Lichaamsfuncties van
pasgeborenen, zoals ademhaling,
circulatie, en spijsvertering. Gericht
op de fysiologische ontwikkeling van
organen, systemen en op
veelvoorkomende
gezondheidsproblemen bij
pasgeborenen.
DE PASGEBORENE EN FYSIOLOGIE
samenvatting van Hanne Smits
neonatale periode: p. 8 tot 10
, geboortebeleving
zuurstof wordt tijdens de bevalling verminderd bij de baby navelstreng vernauwd
intra uterien (embryo in de baarmoeder) vs extra uterien (embryo uit de baarmoeder)
neonatale periode (periode na de geboorte) = 28 dagen
aanpassingsreacties
Desmond, 1963: APGAR 1, 5 en 10 minuten na de geboorte meten en scoren
A = appearance (kleur)
P = pols (hartslag)
G = grimas (respons op prikkels)
A = activity (tonus = spierspanning)
R = respirations (ademhaling)
baby is heel actief en alert
reageren op prikkels: geluid, licht, temperatuur en omgeving
placenta valt weg fysiologische veranderingen
werking van de organen
na 10 dagen normaal: circulatie, lever, lichaamstemperatuur, voeding, gewicht, ontlasting en
navelstomp
metabolisme komt op gang
na 4 weken = nieuw evenwicht
- homeokinese: biologisch ritme
- homeostase
opvang van de neonaat: p. 12 tot 18
opvang van de neonaat
, beïnvloedde factoren bij de conditie van de neonaat: termijn, drank, drugs, medicatie, erfelijke
aandoeningen, stress (huilbaby’s), infectieziekten, meerlingzwangerschappen,…
fysiologie van de thermoregulatie
baby volgt de temperatuur van de mama: koorts bij mama koorts bij baby
ziekte en koorts in begin van de zwangerschap kan fataal zijn voor de baby
koude prikkel = eerste aanzet tot ademhaling
vanuit de hypothalamus (= regelt de temperatuur)
evenwicht tussen productie en afgifte
centrale temperatuursenstoren krijgen in via perifere thermosensoren
perifeer (schil) ↔ centraal (kern)
lichaamskern: organen en spieren warmteproductie via circulatie gelijkmatig verdelen over het
lichaam (van organen met een hoge stofwisselingsactiviteit naar organen met een lage
stofwisselingsactiviteit)
bij warmte: warmteafgifte vasodilatatie en transpiratie = fysische warmte regulatie
bij koude: warmteproductie vasoconstrictie = fysische warmte regulatie
neutrale omgevingstemperatuur
basaal metabolisme volstaat
zuurstofverbruik minimaal (energie gebruiken voor groei)
vasodilatatie en vasoconstrictie
omstandigheden!
32 – 34°C
warmteprocessen bij neonaat
warmteverlies
baby verliest sowieso warmte via wat verliest de baby warmte?
pasgeborenen, zoals ademhaling,
circulatie, en spijsvertering. Gericht
op de fysiologische ontwikkeling van
organen, systemen en op
veelvoorkomende
gezondheidsproblemen bij
pasgeborenen.
DE PASGEBORENE EN FYSIOLOGIE
samenvatting van Hanne Smits
neonatale periode: p. 8 tot 10
, geboortebeleving
zuurstof wordt tijdens de bevalling verminderd bij de baby navelstreng vernauwd
intra uterien (embryo in de baarmoeder) vs extra uterien (embryo uit de baarmoeder)
neonatale periode (periode na de geboorte) = 28 dagen
aanpassingsreacties
Desmond, 1963: APGAR 1, 5 en 10 minuten na de geboorte meten en scoren
A = appearance (kleur)
P = pols (hartslag)
G = grimas (respons op prikkels)
A = activity (tonus = spierspanning)
R = respirations (ademhaling)
baby is heel actief en alert
reageren op prikkels: geluid, licht, temperatuur en omgeving
placenta valt weg fysiologische veranderingen
werking van de organen
na 10 dagen normaal: circulatie, lever, lichaamstemperatuur, voeding, gewicht, ontlasting en
navelstomp
metabolisme komt op gang
na 4 weken = nieuw evenwicht
- homeokinese: biologisch ritme
- homeostase
opvang van de neonaat: p. 12 tot 18
opvang van de neonaat
, beïnvloedde factoren bij de conditie van de neonaat: termijn, drank, drugs, medicatie, erfelijke
aandoeningen, stress (huilbaby’s), infectieziekten, meerlingzwangerschappen,…
fysiologie van de thermoregulatie
baby volgt de temperatuur van de mama: koorts bij mama koorts bij baby
ziekte en koorts in begin van de zwangerschap kan fataal zijn voor de baby
koude prikkel = eerste aanzet tot ademhaling
vanuit de hypothalamus (= regelt de temperatuur)
evenwicht tussen productie en afgifte
centrale temperatuursenstoren krijgen in via perifere thermosensoren
perifeer (schil) ↔ centraal (kern)
lichaamskern: organen en spieren warmteproductie via circulatie gelijkmatig verdelen over het
lichaam (van organen met een hoge stofwisselingsactiviteit naar organen met een lage
stofwisselingsactiviteit)
bij warmte: warmteafgifte vasodilatatie en transpiratie = fysische warmte regulatie
bij koude: warmteproductie vasoconstrictie = fysische warmte regulatie
neutrale omgevingstemperatuur
basaal metabolisme volstaat
zuurstofverbruik minimaal (energie gebruiken voor groei)
vasodilatatie en vasoconstrictie
omstandigheden!
32 – 34°C
warmteprocessen bij neonaat
warmteverlies
baby verliest sowieso warmte via wat verliest de baby warmte?