Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 31 pagina's
Samenvatting

Samenvatting - Dierkunde en inleiding tot proefdierkunde

Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 31 pagina's

Omvat heel het deel dierkunde. Gebaseerd op de slides.

Voorbeeld van de inhoud

Dierkunde
1. Leven: Hoe definiëren?
 Verandert voortdurend
 Heeft gemeenschappelijke voorgeschiedenis

1.1. Generieke kenmerken
1. Dezelfde complexe moleculaire organisatie  4 groepen macromoleculen
 DNA en RNA  genetische code geschreven en vertaald
o 5 bouwstenen: adenine, guanine, thymine/uracil en cytosine (= nucleotide)
 Polypeptideketens = ketens van aminozuren  20 aminozuren = proteïnen
o Volgorde aminozuren bepaalt primaire structuur  helices = interactie tss de
strengen  secundaire structuur  plooit in 3D configuratie  tertiaire
structuur: vorm enorm belangrijk)  organiseren zich samen  quarternaire
structuur
 Koolhydraten: C, H en O  monosaccharide of polysaccharide
o Monosaccharide: glucose  disaccharide: maltose  polysaccharide:
glycogeen
o Glucose zorgt vr ATP = energieshuttle vr metabole processen
 Lipiden
o Triglyceride = 3 vetzuren en 1 glycerol
 Verzadigd: dierlijk en vast
 Onverzadigd: plantaardig en vloeibaar
o Fosfolipiden = 2 vetzuren, 1 glycerol en 1 glyceride
 Vetzuren = hydrofoob  Glyceride: hydrofiel
 Foob zoekt foob  bi-layers ontstaan
2. Complexe hiërarchie
 Macromoleculen groeperen  actine en myosine: interageren  gebundeld 
myofibrillen: contraheren  omgeven door sarcolemma = spiercel 
organisatieniveau zorgt voor tezamen contractie
 Spiercellen  vezelbundels  spieren  spierstelsel
o Stelsel + skelet + motorisch zenuwstelsel = bewegingsapparaat
 Cel = basis-entiteit v leven
3. Kunnen zichzelf reproduceren
 Celdeling, voortplanting, opsplitsing  vorming nieuwe soorten
 Reproductie/overerving = kenmerken doorgeven aan volgende = essentieel
o Replicatiefout  variatie = essentieel
4. Fenotypische/observeerbare kenmerken te wijten aan nucleotiden
 DNA-streng: nucleotiden gecodeerd (64 mogelijkheden)
 RNA: vertaalt naar eiwit
 Celdeling: DNA gerepliceerd en doorgegeven aan dochtercel
o Proteïnen: cellulaire processen  andere kenmerken tot uiting
5. Doorlopen levenscyclus = ontogenetische cyclus
 Geslachtelijke voortplanting  zygote  fases tot adulte
 Verandering door metamorfose = drastische reorganisatie van het volledige
bouwplan op korte tijd
6. Nemen nutriënten uit omgeving om zichzelf in stand te houden
 Opgenomen voeding  verbruiken of afbreken  energie uit chemische bindingen
 overgedragen aan ATP door cellulaire respiratie  metabolisme ontstaat
 Metabolisme = geheel van catabolische (afbraak) en anabolische (opbouw)
processen

,  Cellulaire respiratie = capteren van energie in ATP door oxidatie van brandstof-
moleculen
o Oxidatie = overdracht v elektronen v donor en acceptor  energie vrij 
opgeslagen in ATP
o Zuurstof = ideale acceptor voor efficiënte ATP  1 glucose, 32 ATP 
aërobe respiratie
o Zuurstof te kort  beperkte opbrengst ATP dan wanneer volledige cyclus
zou doorlopen  overgang tot glycolyse (proces)  anaërobe respiratie

Joggen  meer ademhalen  meer O2 nodig  meer ATP nodig  ATP-productie volgt
niet  glycolyse blijft werken  anaeroob  1 glucose, 2 ATP met lactaat als bijproduct 
moet afgebroken worden ten koste van ATP  terug veel ATP na uitrusten  lactaat weg

