Kwalitatief onderzoeksdesign – samenvatting 2024 - 2025
DE KWALITATIEVE PROBLEEMSTELLING
Onderzoeksthema: beschrijft in algemene termen waar je onderzoek over wil doen (vb. onderzoek naar
de communicatie tussen artsen en patiënten)
Onderzoeksvraag: beschrijft specifiek waar je onderzoek een antwoord op probeert te vinden (vb. hoe
definiëren artsen en patiënten ‘goede communicatie’?, ‘hoe geven interacties tussen artsen en patiënten vorm
aan die betekenissen?’)
Een thema kan variëren in termen van abstractieniveau of focus
‣ Algemeen thema: vb. onderzoek naar de relaties tussen artsen en patiënten
‣ Kan uiteenvallen in verschillende sub-thema’s:
o vb. onderzoek naar de communicatie tussen artsen en patiënten
o vb. onderzoek naar discriminatie van bepaalde categorieën van patiënten door artsen
o vb. onderzoek naar de rol van werklast op de kwaliteit van de relatie tussen artsen en patiënten
‣ Thema wordt meestal niet uitgedrukt in vraagvorm, een onderzoeksvraag wordt WEL
uitgedrukt in vraagvorm
Het opstellen van onderzoeksvragen worden beïnvloed door:
1) Vormvereisten: coherentie, structuur en relevantie
2) Methodologische uitgangspunten
3) Eigen interesses, kennis en ervaringen
4) Het publiek
5) Literatuur
6) Filosofische paradigma’s
VORMVEREISTEN:
Goede onderzoeksvragen zijn coherent, gefocust en relevant:
‣ Niet te veel & niet te weinig: 2-3 onderzoeksvragen als standaard (= relevant)
→ hoe meer onderzoeksvragen, hoe minder diepgang → hoe meer oppervlakkige antwoorden
→ hoe minder onderzoeksvragen, hoe sneller je uitgepraat zal zijn
‣ Niet te breed & niet te eng: elke onderzoeksvraag moet focussen op een specifiek probleem
(= gefocust)
→ hoe nauwer, hoe meer je jezelf beperkt in onderzoek
→ hoe breder, hoe minder diepgang → verlies van focus
‣ Niet te veel overlap & niet te weinig overlap tussen de verschillende onderzoeksvragen
→ samen moeten de onderzoeksvragen het algemeen thema overlappen op een logische
manier (= coherent)
→ indien te veel overlap: te veel verschillende onderzoeksdomeinen → niet coherent!
‣ Duidelijk verband tussen onderzoeksvragen en met het overkoepelend thema
‣ Geen dubbele, driedubbele, … onderzoeksvragen
‣ Consistent gebruik van concepten in formulering van onderzoeksvragen
‣ Onderzoeksvragen moeten uitvoerbaar zijn → praktisch criterium
o Enerzijds: het al dan niet beschikken over essentiële kennis, skills en hulpbronnen
o Anderzijds: potentiële ethische uitdagingen
o Uitvoerbaarheid kan wijzigen doorheen je onderzoek: wat in het begin uitvoerbaar
lijkt, is misschien na verloop van tijd niet meer uitvoerbaar → belangrijk om hier
doorheen heel je onderzoek rekening mee te houden
1
,Kwalitatief onderzoeksdesign – samenvatting 2024 - 2025
METHODOLOGISCHE UITGANGSPUNTEN:
‣ Kwalitatief onderzoek vraagt eigen soort onderzoeksvragen:
‣ Normaal gezien: eerst onderzoeksvragen kiezen en pas daarna een methodologie kiezen
Wat mag niet in kwalitatief onderzoek?
‣ Effecten proberen meten (vb. “In welke mate beïnvloedt X Y?”)
‣ Voorkomen van iets proberen meten (vb. “Doet X zich voor of niet?”)
‣ Variatie proberen meten of kwantificeren (vb. “In welke mate komt die opinie voor?”)
‣ Hypotheses proberen testen (vb. “Kunnen we hypothese X uit de literatuur bevestigen?”)
Wat wordt wel gedaan in kwalitatief onderzoek?
‣ Willen begrijpen ‘hoe iets gebeurt’ (vb. “Hoe komt het dat jonge artsen een betere communicatie
hebben naar patiënten t.o.v. oude artsen?”)
‣ Processen proberen te beschrijven
‣ Betekenis van concepten proberen begrijpen
‣ Een verklaring voor een fenomeen inductief opbouwen
‣ Kenmerken van concepten proberen beschrijven (vb. “Wat zijn de verschillende dimensies van
goede communicatie?”)
