100% tevredenheidsgarantie Direct beschikbaar na je betaling Lees online óf als PDF Geen vaste maandelijkse kosten 4.2 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting Bullet Points Adoptie & Pleegzorg

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
25
Geüpload op
15-04-2021
Geschreven in
2019/2020

Adoptie & Pleegzorg in pedagogisch perspectief: Bullet points van de artikelen. Handig om de belangrijkste resultaten op een rijtje te hebben, dat scheelt je veel tijd (niet meer steeds terugzoeken in de artikelen). Succes met studeren!

Meer zien Lees minder
Instelling
Vak











Oeps! We kunnen je document nu niet laden. Probeer het nog eens of neem contact op met support.

Geschreven voor

Instelling
Studie
Vak

Documentinformatie

Geüpload op
15 april 2021
Aantal pagina's
25
Geschreven in
2019/2020
Type
Samenvatting

Onderwerpen

Voorbeeld van de inhoud

Bullet points Adoptie & Pleegzorg

Artikelen:
• Bergsund (2019): Parenting stress in long-term foster carers: A longitudinal study
• Bovenschen (2016): Foster children’s attachment behavior and representation: influene of
children’s pre-placement experiences and foster caregivers sensitivity
• Brodzinsky (2011): Children’s understanding of adoption: Developmental and clinical
implications
• Dozier (2006): Developing evidence-based interventions for foster children: An example of
a randomized clinical trial with infants and toddlers.
• Finet (2016), Hoofdstuk: Children’s cognitive development after adoption.
• Finet (2019): Remarkable cognitive catch-up in Chinese Adoptees nine years after adoption
• Geiger (2013): Should I stay or should I go? A mixed methods study examining the factors
influencing foster parents’ decisions to continue or discontinue providing foster care.
• Goemans (2016): Psychosocial functioning in Dutch children: The relationship with child,
family, and placement characteristics
• Juffer (2006): Children’s awareness of adoption and their problem behavior in families with
7-year-old internationally adopted children.
• Konijn (2019): Foster care placement instability: A meta-analytic review
• Palacios (2019): Adoption in the service of child protection
• Reilly (2003): Characteristics and challenges of families who adopt children with special
needs: An empirical study.
• Rutter (2010): Investigating the impact of early institutional deprivation on development,
Background and research strategy of the English and Romanian Adoptees (ERA) study.
• Schoemaker (2019): A meta-analytic review of parenting interventions in foster care and
adoption
• Schoemaker (2020): Positive parenting in foster care: Testing the effectiveness of a video-
feedback intervention program on foster parents’ behavior and attitudes
• Storsbergen (2010): Internationally adopted adults who did not suffer severe early
deprivation: The role of appraisal of adoption.
• Tan (2007): Special needs adoption from China: Exploring child-level indicators, adoptive
family characteristics, and correlates of behavioral adjustment
• Tieman (2008): Young adult international adoptees’ search for birth parents
• Van den Dries (2010): Infants’ physical and cognitive development after international
adoption from foster care or institutions in China
• Van IJzerdoorn (2006): Adoption as intervention. Meta-analytic evidence for massive
catch-up and plasticity in physical, socio-emotional, and cognitive development.
• Vasileva (2018): Attachment, development, and mental health in abused and neglected
preschool children in foster care: A meta-analysis

Belangrijke onderzoeken:
• ERA-studie, LLAS, Sophia Longitudinale Studie, CAN, BEIP, ABC, VIPP-FC



1

,Bullet points Artikelen

Bergsund (2019): Parenting stress in long-term foster carers: A longitudinal study