 Autotroof = nemen anorganisch materiaal op voor metabolisme
o Planten: fotosynthese: CO2 en water  glucose + zuurstof = brandstof ATP
 Heterotroof = nemen organisch materiaal op voor metabolisme
o Herbivoren, carnivoren en omnivoren  voedsel afgebroken in
verteringsstelsel tot kleinere organische macromoleculen  in
celrespiratie-cyclus terecht  aanmaak ATP
 Homeostase: metabolisme houdt het interne milieu in stand ten opzichte van het
veranderde externe milieu = balans  verstoord?  Ziek.
7. Interageren met biotische (levende) en abiotische (niet-levende) omgeving
 Ecologie = studie van deze interactie
8. Terugvoeren naar fysische en chemische processen: thermodynamica
 In universum: E kan niet bijkomen of verdwijnen
o Bv. autotroof: zonne-energie  chemische bindingen  deel wordt warmte,
ander gebruikt in processen  homeostase
 Fysische systemen evolueren steeds naar een hogere wanorde, entropie, tenzij E
wordt toegevoegd
o Leven vereist voortdurende opname en transformatie van energie om de
hiërarchie te behouden
o Homeostasis aanwezig  voldoen aan tweede wet
 Bv. zweten: materiaal weg, dus terug aangevuld met nutriënten

 Virussen: geen leven: geen eigen metabolisme, wel DNA en eiwitmantel

 Viroïden = stukjes RNA zonder eiwitmantel = infectuees vr plantcellen

 Prionen = infectueuze eiwitten door slechte structuur + doorgegeven via bloed en
voeding



1.2. Geschiedenis van ‘leven’ op aarde
 4.6 – 3.8 miljard jaar geleden: zonnestelsel ontstaat
o Oparin en Haldane stelden vast: sprake van moleculaire evolutie

Leven = versmelting v kleine moleculen in complexe organische molecule  zelfreplicatie
mogelijk  levende micro-organismen

Hypothese: methaan, water en ammoniak = oer-atmosfeer  geen ozon  UV hoog 
versmelting van componenten  organische moleculen ontstonden

o Miller: testte die hypothese: oplossing componenten  blootgesteld aan
elektrische ladingen  organische moleculen verschenen

,  Ondersteuning hypothese, geen bewijs
o Verdere testen: monomeren binden tot polymeren = lipiden binden  hydrofiele en
hydrofobe zijde  semipermeabele membraan in waterig milieu ontstaat  holle
partikels gevormd en gevuld met waterige oplossing van macromoleculen =
protobionten  daarin: nieuwe macromoleculen ontstaan
 3.8 miljard jaar geleden: prokaryoten ontstaan (cellen zonder kern)
o DNA en RNA zweven vrij rond
o Milieu = zuurstofarm  aanwezig zuurstof komt van biogene oorsprong
(organismen)
 O2 = dodelijk voor prokaryoten  natuurlijke selectie  aërobe
organismen  efficiëntere metabolisme: meeste organismen
 Meer O2  ozon = filter tegen UV  landleven ontwikkelt
 2 miljard jaar geleden: eerste eencellige prokaryoten ontstaan
o Cellen met membraangebonden kernen en DNA
 1.5 miljard jaar geleden: eerste meercellige eukaryoten
 750 miljoen jaar geleden: dieren
o Meer O2 en O3
 10 duizend jaar geleden: mens ontstaat


 O.b.v. ribosomaal RNA wordt alle leven in 3 domeinen gesplitst

 Prokaryoten (geen celkern)
o Archaea: eigen evolutielijn  veel anaeroob
o Bacteria
 Eukaria/ Eukaryoten (volledige celbouw)

 Indeling dierenrijk:

 Bacteriën: blauwwieren, purperwieren en spirocheten)  zijn door endosymbiose
verantwoordelijk voor ontstaan organellen
 Archeae: vreemde groep met extreem halofiele en thermoacidofiel bacteriën
 Fungi: heterotroof, geen fotosynthese
 Protista: eencellig, opdelen in Algae en Protozoa
 Animalia: meercellige eukaryoten met heterotrofe levenswijze
 Plantae: meercellige eukaryoten met autotrofe levenswijze

