C = communicatief vermogen
Correcte mondelinge en schriftelijke informatie
Polsen of boodschap juist overkomt.
De mate waarin je erin slaagt om jouw boodschap voor de volle 100% over te brengen op
je gesprekspartners/toehoorders: correct, volledig, duidelijk/ondubbelzinnig.
1) Gebruik het juiste medium
2) Vraag bevestiging…op het juiste ogenblik.
HET COMMUNICATIEPROCES
Communiceren is het overdragen van informatie.
Communicatie = verbaal en non-verbaal gedrag.
Het is een proces:
1) Zender/ontvanger
2) Boodschap bericht
3) Interpretatie
4) Feedback/reactie
5) Medium: woord, email, brief, SMS, gebaar.
Met communiceren wil je een doel bereiken, jouw standpunt duidelijk maken.
En/of de mate waarin het doel bereikt wordt hangt af van verschillende aspecten:
Onderwerp
Woordkeuze
Lichaamshouding
Gelaatsuitdrukkingen
Ogen
Gebaren
Aanrakingen
…
We communiceren zowel inhoudelijk als lichamelijk.
Bij een eerste contact wordt de kracht van een boodschap voornamelijk bepaald door
non-verbale signalen.
Woorden/verbaal 7%