Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Volledige samenvatting Geneeskunde van de gezelschapsdieren I - 2e Ma DGK - 15/20 gehaald!

Beoordeling
-
Verkocht
1
Pagina's
132
Geüpload op
16-03-2026
Geschreven in
2025/2026

Volledige samenvatting van het vak Geneeskunde van de gezelschapsdieren I, gegeven in de 2e master diergeneeskunde optie gezelschapsdieren. Alle onderdelen staan erin, inclusief casussen en zelfstudie.

Voorbeeld van de inhoud

Samenvatting geneeskunde van de gezelschapsdieren I
Hoofdstuk 1: Endocrinologie
1.1 Hypofyse
1.1.1 Hypofysaire dwerggroei
① Etiologie: hypofysaire dwerggroei is vooral beschreven bij Duitse herder (recessief
erfelijk) en andere gerelateerde rassen. De mutatie die dit veroorzaakt is gekend (LHX3
mutatie)  komt niet meer zo vaak voor door juiste fokcombinaties. De mutatie zorgt voor
daling van FSH en LH secretie en aantasting van TSH en groeihormoon. Niet alle honden met
hypofysaire dwerggroei hebben deze mutatie (andere rassen). Er werd lang gedacht dat een
cyste in de hypofysevoorkwab de dwerggroei veroorzaakt, maar dit is weerlegd  cyste is
niet de oorzaak, maar het gevolg.
② Symptomen: slechte groei, wollige vacht, spitse snuit, eventuele cysten worden groter
(door hypercorticolisme). Bij de Duitse herder is de prognose op lange termijn gereserveerd
(vaak secundaire nierproblemen op jonge leeftijd).
③ Diagnose: tekort aan groeihormoon meten (GH en IGF1). GH kan niet gemeten worden
 IGF1 gebruikt als surrogaat. Dit wordt door de lever geproduceerd.
④ Behandeling: er bestaat geen canien groeihormoon (wel humane vorm, maar kan niet bij
honden gebruikt worden). Er kan wel gewerkt worden met progesteron, dit zorgt voor
groeihormoon secretie uit de melkklier. Wel nevenwerkingen mogelijk zoals pyometra (dus
ovariohysterectomie doen vooraf) en insulineresistentie. Honden kunnen hypothyroïd
worden (TSH aantasting)  thyroxine geven om dit te behandelen. De prognose is
gereserveerd.
1.1.2 Acromegalie/hypersomatotropisme
① Etiologie: progressieve groei skelet en weke delen. Dieren met acromegalie zien er heel
groot uit, bij katten is dit minder duidelijk en daarom wordt bij hen eerder de term
hypersomatotropisme gebruikt. Het komt voor bij vrouwelijke honden (o.i.v. progesteron) en
bij mannelijke katten van middelbare leeftijd (o.i.v. diabetes, hypofysetumor met
groeihormoon release). IGF1 moet gemeten worden na het behandelen van diabetes.
Als er een onderscheid wordt gemaakt tussen katten met diabetes en acromegalie (groep 1)
en diabetes zonder acromegalie (groep 2), zullen beide groepen PU/PD hebben. Polyfagie
komt meer voor in groep 1 en dit kan bij bepaalde patiënten extreem zijn. Gewichtsverlies
komt minder voor in groep 1. Prognatia inferior komt bij 18% van de katten voor in groep 1,
dit is best weinig  de meeste katten met acromegalie zien er normaal uit. Een hartruis kan
in groep 1 voorkomen, aangezien acromegalie secundair HCM kan geven.
Bij honden zorgt progesteron voor de vrijstelling van mammair
groeihormoon  kans op acromegalie.



1

,② Diagnose: klinische symptomen (insulineresistentie en DM kat, in luteale fase hond),
meten van IGF1 (maat voor groeihormoon), CT-scan kat (hypofysetumor).
③ Behandeling: stop progestativa en/of ovariohysterectomie hond, behandelen DM of
hypofysectomie of radiatietherapie bij kat.
1.1.3 Hypofysetumoren
① Etiologie: in deze cursus gaat het over de functionele hypofysetumoren. Niet-functionele
tumoren geven problemen door druk (neurologische symptomen of functiestoornissen) en
grote tumoren (deficiëntie adenohypofysaire hormonen, aantasting neurohypofyse). Honden
met Cushing door een hypofysetumor kunnen naast de endocriene symptomen ook
neurologische symptomen vertonen.
② Diagnose: endocriene testen, CT-scan, MRI.
1.1.4 Centrale diabetes insipidus
① Etiologie: meestal een verworven aandoening (idiopathisch), door een letsel van de
hypothalamus of neurohypofyse. Er is een tekort aan ADH  USG < 1006, geen
nieraandoening, toename urinedensiteit na ADH (Minirin test). De grote meerderheid van de
honden hebben DM, chronische nierziekte, pyometra, leverinsufficiëntie, Addison, ….
Waterdeprivatietesten worden daardoor niet vaak uitgevoerd, want diabetes insipidus komt
veel minder vaak voor.




② Diagnose: bij diabetes insipidus is er heel
uitgesproken PU/PD en geen andere oorzaak voor de PU/PD (bv. Cushing), urine
hyposthenurisch, positieve respons op Minirin test (wordt niet vaak uitgevoerd want meestal
andere oorzaak). Bij de centrale vorm stijgt de USG na de Minirintest, bij de nefrogene vorm
blijft de USG gelijk.
③ Behandeling: neoplasie moeilijk te behandelen (eventueel radiatietherapie), synthetisch
vasopressine toedienen is een optie.
1.2 Endocriene pancreas
1.2.1 Diabetes mellitus
① Etiologie: absoluut of relatief tekort aan insuline, gepaard met een persisterende
hyperglycemie en glucosurie  PU/PD, polyfagie, gewichtsverlies. Honden hebben type I,

2

,katten hebben type II. DDx kat hyperthyroïdie, DDx hond Cushing. Behandelen met insuline
(of SGLT2-i bij kat), dieet, regelmatig en gezond leefpatroon. Optimale communicatie tussen
dierenarts en eigenaar noodzakelijk! Diabetes bij teef onder progesteroninvloed kan
reversibel zijn  ovariohysterectomie.
② Behandeling hond: elke keer als een intacte teef in progesteronfase komt, zal de diabetes
meer ontregelen met meer kans op ketoacidose. Daarom elke intacte teef met diabetes
steriliseren. Als dit snel gebeurt, kan diabetes reversibel zijn (niet altijd!).
Insuline behandeling hond: Caninsulin of ProZinc (geen orale antidiabetica), beiden aan
40 IU/mL in een injectie. Bewaren in de koelkast, niet schudden maar zachtjes zwenken. Bij
Caninsulin kan een VetPen gebruikt worden, dit is een automatisch systeem dus de naald
komt naar buiten bij het drukken op een knop. Caninsulin wordt twee keer per dag gegeven
(liefst op regelmatige tijdstippen) met de maaltijd. Belangrijk om telkens van injectieplek te
wisselen.
De eigenaar moet ingelicht worden dat cataract kan ontwikkelen, ook bij controle. Cataract
kan aanleiding geven tot uveïtis en glaucoom  NSAID’s topicaal geven bij ontwikkeling van
cataract.
Opvolging(!): alle tools hebben voor- en nadelen. Glucosurie kan niet gebruikt worden voor
opvolging (bij veel patiënten nog glucosurie als ze op insuline staan)! Opvolging kan klinisch
(klinische score diabetes mogelijk via schema = verandering in eetlust, drankopname,
hoeveel urineren, activiteitsniveau, gewichtsverlies). Een meer objectieve parameter is
éénmalig bepalen van de bloedglucose (4u na toedienen insuline), maar dit geeft geen idee
over een hele dag en de nadir kan sterk variëren bij verschillende honden of dezelfde hond
over verschillende dagen, bij stabiele honden is het wel een goede parameter en het is
makkelijk te meten. Fructosamine weerspiegelt de glucose van de laatste weken en geeft een
meer globaal beeld, maar zegt niks specifiek (hoge waarde zegt niet wat er aan de hand is),
fructosamine kan ook normaal blijven. Een bloedglucose curve kan opgevolgd worden via
home monitoring (HMBG), maar dit is intensief voor de eigenaar  nu Free Style Libre. Kan
gebruikt worden bij probleempatiënten. Via curve kan je heel goed de glucose opvolgen en
abnormale punten bespreken met de eigenaar (nagaan of er toen iets speciaal aan de hand
was). Handig om alles te finetunen, maar de curves zullen nooit 100% perfect zijn. Examen:
drie voordelen/ nadelen of opvolgingsschema geven.
SOMOGYI fenomeen = bij een ernstige hypoglycemie reageert het lichaam met vrijzetting van
stresshormonen zoals adrenaline en glucagon  rebound-hyperglycemie. Dit is beschreven
bij mensen en honden. Als het lichaam zo’n stressrespons meemaakt, is er vaak een
overreactie met hyperglycemie en glucosurie. De patiënt lijkt dan klinisch niet in orde
(PU/PD), terwijl hij eigenlijk gewoon te veel insuline krijgt. Als de glucose tijdens een
moment van hyperglycemie gemeten wordt, wordt dan vaak de insuline dosis nog meer
verhoogd. Daarom wordt in de kliniek de insuline nooit met grote sprongen verhoogd.
Voeding en beweging moet aangepast worden met het management. Het doel is om een
optimaal gewicht te bekomen. Er bestaat commerciële voeding aangepast voor
diabetespatiënten. De dieren mogen geen tussendoortjes hebben. Liefst geven we eerst de
voeding en dan de injectie  geen of minder insuline indien de patiënt niet eet en zich niet

