PALPATIE: Samenvatting examen december
Kunnen palperen én aantekenen op proefpersoon:
1. SISA (bilateraal onderrand), stand
We gaan de hand lateraal op de bekken
leggen en de duim naar mediaal
brengen. Je duwt aan en gaat naar
boven met de duim. Hier kan je de
onderrand van de SISA palperen. Als je
bij de jongen dit niet vindt, kan je dit ook
doen in ruglig met gebogen heup. De
aanduiding in lig gaat niet hetzelfde zijn
als in stand. Met streepje aanduiden
2. SIPS (bilateraal onderrand), stand
Als je je handen op de crista iliaca zet en je
duimen naar binnen brengt kan je de
onderrand van de SIPS voelen. Er zijn ook
steeds kuiltjes zichtbaar. Daaronder bevindt
zich de SIPS. Als je wat afstand neemt kan
je vervolgens het hoogteverschil tussen de
SIPS beoordelen. Met een streepje
aanduiden
3. tuberculum van Gerdy, zit met afhangende benen
Of tuberculum tibiae laterale.
De hand lateraal leggen van lig.
Patellae. Dit is de
aanhechtingsplaats van de
tractus iliotibialis. Met een
cirkeltje aanduiden.
4. caput fibulae (verticale streep op midden), zit met afhangende benen
Manier 1: aan de voorzijde je duim en
achterzijde je wijsvinger. Je trekt
daartussen een verticale lijn. Deze
moet perfect overeen komen met het
ligament collaterale.
Manier 2: biceps femoris volgen tot op
het bot. Deze palpatie doe je rustig (n.
peroneus communis)
,5. art. genus mediale + ligamentum collaterale mediale (voorste rand), zit met
afhangende benen
Voor het gewricht vertrekken we met onze
wijsvinger op het ligamentum patellae. Waar onze
vinger verdwijnt in de diepte, is de hoogte van de
gewrichtsspleet van de knie. Plaats een verticale
streep. Je volgt de richel waar je de inkeping voelt
d.m.v. een horizontale streep. Dit doe je tot zo ver
mogelijk mediaal. Deze wordt overbrugt door de
mediale collaterale band die daar dwars over ligt
(zie foto). Je doet dit aan de hand van duwtjes tot
je vinger niet in de gewrichtspleet blijft. Dat is het
ligament. Je tekent de voorrand en de achterrand.
6. art. genus laterale + ligamentum collaterale laterale, zit met afhangende benen
Voor de laterale gewrichtspleet, plaats je je vinger lateraal en
duw je krachtig naar de dij toe. Als je krachtig aanduwt bots
je tegen de laterale femur condyl. Als je wat naar beneden
drukt zit je op het laterale tibia plateau. Je plaatst terug een
horizontaal streepje. Deze lijn zal bijna altijd horizontaal zijn.
Hier is ook een ligamentaire structuur: lig. Coll. Laterale. Het
is postero-lateraal te vinden. Je kan ook van achter de knie
starten en waar je eerst in haakt is het ligament. Als je het
been naar binnen brengt en de band op rek brengt (knie is
varus stand = O-benen) komt deze op hoge spanning. →
stevig ligament
7. tuberculum adductorium, zit met afhangende benen
De referentie is de achterzijde van de
gewrichtsspleet. Je gaat 2 centimeter
naar ventraal op het dijbeen. De
botverhevenheid die je daar tegenkomt
is de tuberculum adductorium. Dit is een
vrij scherp bot. → aanhechtingsplaats
van de adductor magnus. Dit duid je aan
met een halve cirkel (een maantje). Dit is
een mediale structuur !!
, 8. afgrenzing lateraal en mediaal van patella pees, ruglig
Patella zelf ook kunnen aftekenen met een
streepje mediaal, craniaal en caudaal van
de patella. Verbind de distale pool van de
patella en tuberositas tibiae. We vertrekken
vanuit de distale pool, gaan mediaal en
haken onze vinger in om de mediale zijde
van het ligamentum patellae. Iedereen heeft
verschillende diktes. We doen hetzelfde
voor lateraal
9. malleolus medialis (onderrand), ruglig
Zet de knie in 90° flexie. De malleolus
gaan we aan de onderrand palperen. Het
ligamentum deltoideum ligt een beetje in
de weg. Bij een supinatie is dit
makkelijker om te doen. Hier zet je een
horizontaal streepje. Het meest
prominente deel van de malleolus
medialis ligt hoger dan de onderrand die
wij aftekenen
10. malleolus lateralis (onderrand), ruglig
Een kleine eversie van de enkel,
abductie en pronatie zodat de
ligamenten niet op rek komen. Ligt ook
meer distaal en posterieur dan de
malleolus medialis. We duiden de
onderrand aan met een streepje. De
achterzijde is een beetje scherper
afgerond. De malleolus lateralis komt
veel lager dan de malleolus medialis.
11. sustentaculum talare, ruglig (mediaal)
De overgang tussen talus en
calcaneum is de ondersteuner van
de talus: sustentaculum tali. Deze
structuur bevindt zich in de lijn van
de tibia. Je start vanuit de voetzool
en gaat recht naar de tibia. Het
eerste botstuk dat je voelt (zacht en
prominent) is sustentaculum talare.
