HOOFDSTUK 1 – INLEIDING
Centraal: voornaamste perspectieven, visies en richtingen binnen de sociologie
‣ De verschillende perspectieven zijn niet concurrentieel, wel aanvullend!
Inhoudelijke richtingen Methodologische richtingen
Gaan om WAT er bestudeerd moet worden Gaan om HOE iets bestudeerd moet worden
‧ Welke aspecten van de maatschappelijke ‧ Op welke wijze worden onderzoeksvragen
werkelijkheid moeten bekeken worden? geformuleerd en hoe zullen deze
‧ Elke inhoudelijke richting heeft een eigen beantwoord worden?
theoretisch referentiekader met eigen
uitgangsveronderstellingen
Structuralisme, de interactionele richting Het positivisme, het verstehende sociologie, het
(formele sociologie), de sociologie van sociaal functionalisme
handelen, het symbolisch interactionisme
ONDERSCHEID TUSSEN DE INHOUDELIJKE RICHTINGEN:
‣ Niveau
‣ Onderscheid tussen structuur en cultuur
‣ 3 criteria: voluntarisme, reductionisme en nominalisme
Het niveau :
Niveau van de individuele relaties op zich
Microniveau → Niet alleen relaties tussen individuen, maar ook tussen naties
→ Van toepassing bij de interactionele richting en het symbolisch interactionisme
Niveau van de sociale structuur
→ Relaties en interacties tussen individuen worden gezien als onderdeel van een
Macroniveau
complex geheel
→ Van toepassing bij het structuralisme en de sociologie van sociaal handelen
Onderscheid tussen structuur en cultuur:
Relaties en de specifieke vorm van relaties
Structuur
→ bij het structuralisme en de interactionele richting
Betekenisgeving en zingeving staat centraal
Cultuur
→ bij de sociologie van het sociaal handelen en het symbolisch interactionisme
MACRO MICRO
STRUCTUUR Structuralisme Interactionele richting
CULTUUR Sociologie van het sociaal handelen Symbolisch interactionisme
‣ Structuralisme: bestudeert de onderlinge relaties (structuur) tussen grotere gehelen (macro)
‣ Interactionele benadering: bestudeert de onderlinge relaties (structuur) op individueel niveau
(micro)
‣ Sociologie van het sociaal handelen: bestudeert hoe er zingegeven wordt (cultuur) op hoger
niveau (macro)
‣ Symbolisch interactionisme: bestudeert hoe er zingegeven wordt (cultuur) in specifieke
interactie met anderen (micro)
,Sociologische benaderingswijzen – samenvatting 2023 - 2024
Drie criteria: voluntarisme, reductionisme en nominalisme :
‣ Voluntarisme : individuele actoren (agency) bepalen zelf hun sociaal handelen
o Niet gedetermineerd door sociale structuren
o vb. de sociologie van het sociaal handelen en het symbolisch interactionisme
o Indien niet-voluntaristisch is het geloof sterk gedetermineerd door sociale structuren
‣ Reductionisme : som = delen → de werkelijkheid wordt gereduceerd tot de delen die daar
vorm aan geven, gaan er niet van uit dat er onafhankelijke bovenstaande structuren zijn
o vb. de sociologie van het sociaal handelen en het symbolisch interactionisme
o Indien niet-reductionistisch gaat men ervan uit dat hoger liggende structuren een
geheel op zich vormen
‣ Nominalisme : er is geen geloof in wat niet concreet waarneembaar is
o Wat niet waarneembaar is, bestaat enkel in naam (kan geen invloed uitoefenen)
o vb. interactionele richting, de sociologie van het sociaal handelen en het symbolisch
interactionisme
o Indien niet-nominalistisch zegt men dat ook niet-waarneembare zaken toch een
invloed kunnen uitoefenen op het individu
Voluntarisme Reductionisme Nominalisme
Structuralisme - - -
Interactionele
- + +
richting
Sociologie van het
+ + +
sociaal handelen
Symbolisch
+ + +
interactionisme
Telkens je een benaderingswijze moet benoemen en moet beargumenteren, hou je best rekening met 5
kenmerken:
1. Micro of macro?
2. Cultuur of structuur?
3. Voluntaristisch?
4. Reductionistisch?
5. Nominalistisch?
HISTORISCH KADER:
‣ In de 19e eeuw: sociologie ontstond als wetenschap én als zelfstandige discipline
‣ Grote voorbeeld waren de natuurwetenschappen (positivisme)
o Compte neemt een voorbeeld aan de natuurwetenschappen, wetmatigheden en
paralellen → ook binnen de sociologie algemene wetmatigheden ontdekken en deze
empirisch toetsen aan de realiteit
‣ Eind 19e eeuw: idee dat menswetenschappen zich moeten onderscheiden van de
natuurwetenschappen → leidt tot een methodestrijd = methodologisch dualisme
o Enerzijds: wetenschappers die sociale processen op een objectieve manier willen
observeren (~ positivistische methode)
o Anderzijds: wetenschappers die het subjectieve van de humane wetenschappen gaan
belichten
,Sociologische benaderingswijzen – samenvatting 2023 - 2024
‣ Sociologie is altijd beïnvloed geweest door de tijd en technologische vooruitgangen
o Hierdoor krijgt men nieuwe benaderingswijzen
o Oude benaderingswijzen krijgen soms een nieuwe impuls
o Elke benaderingswijze kent eigen hoogte- en dieptepunten
, Sociologische benaderingswijzen – samenvatting 2023 - 2024
HOOFDSTUK 2 – STRUCTURALISME
WAT IS STRUCTURALISME?
Kern:
‣ Maatschappelijke werkelijkheid als totaliteit is een zelfstandige entiteit
o Samenleving is één zelfstandige entiteit (wordt wel gevormd door interactie tussen de
actoren, maar is finaal een eigen identiteit die invloeden kan geven)
o Ook alle delen leven als zelfstandige entiteiten
‣ Som is meer dan de delen
‣ Niet reductionistisch: er zijn hogere deeleenheden die op zich bestaan en een eigen identiteit
heeft
‣ Niet voluntaristisch: actoren hebben geen eigen wil, worden gedetermineerd door de sociale
feiten van de structuur
‣ Niet nominalistisch: niet-waarneembare zaken kunnen toch een invloed spelen op het individu
‣ Doel: op zoek gaan naar patronen van gedrag via externe aspecten, kijken hoe menselijk
gedrag kan teruggebracht worden naar de structuren waar ze deel uit maken
(determinatie door de omgeving)
Basisveronderstellingen:
‣ Personen (individuen, actoren) die deel uitmaken van eenzelfde sociale eenheid en/of
beïnvloed worden door dezelfde structurele kenmerken zullen waarschijnlijk een min of
meer gelijkaardig gedragspatroon vertonen
o We maken allemaal deel uit van dezelfde samenleving met dezelfde kenmerken → na
verloop van tijd zullen we dezelfde gedragspatronen vertonen
‣ De structurele deelcomponenten van een sociale eenheid houden in min of meerdere
mate verband met elkaar: ze zijn afhankelijk van elkaar en kunnen elkaar beïnvloeden
Centraal: externe aspecten, structurele factoren
DURKHEIM:
‣ Grondlegger
‣ Beschrijft hoe sociologen naar de werkelijkheid moeten kijken
‣ 19e eeuw: begin van de sociologie → Durkheim wou zich afzetten tegen de gangbare
filosofische en psychologische benaderingen
o Heersende idee in die periode: ‘individu als centrum’ → Durkheim zag het juist
omgekeerd: omgevingsfactoren bepalen net het individu
o Anti-antropocentrisch: niet de mens verklaart de sociale omgeving, maar de sociale
omgeving determineert de mens
‣ Structurele factoren noemt hij sociale feiten
o Sociale feiten staan los van de interagerende actoren
o Sociale feiten zijn volledig autonoom
‣ Sociologie = structuralistische verklaringen zoeken
‣ Sociale feiten verklaren door sociale feiten!