ZSO 3: Cardio 2
2.3.7 De actiepotentiaal van de contractiele cellen van het hart
Algemene kenmerken
Contractiele cellen (≈99% van alle hartcellen) genereren de mechanische kracht
van het hart.
Een actiepotentiaal veroorzaakt Ca²⁺-instroom → Ca²⁺ bindt aan troponine →
contractie.
Rustpotentiaal = –90 mV
- = spanningsverschil tussen inwendig milieu en uitwendig milieu
Contractiele cellen van het hart verschillen van skeletspiercellen door:
- langere duur van het actiepotentiaal
- langere duur van contractie
- Herkomst van ontstane contractie
o Ca²⁺-instroom via extracellulaire kanalen tijdens plateau
Fasen van het actiepotentiaal
Stap 1: snelle depolarisatie (fase 0)
- Drempel bereikt → snelle Natriumion-kanalen openen
- Massale Na⁺-instroom depolariseert sarcolemma → TMP
(transmembraanpotentiaal) stijgt tot +30 mV
- Na⁺-kanalen sluiten wanneer TMP +30 mV
Partiële repolarisatie (fase 1)
- K⁺-kanalen openen
- Kaliumionen stromen naar buiten → TMP daalt naar 0 mV
Stap 2: plateau (fase 2)
- Uitstroom van kaliumionen gaat door, maar calciumionenkanalen
worden geopend
- Ca²⁺-kanalen openen → Ca²⁺-instroom in sarcoplasma
- Ca²⁺-instroom compenseren ongeveer het verlies van K⁺ uit de cel →
plateau rond 0 mV
- Calciumionen vertragen de repolarisatie en initiëren contractie
Stap 3: repolarisatie (fase 3)
- Ca²⁺-kanalen beginnen te sluiten
- K⁺ stromen verder uit de cel
- TMP keert terug naar –90 mV (rustpotentiaal)
1
,Refractaire periodes
- Refractaire periode = de tijd na een actiepotentiaal waarin een
hartspier niet of slechts moelijk opnieuw geprikkeld kan worden
- Absolute refractaire periode: tot –60 mV
→ spiercel is helemaal niet meer prikkelbaar
- Relatieve refractaire periode: –60 tot –
85 mV → spiercel is verminderd prikkelbaar
- Totale duur AP: 250–300 ms
Functionele betekenis
- Tetanus = een voortdurende,
onafgebroken maximale spiercontractie
door snelle opeenvolgende prikkels.
o Geen tetanus mogelijk in hartspiercellen
De absolute refractaire periode van hartspiercellen is
bijna even lang als de contractie zelf → de cel kan niet
opnieuw geprikkeld worden tijdens de contractie
Daardoor kunnen actiepotentialen niet overlappen geen
summatie en geen tetanus
Depolarisatie (0)+ plateau (2) + repolarisatie(3) = actiepotentiaal(AP) =
elektrisch fenomeen!!
2.3.8 Het prikkelvormings- en geleidingssysteem van het hart
Algemene kenmerken
Het hart werkt autonoom: het kan samentrekken zonder prikkeling door
hormoonstelsel of zenuwstelsel
2
, Contracties verlopen in vaste volgorde:
- eerst atria, dan ventrikels = systole
- ontspanningsfase = diastole
- volledige opeenvolging van systole en diastole = hartcyclus
Nodale cellen: bepalen hartslagfrequentie
- SA-knoop (primaire pacemaker)
o = Sino-atriale knoop
o Locatie: dorsale wand rechteratrium
o Depolariseert spontaan
o Genereert
actiepotentialen
o Genereert ongeveer
70–80
actiepotentialen/min
- AV-knoop
o Locatie: bodem
rechteratrium
o Ontvangt impuls van
SA-knoop
o Genereert 40–60 AP/min als AV niet gestimuleerd wordt door
SA-knoop
o Van hieruit worden signalen naar de bundel van His geleidt (AV-
bundel)
o Vertraagt impuls ±100 ms omdat atria eerst moet
samentrekken en bloed zich nog moet verplaatsen voordat het
actiepotentiaal de ventrikels stimuleert
Geleidende cellen
- Bundel van His
- Linker en rechter bundeltak
- Purkinjevezels → zeer snelle geleiding naar ventrikels
Geleidingsroute:
1. SA-knoop
a. Elektrische impuls ontstaat spontaan.
b. Depolarisatie verspreidt zich door beide atria.
c. → Atria contraheren.
2. Internodale banen
a. Snelle geleiding door het rechter atrium.
b. → Beide atria contraheren synchroon.
3. AV-knoop
a. Enige elektrische verbinding tussen atria en ventrikels. (50 msec)
b. Vertraagt de impuls met 100msec
c. → Geeft ventrikels tijd om zich te vullen.
d. → Nog géén contractie.