3

, goed voelt. Obesitas of cachexie moeten aangepakt worden. Insuline moet vaak twee keer
per dag gegeven worden  ook voederen twee keer per dag (om de 12u). Beweging liefst
volgens een vast dagschema.
Een complicatie van een overdosis insuline toediening is klinische hypoglycemie. Symptomen
zijn polyfagie, angst/irritatie, ataxie, coma, epileptiforme aanvallen. De eigenaar moet hierop
gewezen worden bij het eerste gesprek. Tijdens een aanval het dier voeding geven, of anders
glucose per os (50% glucose, druivensuiker en voedsel), eventueel glucose 20% IV. De dosis
insuline moet dan sterk verminderd worden. Altijd meer rekening houden dat het een
SOMOGYI fenomeen kan zijn.
Problemen bij regulatie zijn technische problemen bij de eigenaar (bv. VetPen fout gebruikt),
onvoldoende opvolging bij de dierenarts, dosis of frequentie van de toediening insuline niet
gepast (bv. één keer per dag i.p.v. twee keer per dag), insulineresistentie (zelden). Twee
maanden na het opstarten van de therapie zou de patiënt gereguleerd moeten zijn (anders
doorverwijzen). Bij de gezelschapsdieren is er zelden een perfecte controle.
Als diabetes en Cushing samen voorkomen, moet eerst diabetes gecontroleerd worden
(insuline). Een goede controle van diabetes is moeilijk zolang Cushing onbehandeld is  vaak
hogere dosis insuline nodig. Een betrouwbare diagnose van Cushing is moeilijk, cortisol
wordt gemeten, maar bij diabetes zal dit ook hoog zijn  vals positief voor Cushing. Daarom
eerste behandelen voor diabetes en dan pas testen op Cushing. Goede controle van diabetes
is moeilijk zolang er Cushing is. Behandeling van Cushing met trilostane.
Ketoacidose is een levensbedreigende complicatie van diabetes. Het gaat gepaard met
anorexie, braken, dehydratatie, hyperglycemie, azotemie, hypokaliëmie, metabole acidose,
ketonurie. De glucosehomeostase blijft niet op pijl, door een onevenwicht tussen insuline en
glucagon  ketoacidose, want er worden andere energiebronnen aangeboord (ketonen).
Het komt voor bij onbehandelde diabetespatiënten of bij stress. Behandeling door
infuustherapie en insulinetherapie (Actrapid = snelwerkend). De prognose is gereserveerd,
afhv de onderliggende oorzaak (bv. pancreatitis onvoorspelbare prognose). Intensieve
monitoring is vereist (ICU).
③ Behandeling kat: insuline kan als behandeling (injectie twee maal per dag) OF nieuwe
behandeling met SGLT2-i (per os). Obesitas verhoogt het risico op diabetes 7X! Dus goede
BCS van belang! Het dieet moet dus voldoende vezels hebben en laag zijn in eiwitten en
koolhydraten. Bij SGLT2-i is nog niet uitgeklaard of diabetesvoeding nodig is (bij insuline wel),
omdat zij heel krachtig zijn om glycemie te controleren. Katten kunnen in remissie gaan 
doel om nog functionerende β-cellen te redden. Dit is niet hetzelfde als genezen, maar wel
het stabiel houden van glucose en geen klinische symptomen van diabetes.
(Insuline) behandeling kat: ProZinc of Caninsulin vs. SGLT2-i (Senvelgo). Dosis best op
optimaal gewicht bepalen. SGLT2-i blokkeren de natrium-glucose-co-transporter  glucose
wordt niet terug geabsorbeerd  glucosurie.
Insulineresistentie is een belangrijke oorzaak van diabetes bij de kat. De meeste katten
hebben nog β-cellen (al dan niet functioneel)  nog min of meer residuele insuline secretie.
Potentiële recovery van de β-cellen is dus nog mogelijk. We gaan ervan uit dat katten type II

4

Documentinformatie

Geüpload op
16 maart 2026
Aantal pagina's
132
Geschreven in
2025/2026
Type
SAMENVATTING
€7,06
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kan je een ander document kiezen. Je kan het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
studentdiergeneeskunde11 Universiteit Antwerpen
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
373
Lid sinds
4 jaar
Aantal volgers
75
Documenten
29
Laatst verkocht
2 weken geleden

4,4

26 beoordelingen

5
15
4
9
3
0
2
2
1
0

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen