Meting dient consistent te zijn + vrij van meetfouten vb betrouwbare toestellen, ene keer sta je met je
schoenen op de weegschaal en de andere keer niet, gewicht is betrouwbare variabele <-> hartslag
niet, hoe meet je dit dan? bv 3x meten en het gemiddelde nemen
Betrouwbaarheid meting = fundamenteel in wetenschappelijk onderzoek
Meetfout: we moeten er vanuit gaan dat de natuur complex is en dat de meting nooit perfect is vb als
je 3x de spierkracht gaat meten bij iemand ga je merken dat het 3x iets anders is doordat er telkens
een kleine meetfout gebeurt
We spreken van een obeservatie waarbij er een echte score en een meetfout is
Hoe kleiner meetfout, hoe betrouwbaarder meting
X = T +/- E
X = observatie
T = echte
+/- = fout/ error
Hoe kleiner de error hoe kleiner de meetfout
Als je weet dat je weegschaal 1kg teveel meet weet je dat als je erop gaat staan en het zegt 65 moet je
er 1kg vanaf trekken dus 64
65 kg = 64 +/- 1
Als je dat ontdekt (systematische fout) = controleerbaar
Systematische fouten zijn voorspelbare meetfouten, bedreigen betrouwbaarheid niet idien gekend
In realiteit maken we veel meetfouten die we niet weten (niet bewust van) = toevallige fout
Want: onvoorspelbaar, moeilijk te controleren
Deze randomfouten zoveel mogelijk vermijden: oorzaken kennen
Oorzaak van meetfouten
1. Het individu die meet vb fout aflezen meetinstrument (moet op ooghoogte zijn van je
meettoestel)
2. Het meetinstrument dat zelf niet nauwkeurig genoeg is vb een oude weegschaal dat soms
afwijkt
waar het fout kan gaan bij bv meten van de kracht van de m. deltoideus met een hand held
dynamometer
Houding! Plaatsing toestel
Aflezen toestel
zo een simpele meting heel moeilijk om betrouwbaar uit te voeren
Meten van de kracht bij m. quadriceps: vb houding: mag hij zich vasthouden, op tanden bijten? etc
Metingen moeten worden gestandariseerd (standardiseren, standardisatie)
3. Variabiliteit van de eigenschappen die men meet: ondanks betrouwbaar meten is er altijd de
onvoorspelbaarheid van de omgeving/natuur en het menselijke antwoord (respons) – dit zorgt
voor bias of ruis in de resultaten
Respons: vermoeidheid, motivatie
Omgeving: geluid, temperatuur
bv geen sportacitviteiten doen 12u voor meting want vermoeidheid beïnvloeden de meting, geluid kan
afleidend zijn, etc
Moeilijkste is als variabele niet betrouwbaar is bv bloeddruk is van nature fluctuerend je moet de
meting spreiden over de tijd, want moet representatief zijn
Indien respons zeer onstabiel is zal geen enkele meting representatief zijn
Bij metingen zien we vaak extreem hoge of lage scores als we de meting herhalen zien we dat deze
extreem hoge en lage scores eruit gaan (gaan normaliseren)
regressie van extreme scores, gaat richting het gemiddelde/ mean
Wordt een pretest gedaan + tweede post-test
Het antwoord van het individu dat niet betrouwbaar is vb nerveus zijn
Betrouwbaarheid = estimatie/schatting van de mate waarin een testscore vrij is van meetfouten, in
welke mate een gemeten score afwijkt van de echte score