Grove motoriek = springen, hinken, lopen
Fijne motoriek = puzzels leggen, knippen, plakken, schilderen
Driejarige: papier knippen, rondjes tekenen, tekent poppetjes of maakt eenvoudige
puzzek
Vierjarige: vouwt papier in driehoeken, schrijft zijn of haar naam, schenkt zonder
morsen
Vijfjarige: vouwt papier in helften en kwarten, tekent driehoek cirkel en rechthoek,
dingen maken van klei, schrijft letters en woorden na
Stadia van symboliseren:
Toevallig realisme = de kleuter geeft pas achteraf zijn krabbels een betekenis
Mislukte realisme = kind doet poging om de werkelijkheid weer te geven maar slaagt hier
niet in (kopvoeters)
Verstandelijke realisme = de tekening is eerder symbolisch dan realistisch maar benadert
meer de werkelijkheid
Oog hnd coordinatie ( visueel bewegingen sturen)
Zintuigelijke ontwikkeling
meer oog voor detail ( waarneming wordt nauwkeuriger)
verdere ontwikkelingen kan je verklaren door rijping v d hersenen
Bepaalde functies worden gelinkt aan de en e of andere hersenhelft = lateralisatie
Cognitieve ontwikkeling
2.1denkontwikkeling
Peuter en kleuter = preoperationeel stadium ( volgens piaget)
De kleuter is af en toe nog schuldig aan denkfouten door egocentrisch denken
Bv. Gebrek aan conservatie ( het inzicht dat de hoeveelheid stof niet verandert als de
vorm van die stof verandert.
Bv. Verwarren van fantasie met de werkelijkheid
Begrip van getallen
- Tijdsverloop = de kleuter gaay inzien dat er voor alles een tijd is
- De kleuter leert iets te orienteren ten opzichte van zichzelf ( onder , voor, achter)
- De kleuter leert het verschil tussen 1 en meer dan 1, meer dan en minder dan, groter
en kleiner dan,…
Autobiografisch geheugen = herrineringen aan gebeurtenissen uit het eigen leven
Fijne motoriek = puzzels leggen, knippen, plakken, schilderen
Driejarige: papier knippen, rondjes tekenen, tekent poppetjes of maakt eenvoudige
puzzek
Vierjarige: vouwt papier in driehoeken, schrijft zijn of haar naam, schenkt zonder
morsen
Vijfjarige: vouwt papier in helften en kwarten, tekent driehoek cirkel en rechthoek,
dingen maken van klei, schrijft letters en woorden na
Stadia van symboliseren:
Toevallig realisme = de kleuter geeft pas achteraf zijn krabbels een betekenis
Mislukte realisme = kind doet poging om de werkelijkheid weer te geven maar slaagt hier
niet in (kopvoeters)
Verstandelijke realisme = de tekening is eerder symbolisch dan realistisch maar benadert
meer de werkelijkheid
Oog hnd coordinatie ( visueel bewegingen sturen)
Zintuigelijke ontwikkeling
meer oog voor detail ( waarneming wordt nauwkeuriger)
verdere ontwikkelingen kan je verklaren door rijping v d hersenen
Bepaalde functies worden gelinkt aan de en e of andere hersenhelft = lateralisatie
Cognitieve ontwikkeling
2.1denkontwikkeling
Peuter en kleuter = preoperationeel stadium ( volgens piaget)
De kleuter is af en toe nog schuldig aan denkfouten door egocentrisch denken
Bv. Gebrek aan conservatie ( het inzicht dat de hoeveelheid stof niet verandert als de
vorm van die stof verandert.
Bv. Verwarren van fantasie met de werkelijkheid
Begrip van getallen
- Tijdsverloop = de kleuter gaay inzien dat er voor alles een tijd is
- De kleuter leert iets te orienteren ten opzichte van zichzelf ( onder , voor, achter)
- De kleuter leert het verschil tussen 1 en meer dan 1, meer dan en minder dan, groter
en kleiner dan,…
Autobiografisch geheugen = herrineringen aan gebeurtenissen uit het eigen leven