1.3. Classificatie van organismen
 Systematiek = wetenschap die de diversiteit o.b.v. gelijkenissen en verschillen
ordent:
o Fylogenie = beschrijft ontstaansgeschiedenis en de verwantschap van
organismen
o Taxonomie = naamgeving en classificatie van organismen
 Fylogenie = preferentiële manier
o Groeperen: afstammeling van een voorouderlijk organismen (incl.
voorouder) = clade
 Synapmorfieën = gemeenschappelijke afgeleide kenmerken
 Eerdere voorouders hadden kenmerken niet
 Moleculaire kenmerken: sequencing = manier om opeenvolging
van nucleotiden, aminozuren en proteïnen te ontcijferen 
synapmorfieën bespeuren
 Fenotypische kenmerken: morfologie en fysiologie

,  Bv. Vierpotige organismen zijn afgeleid van vissen  op land
poten ontstaan
 Homologe kenmerken: vleugel vogel en vleermuis (zelfde
oorsprong)
 Analoge kenmerken:
vleugel vogel en insect
o Dicotome splitsing: voorouder met
opsplitsing, in meerdere takken  te
weinig organismen onderzocht
 Classificatie
o Monofyletische groepen/ clade = preferentieel, maar toch afgeweken
 Sterk ingeburgerde classificaties
 Moleculaire verwantschappen niet voldoende gekend
o Parafyletische groepen = niet alle afstammelingen van de
gemeenschappelijke voorouder behoren tot het taxon
o Polyfyletische groepen = de gemeenschappelijke voorouder behoort
niet tot het taxon
 Taxonomie (= hiërarchisch gevormd)
o Domein < taxa < phylum < classes < ordo < familia < generera < species
o Domein < rijk < stam < klasse < orde < familie < geslacht < soort
o Naamgeving: geslacht en soort (cursief)


2. De cel
2.1. Basis entiteit van organismen (verschil pro- en eukaryoot)
 Prokaryoten
o Geen kern of organellen
o 1 enkele, circulaire DNA-streng in cytoplasma
o Celmembraan/ plasmalemma: fosfolipidendubbellaag, mss nog celwand
 Eukaryoten
o Invaginatie: DNA omsluiten  genetisch materiaal in cel  kern omgeven door
dubbele membraan
o Membranen evolueren tot celstructuren  hogere efficiëntie van replicatie,
transcriptie en translatie  moleculen v en nr kern getransporteerd
o Verschijnen mitochondria door endosymbiose van proteabacteria  eigen
circulaire DNA-streng  omgeven door dubbele membraan  zorgen voor
aërobe energiemetabolisme  dierlijke eukaryoten ontstaan
o Opname fotosynthetiserende prokaryoot  plantaardige eukaryoten ontstaan
 Cyanobacteria van prokaryoot  werden chloroplasten: aanmaak water,
CO2 en glucose  energiesubstraat voor energiemetabolisme

2.2. De dierlijke cel: vorm en functie
 Dierlijke cel = eukaryoten met membraangebonden nucleus en membraangebonden
organellen
o Membranen: dezelfde oorsprong en opbouw  functie verschilt
o Geen celwand (planten en prokaryoten wel)  plasmamembraan
 Plasmamembraan: selectief permeabele fosfolipiden-bilayer
o Diffusie (verplaatsing moleculen) en osmose (verplaatsing oplosmedium)
o Diverse eiwitmembraanfuncties
 Transport: faciliteren passieve transport, actief transport van stoffen
 Enzym (katalysator)

Documentinformatie

Geüpload op
5 maart 2026
Aantal pagina's
31
Geschreven in
2024/2025
Type
Samenvatting
€7,49

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kan je een ander document kiezen. Je kan het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Verkocht
0
Volgers
0
Items
6
Laatst verkocht
-


Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen