DEFINITIE VAN BRAND
Brand is in het algemeen een ongewenste verbranding met vuur als uitwendig kenmerk. Het is een
oxidatiereactie waarbij voldoende warmte vrijkomt om het proces in stand te houden. Minimum 3 elementen
zijn nodig om brand te kunnen maken.
1) Zuurstof: meestal aanwezig en bedraagt in normale omstandigheden 21% van de ons omgevende
lucht.
2) Brandbare stof: deze kan vast, vloeibaar of gasvormig zijn.
3) Energie/ontbrandingstemperatuur: een verhoging van de temperatuur door een vlam, vonk of andere
bron.
Wanneer men één van de drie elementen uit de branddriehoek weghaalt, gaat de brand uit.
INDELING VAN BRANDWEERSTAND
Brandweerstand Kan omschreven worden als het vermogen van een bouwelement om gedurende
een bepaalde tijdsduur zijn dragende en/of scheidende functie te blijven
vervullen.
Brandweerstand is een belangrijke eigenschap.
Volgens de Europese richtlijn wordt de brandweerstand aangeduid met de REI-classificatie, waarbij de
brandweerstand wordt uitgedrukt in minuten voorafgegaan door een of meerdere letter die betrekking hebben
op de hoofdcriteria.
Draagvermogen (R): het vermogen van het element om gedurende een bepaalde tijd bij brand
weerstand te bieden onder de belasting, zonder dat de stabiliteit in gevaar komt.
Vlamdichtheid (E): het vermogen van een element met een scheidende functie om bij blootstelling
aan brand aan de ene zijde, geen vlammen of hete gassen naar de van de brand afgekeerde zijde te
laten doordringen.
Temperatuurisolatie (I): het vermogen om bij blootstelling aan brand langs ene zijde, de temperatuur
aan de van de brand afgekeerde zijde binnen de perken te houden.
Bij het aanduiden van de brandweerstand worden de tijdspannen uitgedrukt in minuten.
Afhankelijk van het type bouwelement en welke functie het heeft.