3
2.3.7 De actiepotentiaal van de contractiele cellen van het hart
Algemene kenmerken
Contractiele cellen (≈99% van alle hartcellen) genereren de mechanische kracht
van het hart.
Een actiepotentiaal veroorzaakt Ca²⁺-instroom → Ca²⁺ bindt aan troponine →
contractie.
Rustpotentiaal = –90 mV
- = spanningsverschil tussen inwendig milieu en uitwendig milieu
Contractiele cellen van het hart verschillen van skeletspiercellen door:
- langere duur van het actiepotentiaal
- langere duur van contractie
- Herkomst van ontstane contractie
o Ca²⁺-instroom via extracellulaire kanalen tijdens plateau
Fasen van het actiepotentiaal
Stap 1: snelle depolarisatie (fase 0)
- Drempel bereikt → snelle Natriumion-kanalen openen
- Massale Na⁺-instroom depolariseert sarcolemma → TMP
(transmembraanpotentiaal) stijgt tot +30 mV
- Na⁺-kanalen sluiten wanneer TMP +30 mV
Partiële repolarisatie (fase 1)
- K⁺-kanalen openen
- Kaliumionen stromen naar buiten → TMP daalt naar 0 mV
Stap 2: plateau (fase 2)
- Uitstroom van kaliumionen gaat door, maar calciumionenkanalen
worden geopend
- Ca²⁺-kanalen openen → Ca²⁺-instroom in sarcoplasma
- Ca²⁺-instroom compenseren ongeveer het verlies van K⁺ uit de cel →
plateau rond 0 mV
- Calciumionen vertragen de repolarisatie en initiëren contractie
Stap 3: repolarisatie (fase 3)
- Ca²⁺-kanalen beginnen te sluiten
- K⁺ stromen verder uit de cel
- TMP keert terug naar –90 mV (rustpotentiaal)
1
,Refractaire periodes
- Refractaire periode = de tijd na een actiepotentiaal waarin een
hartspier niet of slechts moelijk opnieuw geprikkeld kan worden
- Absolute refractaire periode: tot –60 mV
→ spiercel is helemaal niet meer prikkelbaar
- Relatieve refractaire periode: –60 tot –
85 mV → spiercel is verminderd prikkelbaar
- Totale duur AP: 250–300 ms
Functionele betekenis
- Tetanus = een voortdurende,
onafgebroken maximale spiercontractie
door snelle opeenvolgende prikkels.
o Geen tetanus mogelijk in hartspiercellen
De absolute refractaire periode van hartspiercellen is
bijna even lang als de contractie zelf → de cel kan niet
opnieuw geprikkeld worden tijdens de contractie
Daardoor kunnen actiepotentialen niet overlappen geen
summatie en geen tetanus
Depolarisatie (0)+ plateau (2) + repolarisatie(3) = actiepotentiaal(AP) =
elektrisch fenomeen!!
2.3.8 Het prikkelvormings- en geleidingssysteem van het hart
Algemene kenmerken
Het hart werkt autonoom: het kan samentrekken zonder prikkeling door
hormoonstelsel of zenuwstelsel
2
, Contracties verlopen in vaste volgorde:
- eerst atria, dan ventrikels = systole
- ontspanningsfase = diastole
- volledige opeenvolging van systole en diastole = hartcyclus
Nodale cellen: bepalen hartslagfrequentie
- SA-knoop (primaire pacemaker)
o = Sino-atriale knoop
o Locatie: dorsale wand rechteratrium
o Depolariseert spontaan
o Genereert
actiepotentialen
o Genereert ongeveer
70–80
actiepotentialen/min
- AV-knoop
o Locatie: bodem
rechteratrium
o Ontvangt impuls van
SA-knoop
o Genereert 40–60 AP/min als AV niet gestimuleerd wordt door
SA-knoop
o Van hieruit worden signalen naar de bundel van His geleidt (AV-
bundel)
o Vertraagt impuls ±100 ms omdat atria eerst moet
samentrekken en bloed zich nog moet verplaatsen voordat het
actiepotentiaal de ventrikels stimuleert
Geleidende cellen
- Bundel van His
- Linker en rechter bundeltak
- Purkinjevezels → zeer snelle geleiding naar ventrikels
Geleidingsroute:
1. SA-knoop
a. Elektrische impuls ontstaat spontaan.
b. Depolarisatie verspreidt zich door beide atria.
c. → Atria contraheren.
2. Internodale banen
a. Snelle geleiding door het rechter atrium.
b. → Beide atria contraheren synchroon.
3. AV-knoop
a. Enige elektrische verbinding tussen atria en ventrikels. (50 msec)
b. Vertraagt de impuls met 100msec
c. → Geeft ventrikels tijd om zich te vullen.
d. → Nog géén contractie.
3