Farmacokinetiek = inname medicatie
Farmacodynamiek = werking medicatie
1. MEDICATIE: DEFINITIE, OORSPRONG EN INDELING
DEFINITIE
Een geneesmiddel is elke eenvoudige of samengestelde substantie, die een therapeutisch of
profylactische eigenschap heeft m.b.t. ziekten bij de mens. Het is een substantie die kan
toegediend worden om fysiologische functies te herstellen, te verbeteren of te wijzen door
een farmacologisch, immunologisch of methodologisch effect te bewerkstellingen, of om een
medische diagnose te stellen.
BENAMING
Specialiteitsnaam = merknaam (die de fabrikant kiest)
Generische geneesmiddelen = kwalitatief evenwaardig, maar goedkoper
Geneesmiddelen kunnen ook benoemd worden bij hun stofnaam (het actieve bestandsdeel)
GESCHIEDENIS VAN MEDICATIE
1) Van overleving tot wetenschap: tot voor WO2 waren geneesmiddelen afkomstig
van natuurproducten waar een geneeskundige werking aan werd toegeschreven, vanaf
het begin van de 20e eeuw: meer gericht onderzoek naar het ontstaan van ziekten en
manieren om ze te behandelen
2) Alternatieve geneesmiddelen: substanties waarvan niet wetenschappelijk is
aangetoond dat ze een gunstig effect hebben (vb. homeopathie, fytotherapie,
orthomoleculaire middelen…)
3) Geneesmiddelen onderzoek: geneesmiddel moet eerst uitgebreid onderzocht
worden voor het op de markt mag komen
FARMACOVIGILANTIE
= geneesmiddelenbewaking
Bij (vermoeden van) reactie bij een cliënt, moet dit meteen gemeld worden aan de bevoegde
instanties: de producent en het FAGG (Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en
Gezondheidsproducten)
fabrikanten zijn verplicht om elke melding te analyseren
INDELING VAN MEDICATIE (o.b.v. werkzaamheid/ het doel)
1) Causale medicatie: gaat de oorzaak van de ziekte bestrijden
2) Symptomatische medicatie: gaat niet de ziekte zelf bestrijden, maar wel de
gevolgen (de symptomen)
3) Substitutie medicatie: substitueren of vervangen moet gebeuren als het organisme
zelf geen/ onvoldoende van een stof aanmaakt
4) Profylactische medicatie: zorgen ervoor dat een ziekte zich niet (zo sterk) kan
manifesteren
5) Diagnostische medicatie: een product wordt aan de patiënt gegeven om bepaalde
ziekten vast te stellen, te diagnosticeren
6) Placebo medicatie: placebo-effect = de gesuggereerde werking, geen echte
geneeskrachtige werking maar de patiënt is ervan overtuigd dat dit wel werkzaam is
2. FARMACOKINETHIEK
1
, Wat doet het lichaam met een geneesmiddel?
COMPARTIMENTENMODEL
ABSORPTIE
Wanneer het lichaam het geneesmiddel opneemt.
Absorptie = resorptie = zorgt ervoor dat het geneesmiddel in de circulatie, de bloedbaan
terecht komt
HET CENTRALE COMPARTIMENT
= systematische circulatie, omvat zowel de vloed- als lymfebanen
Het geneesmiddel wordt opgenomen in dit centrale compartiment en langs deze weg
verspreid over het hele organisme.
Biologische beschikbaarheid: het gedeelte van de dosis, die over een langere tijd gemeten,
onveranderd in de circulatie recht komt.
- Geneesmiddel langs de huid opgenomen biologische beschikbaarheid, aanwezigheid
van het geneesmiddel in het centrale compartiment = laag
- Geneesmiddel rechtsreeks in de bloedbaan door inspuiting hoog
Distributie= verspreiding van het geneesmiddel door het hele organisme. eens dit gebeurt
is: vrije fractie farmacon (kleine deeltjes geneesmiddel waarover ons lichaam via de
bloedbaan kan beschikken) en gebonden fractie farmacon (geneesmiddel is tijdelijk minder
beschikbaar voor het lichaam)
HET TARGETORGAAN (doelorgaan)
2