5 neurologische aandoeningen:
Hersenaandoeningen→ zijn ziektes/ beschadigingen v.d hersenen.
Ze kunnen een grote invloed hebben op het dagelijkse leven= gedrag,
geheugen, beweging of emoties
Sommige aandoeningen zijn aangeboren, anderen pas later in het
leven.
5.1 aangeboren hersenletsel
Aangeboren hersenletsel→ schade aan de hersenen.
Ontstaan voor, tijdens of na de geboorte.
Schade beïnvloed de ontwikkeling v.h kind→ meestal op het vlak van
motoriek (houding & beweging) → soms ook op vlak van gedrag of
zintuigelijke waarneming.
,5.1.1 cerebrale parese (CP)→ betekent letterlijk
hersenverlamming
Veelvoorkomende vorm van aangeboren hersenletsel.
Hersenbeschadiging bevindt zich in de hersengebieden die beweging
aansturen+ blijvend→ doorheen het leven v.h. kind wel anders tot uiting
komen.
De hersenschade bij CP ontstaat meestal tijdens de zwangerschap, de
bevalling of kort na.
Oorzaken:
- Infectie bij de moeder (bv. Redulla)
- Zuurstoftekort
- Hersenbloeding
- Drugs en medicatie
- Toxoplasmose
- Cytomegalie virus
- Vroeggeboorte
- Zwangerschapsvergiftiging
➔ PRECIEZE OORZAAK ONBEKEND
Kinderen met CP= verstoorde spierspanning en moeite met doelgerichte
bewegingen.
➔ De motoriek gaat trager ontwikkelen en bewegen op een andere
manier dan leeftijdsgenoten
5.1.2 drie vormen van cerebrale parese
5.1.2.1 spastische CP
Dit komt het vaakst voor (70–80%). Spieren zijn voortdurend gespannen
(hypertonie), wat leidt tot stijve en krampachtige bewegingen. Spieren die
normaal moeten ontspannen, blijven actief. Dit maakt bewegingen
moeilijk en vermoeiend.
• Unilateraal (hemiparese): één lichaamszijde is aangedaan.
• Bilateraal (diplegie of tetraparese): beide zijden zijn aangedaan,
vaak vooral de benen.
5.1.2.2 Dy kinetische CP
,Onwillekeurige, ongecontroleerde bewegingen van het lichaam, vaak in
armen, benen of gezicht.
• Athetose: trage, draaiende bewegingen.
• Chorea: snelle, schokkende bewegingen.
• Dystonie: wisselende spierspanning die toeneemt bij stress of
verandering van houding.
5.1.2.3 atactische CP
Komt zelden voor.
Evenwicht en de coördinatie= verstoord
Kinderen= onzekere, waggelende gang + moeite met fijne motoriek
Begrippenkader verlamming
• Hemiplegie: verlamming aan één lichaamshelft.
• Monoplegie: verlamming in één arm of één been.
• Diplegie: verlamming aan twee gelijke lichaamsdelen (bv. beide
benen).
• Paraplegie: verlamming van de benen en het onderste deel van de
romp (meestal door ruggenmergletsel).
• Triplegie: verlamming in drie ledematen.
• Tetraplegie: verlamming in alle vier de ledematen.
5.2 Niet aangeboren hersenletsel (NAH)
Bij NAH is er sprake van hersenschade die na de geboorte is ontstaan.
Dit kan op elke leeftijd gebeuren→ door een val, ongeval of ziekte.
Er is als het ware een "breuk in de levenslijn": iemand functioneerde
normaal, maar ervaart plots veranderingen in denken, gedrag of
beweging.
, 5.2.1 Oorzaken van NAH
NAH kan opgedeeld worden in twee grote groepen:
Traumatisch hersenletsel (van buitenaf) Bijvoorbeeld door een:
• verkeersongeval
• zware val
• sportletsel
• geweld (bv. slagen op het hoofd)
Er kan een hersenschudding optreden, een bloeding, een schedelbreuk of
zwelling van de hersenen.
Niet-traumatisch hersenletsel (van binnenuit) Bijvoorbeeld door een:
• beroerte (CVA) = hersenbloeding of hersentrombose
• hersentumor
• infectie zoals hersenvliesontsteking
• epileptische aanval
• zuurstoftekort (bv. reanimatie)
• degeneratieve aandoening (bv. Alzheimer)
5.2.2 Soorten letsel bij NAH
Focaal letsel:
- Schade op 1 specifieke plaats (door een klap op het hoofd
- Een blauwe plek in de hersenen of een bloeding
Diffuus letsel:
- Schade die verspreid ligt over de hersenen (een harde schok
waardoor de hersenen tegen de schedel botsen)
- Komt vaak voor bij auto-ongelukken of valpartijen
Hersenaandoeningen→ zijn ziektes/ beschadigingen v.d hersenen.
