Aardwetenschappen
Hoofdstuk 1: inleiding
1.1 Aardwetenschappen
Grote topics:
• Geologie
➢ Fysische
o materiaal en processen
➢ Historische
o ontstaan en evolutie (incl. biologisch leven)
• fysische Geografie: landschapvormende processen
• Bodemkunde: biologisch actieve toplaag v.d. geosfeer
1.2. geologie en tijd
“…de grootste gift van de geologie aan de mensheid is de diepe tijd“
→ Bijbel van rond 1800
Ouderdom aarde?
• James Ussher (17e E): Aarde niet ouder dan 6000 j.
➢ Door de in de Bijbel beschreven leeftijd v.d. aartsvaders op te tellen
• Mariene fossielen in gebergten ?
• Charles Darwin (± 1850): kwam uit op 300 miljoen j.
➢ Berekende tijd nodig voor verwering van (Downs) gebergte
• Henri Becquerel (1896): radioactiviteit = een natuurlijke klok
• 1940: Pb vergelijken in oudste gesteenten t.o.v. meteorieten zonder Uranium:
4 550 000 000 j.
Geologische
tijdschaal:
1
,1.3. Sferen van de Aarde
• Geosfeer
➢ Grotendeels vast
➢ domineert planeet (6400 km dik)
• Hydrosfeer
➢ Water
➢ domineert oppervlak
➢ vele en snelle fluxen: hydrologische cyclus
• Atmosfeer
➢ Gas
➢ Dun (±10 km)
• Biosfeer
➢ Geheel van levende organismen
➢ Geconcentreerd op interface (-> laagje waar
alle anderen samenkomen)
"Systeem Aarde": nauw met elkaar verbonden
(impact op 1 sfeer kan gevolgen hebben voor alle andere)
o Een gesloten systeem (= geheel met onderdelen die op elkaar
afgestemd zijn)
Aarde - Planeet Aarde - Systeem Aarde - Wereld
1.5. Conventies
• Tijdsaanduiding:
➢ jaar ('annum'): a
➢ duizend jaar: ka
➢ miljoen jaar: Ma
➢ miljard jaar: Ga
• Tijdsaanduidingen steeds BP (= ‘before present’)
➢ ref. = 1950
• In literatuur soms B2k (= ‘before 2000’)
• Voor historische gebeurtenissen: AD (= ‘anno domini’)
• Decimaal = .
• 10 000-tallen
2
,Deel I: Planeet Aarde
Hoofdstuk 2: Kenmerken v. Planeet Aarde
2.1. Ontstaansgesch.
Oorsprong van de planeet
• alle basiseenheden v. planeet ontstaan bij zware explosie
➢ basiselementen: waterstof & Helium (via kernfusie van p+ en n0)
• krijgt concentratiegebieden
➢ materie trekt samen & er ontstaat focuspunt
o galactische systemen bv: Melkweg
➢ sferische nevel ontstaat
• planeten ontstaan
➢ 1e vier planeten: aardse planeten MVAM
➢ Andere zijn gasplaneten JSUN
In sterren kan kernfusie plaatsvinden → nieuwe elementen ontstaan
➔ enkel bij supernova is er genoeg energie om bepaalde elementen samen te
brengen (hoger dan Fe kan niet in de kern)
3
, → enkel aarde & Mars hebben
temp. Waarin water vloeibaar
is (58° en 20°)
astroïdengordel: stukken die geen planeet geworden zijn
→ vormen meteoroïden tssn Mars en Jupiter
Vorming primitieve planeet
• Veel inslagen van meteoroïden
➢ + verval v. radioactieve elementen → de temp. Steeg
➢ alles vloeibaar = magmabol
o Zwaarste deeltjes zakken naar de kern
o Lichtere elementen stegen naar opp. en versteenden tot een korst
o ➔ chemische differentiatie
» kwamen gassen (H2O, CO2 en SO2) vrij ➔ ontgassing
» Vorming basis v.d. atmosfeer
• Aarde begint af te koelen
• Een zusterplaneet botst met aarde
➢ Grote hoeveelheden materie in ruimte geslingerd
o Concentreert zich in baan rond de Aarde
o Verenigen tot nieuw, kleiner ruimtelichaam → ontstaan v.d. maan
4
Hoofdstuk 1: inleiding
1.1 Aardwetenschappen
Grote topics:
• Geologie
➢ Fysische
o materiaal en processen
➢ Historische
o ontstaan en evolutie (incl. biologisch leven)
• fysische Geografie: landschapvormende processen
• Bodemkunde: biologisch actieve toplaag v.d. geosfeer
1.2. geologie en tijd
“…de grootste gift van de geologie aan de mensheid is de diepe tijd“
→ Bijbel van rond 1800
Ouderdom aarde?
• James Ussher (17e E): Aarde niet ouder dan 6000 j.
➢ Door de in de Bijbel beschreven leeftijd v.d. aartsvaders op te tellen
• Mariene fossielen in gebergten ?
• Charles Darwin (± 1850): kwam uit op 300 miljoen j.
➢ Berekende tijd nodig voor verwering van (Downs) gebergte
• Henri Becquerel (1896): radioactiviteit = een natuurlijke klok
• 1940: Pb vergelijken in oudste gesteenten t.o.v. meteorieten zonder Uranium:
4 550 000 000 j.
Geologische
tijdschaal:
1
,1.3. Sferen van de Aarde
• Geosfeer
➢ Grotendeels vast
➢ domineert planeet (6400 km dik)
• Hydrosfeer
➢ Water
➢ domineert oppervlak
➢ vele en snelle fluxen: hydrologische cyclus
• Atmosfeer
➢ Gas
➢ Dun (±10 km)
• Biosfeer
➢ Geheel van levende organismen
➢ Geconcentreerd op interface (-> laagje waar
alle anderen samenkomen)
"Systeem Aarde": nauw met elkaar verbonden
(impact op 1 sfeer kan gevolgen hebben voor alle andere)
o Een gesloten systeem (= geheel met onderdelen die op elkaar
afgestemd zijn)
Aarde - Planeet Aarde - Systeem Aarde - Wereld
1.5. Conventies
• Tijdsaanduiding:
➢ jaar ('annum'): a
➢ duizend jaar: ka
➢ miljoen jaar: Ma
➢ miljard jaar: Ga
• Tijdsaanduidingen steeds BP (= ‘before present’)
➢ ref. = 1950
• In literatuur soms B2k (= ‘before 2000’)
• Voor historische gebeurtenissen: AD (= ‘anno domini’)
• Decimaal = .
• 10 000-tallen
2
,Deel I: Planeet Aarde
Hoofdstuk 2: Kenmerken v. Planeet Aarde
2.1. Ontstaansgesch.
Oorsprong van de planeet
• alle basiseenheden v. planeet ontstaan bij zware explosie
➢ basiselementen: waterstof & Helium (via kernfusie van p+ en n0)
• krijgt concentratiegebieden
➢ materie trekt samen & er ontstaat focuspunt
o galactische systemen bv: Melkweg
➢ sferische nevel ontstaat
• planeten ontstaan
➢ 1e vier planeten: aardse planeten MVAM
➢ Andere zijn gasplaneten JSUN
In sterren kan kernfusie plaatsvinden → nieuwe elementen ontstaan
➔ enkel bij supernova is er genoeg energie om bepaalde elementen samen te
brengen (hoger dan Fe kan niet in de kern)
3
, → enkel aarde & Mars hebben
temp. Waarin water vloeibaar
is (58° en 20°)
astroïdengordel: stukken die geen planeet geworden zijn
→ vormen meteoroïden tssn Mars en Jupiter
Vorming primitieve planeet
• Veel inslagen van meteoroïden
➢ + verval v. radioactieve elementen → de temp. Steeg
➢ alles vloeibaar = magmabol
o Zwaarste deeltjes zakken naar de kern
o Lichtere elementen stegen naar opp. en versteenden tot een korst
o ➔ chemische differentiatie
» kwamen gassen (H2O, CO2 en SO2) vrij ➔ ontgassing
» Vorming basis v.d. atmosfeer
• Aarde begint af te koelen
• Een zusterplaneet botst met aarde
➢ Grote hoeveelheden materie in ruimte geslingerd
o Concentreert zich in baan rond de Aarde
o Verenigen tot nieuw, kleiner ruimtelichaam → ontstaan v.d. maan
4