inkomen
1.Macro-economische grootheden
Macro-economie= studie van geaggregeerde grootheden- grote groepen
Doel
- De economische groei bevorderen
- De werkloosheid zo laag mogelijk brengen/houden
- En de inflatie ook wel de stijging v/h algemeen prijspeil, onder controle houden
Aggregeren: opstellen, 3 doelen goed kennen
1.1Economiche activiteit- bbp
Mensen gaan middelen aanwenden om een productie op gang te brengen die voldoet aan de vraag van de mensen. Deze
economische activiteit gaan we meten, zo kunnen we meten of de economie groeit, krimpt… zo lossen we de macro
economische vraagstukken op.
Wij bestuderen: gezinnen (zij consumeren C en sparen S)
- Bedrijven (zij investeren I)
- Overheid (belast T en consumeert G)
- Buitenland (importeert M en exporteert naart het buitenland X)
Activiteit en inzet van mensen en middelen… (input= kapitaal en arbeid)
… om productie (output) en goederen en diensten tot stand te brengen (het bbp)
… dat tot een inkomen leidt tot een vraag naar goederen en diensten
De waarde v/d totale stroom afgewerkte goederen en diensten die de economie v/e land/gebied over een periode van
een jaar produceert
Factoren die de grootte v/d economische activiteit bepalen kunnen worden ingedeeld in
- Aanbodfactoren (supply-side): productiecapaciteit bepaalt hoeveel er kan geproduceerd worden en dus hoe
hoog het bbp kan zijn. De factoren die de hoogte v/d productiecapaciteit bepalen zijn lange-termijn of
structurele factoren zoals bevolkingsgroei, bevolkingssamenstelling, kapitaalvorming, technologie en onderwijs.
Deze verander je niet in 1 dag en het mag duidelijk zijn dat je met 1.000 mensen meet kan dan met 100
personen
- Vraagfactoren (demand-side) factoren aan vraagzijde zijn van conjuncturele aard. De hoogte v/d vraag komt
v/d gezinnen (inkomens), de overheid, de bedrijven en het buitenland en is dus fluctuerend, ook op kortere
termijn. Bv: aan consumenten die in tijden van crisis plots nog minder gaan spenderen en dus vraag op redelijk
korte termijn kunnen veranderen.
1.2 Indicatoren vanuit verschillende invalshoeken
Wat is BBP (of GDP: Gross Domestic Product)
- Een totale stroom van goederen en diensten die de economie v/e land/gebied over een periode van een
jaar/soms kwartaal produceert
Beperkingen BBP; verdeling over de bevolkiing, vervuiling, scholingsgraad
Ontbreken activiteiten zoals thuiswerk, vrijwilligerswerk/…
,Reëel vs nominaal BBP
Nominaal: wanneer het BBP bekijken als getal zoals we het jaar na jaar meten spreken we van nominaal bbp of bBP in
lopende prijzen.
Vertelt dat economie goed gaat, maar in werkelijkheid gaat het niet goed (vertelt hoe rijk we zijn obv prijs goederen), zegt
niks over koopkracht
Reël: BBP in periode X is het BBP in periode X waarbij goederen en diesnten die gereed zijn gewaardeerd worden adhv
prijzen in een bepaalde basisperiode. (zegt of prijs goed is gestegen of gedaald)
Prijsbewegingen zijn dus uitgeschakeld (=defleren)
Let op: in de basisperiode is reële bbp gelijk aan nominaal bbp
Betere maatstaf voor het meten van BBP= per capita of per hoofd. Het BBP gedeeld over het aantal inwoners.
BBP heeft beperkingen! Houdt geen rekening met:
- Vervuiling, groene bbp
- De grootte v/d bevolking bbp per capita (wat verdient inwoner gemiddeld)
- Gezondheid, scholingsgraad, koopkracht per capita HDI
- Ontbreken van activiteiten zoals thuisarbeid, vrijwilligerswerk
2.economische kringloop
2.1 basis economische kringloop
Economische kringlopen= schematische weergave v/d goederen- en geldstromen i/e land of regio dus op macro-
economische niveau.
Kringloop= abstracte voorstelling v/d relaties tussen gezinnen, bedrijven, overheid, banken en buitenland i/e land
Helpt ons bij
- Vinden van verklaringen voor economische groei en recessie
Hier geldt dus dat Y=C
Het nationale inkomen wordt dus volledig geconsumeerd/besteed
2 actoren; gezinnen en bedrijven
De gezinnen leveren de productiefactoren (land, arbeid, kapitaal). In ruil
daarvoor krijgen ze inkomen (pacht, lonen, winstuitkeringen en intrest)Y.
Bedrijven producren G&D en verkopen deze a/d huishoudens. In ruil
betalen huishoudens. Deze geldstroom noemen we(c) consumptie
De geldstroom zwarte pijlen
De goederenstroom witte pijlen
2.2. Injecties en lekken
Alle inkomens volledig geconsumeerd wordt. Y=C
S=sparen
Gebruiken voor het betalen van belastingen T
Spenderen aan goederen en diensten uit buitenland, importeren M
Bedrijven, G&D vragen om te investeren (I)
,Overheden geld uitgeven. Goverment spending (G)
Buitenland goederen uit ons land aankopen, export (X)
Dit zijn manieren waarop extra geld in onze economie komt =INJECTIES
als er meer geld binnenkomt, m.a.w meer zuurstofrijk bloed in een lichaam komt, dan er uit gaat, dan stelt economie het
beter; krijgen economische groei
I+G+X>S+T+M Economische activiteit stijgt
Wanneer lekken groter zijn dan injecties, en er meer geld uit economie gaat dan binnen komt. Dan verliest het lichaam
zuurstofrijk bloed, en gaat situatie achteruit. Krijgen daling van economische activiteit
I+G+X<S+T+M economische activiteit daalt
Wanneer er echter evenveel geld in kringloop komt als eruit gaat bereiken we economisch evenwicht.
I+G+X=S+T+M economische activiteit is in evenwicht
(S-I) = particulier spaarsaldo
(T-G) = overheidssaldo
(X-M) = saldo op lopende rekening
2.3 open kringloop met de overheid, banken en buitenland
Volledige kringloop. Opgebouwd rond 5 belangrijke actoren of economische agenten:
1) de huishoudens
2) de ondernemingen
3) de banken
4) de overheid
5) het buitenland
Y= inkomen
C= consumptie
S= sparen
I= investeren
T= belastingen
G= overheidsuitgaven
(X-M)= netto export
2.4 bbp meten
Deze 3 voeden elkaar en zijn aan elkaar gelijk na verloop van tijd (ex poste).
2.4.1 consumptiebenadering
Wat wordt er gebruikt?
, Som van de uitgaven of onze consumptie/ kijken naar bestedingsbedrag van de consumenten en tellen waarde van alle
finale goederen op.
alle uitgaven zijn gelijk aan het nationaal inkomen (aangegeven symbool Y)
het nationaal inkomen(y) is dus gelijk aan onze bestedingen zijnde: Som van consumptie van
gezinnen (c), de investeringen van bedrijven (i), de overheidsuitgaven (G) en netto export (X-M)
2.4.2 Inkomensbenadering
Wat is het inkomen?
Som van beloning van de productiefactoren.
Kijken naar de wijze waarop inkomen gevormd wordt en tellen de lonen, winsten en indirecte belastingen op.
Vb; stel dat economie bestaat uit staalnijverheid en zorgsector. De totale lonen uitbetaald in deze sectoren zijn 1 miljard€. De winsten zijn
200 miljoen€ en er werden 800 miljoen€ aan belastingen betaald. Het totale bbp van deze economie is dus 2 miljard€
2.4.3 Productiebenadering
Hoeveel wordt er geproduceerd?
Som van alle toegevoegde waarden van alle bedrijven en overheid.
BTW van een bedrijf in de bedrijfskolom = marktprijs- aankoopprijs (=grondstoffen en diensten van derden)
Netto= bruto toegevoegde waarde- afschrijvingen
= de beloning van de productiefactoren arbeid en kapitaal= netto inkomen
Productiefactoren zijn: arbeid, kapitaal, natuurlijke grondstoffen, ondernemerschap en informatie.
3. evenwicht
3.1 de effectieve vraag
EV= totale vraag van alle actoren`
EV= C+I+G+ (X-M)
Economie: dynamisch gegeven tijdsdimensie invoeren
ex ante= wensen van economische actoren voor de periode
ex poste= na de periode
C= consumptiefunctie
I= investeringsvergelijking
G= overheidsuitgaven
(X-M)= netto export- saldo op de oplopende rekening
3.1.1 de consumptiefunctie (C)
Totale consumptie wordt bepaald door het inkomen(Y)
C= f(Y)
C= Cm + Caut
- Cm = marginale consumptiequote (delta C/ delta Y), bepaalt de hellingsgraad
- Caut= autonome consumptie of consumptie onafhankelijk v/h inkomen, bepaalt
snijpunt met de Y-as