Circulatie
Circulatie
Anatomie
Verschillende bloedvaten:
• Zuurstofrijk: Aorta > arterie (distributiesysteem) > arteriool (weerstandsvat)
• Grootste arteries: elastisch
• MiddeLgrote arteries: musculair (spierspanning regulatie via ANS)
• Zuurstofuitwisseling: Capillair (diffusie en filtratiesysteem)
• Zuurstofarm: Vene (collectiesysteem) > vena cava
Verschillen
1. Vat: diameter/wanddikte/elasticiteit en motiliteit
2. Druk en drukverval
3. Stroomsnelheid
Functionele anatomie
• Parameters verschillen doorheen de circulatie
• Grote verschillen in totale opp. of totale diameter van de
circulatie op bepaalde punten
• Aorta: grote diameter maar totale diameter = normale
diameter
• Capillairen: samen als 1 groot opp. beschouwen -->
opp. capillairbed veel groter dan aorta om perfussie
van alle organen te voorzien
• Niet constant (rust/inspanning, …)
• Verschillen in debiet
• Opp. wordt veel groter --> debiet wordt lager
• Bloed stroomt minder snel in capillairen omdat totaal
oppervlak veel groter is
• Drukverschillen
• Hoogst in systemische arteries
• Pulsatiel in aorta en grote arteriën (grote rode
pieken afb hieronder)
• High-presure systemen
• Capillair en venen
• Low-pressure systemen
• Egaal
• Kleiner drukverschil
• Verschil bloedvolume in elk van de delen van circulatie
• 20% in arteriën van systemische circulatie
• 65% bloed in veneus deel van systemische circulatie
• Venules = wisselend reservoir van
bloedvolumes, kan gemobiliseerd worden als
er nood aan is
1/8
, 2e Ba BMW fysiologie van de orgaanstelsels Merel De Ridder
Windkesseleffect (bij pulsatie)
= fysiologisch proces waarbij elastische aorta en grote slagaders de pulserende bloedstroom van het
hart omzetten in een continue stroom naar de weefsels
• Bij aorta en grote arteries: elastische wand
• Discontinue manier output druk van hart --> wand kan expanderen bij hoge druk, bij
lage druk extra push door terugveren van de wand
• Door Windkessel effect ook flow in diastole
• Meer continue flow vanuit hart
• Wel drukverschillen in systole en diastole, maar weinig drukval
• Arteriole: drukval door grote weerstand
• Pulsatiele element wordt gedempt
• Capillaire continue flow
• Flow = verhouding drukverschil over weerstand
• Bij continue druk is er een continue flow (A)
• Bij pulsatiele druk is flow binair in niet geadapteerd systeem (B)
• Bij pulsatiele druk zorgt geadapteerd systeem voor vernauwen van buis
en dus extra flow (B)
Hemodynamica
• Mechanische en fysische eigenschappen van de bloedstroom
• Systematische druk (max ~100mmHg) >> pulmonaal (max ~15mmHG)
• ΔP = drukverschil
• F = flow
• R = weerstand
• Arteriool: plaats van grootste weerstand
• Leidt tot grote drukval (grote ΔP)
• Demping van pulsaties
Wet van Poiseuille
Beschrijft hoe vloeistof in grote capillairen van toepassing gaat zijn
• Flow is proportioneel met elementen die weerstand bepalen
• ΔP (drukverschil)
• Diameter van het vat (r4)
• Lengte van het vat (1/l)
• Viscositeit van vloeistof (1/η)
• Evenredigheidsfactor (π/8)
•
(formule niet te kennen)
• Hematocriet als kritieke eigenschap voor viscositeit van het bloed heeft hier factor in flow F
• Flow wordt beschreven als verschillende cilindrische lagen van flow waarvan de meest
centrale cilinder de hoogste snelheid heeft
2/8