis
bevatten
- werken met statistische procedures want veelal steekproefdata
Inhoud
Meten: eenheden en variabelen, gegevensverzameling
Univariate beschrijvende statistiek: frequentieverdelingen, grafische
voorstellingen, maten van centraliteit en spreiding, normaalverdeling
Bivariate beschrijvende statistiek: kruistabellen, spreidingsdiagrammen,
associatiematen, correlatie- en regressieanalyse
Meer complexe relaties: statistische controle
Inductieve statistiek: van steekproef naar populatie, op basis van de
steekproef iets zeggen over de gehele populatie
= schatten met betrouwbaarheid en significantietoetsen voor aantallen,
fracties, gemiddelden en de samenhang tussen twee variabelen
Bevolkingsgegevens vs. Steekproefgegevens
Bevolkingsgegevens
- informatie over de volledige onderzoekspopulatie
- weinig twijfels als gegevens valide en betrouwbaar
2
, - beschrijvende statistiek volstaat
Gegevens afkomstig uit steekproef
- selectie van eenheden uit onderzoekspopulatie: steekproef
- steekproef: deelverzameling van n eenheden uit populatie
- bijkomende twijfel of steekproef goede afspiegeling vormt van de
volledige populatie; uitkomsten kunnen verschillen naargelang steekproef
- inductieve statistiek: op basis van informatie uit steekproef uitspraken
doen over de populatie
Inductieve statistiek: steekproefgrootheid gebruiken om
populatieparameter te schatten (schatten van de grootte van de fout)
Strikt noodzakelijk: systematische toevalsprocedure
- elke eenheid in populatie zelfde kans om in steekproef opgenomen te
worden via enkelvoudige aselecte steekproef (EAS) of algemener: elke
eenheid gekende kans om in steekproef opgenomen te zijn
- indien niet: enkel uitspraken over onderzochte eenheden
- toevalssteekproef optimaliseert ook representativiteit (steekproef wijkt
niet systematisch af van populatie waaruit steekproef getrokken is; is
goede weerspiegeling van de bevolking)
01b_1.1_1.3
Basisconcepten
a. Onderzoekspopulatie, statistische eenheid
Onderzoeksvraag: verklaren verschillen in museumbezoek bij studenten
eerste bachelor politieke en sociale wetenschappen.
Vragenlijst: bv. Geslacht, opleiding, hoe vaak, leeftijd
Onderdelen van realiteit waarop onderzoek betrekking heeft:
(onderzoeks)elementen of (statistische) eenheden (cases)
- eenduidige definitie nodig: bv. Vlaming; leeftijd? Woonplaats? Afkomst?
3