3.2 Functionele anatomie van ademhalingsstelsel
3.2.1 Functies van ademhalingsstelsel:
- Vormt groot oppervlak voor gasuitwisseling tussen lucht en bloed
- Verplaatsen van lucht van en naar gasuitwisselingsoppervlak in longen
- Bescherming alveolaire oppervlakken tegen uitdroging en
temperatuursveranderingen
- Verdediging tegen binnendringende ziekteverwekkers
- Vorming geluiden spraak, zang en non-verbale auditieve communicatie mogelijk is
- Reukzin bevorderen door reukcellen in neusholte
3.2.2 Onderdelen van ademhalingsstelsel:
- Neus (met inbegrip neusholte en neusbijholte)
- Pharynx (keelholte)
- Larynx (strottenhoofd)
- Trachea (luchtpijp)
- Bronchiën
- Longen die bronchiolen (doorgangen) en alveoli (longblaasjes bevatten) -
Uitwisselingsoppervlakken - Onderscheid tussen:
• Bovenste respiratoire tractus (neusholte en- bijholten, pharynx)
• Onderste respiratoire tractus (larynx, trachea, bronchi, longen) - Luchtwegen:
• Buizen waardoor lucht van en naar uitwisselingsoppervlakken van longen
wordt vervoerd
• Verdeeld worden in:
Een gedeelte voor geleiding lucht
Een gedeelte voor gasuitwisseling
3.2.3 Luchtgeleidingsgedeelte van luchtwegen:
- Begint bij ingang van neusholte
- Loopt door pharynx, larynx, trachea, bronchiën en grotere bronchiolen
3.2.3.1 Luchtwegen:
- Ingang: neusholte en mond
- Lopen door pharynx (keelholte):
• Splitst in:
Oesophagus (slokdarm)
Larynx (strottenhoofd)
- Larynx:
• Zitten stembanden trillen bij passage lucht produceren zo geluiden
• Gaat over in longbuis: trachea
Splitst in twee bronchi gaan elk een long binnen
- Luchtwegen verwarmen, bevochtigen en filteren de lucht Alveoli tegen celresten,
ziekteverwekkers en extreme uitwendige omstandigheden beschermd
- Neus, mond, pharynx, larynx = bovenste luchtwegen
,3.2.3.3 Functies luchtgeleidingssyteem:
- Verwarmen lucht:
• Warmte getransfereerd naar lucht vanuit het bloed dat doorheen wanden
luchtwegen stroomt
- Filtreren lucht:
• Mucociliaire deken (mucus geproduceerd door epitheelcellen) verwijdert
vreemde materialen
• Cilia bewegen dit mucociliaire deken naar boven richting oropharynx
opgehoest of ingeslikt
- Bevochtigen lucht:
• Water van muceuze membranen wordt gebruikt om te bevochtigen
- Meeste luchtwegen:
• Voorzien van pseudogelaagd cilindrisch trilhaarepitheel mix van
mucussecreterende klieren:
Cellen die met cilia en sereuze klieren die een waterige vloeistof
secreteren vloeistof bevat antibacteriële enzymen
- Epitheliale laag:
• Steeds dunner van bronchi naar bronchiolen
• Gaat van kubusepitheel naar alveoli waar het een plaveiselepitheel is
3.2.3.3. De neus en neusholte (nasopharyngeale luchtwegen):
De neus:
- Normale omstandigheden: lucht ademhalingsstelsel binnen via neusgaten die in
neusholte uitmonden
- Lucht door nasale passage lucht gefilterd, verwarmd en bevochtigd
• Filteren:
Buitenste nasale passage bevat grove haren die stof en grote partikels
uit lucht opvangen
• Verwarmen en bevochtigen:
Bovenste deel van neusholte is afgelijnd met mucusmembraan bevat
rijk netwerk aan bloedvezels
Dit deel van neusholte zorgt voor verwarming en bevochtiging van
ingeademde lucht
- Mond:
o Alternatieve luchtweg wanneer nasale passage verstopt zit of wanneer er
nood is aan uitwisseling van grote hoeveelheden lucht vb. bij inspanning
- Vestibulum nasi: eerste ruimte die je tegenkomt als je via neusgaten binnenkomt
door flexibele weefsels van neus omsloten
• Steken ruwe haren door neusgaten naar buiten:
