Schakelingen tekenen
Als je iemand wilt uitleggen hoe een bepaalde schakeling in elkaar zit, kun je het best een tekening
gebruiken. Er zijn speciale symbolen bedacht om overzichtelijke tekeningen van schakelingen te
kunnen maken. Zon tekening noem je een schakelschema. Schakelschema's zijn onmisbaar bij
proeven met elektriciteit. Het schema vertelt je welke onderdelen je nodig hebt.
Serieschakelingen.
Een serieschakeling heeft geen vertakkingen: er is maar een stroomkring. Als er een lampje stukgaat,
is de stroomkring verbroken: alle lampjes gaan dan uit. Het is daarom niet praktisch om lampen in
serie te schakelen. Je wilt dat de andere lampen blijven werken, als er een lam kapotgaat. Je schakelt
een schakelaar juist wel in serie met het apparaat dat aan of uitgezet moet worden. Als je de
schakelaar op aan zet, sluit je de stroomkring en gaat het aperaat weer aan. De stroomsterkte in een
serieschakeling is overal even groot. Het maakt niet uit waar je de stroom meet. De elektrische
energie de deeltjes bij zich hebben, wordt over 3 lampjes verdeeld. Als je 3 indentieke lampjes hebt
gebruikt, krijgt elk lampje een derde van de bronspanning. Dat kun je nagaan door de spanning over
een lampje te meten.
Paralelschakelingen
Elektrische aperaten worden bijna altijd parallel geschakeld. Dat heeft drie voordelen:
1 je kunt elk apperaat met een eigen schakelaar aan en uit doen.
2 als een apperaat kapotgaat, kunnen de andere blijven werken.
3 elk apperaat krijgt de volledige spanning van de spanningsbron.
In figuur 25 zie je een paralelschakeling vna drie lampjes. Elk lampje is rechtstreeks aangesloten op
de bronspaning van 4,5 V. de schakeling vertakt zich om elk lampje apart van elektrische energie te
kunnen voorzien. De parallelschakeling bestaat dus uit drie stroomkringen die elk apart geopend en
gesloten kunnen worden. Op de plaats waar een parallelschakeling zich vertakt, splitst de stroom
zich. De stroomsterkte in de overtakte gedeelten wordt de totale stroomsterkte genoemd. Bij een
parallelschakeling is de stroomsterkte dus niet overal even groot.
Als je iemand wilt uitleggen hoe een bepaalde schakeling in elkaar zit, kun je het best een tekening
gebruiken. Er zijn speciale symbolen bedacht om overzichtelijke tekeningen van schakelingen te
kunnen maken. Zon tekening noem je een schakelschema. Schakelschema's zijn onmisbaar bij
proeven met elektriciteit. Het schema vertelt je welke onderdelen je nodig hebt.
Serieschakelingen.
Een serieschakeling heeft geen vertakkingen: er is maar een stroomkring. Als er een lampje stukgaat,
is de stroomkring verbroken: alle lampjes gaan dan uit. Het is daarom niet praktisch om lampen in
serie te schakelen. Je wilt dat de andere lampen blijven werken, als er een lam kapotgaat. Je schakelt
een schakelaar juist wel in serie met het apparaat dat aan of uitgezet moet worden. Als je de
schakelaar op aan zet, sluit je de stroomkring en gaat het aperaat weer aan. De stroomsterkte in een
serieschakeling is overal even groot. Het maakt niet uit waar je de stroom meet. De elektrische
energie de deeltjes bij zich hebben, wordt over 3 lampjes verdeeld. Als je 3 indentieke lampjes hebt
gebruikt, krijgt elk lampje een derde van de bronspanning. Dat kun je nagaan door de spanning over
een lampje te meten.
Paralelschakelingen
Elektrische aperaten worden bijna altijd parallel geschakeld. Dat heeft drie voordelen:
1 je kunt elk apperaat met een eigen schakelaar aan en uit doen.
2 als een apperaat kapotgaat, kunnen de andere blijven werken.
3 elk apperaat krijgt de volledige spanning van de spanningsbron.
In figuur 25 zie je een paralelschakeling vna drie lampjes. Elk lampje is rechtstreeks aangesloten op
de bronspaning van 4,5 V. de schakeling vertakt zich om elk lampje apart van elektrische energie te
kunnen voorzien. De parallelschakeling bestaat dus uit drie stroomkringen die elk apart geopend en
gesloten kunnen worden. Op de plaats waar een parallelschakeling zich vertakt, splitst de stroom
zich. De stroomsterkte in de overtakte gedeelten wordt de totale stroomsterkte genoemd. Bij een
parallelschakeling is de stroomsterkte dus niet overal even groot.