Ze kunnen een grote invloed hebben op het dagelijkse leven= gedrag,
geheugen, beweging of emoties
Sommige aandoeningen zijn aangeboren, anderen pas later in het
leven.
5.1 aangeboren hersenletsel
Aangeboren hersenletsel→ schade aan de hersenen.
Ontstaan voor, tijdens of na de geboorte.
Schade beïnvloed de ontwikkeling v.h kind→ meestal op het vlak van
motoriek (houding & beweging) → soms ook op vlak van gedrag of
zintuigelijke waarneming.
,5.1.1 cerebrale parese (CP)→ betekent letterlijk
hersenverlamming
Veelvoorkomende vorm van aangeboren hersenletsel.
Hersenbeschadiging bevindt zich in de hersengebieden die beweging
aansturen+ blijvend→ doorheen het leven v.h. kind wel anders tot uiting
komen.
De hersenschade bij CP ontstaat meestal tijdens de zwangerschap, de
bevalling of kort na.
Oorzaken:
- Infectie bij de moeder (bv. Redulla)
- Zuurstoftekort
- Hersenbloeding
- Drugs en medicatie
- Toxoplasmose
- Cytomegalie virus
- Vroeggeboorte
- Zwangerschapsvergiftiging
➔ PRECIEZE OORZAAK ONBEKEND
Kinderen met CP= verstoorde spierspanning en moeite met doelgerichte
bewegingen.
➔ De motoriek gaat trager ontwikkelen en bewegen op een andere
manier dan leeftijdsgenoten
5.1.2 drie vormen van cerebrale parese
5.1.2.1 spastische CP
Dit komt het vaakst voor (70–80%). Spieren zijn voortdurend gespannen
(hypertonie), wat leidt tot stijve en krampachtige bewegingen. Spieren die
normaal moeten ontspannen, blijven actief. Dit maakt bewegingen
moeilijk en vermoeiend.
• Unilateraal (hemiparese): één lichaamszijde is aangedaan.
• Bilateraal (diplegie of tetraparese): beide zijden zijn aangedaan,
vaak vooral de benen.
5.1.2.2 Dy kinetische CP
,Onwillekeurige, ongecontroleerde bewegingen van het lichaam, vaak in
armen, benen of gezicht.
• Athetose: trage, draaiende bewegingen.
• Chorea: snelle, schokkende bewegingen.
• Dystonie: wisselende spierspanning die toeneemt bij stress of
verandering van houding.
5.1.2.3 atactische CP
Komt zelden voor.
Evenwicht en de coördinatie= verstoord
Kinderen= onzekere, waggelende gang + moeite met fijne motoriek
Begrippenkader verlamming
• Hemiplegie: verlamming aan één lichaamshelft.
• Monoplegie: verlamming in één arm of één been.
• Diplegie: verlamming aan twee gelijke lichaamsdelen (bv. beide
benen).
• Paraplegie: verlamming van de benen en het onderste deel van de
romp (meestal door ruggenmergletsel).
• Triplegie: verlamming in drie ledematen.
• Tetraplegie: verlamming in alle vier de ledematen.
5.2 Niet aangeboren hersenletsel (NAH)
Bij NAH is er sprake van hersenschade die na de geboorte is ontstaan.
Dit kan op elke leeftijd gebeuren→ door een val, ongeval of ziekte.
Er is als het ware een "breuk in de levenslijn": iemand functioneerde
normaal, maar ervaart plots veranderingen in denken, gedrag of
beweging.
, 5.2.1 Oorzaken van NAH
NAH kan opgedeeld worden in twee grote groepen:
Traumatisch hersenletsel (van buitenaf) Bijvoorbeeld door een:
• verkeersongeval
• zware val
• sportletsel
• geweld (bv. slagen op het hoofd)
Er kan een hersenschudding optreden, een bloeding, een schedelbreuk of
zwelling van de hersenen.
Niet-traumatisch hersenletsel (van binnenuit) Bijvoorbeeld door een:
• beroerte (CVA) = hersenbloeding of hersentrombose
• hersentumor
• infectie zoals hersenvliesontsteking
• epileptische aanval
• zuurstoftekort (bv. reanimatie)
• degeneratieve aandoening (bv. Alzheimer)
5.2.2 Soorten letsel bij NAH
Focaal letsel:
- Schade op 1 specifieke plaats (door een klap op het hoofd
- Een blauwe plek in de hersenen of een bloeding
Diffuus letsel:
- Schade die verspreid ligt over de hersenen (een harde schok
waardoor de hersenen tegen de schedel botsen)
- Komt vaak voor bij auto-ongelukken of valpartijen