Hoofdstuk 1: Classificatie van planten
Criteria voor landplanten:
1) Het zijn meercellige eukaryoten
Ze bestaan uit meerdere cellen waarin de chromosomen zich
bevinden in een duidelijk begrensde kern
2) Ze zijn foto-autotroof
Ze zijn in staat om complexe organische bindingen te maken
uit anorganische bindingen, gebruiken hiervoor: zonlicht met
behulp van de pigmenten chlorofyl a en b in de chloroplasten
(bladgroenkorrels)
3) Hebben celwanden
Deze celwanden zijn opgebouwd uit cellulose en bevatten
cellulosevezels
4) Synthese van cellusose door roosvormige eiwitcomplex in
celmembranen
5) Speciale enzymen in hun peroxisomen
, Organellen begrensd door een membraan die een rol spelen in
verschillende metabolische processen, waaronder de recycling
van fotosyntheseproducten.
6) Vormen een celplaat tijdens het celdelingsproces met behulp
van een fragmoplast
Bestaande uit delen van het cytoskelet en blaasjes
geproduceerd door het Golgi-complex.
7) Ondergaan een generatiewisseling in hun levenscyclus, met
afwisseling van een diploïde sporofyt en een haploïde
gametofyt, waarbij de ene vorm uit de andere ontstaat.
8) Vormen multi-cellulaire embryo's
Zitten vast op de moederplant en worden voorzien van
voedingsstoffen door gespecialiseerde placentale
transfercellen
9) Hebben een cuticula
Wasachtig laagje dat de plant tegen uitdroging beschermt
10) Bezitten apicale meristemen
Niet-gedifferentieerde weefsels aan de uiteinden van stengels
en wortels waarvan de cellen kunnen differentiëren in
verschillende weefsels.
→ + groot centraal vacuool
,De fylogenetische plaats van de landplanten
, Classificatiecriterium 1: Vaatbundels?
Transportweefsel in wortel, stengel en bladnerven
Vaatloze planten: Afdeling van de mossen
- Kleine plantjes zonder wortels en zonder
intern transportsysteem.
- Zitten vast op de ondergrond met
rhizoïden (celdraden die qua uitzicht wel
wat op worteltjes lijkt)
De grote groepen zijn de
a) Hauwmossen
b) Levermossen
c) Bladmossen.
In tegenstelling tot de bladmossen zijn
hauwmossen en veel levermossen niet
gedifferentieerd in stengels en bladeren; ze
vormen een zg. thallus. (Ongedifferentieerde, plantaardige lichaam van lagere
organismen zoals algen, schimmels en korstmossen, dat niet is opgedeeld in de
typische organen (wortel, stengel, blad) van hogere planten)
a) Hauwmossen
- Dicht verwant aan vaatplanten
- Thallus
- Sporofyt blijft zijn hele leven doorgroeien
- Cellen van gametofyt maar 1 grote chloroplast
b) Levermossen
- 2 soorten -> Thaleuze en folieuze levermossen
Bij de bebladerde levermossen staan de blaadjes
in drie rijen op de stengel. De rizoïden zijn eencellig.
- Vaak epifyten epifyten zijn planten die op andere planten
groeien).
c) Bladmossen
- Meest diverse groep (+/- 15 000 soorten)
- Meercellige rhizoïden en stengels met kleine blaadjes
(voorlopers vaatbundels)