‣ Nieuwe inzichten willen verkennen/ontdekken/exploreren i.p.v. bestaande literatuur testen
Grounded Theory als analysetechniek:
‣ Grounded Theory (GT): veel gebruikte benadering van data-analyse
‣ Er zijn verschillende vormen van GT (→ zie latere lessen)
‣ Doel van GT: theorie opbouwen door data afwisselend te verzamelen en te analyseren
(cyclisch verloop van onderzoek)
→ eerst klein stukje data verzamelen → grondig analyseren → kritisch evalueren en eventuele
aanpassingen maken in het design → opnieuw data verzamelen → opnieuw analyseren
→ opnieuw bijstellen → …
‣ Een theorie = een netwerk van relaties tussen concepten die, eens goed uitgewerkt, de
onderzoeker toelaten om een fenomeen te begrijpen of te verklaren
‣ Premissen van GT:
o Ontwikkelen van een nieuwe theorie: GT moet leiden tot nieuwe theoretische
inzichten → louter toetsen van bestaande concepten is onvoldoende!
o Onderzoeksvragen moeten meer doen dan louter beschrijven of exploreren → zo
volledig mogelijk verklaren of begrijpen van fenomenen
o Onderzoeksvragen gaan altijd veranderen in termen van focus gedurende het
onderzoek → onderzoeksvragen liggen nooit a priori vast!
EIGEN INTERESSES, KENNIS EN ERVARINGEN:
‣ Affectieve redenen voor kiezen onderwerp: belangrijk om iets te proberen onderzoeken dat je
zelf ook interessant vindt
‣ Cognitieve redenen voor kiezen onderwerp: kennis en ervaringen m.b.t. een thema kan
inspirerend zijn over ‘wat wel / nog niet is geweten’
‣ Pragmatische redenen voor kiezen onderwerp: kennis over een setting kan helpen in het
onderhandelen van toegang tot die setting
2
, Kwalitatief onderzoeksdesign – samenvatting 2024 - 2025
HET PUBLIEK:
‣ Het publiek voor wie je onderzoek uitvoert, kan richting geven aan je onderzoeksvragen
‣ Elk publiek zal eigen doelstellingen vooruitschuiven
o Kennis om een fenomeen beter te begrijpen/verklaren/beschrijven
o Kennis om een beleid op af te stemmen
o Kennis om de praktijk te sturen
LITERATUUR:
‣ Rol van de klassieke ‘literatuurstudie’ verschilt naargelang het soort data-analyse
‣ In GT: literatuur mag de onderzoeksvragen niet determineren! → enkel inspirerend en je
gevoelig maken voor het belang van bepaalde concepten (= sensitizing concepts)
‣ STAP 1: Receptief proces
o Over welke sub-thema’s wordt er onderzoek uitgevoerd (mapping van literatuur)?
o Welke onderzoeksvragen worden daarin onderzocht?
o Hoe worden concepten gedefinieerd en gemeten?
o Welke populaties en contexten worden onderzocht?
o Welke factoren en processen worden aangeduid als belangrijk?
o Wat zijn de achterliggende filosofische veronderstellingen?
→ in GT: kennis tussen haakjes plaatsen (bracketing) = bestaande concepten kunnen je enkel
gevoelig maken voor bepaalde fenomenen, maar mogen jouw analyses niet determineren
(sensitizing concepts) → nieuwe kennis moet meer inductief tot stand komen
‣ STAP 2: Creatief proces: Hoe kan ik iets nieuws toevoegen? Waar schiet de literatuur tekort?
Laat je stimuleren door de volgende zaken:
o Suggesties die door andere onderzoekers worden gemaakt in de (vaak meer recente)
wetenschappelijke literatuur
o Je eigen kennis / ervaringen m.b.t. een bepaald onderzoeksthema (sub-thema). Maar
dit kan niet de enige reden zijn
o Het type van vragen die zich goed leent voor kwalitatief onderzoek toe te passen op
het onderzoeksthema (sub-thema) waar je in geïnteresseerd bent
o Je onderzoeksthema (sub-thema) te benaderen vanuit een of meerdere andere
filosofisch paradigma’s dan wat doorgaans wordt gedaan in de wetenschappelijke
literatuur
→ in staat zijn om de belangrijkste wetenschapsfilosofische tradities te herkennen in
onderzoek en die adequaat toe te passen op het onderzoeksthema
‣ Link met literatuur adequaat presenteren:
o Goed aanduiden op welke verschillende sub-thema’s er onderzoek werd uitgevoerd
o Aanduiden op welke manier de onderzoeksvragen aansluiten (voortbouwen) op de
literatuur die werd gelezen
o Uitschrijven zoals in een wetenschappelijk artikel: synthese maken die de manier
weergeven waarop de onderzoeksvragen voortbouwen op bestaande literatuur
o Duidelijk maken aan de lezer wat innovatief is aan de studie
o Voldoende literatuur
o Verzorgde bibliografie
3
DE KWALITATIEVE PROBLEEMSTELLING
Onderzoeksthema: beschrijft in algemene termen waar je onderzoek over wil doen (vb. onderzoek naar
de communicatie tussen artsen en patiënten)
Onderzoeksvraag: beschrijft specifiek waar je onderzoek een antwoord op probeert te vinden (vb. hoe
definiëren artsen en patiënten ‘goede communicatie’?, ‘hoe geven interacties tussen artsen en patiënten vorm
aan die betekenissen?’)
Een thema kan variëren in termen van abstractieniveau of focus
‣ Algemeen thema: vb. onderzoek naar de relaties tussen artsen en patiënten
‣ Kan uiteenvallen in verschillende sub-thema’s:
o vb. onderzoek naar de communicatie tussen artsen en patiënten
o vb. onderzoek naar discriminatie van bepaalde categorieën van patiënten door artsen
o vb. onderzoek naar de rol van werklast op de kwaliteit van de relatie tussen artsen en patiënten
‣ Thema wordt meestal niet uitgedrukt in vraagvorm, een onderzoeksvraag wordt WEL
uitgedrukt in vraagvorm
Het opstellen van onderzoeksvragen worden beïnvloed door:
1) Vormvereisten: coherentie, structuur en relevantie
2) Methodologische uitgangspunten
3) Eigen interesses, kennis en ervaringen
4) Het publiek
5) Literatuur
6) Filosofische paradigma’s
VORMVEREISTEN:
Goede onderzoeksvragen zijn coherent, gefocust en relevant:
‣ Niet te veel & niet te weinig: 2-3 onderzoeksvragen als standaard (= relevant)
→ hoe meer onderzoeksvragen, hoe minder diepgang → hoe meer oppervlakkige antwoorden
→ hoe minder onderzoeksvragen, hoe sneller je uitgepraat zal zijn
‣ Niet te breed & niet te eng: elke onderzoeksvraag moet focussen op een specifiek probleem
(= gefocust)
→ hoe nauwer, hoe meer je jezelf beperkt in onderzoek
→ hoe breder, hoe minder diepgang → verlies van focus
‣ Niet te veel overlap & niet te weinig overlap tussen de verschillende onderzoeksvragen
→ samen moeten de onderzoeksvragen het algemeen thema overlappen op een logische
manier (= coherent)
→ indien te veel overlap: te veel verschillende onderzoeksdomeinen → niet coherent!
‣ Duidelijk verband tussen onderzoeksvragen en met het overkoepelend thema
‣ Geen dubbele, driedubbele, … onderzoeksvragen
‣ Consistent gebruik van concepten in formulering van onderzoeksvragen
‣ Onderzoeksvragen moeten uitvoerbaar zijn → praktisch criterium
o Enerzijds: het al dan niet beschikken over essentiële kennis, skills en hulpbronnen
o Anderzijds: potentiële ethische uitdagingen
o Uitvoerbaarheid kan wijzigen doorheen je onderzoek: wat in het begin uitvoerbaar
lijkt, is misschien na verloop van tijd niet meer uitvoerbaar → belangrijk om hier
doorheen heel je onderzoek rekening mee te houden
1
,Kwalitatief onderzoeksdesign – samenvatting 2024 - 2025
METHODOLOGISCHE UITGANGSPUNTEN:
‣ Kwalitatief onderzoek vraagt eigen soort onderzoeksvragen:
‣ Normaal gezien: eerst onderzoeksvragen kiezen en pas daarna een methodologie kiezen
Wat mag niet in kwalitatief onderzoek?
‣ Effecten proberen meten (vb. “In welke mate beïnvloedt X Y?”)
‣ Voorkomen van iets proberen meten (vb. “Doet X zich voor of niet?”)
‣ Variatie proberen meten of kwantificeren (vb. “In welke mate komt die opinie voor?”)
‣ Hypotheses proberen testen (vb. “Kunnen we hypothese X uit de literatuur bevestigen?”)
Wat wordt wel gedaan in kwalitatief onderzoek?
‣ Willen begrijpen ‘hoe iets gebeurt’ (vb. “Hoe komt het dat jonge artsen een betere communicatie
hebben naar patiënten t.o.v. oude artsen?”)
‣ Processen proberen te beschrijven
‣ Betekenis van concepten proberen begrijpen
‣ Een verklaring voor een fenomeen inductief opbouwen
‣ Kenmerken van concepten proberen beschrijven (vb. “Wat zijn de verschillende dimensies van
goede communicatie?”)
