Levenslooppsychologie
H1: INLEIDING EN SITUERING
1. ONTWIKKELINGPSYCHOLOGIE / LEVENSPSYCHOLOGIE
Ontwikkelingspyschologie is de wetenschappelijke studie naar groei, verandering
en stabiliteit van conceptie tot aan de dood
2. WAT IS ONTWIKKELING?
Ontwikkeling is het veranderen van een aanwezige structuur
(ont-wikkelen, ont-vouwen, ont-plooien)
KENMERKEN VAN ONTWIKKELING
Gedurende de hele levenscyclus
Gedragsverandering (winst-verlies)
˖ Winst: gedragstoename
˖ Verlies: gedragsafname (archaïse reflexen)
Levenslang proces
˖ Verloop in tijd
˖ Houdt een voortgang in: we leren alles maar 1 keer (accidenten zijn
uitzonderingen)
Ontwikkelingsfasen Ontwikkelingsdomeinen
˖ Prenataal ˖ Lichamelijk
˖ Geboorte en pasgeborene ˖ Motorisch
˖ Babytijd (1ste jaar) ˖ Seksueel
˖ Peuter (1-3j) ˖ Perceptueel
˖ Kleuter (3-6j ˖ Seksueel (orale, anale, latentie en
˖ Lagereschooltijd (6-12j) genitale fase)
˖ Adolescentie (12-20j) ˖ Sociaal-emotioneel
˖ Jongvolwassenheid (20-40j) ˖ Cognitief
˖ Volwassenheid (40-60j) ˖ Taalontwikkeling
˖ Ouderdom (vanaf 60j) ˖ Morele ontwikkeling
˖ Spelontwikkeling
˖ Persoonlijkheidsontwikkeling
,Levenslooppsychologie
3. REIKWIJDTE VAN HET VAKGEBIED
VERTICALE EN HORIZONTALE SAMENHANG
Opdracht:
1. Eerste woordjes – doe-alsof-spelletjes – brabbelen – woordenschat uitbreiden –
taalspelletjes -> taalontwikkeling
2. Voorwerpen via de mond verkennen (seksueel: oraal) – rennen – kruipen –
zitten – een potlood vasthouden – zichzelf kunnen aankleden -> motorische
ontwikkeling
3. Huilen bij de schoolpoort (sociaal-emotioneel) – eigen ik-ontdekken –
partnerkeuze – over zichzelf vertellen – erbij willen horen qua kleding –
experimenteren met drank, roken of drugs -> persoonlijkheidsontwikkeling
4. Gezagsfiguren – leren samenspelen (spelontwikkeling) – volgen van
voorbeeldgedrag – gestraft of beloond worden – regels en afspraken volgen ->
morele ontwikkeling
Opdracht: in welk(e) ontwikkelingsdomein(en) passen deze
ontwikkelingsstappen?
1. Robbe wijst de bal aan in het hoekje dat mama leest
2. Janne begint zich aan de stoel recht te trekken
3. Louis gaat sinds kort zelfstandig op het potje
4. Mich begint huidkeels te huilen als de babysit hem vastneemt
5. Juf leert de kleuters knippen met een schaar
6. Nele voelt zich eerder aangetrokken tot meisjes
7. Milan wordt boos wanneer mama zegt dat hij niet in de steentjes mag spelen
8. Jana en Ella beginnen na te denken over wat ze later willen studeren
,Levenslooppsychologie
4. ACTUELE VRAAGSTUKKEN
IS ONTWIKKELING EEN CONTINU (GELEIDELIJK AAN) OF EEN DISCONTINU
(IN STAPPEN) PROCES?
˖ Continu: kwantitatief
Vb: taalontwikkeling; woordenschat uitbreiden
˖ Discontinu: kwalitatief, hiërarchisch; je moet de voorgaande stap voltooid
hebben om verder te gaan met de volgende stap
Vb: motorische ontwikkeling
HECHTING EN INPRENTING (KONRAD LORENZ)
˖ Kritieke/kritische periode: specifieke periode in de ontwikkeling waar de
grootste problemen zich bevinden
˖ Vb: infectieziekten, geen veilige hechting
˖ Gevoelige periode: periode waar je extra ontvankelijk bent voor bepaalde
omgevingsstimuli
˖ Vb: taal leren
NATURE OF NURTURE?
˖ Nature: erfelijke, biologische componenten (lichaamslengte, temperament,
uiterlijke kenmerken; oogkleur, haar)
˖ Nurture: invloeden van het milieu
˖ Relatief gewicht van erfelijkheid en milieu, en-en verhaal
LIFE SPAN DEVELOPMENT (LEVENSLOOPONTWIKKELING) OF
ONTWIKKELINGSFASEN
˖ Vroeger: ontwikkelingspyschologie
˖ Nu: levenslooppsychologie
˖ Levensloopsperspectief
, Levenslooppsychologie
5. HET LEVENSLOOPPERSPECTIEF
UITGANGSPUNTEN
˖ Levenslang
˖ Multi-dimensioneel (verschillende domeinen) en multi-directioneel (afname en
toename)
˖ Plastisch (buigzaamheid)
BEÏNVLOED DOOR MEERDERE INTER-AGERENDE FACTOREN
˖ Cohorteffecten: groep van mensen die tot dezelfde generatie behoren
˖ Normatieve effecten: wat is de norm? gebeurtenissen die zich voor de meeste
mensen op dezelfde manier voltrekken
– Historisch (vb: oorlog)
– Leeftijdsgebonden (vb: groeispurt bij meisjes vroeger)
– Socio-cultureel (vb: kinderen met migratieachtergrond)
