zorg en begeleiding; het is diep geworteld in
wetenschap en farmacologie. Kennis van
medicatie zoals oxytocine, pijnstilling en
antibiotica is essentieel, net als het begrijpen
van farmacokinetiek- en dynamiek.
VROEDVROUW ALS
WETENSCHAPPER
samenvatting van Hanne Smits
1
, farmacologie
deel 1: geneesmiddelen
definitie
• geneesmiddel: preparaat van synthetische, plantaardige of dierlijke oorsprong dat dient om ziekten
te voorkomen, te genezen of te verzachten of die gebruikt worden bij het stellen van een medische
diagnose
• alleen antibiotica geneest, rest doet aan symptoombestrijding
• voorbeelden
- synthetische oorsprong: Paracetamol
- plantaardige oorsprong: gember
- dierlijke oorsprong: Insuline (vroeger uit de alvleesklier van varkens of runderen)
herkomst
• geneeskrachtige werking is overgebracht via overlevering → nog steeds gebruikt (bv. Morfine)
- mensen wisten als lang dat een bepaalde plant of stof, werkte tegen ziekte maar er was geen
wetenschappelijk bewijs
- kennis werd mondeling doorgegeven van generatie op generatie
• mensen ontdekten dat bepaalde stoffen hielpen tegen pijn of ziekte en die kennis werd eeuwenlang
gedeeld zonder dat men precies wist waarom het werkte
• toevallige ontdekking van Fleming: In 1928 ontdekte Alexander Fleming toevallig penicilline, het
eerste antibioticum. Tijdens zijn onderzoek merkte hij dat een schimmel (Penicillium notatum) op een
kweekplaat de groei van bacteriën stopte. Deze toevallige observatie leidde tot een revolutionaire
doorbraak in de geneeskunde: infecties die vroeger dodelijk waren konden voortaan effectief
behandeld worden.
• gericht onderzoek: wetenschappers ontwikkelen doelbewust nieuwe geneesmiddelen → drie
manieren:
- nieuwe chemische stoffen maken in het labo, die mogelijk een geneeskrachtig effect hebben
- menselijk materiaal in bacteriën te gebruiken zodat die bacteriën menselijke eiwitten kunnen
produceren
- bestaande geneesmiddelen aan te passen zodat ze een andere of sterkere werking krijgen
- bestaande geneesmiddelen te verbeteren
• alternatieve geneesmiddelen
- homeopathie, ontwikkeld door Samuel Hahnemann: extreme verdunningen die zelfde symptomen
oproepen als de te bestrijden ziekte
- pseudowetenschap: manier van denken of werken die lijkt op echte wetenschap, maar niet
voldoet aan de wetenschappelijke methode → niet evidend-based
- homeopathie ≠ fytotherapie
- fytotherapie: werkt met plantenextracten en actieve bestanddelen
indeling van geneesmiddelen
aard van therapie
therapievorm uitleg voorbeeld
causaal bestrijdt oorzaak antibioticum
symptomatisch bestrijdt symptomen (bv. pijn, braken, jeuk,…) Dafalgan
substitutie vervangt stof insuline
profylactisch voorkomt ziekte vaccin
diagnostisch spoort ziekte op, niet behandelen mammografie
placebo geen werkzame stof, wel effect een zoentje
2
,toedieningsvorm
preparaten (= geneesmiddel dat op vorm soorten
een bepaalde manier is samengesteld)
orale preparaten vaste vorm - tablet
- dragee: tablet voorzien van een suiker- of
laklaagje
- capsule
- zakje
vloeibare vorm - oplossingen
- suspensies: wordt fijngemalen in een vloeistof
(= poeder)
- emulsies: mengsel van twee vloeistoffen die
normaal niet goed mengen (bv. olie en water)
- druppels
rectale en vaginale preparaten rectaal - zetpil / suppositorium
- klysma: vloeistoffen die anaal worden
ingebracht
- zalf / crème
vaginaal - ovule: zacht, eivormig bolletje dat in de vagina
wordt ingebracht
- gel
- crème
- tablet
- andere
dermale preparaten: lokaal op vaste preparaten - strooipoeders
of in de huid half vaste preparaten - gel: bevat geen vetsubstantie
- crème: mengsel van olie en water
- zalf: dikke beschermlaag
- pasta: moeilijk smeerbaar
vloeibare preparaten - lotion
- oplossing: ontsmettingsmiddel
transdermale preparaten: door de huid (bv. anticonceptiepleister)
preparaten voor slijmvliezen neus (nasaal) - isotone oplossing
- niet steriel → neushaar
- druppels
- spray
- gel / zalf
oog (ocaal) - isotone oplossing
- steriel
- druppels
- zalf
oor (auriculair) - isotone oplossing
- steriel
isotone oplossing = vloeistof die dezelfde concentratie opgeloste stoffen
(bv. zouten) heeft als het lichaam
preparaten voor inhalatie - nevel (bv. puffer)
- inhalatiepoeder (bv. diskhaler)
- gas
° normobare zuurstoftherapie: toediening van zuivere zuurstof onder
normale luchtdruk
° hyperbare zuurstoftherapie: toediening van zuivere zuurstof onder
verhoogde luchtdruk in een speciale drukcabine
preparaten voor injectie - pyrogeenvrij (pyrogeen = koortsverwekkende stof)
° gesteriliseerd
° gefiltreerd in LAF-kast
3
, (= laminaire airflow kast):
steriele en stofvrije omgeving
- geen vreemde voorwerpen
- isotonisch
- pH-waarde = pH-waarde van het bloed
- vriesdrogen: eerst bevriezen en later het water eruit halen oplossingen
worden klaargemaakt door het poeder, net voor toediening bij patiënt, op
te lossen in het voorgeschreven oplosmiddel
toedieningsweg
toediening vorm voorbeeld
lokale toediening: - zalven, pasta’s, crèmes, gel
plaatselijke toediening - neus-, oor- en oogdruppels
= lokaal werkzaam - vaginale tabletten
- zuigtabletten
- zetpillen
- klysma’s
- inhalatie-medicatie
- nadeel: bij lokale toediening:
zorgverstrekker vermijd contact met eigen
huid om overgevoeligheidsreacties te
vermijden
enterale toediening orale toediening: via de mond - nadeel: resorptie is vaak traag en minder
volledig
rectale toediening: via het rectum
parenterale toediening: injectie - intradermaal (ID): net onder de huid
via andere weg dan het - subcutaan (SC): in onderhuids vetweefsel
maag-darmstelsel - intramusculair (IM): in spier
- intraveneuze (IV): rechtstreeks in een
bloedvat → snelste manier
- intra-artieel (IA): rechtstreeks in een
slagader
- intrathecaal: inspuiting in de hersenen- of
ruggenmergvliezen → gebruiken wij niet
transdermaal (= door de huid) werkzame stof wordt in een depotpleister op
de huid aangebracht waarna het de
bedoeling is dat deze stof door de opperhuid
heen de bloedsomloop bereikt
inhalatie
begrippen
• toxische gebied: concentratiegebied waarbij de hoeveelheid geneesmiddel in het bloed te hoog is en
schadelijke of gevaarlijke effecten veroorzaakt
• optimale effectieve spiegel: ideale bloedconcentratie waarbij het geneesmiddel maximaal werkt,
zonder bijwerkingen of toxiciteit
• oplaaddosis of aanvangsdosis: hogere eerste dosis die wordt gegeven om snel de gewenste
bloedspiegel te bereiken
• onderhoudsdosis: vaste, herhaalde dosis die nodig is om de bloedspiegel stabiel te houden binnen het
therapeutisch venster
4