Wat is spel?
1. Kenmerken van spel – a play – VRIJ en GEDEELD spel
Spel heeft volgens enkele ontwikkelingspsychologen enkele
kenmerken
o Bezig zijn is een doel op zich in het spel de nadruk ligt op
het proces en niet op het product
Spel is niet gericht op het bereiken van een (vooraf
bepaald) resultaat, spel dient geen extern doel
Kinderen kunnen wel tot een resultaat of product komen,
maar ze spelen omdat het spel fijn is niet omwille van
het product
Het product/resultaat staat ten dienste van hun spel,
ze doen dit omdat ze dit nodig hebben om verder te
spelen
Vb: een brandweerkazerne bouwen want ze spelen
brandweerman
o Het spelende kind is actief bezig
Spel vraagt actie een boek leze of visueel bezig zijn is
daarom geen spel
Het kind geniet van deze activiteiten, maar ze zijn
te passief om de term “spel” te gebruiken
o Het kind beleeft plezier in wat hij doet, spel is intrinsiek
bevredigend
Het kind gaat vaak helemaal op in het spel, er kunnen
heel wat emoties aan te pas komen
Zowel vreugde, verdriet als kwaadheid kunnen
intens beleefd worden tijdens het spelen
Het kind beleeft plezier en speelt omdat én net zolang
hij er zin in heeft
Plezier is een combinatie van intense
betrokkenheid en een vorm van spanning is niet
enkel dat ze het leuk vinden
o Het kind is vrijwillig bezig
Je kan een kind niet dwingen tot spelen, je kan het spel
wel stimuleren en dat is ook de taak van de leerkracht
o Kinderen geven zelf betekenis aan materialen en middelen
Kleuters beslissen zelf wat het materiaal wordt/betekent
voor hen de kleuters hebben daarin autonomie
Vb: een houten blokje is een telefoon, een
betalingsmiddel, een auto waarmee ze kunnen
rijden, …
Door dit kenmerk zijn materialen waar je maar op één
manier aan de slag kan geen spel
Vb: puzzels, bouwen met een bouwkaart of
stappenplan, …
, o Er is vrijheid van handelen, maar kinderen maken hierbij ook
zelf regels
Kleuters zullen afspraken maken en regels installeren bij
het spelen deze afspraken en regels komen vaak uit
de werkelijkheid
Ze maken zelf regels waarin je vaak zaken uit hun
context kunt terugvinden
Vb: stil zijn/fluisteren omdat de pop/baby slaapt,
iedereen moet op een lijn staan voor de
balletvoorstelling, …
o Spel is een open, flexibele activiteit
Het materiaal, de verhaallijn, het aantal spelers enz. kan
tijdens het spel veranderen en ligt niet vast
Activiteiten waarvan vooraf het verloop voorspelbaar is
omdat alle mogelijkheden vastliggen of reeds bepaald
zijn, zijn geen vrij of gedeeld spel gestuurd spel
o Spel biedt ruime ontwikkelkansen, diegene die speelt bepaalt
zelf zijn eigen uitdagingen Als leerkracht zorg je voor een
stimulerende, doelrijke spelomgeving maar de kleuter gaat
hier vrij mee om
Het spel is flexibel het resultaat ligt niet vast want het
spel kan veranderen van richting
Moeilijk om vooraf de correcte, specifieke
doelen vast te leggen en kunnen deze doelen
wijzigen doorheen het spel
Via materiaalkeuze, spelbegeleiding, ... kan je als
leerkracht je doelen nastreven vrij spel biedt kleuters
de kans om het spel toch anders in te vullen omdat wie
speelt zelf zijn eigen uitdagingen bepaalt
Het hebben van doelen wil ook niet zeggen dat het geen
vrij spel meer kan zijn
Vb: door de kleuters vrijheid te laten in wat ze
doen binnen de bouwhoek zorg je er voor dat dir
spel voldoet aan de kenmerken van vrij spel, ook al
heb jij als leerkracht bepaalde doelen voor ogen
Spel dat voldoet aan bovenstaande kenmerken omschrijven we al
vrij en gedeeld spel
o Vrij spel: spel dat volledig bepaald kan worden vanuit het
kind
Met vrij wordt bedoeld dat het kind het initiatief neemt in
het spel en niet de leerkracht
Kinderen bepalen zelf de inhoud en de vorm van de
spelactiviteit
o Gedeeld spel: spel waarbij het initiatief end e sturing zowel
van de leerkracht als van de kleuters komen
Het is vooral de begeleiding die voor het verschil zorgt tussen vrij
en gedeeld spel
2. Kenmerken van spel – a game – GESTUURD spel
, Gestuurd spel: spel waarbij de leerkracht het aanbod aanstuurt, of
dat er door het materiaal of het soort spel geen initiatief van
kleuters mogelijk is
o De kleuters hebben heel weinig tot geen initiatiefruimte
Gestuurd spel bevat onder andere:
o Spelen uit een doos
Vb: gezelschapsspelen zoals memory, domino, …
o Spelen met vaste regels
Vb: tikspelen, gestuurd taalspel, gestuurd
bewegingstussendoortje, …
o Spelen waarvan het materiaal het verloop van het spel bepaalt
Vb: puzzels, een stappenplan volgen
Het spel wordt van buitenaf ‘gestuurd’
Gestuurd spel voldoet dus niet aan de (pedagogische) omschrijving
en de kenmerken die gehanteerd worden voor ‘spel’
3. Vrij, gedeeld of gestuurd?
Er is een onderscheid tussen enerzijds vrij en gedeeld spel
(pedagogische invalshoek = spel) en anderzijds gestuurd spel
(voldoet niet aan de kenmerken van pedagogisch spel)
Het onderscheid nog eens samenvatten
o Vrij spel: wanneer het kind zelf het spel bepaalt, het kind
neemt initiatief in het spel
De kleuters bepalen zelf de inhoud en de vorm van de
spelactiviteit, het kind heeft de regie
o Gestuurd spel: weinig tot geen initiatiefruimte voor de
kleuters, het spel wordt vooral van buitenaf ‘gestuurd’
De regie ligt voornamelijk bij de leerkracht of gaat uit
van het materiaal
Door het soort begeleiding dat je biedt, kan er ook sprake zijn van
gedeelde sturing
o Het initiatief, de sturing, … komen dan zowel vanuit de
kleuters als vanuit de leerkracht
Expliciete directe sturing (EDI): methodiek maar geen spel
o Wordt gebruikt om instructies te geven om een bepaalde
vaardigheid stapsgewijs aan te leren
o Deze vorm van instructie is gestuurd
o Voorbeeld met een dobbelsteen
De leekracht leert aan hoe je een dobbelsteen gebruikt
is een gezelschapsspel
Hoe hanteer je een dobbelsteen, hoe lees je een
dobbelsteen, wat moet je dan doen met je pion, …
, De plaats van spel in het kleuteronderwijs
1. Spel en kennisrijk
De kennis moet en mag het spel niet uitsluiten, maar omgekeerd
geldt dit ook
o In het kleuteronderwijs zien we kennis en spel niet als
tegenstellingen ze versterken elkaar
Divers onderzoek maakt duidelijk dat ‘(vrij) spelen’ onder druk staat
in de maatschappij, door volgende factoren die daarbij een rol
spelen
o Opbrengstgericht werken
We willen steeds duidelijker de opbrengst van een
activiteit zien
In spel is minder snel duidelijk wat de opbrengst is
voor het leren en de ontwikkeling
Bij vrij spel is het proces belangrijk in plaats van het
product
Kleuters kunnen bij vrij spel eigen doelen stellen
en hebben ze de vrijheid van handelen en kan het
spel veranderen
Vb: In de bouwhoek kunnen de doelen gesteld worden
over het wiskundig inzicht over stevige constructies
vaak wordt er enkel gekeken naar het bouwwerk op het
einde
o De invloed van de culturele, de sociaal-culturele en de
woonomgeving
Culturele en sociaal-culturele omgeving
Als het proces/ vrij spel niet gewaardeerd wordt
door de omgeving kleuters spelen minder +
doen minder spelervaring op
Woonomgeving
Het verkeer, de ruimtelijke ordening, … hebben
grote invloed op de mogelijkheden qua spel
weinig echt “vrije ruimte”
o Speelpleintjes worden vaak ingericht met
mooie speeltoestellen (= het materiaal
stuurt de mogelijkheden en dus het spel) die
echter weinig ruimte laten voor eigen