˖ Niet-normatieve effecten: specifieke/atypische gebeurtenissen, individuele
ontwikkelingen
H1: INLEIDING EN SITUERING
1. ONTWIKKELINGPSYCHOLOGIE / LEVENSPSYCHOLOGIE
Ontwikkelingspyschologie is de wetenschappelijke studie naar groei, verandering
en stabiliteit van conceptie tot aan de dood
2. WAT IS ONTWIKKELING?
Ontwikkeling is het veranderen van een aanwezige structuur
(ont-wikkelen, ont-vouwen, ont-plooien)
KENMERKEN VAN ONTWIKKELING
Gedurende de hele levenscyclus
Gedragsverandering (winst-verlies)
˖ Winst: gedragstoename
˖ Verlies: gedragsafname (archaïse reflexen)
Levenslang proces
˖ Verloop in tijd
˖ Houdt een voortgang in: we leren alles maar 1 keer (accidenten zijn
uitzonderingen)
Ontwikkelingsfasen Ontwikkelingsdomeinen
˖ Prenataal ˖ Lichamelijk
˖ Geboorte en pasgeborene ˖ Motorisch
˖ Babytijd (1ste jaar) ˖ Seksueel
˖ Peuter (1-3j) ˖ Perceptueel
˖ Kleuter (3-6j ˖ Seksueel (orale, anale, latentie en
˖ Lagereschooltijd (6-12j) genitale fase)
˖ Adolescentie (12-20j) ˖ Sociaal-emotioneel
˖ Jongvolwassenheid (20-40j) ˖ Cognitief
˖ Volwassenheid (40-60j) ˖ Taalontwikkeling
˖ Ouderdom (vanaf 60j) ˖ Morele ontwikkeling
˖ Spelontwikkeling
˖ Persoonlijkheidsontwikkeling
,Levenslooppsychologie
3. REIKWIJDTE VAN HET VAKGEBIED
VERTICALE EN HORIZONTALE SAMENHANG
Opdracht:
1. Eerste woordjes – doe-alsof-spelletjes – brabbelen – woordenschat uitbreiden –
taalspelletjes -> taalontwikkeling
2. Voorwerpen via de mond verkennen (seksueel: oraal) – rennen – kruipen –
zitten – een potlood vasthouden – zichzelf kunnen aankleden -> motorische
ontwikkeling
3. Huilen bij de schoolpoort (sociaal-emotioneel) – eigen ik-ontdekken –
partnerkeuze – over zichzelf vertellen – erbij willen horen qua kleding –
experimenteren met drank, roken of drugs -> persoonlijkheidsontwikkeling
4. Gezagsfiguren – leren samenspelen (spelontwikkeling) – volgen van
voorbeeldgedrag – gestraft of beloond worden – regels en afspraken volgen ->
morele ontwikkeling
Opdracht: in welk(e) ontwikkelingsdomein(en) passen deze
ontwikkelingsstappen?
1. Robbe wijst de bal aan in het hoekje dat mama leest
2. Janne begint zich aan de stoel recht te trekken
3. Louis gaat sinds kort zelfstandig op het potje
4. Mich begint huidkeels te huilen als de babysit hem vastneemt
5. Juf leert de kleuters knippen met een schaar
6. Nele voelt zich eerder aangetrokken tot meisjes
7. Milan wordt boos wanneer mama zegt dat hij niet in de steentjes mag spelen
8. Jana en Ella beginnen na te denken over wat ze later willen studeren
,Levenslooppsychologie
4. ACTUELE VRAAGSTUKKEN
IS ONTWIKKELING EEN CONTINU (GELEIDELIJK AAN) OF EEN DISCONTINU
(IN STAPPEN) PROCES?
˖ Continu: kwantitatief
Vb: taalontwikkeling; woordenschat uitbreiden
˖ Discontinu: kwalitatief, hiërarchisch; je moet de voorgaande stap voltooid
hebben om verder te gaan met de volgende stap
Vb: motorische ontwikkeling
HECHTING EN INPRENTING (KONRAD LORENZ)
˖ Kritieke/kritische periode: specifieke periode in de ontwikkeling waar de
grootste problemen zich bevinden
˖ Vb: infectieziekten, geen veilige hechting
˖ Gevoelige periode: periode waar je extra ontvankelijk bent voor bepaalde
omgevingsstimuli
˖ Vb: taal leren
NATURE OF NURTURE?
˖ Nature: erfelijke, biologische componenten (lichaamslengte, temperament,
uiterlijke kenmerken; oogkleur, haar)
˖ Nurture: invloeden van het milieu
˖ Relatief gewicht van erfelijkheid en milieu, en-en verhaal
LIFE SPAN DEVELOPMENT (LEVENSLOOPONTWIKKELING) OF
ONTWIKKELINGSFASEN
˖ Vroeger: ontwikkelingspyschologie
˖ Nu: levenslooppsychologie
˖ Levensloopsperspectief
, Levenslooppsychologie
5. HET LEVENSLOOPPERSPECTIEF
UITGANGSPUNTEN
˖ Levenslang
˖ Multi-dimensioneel (verschillende domeinen) en multi-directioneel (afname en
toename)
˖ Plastisch (buigzaamheid)
BEÏNVLOED DOOR MEERDERE INTER-AGERENDE FACTOREN
˖ Cohorteffecten: groep van mensen die tot dezelfde generatie behoren
˖ Normatieve effecten: wat is de norm? gebeurtenissen die zich voor de meeste
mensen op dezelfde manier voltrekken
– Historisch (vb: oorlog)
– Leeftijdsgebonden (vb: groeispurt bij meisjes vroeger)
– Socio-cultureel (vb: kinderen met migratieachtergrond)
˖ Niet-normatieve effecten: specifieke/atypische gebeurtenissen, individuele
ontwikkelingen