kennisclips varken
Pyodermie: dermatitis crustosa, exsudatieve epidermitis, roetbiggen
Etiologie
● Multifactorieel
● staphylococcus hyicus
● verzwakkende factoren
● gram postiief
● etterblaasjes thv huid: uitgebreide korstvorming+ exsudatie aan oppervlak huid:
zwarte vuile biggen want vuil blijft erin hangen
S. Hyicus
● Cultuur: makkelijk groeien
● gram negatief
● verworven antimicrobiele resistentie
● stam afhankelijk
● obligaat symbiotisch
● facultatief pathogeen
● veroorzaakt pyodermie
Verzwakkende factoren
● Alles wat immuniteit van big verzwakt
● stress
● Lokaal: huid
○ Vechtwonden: vechten tss biggen
○ ectoparasieten: schurftmijt oa
○ algemeen
Klinische tekens
● Jonge dieren: hoe jonger hoe meer kans op veralgemeende vorm
● 1 of enkele nesten
● soms alle biggen/nest
Huidletsels: algemene ziekte
● Veralgemeende vorm
○ Zuigende biggen
○ algemene ziektetekens: vocht verlies
○ mortaliteit ongeveer 80%
● gelokaliseerde vorm
○ Gespeende biggen, oudere biggen
○ geen algemene ziektetekens: milder
○ mortaliteit 10%
Diagnose
● Klinische tekens: vb roetbiggen , korstvormige letsels, blaasjes
● isolatie
● vraag antibiogram aan
,Behandeling en bestrijding
● Predisponerende factoren zoveel mogelijk uitschakelen
● antibacteriele therapie parentaal
● lokale therapie: desinfectans
● vochttherapie
Faciale necrose
● Etiologie: wondinfectie: syngergistische werking van meerdere bacterien
○ Fusobacterium necrophorum: gram negatief
○ trueperella pyogenes: gram positief
○ andere anaeroben
Pathogenese-klinische tekens
● Jonge dieren
● niet alle dieren/nest
● wondinfectie
○ Bijtwonde
○ muilmucosa: vb na het knippen van de tanden
Wondinfectie
● Vermeerdering: toxine productie
○ Lokale necrose
○ uitbraak nr bloed: algemene symptomen: ze kunnen niet
meer zuigen->diarree gevoelig
Therapie
● Lokaal
● algemeen penicilline
Preventie
● Biggen mogen mekaar niet bijten: makkelijker dan het is
● vroeger systematisch tanden van biggen geknipt: verboden nu(enkel op
probleembedrijven)
Dermatomycose
● Microsporum Anjum: dermatofyten
● circulaire korstige letsels: vaak niet pijnlijk en spontaan verdwijnen
, Actinobacillus pleuropneumoniae
Contagieuze pleuropneumonie
● Gram negatief
● 2 biotypes:
○ Biotype 1: NAD afhankelijk
○ Biotype 2: NAD onafhankelijk
○ afh van biotype meer of minder virulent
○ belangrijk welke biotype het is voor diagnostiek: je moet bij biotype 1 NAD
toevoegen aan cultuur om groei te krijgen
● serotypes
● obligaat symbitoisch
● resistentie omgeving minder
● gastheer specifiek
Epidemiologie
● Spreiding tss varkens: over korte afstanden
○ Direct contact: vb neus neus contact
○ druppels, aerosol
● spreiding stal->stal
○ Via varkens
○ via mens: vb materiaal, kledij, schoeisel
Kiemdragers
● Thv neus, tonsillen: gn klinische tekenen vertonen->persisteert daar gwn
● dragers bevatten geen antistoffen
○ Klinisch zieke dieren wel: vnl longinfecties
Pathogenese
● Inhalatie/tonsillen, neus
● endogene/exogene infectie
● predisponerende factoren
○ Kiemfactoren: hogere infectiedruk: meer kans op ifnectie
○ afweer gastheer: verminderd door co infecties, stress,…
○ omgeving: vb densiteit->hoe hoger hoe erger infectiedruk, of
luchtkwaliteit(ammoniak), stof
● nr terminale bronchiolen, alveolen
○ Adhesie alveolen via fimbriae
○ de bacterie bevat ook een kapsel: beperkt fagocytose(belangrijk
afweermechanisme thv long)
Virulentiefactor: ijzer
->bacterie gaat zoveel mogelijk eiwit proberen opnemen
● Transferrine bindend proteine
○ Eiwit op wand van bacterie : in wand zit transferrine bindend proteine: trekt
ijzer van transferrine van gastheer: pompen in bacteriele cel
● Hemoglobine bindend proteine
○ Hemoglobine stelen van gastheer: ijzer onttrekken