‣ Nieuwe inzichten willen verkennen/ontdekken/exploreren i.p.v. bestaande literatuur testen
Grounded Theory als analysetechniek:
‣ Grounded Theory (GT): veel gebruikte benadering van data-analyse
‣ Er zijn verschillende vormen van GT (→ zie latere lessen)
‣ Doel van GT: theorie opbouwen door data afwisselend te verzamelen en te analyseren
(cyclisch verloop van onderzoek)
→ eerst klein stukje data verzamelen → grondig analyseren → kritisch evalueren en eventuele
aanpassingen maken in het design → opnieuw data verzamelen → opnieuw analyseren
→ opnieuw bijstellen → …
‣ Een theorie = een netwerk van relaties tussen concepten die, eens goed uitgewerkt, de
onderzoeker toelaten om een fenomeen te begrijpen of te verklaren
‣ Premissen van GT:
o Ontwikkelen van een nieuwe theorie: GT moet leiden tot nieuwe theoretische
inzichten → louter toetsen van bestaande concepten is onvoldoende!
o Onderzoeksvragen moeten meer doen dan louter beschrijven of exploreren → zo
volledig mogelijk verklaren of begrijpen van fenomenen
o Onderzoeksvragen gaan altijd veranderen in termen van focus gedurende het
onderzoek → onderzoeksvragen liggen nooit a priori vast!
EIGEN INTERESSES, KENNIS EN ERVARINGEN:
‣ Affectieve redenen voor kiezen onderwerp: belangrijk om iets te proberen onderzoeken dat je
zelf ook interessant vindt
‣ Cognitieve redenen voor kiezen onderwerp: kennis en ervaringen m.b.t. een thema kan
inspirerend zijn over ‘wat wel / nog niet is geweten’
‣ Pragmatische redenen voor kiezen onderwerp: kennis over een setting kan helpen in het
onderhandelen van toegang tot die setting
2
, Kwalitatief onderzoeksdesign – samenvatting 2024 - 2025
HET PUBLIEK:
‣ Het publiek voor wie je onderzoek uitvoert, kan richting geven aan je onderzoeksvragen
‣ Elk publiek zal eigen doelstellingen vooruitschuiven
o Kennis om een fenomeen beter te begrijpen/verklaren/beschrijven
o Kennis om een beleid op af te stemmen
o Kennis om de praktijk te sturen
LITERATUUR:
‣ Rol van de klassieke ‘literatuurstudie’ verschilt naargelang het soort data-analyse
‣ In GT: literatuur mag de onderzoeksvragen niet determineren! → enkel inspirerend en je
gevoelig maken voor het belang van bepaalde concepten (= sensitizing concepts)
‣ STAP 1: Receptief proces
o Over welke sub-thema’s wordt er onderzoek uitgevoerd (mapping van literatuur)?
o Welke onderzoeksvragen worden daarin onderzocht?
o Hoe worden concepten gedefinieerd en gemeten?
o Welke populaties en contexten worden onderzocht?
o Welke factoren en processen worden aangeduid als belangrijk?
o Wat zijn de achterliggende filosofische veronderstellingen?
→ in GT: kennis tussen haakjes plaatsen (bracketing) = bestaande concepten kunnen je enkel
gevoelig maken voor bepaalde fenomenen, maar mogen jouw analyses niet determineren
(sensitizing concepts) → nieuwe kennis moet meer inductief tot stand komen
‣ STAP 2: Creatief proces: Hoe kan ik iets nieuws toevoegen? Waar schiet de literatuur tekort?
Laat je stimuleren door de volgende zaken:
o Suggesties die door andere onderzoekers worden gemaakt in de (vaak meer recente)
wetenschappelijke literatuur
o Je eigen kennis / ervaringen m.b.t. een bepaald onderzoeksthema (sub-thema). Maar
dit kan niet de enige reden zijn
o Het type van vragen die zich goed leent voor kwalitatief onderzoek toe te passen op
het onderzoeksthema (sub-thema) waar je in geïnteresseerd bent
o Je onderzoeksthema (sub-thema) te benaderen vanuit een of meerdere andere
filosofisch paradigma’s dan wat doorgaans wordt gedaan in de wetenschappelijke
literatuur
→ in staat zijn om de belangrijkste wetenschapsfilosofische tradities te herkennen in
onderzoek en die adequaat toe te passen op het onderzoeksthema
‣ Link met literatuur adequaat presenteren:
o Goed aanduiden op welke verschillende sub-thema’s er onderzoek werd uitgevoerd
o Aanduiden op welke manier de onderzoeksvragen aansluiten (voortbouwen) op de
literatuur die werd gelezen
o Uitschrijven zoals in een wetenschappelijk artikel: synthese maken die de manier
weergeven waarop de onderzoeksvragen voortbouwen op bestaande literatuur
o Duidelijk maken aan de lezer wat innovatief is aan de studie
o Voldoende literatuur
o Verzorgde bibliografie
3