• Pleegouders laten vaak hogere levels van stress zien, gerelateerd aan hun rol als verzorgers
• Resultaten: pleegouder scoorden hoger op stress op alle meetmomenten, en dan vooral stress
gerelateerd aan het kind. Probleemgedrag was hoger voor pleegkinderen op de leeftijd 8 jaar.
Stress van de pleegouders nam toe in alle domeinen gedurende de studie, maar ‘child domain
stress’ was de enige significante voorspeller van gedragsproblemen bij het kind.
 Probleemgedrag: alle probleemgebieden van de SDQ, dus totale moeilijkheden en
int/ext probleemgedrag.
 Ook scoorden kinderen uit de controlegroep significant hoger op de pro-sociale schaal
• Resultaat totale stress: veranderingen over tijd tussen T1 en T2 voor totale stress niet
significant bij pleegouders; mogelijk doordat bv gedragsproblemen pas goed zichtbaar
worden als kinderen ouder worden en naar school gaan
• Ouders uit de controlegroep verminderde significant in parent domain score tussen T2 en T3
• Conclusie: pleegouders zijn over het algemeen meer gestrest dan biologische ouders, en de
stresslevels nemen toe met de tijd. Pleegkinderen hebben meer gedragsproblemen, en deze
problemen zijn nauw gerelateerd aan de kind-gerelateerde stress van verzorgers.
 De resultaten indiceren dat pleegouders het risico lopen op verhoogde stresslevels
wanneer de pleegkinderen de schoolleeftijd bereiken; mogelijk is de stress van ouders
op invloed op het probleemgedrag van hun kind, dus er moeten services zijn die
pleegouders ondersteunen.
• Parenting stress kan bijdragen aan over-reactive parenting, zoals fysiek straffen en onaardige
verbale bevelen, of juist laksheid (makkelijk ingeven).
• Studies naar opvoedstress onder de general population vonden associaties tussen
opvoedstress en negatieve gedragsuitkomsten voor kinderen.
• Stress op parenting domain niet significant. Mogelijk te verklaren doordat de ouders toegang
hebben tot systemen die hen kunnen ondersteunen op het vlak van parental needs.

•Parenting Stress Index als meetinstrument, Strengths and Difficulties Questionnaire voor
gedragsproblemen
• Kinderen en verzorgers warden onderzocht wanneer de kinderen 2, 3, en 8 jaar oud waren
• Het idee is dat de stabliteit en continuïteit van pleegzorg zorgt voor een therapeutische
relatie, die problemen bij de kinderen kan verminderen.
• Stressoren die veel voorkomen: het introduceren van een tijdelijk gezinslid in het huis, het
opvoeden van een kind met emotionele-en gedragsproblemen, de omgang met de biologische
familie van het kind, de kennis dat het kind het gezin uiteindelijk weer zal verlaten
• In de PSI wordt onderscheid gemaakt in parenting stress: spanning die specifiek is voor
attributen van de ouders VS spanning gelimiteerd tot attributen van het kind
• De resultaten bij de groepsverschillen indiceren dat pleegouders over het algemeen meer
stress ervaren (total stress op de PSI) op alle meetmomenten, al waren de verschillen alleen
significant wanneer de kinderen de schoolleeftijd bereikten.


2

,• De stresslevels van ouders uit de controlegroep veranderden weinig, waren behoorlijk
stabiel

Bovenschen (2016): Foster children’s attachment behavior and representation: influene
of children’s pre-placement experiences and foster caregivers sensitivity

• Dit onderzoek keek naar gehechtheidsgedrag en representaties van gehechtheid door
pleegkinderen in de leeftijd 3-8 jaar
• Factoren die werden meegenomen: kind variabelen, variabelen biologische ouders, pre-
plaatsing ervaringen, gedrag van pleegouders
• Resultaten: pleegkinderen hadden een lagere ‘gehechtheid veiligheid’ en een hogere
desorganisatie dan kinderen in de laag-risico steekproef
• Gehechtheidsgedrag en representatie bleken grotendeels onafhankelijk van elkaar te zijn
• Factoren die bijdroegen aan gehechtheidsgedrag en representatie:
- Hechtingsgedrag werd vooral bepaald door gedrag van pleegouders
- Pre-plaatsing ervaringen voorspelden hyperactiviteit en desorganisatie (op het
representatie level)
• Representatie: gaat over de gehechtheid met alle figuren, dus ook biologische ouders en
eerdere pleegouders
• Belangrijke implicatie: wanneer er tussenkomst is in het pleeggezin, focus dan niet alleen op
veilig gehechtheid gedrag. Ontwikkel ook interventies voor het verbeteren van veilige en
georganiseerde gehechtheidsrepresentaties
• Gedesorganiseerde gehechtheid bleek samen te gaan met fysieke mishandeling, maar niet
met emotionele mishandeling en verwaarlozing
• Leeftijd bij plaatsing, tijd in gezin, aantal plaatsingen en contact met geboorteouders waren
niet gerelateerd aan individuele verschillen in gehechtheid (zowel in gedrag als in
representatie)
• Gehechtheid veiligheid werd significant voorspelt door negatieve affectiviteit van kinderen,
mentale ziekte van biologische ouders en respect voor autonomie van het kind door
pleegouders
• Bij representatie van gehechtheid bleek verlegenheid van kinderen de enige significante
voorspeller
• Ernst van mishandeling en ondersteunende aanwezigheid van pleegouders waren
significante voorspellers voor hyperactiviteit van pleegkinderen (hogere scores op beiden >
hogere hyperactivatie scores)
• In dit onderzoek werd hyperactivatie gezien als de competentie van het kind om gebruik te
maken van de verzorger voor adequate emotieregulatie
• Resultaten geven aan dat kenmerken van pleegouders en niet pre-plaatsing ervaringen in de
biologische familie de gehechtheid veiligheid vaststellen op gedrag level