Dit doe je met een cirkeltje. Dit is
een belangrijk referentiebot
Kunnen palperen én aantekenen op proefpersoon:
1. SISA (bilateraal onderrand), stand
We gaan de hand lateraal op de bekken
leggen en de duim naar mediaal
brengen. Je duwt aan en gaat naar
boven met de duim. Hier kan je de
onderrand van de SISA palperen. Als je
bij de jongen dit niet vindt, kan je dit ook
doen in ruglig met gebogen heup. De
aanduiding in lig gaat niet hetzelfde zijn
als in stand. Met streepje aanduiden
2. SIPS (bilateraal onderrand), stand
Als je je handen op de crista iliaca zet en je
duimen naar binnen brengt kan je de
onderrand van de SIPS voelen. Er zijn ook
steeds kuiltjes zichtbaar. Daaronder bevindt
zich de SIPS. Als je wat afstand neemt kan
je vervolgens het hoogteverschil tussen de
SIPS beoordelen. Met een streepje
aanduiden
3. tuberculum van Gerdy, zit met afhangende benen
Of tuberculum tibiae laterale.
De hand lateraal leggen van lig.
Patellae. Dit is de
aanhechtingsplaats van de
tractus iliotibialis. Met een
cirkeltje aanduiden.
4. caput fibulae (verticale streep op midden), zit met afhangende benen
Manier 1: aan de voorzijde je duim en
achterzijde je wijsvinger. Je trekt
daartussen een verticale lijn. Deze
moet perfect overeen komen met het
ligament collaterale.
Manier 2: biceps femoris volgen tot op
het bot. Deze palpatie doe je rustig (n.
peroneus communis)
,5. art. genus mediale + ligamentum collaterale mediale (voorste rand), zit met
afhangende benen
Voor het gewricht vertrekken we met onze
wijsvinger op het ligamentum patellae. Waar onze
vinger verdwijnt in de diepte, is de hoogte van de
gewrichtsspleet van de knie. Plaats een verticale
streep. Je volgt de richel waar je de inkeping voelt
d.m.v. een horizontale streep. Dit doe je tot zo ver
mogelijk mediaal. Deze wordt overbrugt door de
mediale collaterale band die daar dwars over ligt
(zie foto). Je doet dit aan de hand van duwtjes tot
je vinger niet in de gewrichtspleet blijft. Dat is het
ligament. Je tekent de voorrand en de achterrand.
6. art. genus laterale + ligamentum collaterale laterale, zit met afhangende benen
Voor de laterale gewrichtspleet, plaats je je vinger lateraal en
duw je krachtig naar de dij toe. Als je krachtig aanduwt bots
je tegen de laterale femur condyl. Als je wat naar beneden
drukt zit je op het laterale tibia plateau. Je plaatst terug een
horizontaal streepje. Deze lijn zal bijna altijd horizontaal zijn.
Hier is ook een ligamentaire structuur: lig. Coll. Laterale. Het
is postero-lateraal te vinden. Je kan ook van achter de knie
starten en waar je eerst in haakt is het ligament. Als je het
been naar binnen brengt en de band op rek brengt (knie is
varus stand = O-benen) komt deze op hoge spanning. →
stevig ligament
7. tuberculum adductorium, zit met afhangende benen
De referentie is de achterzijde van de
gewrichtsspleet. Je gaat 2 centimeter
naar ventraal op het dijbeen. De
botverhevenheid die je daar tegenkomt
is de tuberculum adductorium. Dit is een
vrij scherp bot. → aanhechtingsplaats
van de adductor magnus. Dit duid je aan
met een halve cirkel (een maantje). Dit is
een mediale structuur !!
, 8. afgrenzing lateraal en mediaal van patella pees, ruglig
Patella zelf ook kunnen aftekenen met een
streepje mediaal, craniaal en caudaal van
de patella. Verbind de distale pool van de
patella en tuberositas tibiae. We vertrekken
vanuit de distale pool, gaan mediaal en
haken onze vinger in om de mediale zijde
van het ligamentum patellae. Iedereen heeft
verschillende diktes. We doen hetzelfde
voor lateraal
9. malleolus medialis (onderrand), ruglig
Zet de knie in 90° flexie. De malleolus
gaan we aan de onderrand palperen. Het
ligamentum deltoideum ligt een beetje in
de weg. Bij een supinatie is dit
makkelijker om te doen. Hier zet je een
horizontaal streepje. Het meest
prominente deel van de malleolus
medialis ligt hoger dan de onderrand die
wij aftekenen
10. malleolus lateralis (onderrand), ruglig
Een kleine eversie van de enkel,
abductie en pronatie zodat de
ligamenten niet op rek komen. Ligt ook
meer distaal en posterieur dan de
malleolus medialis. We duiden de
onderrand aan met een streepje. De
achterzijde is een beetje scherper
afgerond. De malleolus lateralis komt
veel lager dan de malleolus medialis.
11. sustentaculum talare, ruglig (mediaal)
De overgang tussen talus en
calcaneum is de ondersteuner van
de talus: sustentaculum tali. Deze
structuur bevindt zich in de lijn van
de tibia. Je start vanuit de voetzool
en gaat recht naar de tibia. Het
eerste botstuk dat je voelt (zacht en
prominent) is sustentaculum talare.
Dit doe je met een cirkeltje. Dit is
een belangrijk referentiebot