Neusholte beschermen tegen grote deeltjes die met lucht meekomen
- Neusholte:
• Bekleed met pseudo cilindrisch epitheel met trilharen
Epitheel bevat vele slijmbekercellen produceren mucus
, In diepte achter epitheel uitgebreid vasculair netwerk:
Bekercellen en slijmklieren vormen slijm (mucus)
Trilharen verplaatsen mucus en andere deeltjes in
richting van pharynx, (inslikken vertering maag)
• Aan laterale wanden van neusholte: benige uitsteeksels (nasale conchae)
Delen neusholte in aparte passages voor lucht lucht gaat door deze
smalle groeve: wordt lucht turbulent en duurt langer voordat die
neusholte verlaat lucht kan verwarmd en bevochtigd worden
• Bodem neusholte = harde gehemelte
Bestaat uit:
o Gehemeltebeen
o Kaakbeen
Geeft scheiding aan tussen mond- en neusholte
Zacht gehemelte: bodem van nasopharynx
- Nasale septum: deelt neusholte in linker- en rechtergedeelte
- Sinussen bestaan uit vier beenderen van schedel en bevatten luchtruimtes
• Soorten:
Frontale sinussen
Ethmoïdale sinussen
Sfenoïdale sinussen
Kaaksinussen - Alle sinussen:
• Communiceren met neusholte door buizenstelsel + hebben dezelfde
pseudogelaagd cilindrisch epitheel met trilharen
De pharynx: (keelholte)
- Deel van spijsverteringsstelsel en ademhalingsstelsel
- Loopt vanaf inwendige neusopeningen naar toegang tot larynx en oesophagus
- Omgeven door mucosa en bevat skeletspieren gebruikt bij slikken
- Bestaat uit drie delen:
• Nasopahrynx:
Ligging: meest superior
Via inwendige neusopening met neusholte
verbonden
Loopt door tot achterste rand zacht
gehemelte
Normaal komt er enkel lucht door
Afgesloten voor materiaal afkomstig van
mond en oropharynx door zacht gehemelte dat omhoogkomt bij
slikken
, Op achterste wand: buis van Eustachius vormt verbinding tussen
nasopharynx en middenoor
Keelamandelen zitten in posterior gedeelte
• Oropharynx:
Loopt vanaf zachte gehemelte naar basis tong
Behoort tot ademhalingsstelsel als verteringsstelsel
Lucht, voedsel en drank passeren hier
Omringd door meerlagig plaveiselepitheel moet sterk genoeg zijn om
schuren van doorgeslikt voedsel te weerstaan
In laterale wanden: gehemelte-amandelen en tongamandelen aan
basis van tong
• Laryngopharynx:
Tussen niveau van os hyoideum en toegang tot oesophagus
Larynx vormt anterior wand
Omgeven door meerlagig plaveiselepitheel laat zowel voedsel als
lucht door
3.2.3.4 Larynx: (Strottenhoofd)
- Verbindt oropharynx met trachea (luchtpijp)
- Gelokaliseerd tussen bovenste luchtwegen en longen
- Ingeademd lucht verlaat keelholte en komt larynx binnen via smalle opening die
stemspleet wordt genoemd
- Functies larynx:
• Passage van lucht:
Normaal open om lucht door te laten tijdens ademhaling
• Voorkomt dat ingeslikte materialen in luchtwegen terecht komen:
Tijdens slikken: bovenste opening larynx bedekt
• Produceert geluiden voor spraak behulp van stembanden
• Helpt druk in abdominale ruimte verhogen wanneer larynx gesloten is
• Helpt bij nies- en hoest reflex:
Niezen: door irriterende stoffen in neusholten
Hoesten: door irriterende stoffen in trachea of bronchii
- Bestaat uit negen kraakbeendelen door banden, skeletspieren op hun plaats
gehouden voorkomt collaps bij inademing
• Cartilago thryroidea:
Grootste kraakbeengedeelte
Vorm van een schild
Vormt laterale en anterior wand
V-vormig uitsteeksel: adamsappel
groter bij mannen dan bij vrouwen
• Cartilago cricoidea:
o Onder cartilago thyroidea lateraal
met elkaar verbonden
• Epiglottis: