JEUGDBESCHERMING & -RECHT: BEGRIPPELIJST
HOOFDSTUK 1: INLEIDING ROND ONTSTAAN VAN JEUGDBESCHERMING
IN BELGIË
1. Ontstaan van categoriaal beleid (Verlichting) / inleiding
Categoriaal beleid Scheiding tussen kind & volwassene met betrekking tussen
bescherming & recht
IVRK Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind
Proces van socialisatie opvoeding door verinnerlijken van waarden en normen die in onze
maatschappij aanwezig zijn
Situeer: categoriaal beleid (verlichting)
Sociale controle Controle uitoefenen op personen die die waarden en normen niet
naleven
Situeer: categoriaal beleid (verlichting)
Formele sociale Vastgelegde regels, wetten die staan beschreven
controle Situeer: categoriaal beleid (verlichting)
Informele sociale Ouders die hun kind bestraffen wanneer ze niet gehoorzamen of
controle als kind stout is
Situeer: categoriaal beleid (verlichting)
Chronocentrisme Vertrek vanuit nu en kijkt steeds verder terug naar verleden, gaat
opzoek naar wat het nu verklaard
Geschiedschrijving Van verleden naar nu
1.1. Evolutie van de socialisatie
Socialisatie Waarden & normen van bestaande maatschappij door geven &
verinnerlijken tot eigen waarden & normen
Situeer: categoriaal beleid
Criminologie Feiten die als afwijkend of strafbaar kunnen benoemd worden
Situeer: Verlichting
Penologie Onderzoek naar de effectiviteit van straffen
Situeer: verlichting
Mensbeeld op “het kind wordt slecht geboren en de opvoeding zorgt ervoor dat
kindbeeld volgens het kind goed wordt”
moralisten Situeer: 17de – 18de eeuw
Mensbeeld op “het kind is inherent goed en invloed van buitenaf beïnvloeden het
kindbeeld volgens kind negatief”
romatici Situeer: 17de – 18de eeuw
Sociogenese Op grond van maatschappelijke veranderingen apart gaan zien
van volwassenen & kinderen
Situeer: Verlichting
Psychogenese Eigenschappen worden specifiek aan kinderen toegeschreven,
worden op bepaald moment ontdekt & vanaf dan als eigen
beschouwd van kind (heeft psychologische consequenties voor het
kind)
Situeer: Verlichting
1.2. Evolutie van sociale controle
1
,Onmondigen Niet huwbare kinderen
Situeer: Oud-Romeins recht – wet der XII tafelen
Oordeel des Onderscheid tussen opzettelijke en niet-opzettelijke daden stellen
onderscheids Situeer: Oud-Romeins recht – wer der XII tafelen
Accusatoir berechten Meer rechten voor beklaagde
Situeer: 13De eeuw
Inquisitoir systeem Recht bepaalt vanuit alleen zetelende opinie
Situeer: 13de eeuw
Constitutio Criminalis 1532
Carlinae L’usage de raison
Eerste wettelijke beschrijving naar oordeel des onderscheids
Uitzonderlijke principe van verzachting van straf voor kinderen
( andere bestraffing voor kinderen en volwassenen)
Straf Altijd beperkt in duur, je weet altijd van je uitspraak / straf is
Je zit nooit langer dan je termijn
Maatregel Je weet niet wanneer je ooit terug in maatschappij wordt
toegelaten op internering staat geen termijn
Valt weg wanneer je beseft wat oordeel des onderscheids is
Maakbaarheid van de vergaren en uitbreiden van kennis, exacte en positieve feiten
maatschappij bovenhand laten krijgen door wetenschappelijke methoden &
observaties
Situeer: categoriaal beleid (Verlichting)
Verlichtingsdenkers Denken na over (rechtvaardigheid van) straffen en bestraffing
Voorbeelden: Rousseau, Montesquieu, Voltaire
Situeer: Verlichting
1.2.1. Tendensen vanaf de verlichting
Klassieke Deze school focuste zich op het misdrijf ipv de misdadiger (later
criminologische school kritiek)
(18de eeuw) Ontstaan door wrede, onrechtvaardige straffen uit ancien régime
Ze wilden efficiënte, rechtvaardige en menselijke straffen
toepassen
5 axioma’s 5 kenmerken van de klassieke criminologische school
Wilsautonomie
Morele aansprakelijkheid
Legaliteitsbeginsel
Proportionaliteitsbeginsel
Gelijkheidsbeginsel
Situeer: klassieke criminologische school (18de eeuw)
Wilsautonomie Mens als rationeel wezen kiest bewust voor goede of kwaden,
wegen altijd de lusten af tegen de lasten af
“Hij kan kiezen tussen goed en kwaad”
Situeer: klassieke criminologische school (18de eeuw)
Morele In keuze is men persoonlijk volledig verantwoordelijk
aansprakelijkheid Situeer: klassieke criminologische school (18de eeuw)
Legaliteitsbeginsel Wil strafrecht efficiënt en effectief zijn dan moet men strafbare
feiten in wet vermelden en ook hun straffen
Nulla poena, nulle crimen sine lege
Situeer: klassieke criminologische school (18de eeuw)
Proportionaliteitsbegin Straffen mogen niet zwaarder zijn dan noodzakelijk om de dader
2
, sel moreel te beïnvloeden
Situeer: klassieke criminologische school (18de eeuw)
Gelijkheidsbeginsel strafrecht moet toegepast worden op de gehele maatschappij,
ongeacht rang/ stand/ klasse (iedereen gelijk voor de wet)
Situeer: klassieke criminologische school (18de eeuw)
3 functies van straf in Vergelding
klassieke Afschrikking
criminologische school Morele verbetering
Situeer: klassieke criminologische school (18de eeuw)
Vergelding Genoegdoening, lasten zijn zwaarder dan lusten
‘Wie zijn gat verband, moet op de blaten zitten’
Situeer: klassieke criminologische school (18de eeuw)
Afschrikking Andere misdrijven voorkomen
‘Straf groot genoeg maken zodat men hiervan schrikt’
Situeer: klassieke criminologische school (18de eeuw)
Morele verbetering Door straf zou dader tot inzicht komen & gedrag veranderen
‘de straf is nuttig voor de persoon’
Situeer: klassieke criminologische school (18de eeuw)
Positivisme Observatie en waarneming bleven methoden bij uitstek en men
zocht altijd naar positieve en exacte feiten
Situeer: 19de eeuw (tendensen vanaf de Verlichting)
Empirische Criminaliteit is een sociaal gegeven en eigen aan de maatschappij
criminologie
Criminaliteit via waarneming gaan analyseren
Situeer: positivisme (19de eeuw)
Resocialiseringsplan Plan dat kan aangeven hoe met terug aan maatschappij kan
deelnemen
Situeer: positivisme - empirische criminologie (19de eeuw)
Sociaal Darwinisme Toepassen op de socialiteit (criminaliteit) gaat ervoor moeten
zorgen dat personen zich aanpassen aan de maatschappij en die
waarden en normen eigen maken1 zorgt voor overleving
anders rand van de maatschappij terechtkomen (armoede,
criminaliteit,…)
Begrippen: ‘survival of the fittest’ & ‘struggle for life’
1
Waarden en normen eigen maken = proces van socialisatie categoriaal beleid
3
HOOFDSTUK 1: INLEIDING ROND ONTSTAAN VAN JEUGDBESCHERMING
IN BELGIË
1. Ontstaan van categoriaal beleid (Verlichting) / inleiding
Categoriaal beleid Scheiding tussen kind & volwassene met betrekking tussen
bescherming & recht
IVRK Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind
Proces van socialisatie opvoeding door verinnerlijken van waarden en normen die in onze
maatschappij aanwezig zijn
Situeer: categoriaal beleid (verlichting)
Sociale controle Controle uitoefenen op personen die die waarden en normen niet
naleven
Situeer: categoriaal beleid (verlichting)
Formele sociale Vastgelegde regels, wetten die staan beschreven
controle Situeer: categoriaal beleid (verlichting)
Informele sociale Ouders die hun kind bestraffen wanneer ze niet gehoorzamen of
controle als kind stout is
Situeer: categoriaal beleid (verlichting)
Chronocentrisme Vertrek vanuit nu en kijkt steeds verder terug naar verleden, gaat
opzoek naar wat het nu verklaard
Geschiedschrijving Van verleden naar nu
1.1. Evolutie van de socialisatie
Socialisatie Waarden & normen van bestaande maatschappij door geven &
verinnerlijken tot eigen waarden & normen
Situeer: categoriaal beleid
Criminologie Feiten die als afwijkend of strafbaar kunnen benoemd worden
Situeer: Verlichting
Penologie Onderzoek naar de effectiviteit van straffen
Situeer: verlichting
Mensbeeld op “het kind wordt slecht geboren en de opvoeding zorgt ervoor dat
kindbeeld volgens het kind goed wordt”
moralisten Situeer: 17de – 18de eeuw
Mensbeeld op “het kind is inherent goed en invloed van buitenaf beïnvloeden het
kindbeeld volgens kind negatief”
romatici Situeer: 17de – 18de eeuw
Sociogenese Op grond van maatschappelijke veranderingen apart gaan zien
van volwassenen & kinderen
Situeer: Verlichting
Psychogenese Eigenschappen worden specifiek aan kinderen toegeschreven,
worden op bepaald moment ontdekt & vanaf dan als eigen
beschouwd van kind (heeft psychologische consequenties voor het
kind)
Situeer: Verlichting
1.2. Evolutie van sociale controle
1
,Onmondigen Niet huwbare kinderen
Situeer: Oud-Romeins recht – wet der XII tafelen
Oordeel des Onderscheid tussen opzettelijke en niet-opzettelijke daden stellen
onderscheids Situeer: Oud-Romeins recht – wer der XII tafelen
Accusatoir berechten Meer rechten voor beklaagde
Situeer: 13De eeuw
Inquisitoir systeem Recht bepaalt vanuit alleen zetelende opinie
Situeer: 13de eeuw
Constitutio Criminalis 1532
Carlinae L’usage de raison
Eerste wettelijke beschrijving naar oordeel des onderscheids
Uitzonderlijke principe van verzachting van straf voor kinderen
( andere bestraffing voor kinderen en volwassenen)
Straf Altijd beperkt in duur, je weet altijd van je uitspraak / straf is
Je zit nooit langer dan je termijn
Maatregel Je weet niet wanneer je ooit terug in maatschappij wordt
toegelaten op internering staat geen termijn
Valt weg wanneer je beseft wat oordeel des onderscheids is
Maakbaarheid van de vergaren en uitbreiden van kennis, exacte en positieve feiten
maatschappij bovenhand laten krijgen door wetenschappelijke methoden &
observaties
Situeer: categoriaal beleid (Verlichting)
Verlichtingsdenkers Denken na over (rechtvaardigheid van) straffen en bestraffing
Voorbeelden: Rousseau, Montesquieu, Voltaire
Situeer: Verlichting
1.2.1. Tendensen vanaf de verlichting
Klassieke Deze school focuste zich op het misdrijf ipv de misdadiger (later
criminologische school kritiek)
(18de eeuw) Ontstaan door wrede, onrechtvaardige straffen uit ancien régime
Ze wilden efficiënte, rechtvaardige en menselijke straffen
toepassen
5 axioma’s 5 kenmerken van de klassieke criminologische school
Wilsautonomie
Morele aansprakelijkheid
Legaliteitsbeginsel
Proportionaliteitsbeginsel
Gelijkheidsbeginsel
Situeer: klassieke criminologische school (18de eeuw)
Wilsautonomie Mens als rationeel wezen kiest bewust voor goede of kwaden,
wegen altijd de lusten af tegen de lasten af
“Hij kan kiezen tussen goed en kwaad”
Situeer: klassieke criminologische school (18de eeuw)
Morele In keuze is men persoonlijk volledig verantwoordelijk
aansprakelijkheid Situeer: klassieke criminologische school (18de eeuw)
Legaliteitsbeginsel Wil strafrecht efficiënt en effectief zijn dan moet men strafbare
feiten in wet vermelden en ook hun straffen
Nulla poena, nulle crimen sine lege
Situeer: klassieke criminologische school (18de eeuw)
Proportionaliteitsbegin Straffen mogen niet zwaarder zijn dan noodzakelijk om de dader
2
, sel moreel te beïnvloeden
Situeer: klassieke criminologische school (18de eeuw)
Gelijkheidsbeginsel strafrecht moet toegepast worden op de gehele maatschappij,
ongeacht rang/ stand/ klasse (iedereen gelijk voor de wet)
Situeer: klassieke criminologische school (18de eeuw)
3 functies van straf in Vergelding
klassieke Afschrikking
criminologische school Morele verbetering
Situeer: klassieke criminologische school (18de eeuw)
Vergelding Genoegdoening, lasten zijn zwaarder dan lusten
‘Wie zijn gat verband, moet op de blaten zitten’
Situeer: klassieke criminologische school (18de eeuw)
Afschrikking Andere misdrijven voorkomen
‘Straf groot genoeg maken zodat men hiervan schrikt’
Situeer: klassieke criminologische school (18de eeuw)
Morele verbetering Door straf zou dader tot inzicht komen & gedrag veranderen
‘de straf is nuttig voor de persoon’
Situeer: klassieke criminologische school (18de eeuw)
Positivisme Observatie en waarneming bleven methoden bij uitstek en men
zocht altijd naar positieve en exacte feiten
Situeer: 19de eeuw (tendensen vanaf de Verlichting)
Empirische Criminaliteit is een sociaal gegeven en eigen aan de maatschappij
criminologie
Criminaliteit via waarneming gaan analyseren
Situeer: positivisme (19de eeuw)
Resocialiseringsplan Plan dat kan aangeven hoe met terug aan maatschappij kan
deelnemen
Situeer: positivisme - empirische criminologie (19de eeuw)
Sociaal Darwinisme Toepassen op de socialiteit (criminaliteit) gaat ervoor moeten
zorgen dat personen zich aanpassen aan de maatschappij en die
waarden en normen eigen maken1 zorgt voor overleving
anders rand van de maatschappij terechtkomen (armoede,
criminaliteit,…)
Begrippen: ‘survival of the fittest’ & ‘struggle for life’
1
Waarden en normen eigen maken = proces van socialisatie categoriaal beleid
3