• De aantallen klinische relevante mentale gezondheidsproblemen zijn hoger bij
pleegkinderen. Ook laten pleegkinderen vaak een ontwikkelingsachterstand zien in
cognitieve, psychomotorische of taalontwikkeling en academische moeilijkheden


3

, • Volgens de gehechtheidstheorie: ontwikkeling van een veilige gehechtheidsrelatie met een
verzorger heeft lange termijn voordelen voor kinderen
• Mogelijk werken positieve gehechtheidsrelaties met nieuwe verzorgers als buffer tegen
negatieve consequenties van vroege ongunstigheden (en kan het daarbij de veerkracht van
kinderen verbeteren)
• Uit een meta-analyse blijkt dat pleegkinderen even veilig gehecht zijn als kinderen die
opgegroeid zijn bij hun biologische ouders (laag-risico groep), maar ze ontwikkelen wel vaker
gedesorganiseerde gehechtheid dan normatieve groepen
NB: Ook genetische aanleg of het temperament van het kind worden wel gezien als mogelijke
oorzaken van gedesorganiseerde gehechtheid
• Bevindingen rondom leeftijd van pleegkinderen en gehechtheid zijn gemixt
• Gedrag van pleegouders, zowel ondersteunende aanwezigheid als respect voor de autonomie
van het kind, werd significant geassocieerd met gehechtheid veiligheid en gedrag
• Resultaten suggereren dat pleegkinderen met meer sensitieve verzorgers, kinderen die
minder negatieve affectie uiten en minder verlegen zijn en kinderen zonder biologische
ouders met ziekte, veilig gehecht waren
• Hyperactiviteit was significant positief gelinkt aan alle typen mishandeling

RESULTATEN OP EEN RIJTJE
 Gehechtheid veiligheid werd ook voorspeld door negatieve affectiviteit van het kind,
verlegenheid en het voorkomen van mentale ziekte bij biologische ouders
 Veilig basisgedrag werd voorspeld door emotionele ondersteuning van pleegouders en
niet bij kenmerken van kinderen of mentale ziekte van de biologische ouders
 Gedrag van pleegouders speelde geen rol voor veilige gehechtheid representatie
 Hyperactivatie werd voorspeld door negatieve pre-plaatsing ervaringen en positieve
emotionele steun van de pleegouders
 Desorganisatie werd voornamelijk voorspeld door ernstige vroege omstandigheden
(voornamelijk fysieke mishandeling)
 Desorganisatie lijkt aanwezig te blijven ook wanneer kinderen in een positieve
omgeving geplaatst worden
 Leeftijd bij plaatsing, duur in plaatsing en aantal plaatsing veranderingen was niet
gerelateerd aan één van de gehechtheid variabelen


Brodzinsky (2011): Children’s understanding of adoption: Developmental and clinical
implications

• Geadopteerde kinderen zijn over-gerepresenteerd in de mentale gezondheidszorg.
• Ouders geven aan dat praten met kinderen over de problemen een van de meest
voorkomende problemen is.
• NB: het is niet de adoptiestatus die leidt tot aanpassingsproblemen bij geadopteerde
kinderen, het zijn eerder de ongunstige omstandigheden pre-adoptie.
• Dit artikel: onderzoekt de developmental changes van het begrip van kinderen van hun
adoptie. Specifiek aandacht voor adoption-related loss.

4

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
emmavanoort Universiteit Utrecht
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
7
Lid sinds
7 jaar
Aantal volgers
7
Documenten
9
Laatst verkocht
2 jaar geleden

5,0

3 beoordelingen

5
3
4
0
3
0
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Veelgestelde vragen