labodiagnose
,1.INLEIDING
• Doel van de lessen labodiagnose
o Student vertrouwd maken met enkele van de meest courante (laboratorium)
(diagnostische) testen & hun relatie met de pathologie
§ * Officina-apotheker wordt vaak geconfronteerd met vragen over afwijkende
resultaten van laboratoriumtests of met aanpassingen aan de
farmacotherapie obv laboratoriumtests
§ * In de apotheek worden een aantal “zelftests” verkocht (glucosemeters,
bloeddrukmeters, ovulatietesten, zwangerschapstesten,…)
• Waarom laboratoriumtesten
o Ontdekken van een ziekte à screening test
o Bevestigen diagnose
o Differentiëren tss verschillende pathologieën
o Opvolgen ziekteverloop diagnostische test
o Opvolgen therapie
1.1.SOORTEN LABORATORIUMTESTEN
1.1.1.SCREENING
• Bij wie: Bij individuen zonder symptomen
• Doel: tijdig ontdekken van een verborgen ziekte
• Tijdstip: op een moment dat een interventie (bv GM-behandeling, verandering levensstijl,
chirurgie) een hoge kans heeft doeltreffend te zijn
• Vereisten:
o Hoge sensitiviteit vereist; abnormale test wordt vaak gevolgd door meer specifieke
tests om de afwijking te bevestigen
o Eenvoudig, bruikbaar voor toepassing op een grote populatie
o Kosteneffectief:
§ “Number Needed to Screen” mag niet te hoog zijn
à zodanig dat de kosten van de screening niet hoger zijn dan de evt
behandeling als de ziekte zich gaat voordoen
o Niet altijd echte “labo”-test (het kan ook gaan over een vragenlijst)
• Voorbeelden:
o (www.bevolkingsonderzoek.be)
o Mammografie om borstkanker te ontdekken in een vroeg stadium
o Screening naar diabates
o Screening naar een hoge bloeddruk
o Screening naar colonkanker
1
,1.1.2.DIAGNOSTISCH
• Voor wie:
o Bij iemand met symptomen of tekenen van ziekte
à dus: na anamnese / vermoedelijke diagnose arts
o Voorgeschiedenis is suggestief voor een ziekte
§ Vb. als er in de hele familie de ziekte aanwezig is
o 2 stap na een abnormale screening test
de
• Doel: cf “waarom laboratoriumtesten
• Vereisten
o Hoge specificiteit !
o Vaak complexer & duurder dan screening testen (aandacht vr kosteneffectiviteit)
• Voorbeelden:
o Als je bepaalde symptomen ziet van bloedarmoede
à dan ga je dat bevestigen adhv een bloedafname,
à en dat worden een heel # bloedparameters gemeten om te k weten welk type
bloedarmoede aanwezig is, & om de geschikte therapie daarop af te stellen
1.1.3.ANDERE
• “Point-of-care testing”
o = testen die thuis worden uitgevoerd
§ die gaan niet meer naar het labo om daar bepaald te worden
o die worden op de plaats van de zorg gemeten
§ Kan ook in de huisartsenpraktijk gemeten worden
• “Home-testing”
2
, 1.2.BELANGRIJKE TERMEN BINNEN DE LABODIAGNOSE
1.2.1.SENSITIVITEIT & SPECIFICITEIT:
• Sensitiviteit = Het vermogen van een test om de ziekte te detecteren bij patiënten die
effectief ziek zijn
o “Wat is de kans dat iemand mét de ziekte, een positief resultaat geeft in de test”
!"#$ &'()!)*$
o Sensitiviteit (%) = !"#$ &'()!)*$+,-.($ /$0-!)*$
* 100
(onderaan = alle zieke mensen = TP & FN )
• Specificiteit = Het vermogen van een test om de ziekte uit te sluiten bij patiënten die de
ziekte niet hebben
o “Wat is de kans dat iemand die de ziekte niet heeft, een negatief resultaat geeft in de
test”
!"#$ /$0-!)*$
o Specificiteit (%) = !"#$ /$0-!)*$+,-.($ &'()!)*$
* 100
(onderaan = alle gezonde mensen = FP & TN )
ziek gezond
+ TP FP à verticaal kijken
- FN TN
1.2.2.PREDICTIEVE WAARDE VAN EEN TEST
= In de praktijk, als een test positief scoort, ben je vooral geïnteresseerd in de positief
predictieve waarde
à Afhankelijk van sensitiviteit, specificiteit en prevalentie
• Positief Predictieve Waarde (%)
o “Wat is de kans dat iemand met een positief testresultaat de ziekte ook echt heeft”
!"#$ &'()!)*$
o PPV (%) = !"#$ &'()!)*$+,-.($ &'()!)*$
*100
(onderaan = alle positieve mensen = TP & FP)
• Negatief Predictieve waarde (%)
o “Wat is de kans dat iemand met een negatief testresultaat de ziekte niet heeft”
!"#$ /$0-!)*$
o NPV (%) = !"#$ /$0-!)*$+,-.($ /$0-!)*$
* 100
ziek gezond
+ TP FP à horizontaal kijken
- FN TN
3